Naar de inhoud

Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

Veel leesplezier, voor evt uitgevers en bestellingen http://www.writehistory.be/?p=store
akke.beakke.be
Contact op franciscusborst@hotmail.nl

Archief

H1 Indonesië d3 Cultuurschok in Cilacap - Karang Anyar






H1 Indonesië d3 Cultuurschok in Cilacap - Karang Anyar

Met een bamboestokje haal ik de ergste klei en modder van mijn schoenen af om daarna bij een waterput een paar emmers omhoog te takelen en over mijn benen en gympies te gooien om af te spoelen. Ik was tot mijn knieën toe in de blubber gezakt met dat stukje lopen door de jungle en daar er wel een beetje netjes uit wilde zien voor mijn meisje zover dat mogelijk was na die helse rit in de trein. Ik was goed opgeknapt van die drie borreltjes en ging met volle moed de berg te lijf. De berg waar de 'security,' die hard voor mij was weggelopen omdat hij dacht dat ik een geest was had aangewezen. De top wel te verstaan.
"Helemaal boven?" had ik nog gevraagd.
"Ja helemaal boven."
Het eerste stuk was weer vrij modderig maar na een minuut of twintig lopen word het pad harder en droger.
Vreemd in Europa hoe hoger je komt hoe kouder het word.
Het was hier weer zoals alles andersom.
Ik loop nu op een twee meter breed pad met aan de linkerzijde een afgrond met daarbeneden een schitterend palmenjungle en rechts een sawa (rijstveld met van die trappetjes) met daarachter ook diezelfde palmen. Hoe hoger ik kom hoe mooier het uitzicht. Star-Trek achtige blauwe met groene vulkanen op de achtergrond.

In mijn bewondering voor dit natuurschoon had ik niet door gehad wat er achter mij gebeurde. Dit zag ik pas na drie kwartier lopen wat eigenlijk eerder klimmen was daar het werd steeds steiler werd.
Ik was gebroken en haalde een flesje, in Karang Anyar ingeslagen water uit het kleine rugzakje en ging op een steen zitten. Dan zie ik een groep mensen die mij achtervolgd waren. Het meeste mannen, mager donkerbruin en met van die uit die Vietnamese oorlogsfilms kegelhoeden op. Ze hadden allen een klewang in de handen in plaats van in hun schede gestoken.
Hallo! Moesten ze mij hebben? Of waren ze net gestopt met rijst planten, plukken of riet snijden wat dan ook?
Ik ging er maar even bij staan en liet mijn flesje water vallen na dit half leeg gegooid te hebben in mij hoed en wat te drinken. Als ik daarna mijn vlindermes pak en een paar keer snel laat rond draaien om mijn hand en het voorgoed uitklapt om daarna mijn blik over die van hun laat glijden, het mes langs mijn been houdend omdat ik ze niet te veel wilde provoceren daar dit pure bluf was, deinzen zij iets achteruit en blijven op een meter of tien afstand van mij staan.
Allen mompelend met zware mannenstemmen en neuriënde jammerende vrouwen tegen elkaar.
Hoelang liep dit stel al achter mij? Het waren ongeveer vijftien mensen en ik had niets gehoord. Door de betovering van de schoonheid der natuur hier waarschijnlijk.
Ik besluit een stukje achterwaarts verder te lopen om te kijken wat er gebeurt. De menigte loopt mee precies de zelfde afstand houdend. Als ik pardoes stop, stoppen hun ook, net een tiende seconde later. Het ijzer van hun messen klettert van schrik tegen elkaar aan.
Dit deed mij denken aan die film van Danny Kaye in 'The purple pimpernel' waar hij schitterde als hofnar (ik nu dus) een ontsnapping deed met hordes ridders achter hem aan die lopen en stopten met dat blikken geluid van harnassen en zwaarden tegen schilden kletterend wanneer hij dat deed, maakte niet uit welke kant op. En dat in versnelde opname, prachtig!
Er was één verschil, ik kon er nu de humor niet van inzien. Ik kon niet verder lopen van de hitte maar kon ook niet blijven staan terwijl er misschien overlegd werd hoe ze mij het best af zouden maken. Hun blikken gleed over de Canon camera met groothoeklens die op mijn borst hing die trouwens verdomd zwaar begon te worden. Ik hoorde "unga unga," en dacht aan kannibalenfilms, ze gingen me toch niet opvreten? Voor mijn gevoel zat ik hier midden in de bush. Dat dat nog veel erger kon kwam ik later achter. Wist ik veel dat dat woordje gewoon nee betekend in het Soendanees, ik was nog niet zolang in Indonesië. Misschien net een paar weekjes en misschien was het wel inderdaad niet zo slim er alleen op uit te trekken. Maar ja dat is mosterd na de maaltijd. Ik moest er nu aan geloven.

