"Illusie."

"Illusie."
"Wolkenberg."

Wolkenberg.
Een hemelsblauwe lucht
wolken die opstaken
dat kwam door die zucht
die ik net moest slaken.
Sami.
"Watervalletjes."

Watervalletjes.
Twee watervalletjes
luistert je,
je hoort ze in stereo
langs beide zijden
glijden ze het water in.
Sami.
"Zwarte Zwaan."

Zwarte Zwaan.
Ook haar nek, gracieus gebogen
bovenaan zie je net de ogen
je rode bek een sterk contrast
die bij heel je uiterlijk past.
Sami.
"Witte Zwaan."

Witte Zwaan.
Haar nek, sierlijk gebogen
bovenaan twee stippen als ogen
met je lang gebogen zwanenhals
ben je de ster op alle galabals.
Sami.
"Watervalletje."

Watervalletje
Van waar het komt
of naar waar het gaat
niemand wil het weten
doch ieder er stil bij staat.
Sami.
"De Roos."
"Hangbrug."
"Je Moeder."

Je Moeder
Elke dag denk je er aan
de oorsprong van je bestaan
het levenslicht liet ze je zien
ze is je moeder sindsdien.
Sami.
"Boomstronk."

Boomstronk.
Ooit een trotse boom
door de bliksem getroffen
in een lang geleden droom
hij heeft alles gegeven
wat hij in zich had
dit is er van overgebleven.
Sami.
"Vissen."
"Wolken."

Wolken.
Ze hangen in lagen
net of ze elkaar moeten dragen
in lichte en in grauwen
altijd weer te aanschouwen.
Sami.
"Janneke."

Janneke.
Uit het niets is hij gekomen
heeft een binnenweg genomen
vraagt nu met zijn liefste lach
of hij hier niet blijven mag.
Sami.