Mijn broek schuurde in mijn liezen en voelde schraal tegen bloedend aan, ik bleef weer even staan zette mijn hoed af en trok mijn T-shirt uit om de mouwtjes er van af te snijden. Op het moment dat ik mijn shirt uittrok hun in de gaten houdend deinsden zij achteruit.
Oh, waren ze een beetje bang?
Als ik klaar ben trek ik mijn shirt weer aan rugzakje om en liep een meter of vijf verder om mij daarna pardoes om te draaien met mijn armen wijd en met grote stappen op hun af te rennen met een luid: "Whaaa," schreeuwend, waarop zij allen het bergpad afrenden elkander verdringend.
Ik stond met open bek te kijken dat de truuk van een oude vriend van mij die Berry heette ook in Indonesië werkte.
Berry zag er letterlijk uit als een motorduivel met zijn lange oranje haren en al zijn littekens in zijn gezicht omdat hij een keer ruzie had gehad met Hells Angels die hem hadden gepakt en met zijn gezicht over het prikkeldraad hadden afgeraspt. Precies in het weekend dat ik niet mee was gegaan. Ik ging namelijk elk weekend achterop de motor mee stappen had zelfs een motorjack van mijn ouders gehad en daar ik hasjiesj en wiet verkocht was dit voor mij een extra leuk gebeuren. Ik verkocht goed in motorclubs zoals 'De Chillum' en 'De Blokhut'.
Ik moest mij altijd goed vasthouden aan hem, klemmen eigenlijk omdat hij de neiging had bij elk stoplicht op zijn achterwiel te rijden en mijn helm van rikketik met mijn achterhoofd over de weg ging waarna ik eenmaal weer neergeklapt en rechtgezeten hem een leverstoot gaf waarop hij zij: "Pleurisaap hahaha!"
Ik paste eigenlijk een beetje op hem al was hij zeven jaar ouder.
Als ik dan weer een weekend niet meegaat word het hem fataal.
Zijn motor was in beslag genomen door de polite. En nu reed hij zeer zéér wild auto.
De volgende morgen loopt iedereen naar de Oldegaarde om te zien waar Berry was overleden. Hij was zo hard tegen een lantarenpaal aangereden dat de paal geknakt was en de lampenkap door het dak
op zijn kop was terecht gekomen. Is dat raar? Hartstikke dood.
Ik heb hier veel verdriet over gehad want het was een gozer met een hard van goud. Niet dat ik gehuild heb maar wel steeds bijna.

We zaten een keer in ons clubhuis van 'De Espeloboys' in een voormalig kleuterschooltje wat we gekraakt hadden. Met zijn zessen en Berry er bij toen er honderd of meer 'Doriedevils' aan kwamen om ons aan te vallen. 'Dories' hebben ze van het woord doortrapper dat is een soort fiets dat je op je achterwiel kan rijden met een vastgezet tandwiel in de achterband.
Berry zegt tegen ons: "dat regel ik wel met die teringapen," en liep met wijd gespreide armen naar buiten met dat feloranje haar over dat zwarte motorjack, heel zijn muil onder de littekens en brulde toen ook van: "Whaaa," waarop ze allen spierwit wegtrokken en alle honderd er vandoor gingen als Eddie Merckx. Allemaal hard lachend van de zenuwen. Wij pisten haast in ons broek van het lachen. Arme Berry.

Ik voelde me heel sterk na de gevluchte groep Javanen trok mijn hoed een beetje scheef zoals Indiana Jones en liep mij ook zo voelend verder. Ik hoor geroezemoes achter mij en als ik mij omdraait is de meute er weer en staat netjes op tijd stil. Nu besluit ik er langzaam op af te lopen en laat hun het briefje zien met het adres erop. Weer lopen zij weg op één na en een man die een meter of drie achter hem blijf staan als rugdekking. Trillend pakt hij het briefje aan en geeft het aan zijn maat die naar boven wijst naar een paar huisjes vlak onder de piek van de berg of vulkaan dat kon je niet zien hier vandaan door de begroeiing.
"Terimah Kasih," zeg ik wat dank je wel betekent.
Hij knikt; "Turus," "Verder".
Na wat gerust te hebben loop ik weer verder. De groep achtervolgers is ineens verdwenen als ik bij twee huisje aankom die geheel zijn opgetrokken uit baboepalen en riet. Dat mens, een oude vrouw die de vloer aan stond te vegen met een bundel bijeengebonden takken kreeg haast een hartaanval maar vertelde na wat op adem gekomen te zijn met een hand op haar borst zwaar ademend dat ik nog verder omhoog moest.
Nog verder? Dacht ik, ik moet nu toch bijna op de top zijn.
Niet veel later bereik ik de top waar een huisje wat twee keer zo lang was als de vorige maar voor de rest het zelfde alleen nu met gesloten deur. Dit was het laatste huis, hier moest het wezen.

Ik klop op de gevlochten rieten 'deur'. Ik klop nog eens en hoor een zachtjes "masuk" "binnen" zeggen. Als ik de deur open doe en naar binnen stap valt de rieten deur achter me dicht en zie ik niets dan twee zeer kleine roodoranje lichtjes in het pikkedonker.
Ik pak mijn Zippo aansteker slaat hem aan tegen mijn heup en verlicht de boel een beetje.
Met open mond zie ik een man en een vrouw gehurkt zitten op een paal die in de breedte tegen de bamboemuur is aangeslagen, een metertje boven de grond. Hun onderarmen rusten op hun knieën de handen gekruld voor hun schenen en beiden met een joint in hun mond waar je u tegen zegt. Het leken wel die aapjes uit de machine in de Diergaarde Blijdorp waar je vroeger tegen een dubbeltje betaling kon zien hoe ze Mexicaanse muziek begonnen te spelen. Ik kon daar uren naar kijken tot verveling van mijn ouders.
Nu had ik een cultuurschok hoewel die blows het wel een beetje goed maakten.
"Tini?" vroeg ik.
Ze stonden beiden op gaven een diepe buiging en kusten mijn handen. Ze maakten mij duidelijk dat zij haar ouders waren. Ik had al heel wat aparte schoonfamilie gehad maar dit sloeg alles. Wat was dit nou allemaal. Traditie zeker. Ik wist niet of ik nou blij moest zijn of verbaast, dus hielt het maar even in het midden.

Ze liepen mij voor naar buiten naar de achterkant van het huis waar er een waterval naar beneden stroomde en waaronder 'mijn' vriendin stond te douchen en haar lange haar stond te wassen.
Ik draaide mij om van ongeloof en wuifde de ouders weg met een vriendelijk "Terimah kasih".
Ik zoek het verder wel uit vanaf hier.
Buigend lopen zij achteruit weg.
Ik had verkering met Pocahontas, nu wist ik het zeker!


Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 15:13 Reageer op dit bericht Stuur door

De Minstreel







Gor deinen beminde strelen
langzaam weg op de oneindige
klanken van een luit
hoog van een parterretrap



Zingend en dansend spinnen zij

rond elkander in witte gewaden

Velours sluit geapplaudisseerde
vergezichten uit va
n succes





Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 12:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Terugslag


Krachtig als water
een blauw stalen zee
Koper gehulsd behuisd
draait de cilinder vijf maal

Onhoudbaar voor brekers en dijken
een beukenhouten hand
Golven rode stromingen
uit zoet rokende gaten

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 14:15 Reageer op dit bericht Stuur door

H1 Indonesië: d3 De U.F.O. en Cilacap










Indonesië: d3  De U.F.O. en Cilacap

Ten tijde dat ik wachtte op een plaats in de flat Pulomas heeft mijn vader in gratie mij toch nog even in huis genomen. 'S avonds rij ik wel ieder keer met een becak naar de flat toe die net achter kampong Ambon ligt over de lange donkere weg langs de manege en het weiland. Nu echter bleef ik thuis want ik was verliefd op het buurmeisje geworden.
'S avonds zit ik op het koele dak van mijn vader te wachten op de bediende van de buurman totdat zij de was op komt hangen. Via een ijzeren trap in de keuken kon ik naar boven klauteren alwaar de kamertjes bevonden van onze bedienden en die van de buren. Zij heette Tini en leek op veel op Pocahontas maar dan in het echt. Hetzelfde haar, gezicht en lichaam wat je normaal alleen kunt tekenen zo mooi en dezelfde gratie als van een kat zo galant.
 
Ik zit naar de sterren te kijken als er één van de sterren die boven West Jakarta stond, wij woonden op een heuvel en keken boven de stad uit, zilverkleurig scheen terwijl de rest geel was. Dan zie ik dat de 'ster' als een wesp zo snel omhoog schoot.
Omhoog? Sterren vielen toch alleen? Ik besloot deze in de gaten te houden Een satelliet kon het niet zijn daar ging hij veel te snel voor, met de snelheid van het licht zeg maar. Dan duikt hij naar Zuid Jakarta. U moet weten dat Jakarta net zo groot is als de helft van Zuid-Holland dus dat was nogal een afstand om te overbruggen in één seconde. Zowaar ik hier zit, dit is echt gebeurt. De zilveren 'ster' schiet weer omhoog om op een centraal punt te blijven hangen. Nu is Noord Jakarta aan de beurt en ja hoor weer schiet hij als een wesp zo snel naar beneden om daar een seconde of vijf te blijven hangen. Weer schiet hij omhoog. Ik begin hem te knijpen. Ik had hier met iets te maken wat duidelijk een U.F.O. was en Jakarta aan het bestuderen was en daar zat ik dan met mijn bleke muil op het hoge dak op een hoog punt in Oost. Ik wist zeker dat ik op zou vallen tussen die vijftig miljoen donkere mensen en ik voelde ook aan dat dat zo was. Ze moesten mij hebben! Ze hadden mij gezien en wilde mij observeren. Als het ding op mij af komt steeds groter wordend duik ik niet afwachten met een snoekduik het luik van het trapgat in, naar beneden stortend tweeënhalve meter onder mij met mijn smoel op een grote wacang zo'n wokpan wat het geluid maakt van een geterroriseerd drumstel en mijn heup kletst op de witte plavuizen. Door de adrenaline van de schrik voel ik geen pijn en ren ik naar mijn vaders slaapkamer om hem het nieuws te vertellen. Bonkend op zijn gesloten deur vertel ik hem het verhaal. Waarop hij zegt dat ik aan het afkicken ben en het mijzelf verbeeld heb. Hallucinaties wist hij zeker.
Jaloers wist ik zeker, daar hij ook zeer geïnteresseerd is in U.F.O. 's.

Nee vanavond ging ik niet meer het dak op, hoe graag ik Tini ook wilde zien.
De volgende avond zit ik weer ietwat gespannen op het dak goed op de sterren lettend. Ik moest wel op dat dak zitten daar de buurman niet alleen tandarts was maar ook nog eens een Hadji een soort van Islamitische dorpsverrader. Heel gereformeerd wat relaties betreft. Het liefst huwelijkte hij iedereen uit zonder dat ze elkaar ooit gezien te hebben. Dus was ik zo slim dat als hij lag te pitten zijn bediende 's avonds zag op het dak om een beetje te praten en te zoenen. Een stiekeme heel onschuldige maar verliefde relatie hadden we en alleen haar zus die ook bij die tandarts werkte wist ervan en stond op wacht. Zenuwachtig dat we snel moesten zijn daar zij haar moeilijk verkregen baantje vanuit de kampong niet kwijt wilde raken door haar verliefde zus.
Mijn vader wist ervan en vond het goed zolang ik maar goed uitkeek want hij wilde geen gedonder met de buurman daar hij ook zelf in 'zonde' leefde, ongetrouwd met een vriendin en daar moest hij de corrupte Hadji al genoeg voor betalen vond hij.

De volgende dag krijg ik 's middags een briefje stiekem in mijn handen gedrukt van Tini's jongere zus als haar baas een siësta houdt met daarop het adres van Tini : 'Karanganyar, Cilacap Prowokorto Midden Java, Rumah Martha Reja,' het huis van Martha Reja.
"Ze is naar huis gestuurd Francis." "En ze zou graag willen dat je naar haar toe komt."
Ik pak het briefje aan en stop het snel in mijn zak, het stond geschreven op een blauwe envelop met een rode pen.
"Pa kijk nou ze woont in Cilicap,"
"Ik dacht dat een zeemansgeintje was!"
"Hij heeft weer wat," beantwoord hij.
"Hij heeft een vriendin van de in uitgerekend ongeveer honderduizend dorpen en die woont in Cilicap, ik ga niet mee hoor," zegt hij.
Vastbesloten als ik was zou ik haar opzoeken, morgen.
Hoe had ze dit kunnen doen zonder mij te verwittigen? Ze zal haar redenen wel gehad hebben nam ik aan.
Ik had een reis voor de boeg van zo'n achthonderd kilometer.

De volgende dag ga ik op pad. Eerst knip ik mijn pijpen af van mijn Levi's koop op in het winkelcentrum Sarinah een Indiana Joneshoed en een mooi vlindermes.
Gewapend met deze wat geld en een camera op mijn borst stap ik brutaal een taxi in met de taal die ik bemachtigd had in een weekje richting treinstation. De trein laat drie uur op zich wachten maar dan is hij er ook in volle glorie. Een oude stoomlocomotief die sissend en stomend de wagons trekt komt piepend tot stilstand, lijkt zo weggereden uit een oude Sherlock Holmesfilm.

Ik zoek een plaatsje tussen kippen, geiten en een lepralijer. En dit was eerste klas dan zou ik de tweede wel eens willen zien. De trein vertrekt langzaam opgang komend maar eenmaal op snelheid gaat hij dan ook hard en corrigeert zichzelf op de kromme rails door af en toe een stuk de lucht in te vliegen om weer op het spoor getrokken te worden. Ook af en toe stopt hij omdat de rails even 'snel' gerepareerd werden. Ook als hij vaart mindert en iedereen uit het raam hangt kijk ik mee. Een verroeste brug die half op instorten staat die nog is gebouwd in de tijd van de Nederlandse bezetting in het jaar zeventien of achttienhonderd kraakt en schommelt onder ons. Deze bruggen heb ik een keer of twintig overgestoken en iedere keer hou je je hart vast. Elke keer dat de trein stopt springen er mensen aan boord om de meest uiteenlopende zaken te verkopen zoals gestoomde nootjes flesjes water en blimbings beter bekent als starfruit. Ook door de raampjes tiert een welig handel.

In de namiddag bereiken we dan eindelijk Prowokkorto. Ik laat het briefje aan iemand zien en vraagt naar Cilacap, Karanganyar.
"Hadoe," zegt de man en wijst naar ver weg, en beveelt mij een angkot busje aan. Wat V.W. busjes zijn waar je tegen betaling in en uit kunt springen. Angkot betekent dan ook goed vast houden. Na een rit van twee uur. Sta ik half in de jungle in het plaatsje Cilacap, en rijdt het busje niet verder. Snel spring ik eruit daar deze zich alweer omkeerde om terug te rijden. Ik dacht er te zijn het kon toch niet veel gekker? Niets was minder waar. Hier vandaan moest ik achterop een crossmotor de jungle in. Ok zo gezegd zo gedaan ik was er nu toch. Na een uurtje rijden diep de jungle in staakt ook de motor door de verzakkende blubber.
Ik reken met hem af en hij wijst mij dat ik het pad moest blijven volgen, het zou niet ver meer zijn misschien een kwartiertje lopen.

Na een kwartiertje worden de bomen iets minder dicht en veranderen in palmbomen met een westernachtige nederzetting met geen kip te zien, op het eerste gezicht. Met op de achtergrond niet de Rocky Mountains maar hoge met palmen begroeiden vulkanen en bergen wat prachtig was. Aan weerszijden van het pad vijf huizen van hout met een soort houten vlonders ervoor en een oude verroeste trainrails in een greppel die de jungle in verdween welke niet meer gebruikt werd dat was duidelijk. Een spookstad. Als ik goed kijkt zie ik toch iemand zitten met zijn rug naar mij toe met een fles Bolsch Dubbele Graanjenever en een wit hoedje op en een goor singletje aan. Het was een oude magere uitgeteerde man die ik van achteren op zijn schouder tikt om te vragen naar het huis van Marthe Reja daar ik aannam dat ik eindelijk was aangekomen in Karanganyar want op een bord stond er Karang Ayam wat betekent 'de kip is gaar'. Moest veranderd zijn in de tijd dat Sukarno aan de macht kwam net als zoveel andere plaatsen. Zo heette Jakarta bijvoorbeeld Batavia, Bogor Buitenzorg enzovoorts.

Als ik de man aantikt draait deze zich om en vliegt overeind en rent keihard weg, zijn fles achterlatend met zijn handen voor zijn mond hard schreeuwend: "Setan! Setan," Wat satan of geest betekent.
De arme had waarschijnlijk nog nooit of al zestig jaar geen blanke gezien. Nee Televisie hadden ze hier niet. Stroom ook niet. Als hij terug komt met twee vrienden, zit ik op de vlonder te wachten tot hij wat bedaart is. Zijn vrienden zeggen: "Bukan Setan, itu orang buleh!."
"Nee joh dat is een blanke, geen geest!" Ze lachen de verschrikte man even uit, totdat ik het briefje laat zien. Weer een hadoe en ze wijzen naar de top van de hoogste berg.
"Serieus?" Vraag ik.
"Duarieus." wat een woordspeling is van hun en twee keer serieus betekent.
Godverdomme ik was gebroken, ik ging weer even zitten. De ouwe die zo geschrokken was reikt mij de fles aan en vraagt: "Slokkie?"
Ik schiet in de lach "zei je nou slokkie?"
Hij was al zo oud vertelde deze in gebrekig Nederlands, hij had zelfs de Nederlanders nog meegemaakt maar had niet verwacht dat hij er ooit nog een zou zien vandaar de schrikpartij. Hij schaamde zich want hij was tenslotte de bewaker die het stoerst moest zijn van iedereen. Het huis waar ik op zoek naar was stond boven op de top van een berg. Een klim van twee kilometer stond mij te wachten.





Hoe vind je dit bericht? 25 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Gekkenhuis, afkickklinieken en sekten. H6 d8 Sussex






Het Gekkenhuis, afkickklinieken en sekten. H6 d8 Sussex

Ik sta in het kantoor van de Welbaeckstreet waar getelefoneerd word, ik gris een scherp afgeslepen potlood van de dokters bureau af. Een taxi word besteld en na een half uurtje verschijnt deze ook. Voordat ik in wil stappen krijg ik snel heel sneaky van achteren een prik in mijn bil, een injectie. Dus nu kon het ineens wel?
Het was een ouderwetse taxi. klassieke zwarte oldtimer die op een bolhoed lijkt met het stuur aan de verkeerde kant. Mijn vader vertelt dat hij naar Nederland heeft gebeld en hulp heeft ingeroepen. Mijn moeder zou overkomen met haar man en ik zou vanaf nu vierentwintig uur per dag bewaakt worden. Om beurten acht uur.
Ik had nog steeds last van gruwelijke pijnen die mijn grens overschreden. Ik zeg dan ook als mijn vader klaar is uit leggen waar we moesten zijn, tegen de chauffeur dat hij niet naar mijn vader moest luisteren maar naar mij. Ik eis dat hij me wat Heroïne bezorgt en wel heel snel. De chauffeurs ogen dwalen in de achteruitkijkspiegel af zoekend mijn vaders oogcontact.
"Don't listen to him!" zegt deze.
De chauffeur geeft mij zijn excuses en zegt niet te weten waar het te moeten kopen.
"Je bent godverdomme toch een taxichauffeur, die weten alles althans in Nederland wel dus hier ook, don't you bullshit with me now!."
Mijn arme vader zat tussen twee vuren in. Ik had meelij met hem maar had geen keus, ik werd verscheurd.

Ik kon maar geen locatie in Londen verzinnen waar wat te kon kopen was, te ver heen en te ziek om aan de achterstandswijken in East End te denken. Hoe dom.
Ik zag lichten en drukte voor mijn ogen voorbij glijden van toeristische promotiefilmpjes.
"Picadilly Circys!" roep ik dan ook half verlost van het brainbreken.
Daar was drukte, daar was neonlicht, het vergelijkend met de Rotterdamse kruiskade. Dáár zou iets te krijgen zijn wist ik zeker.
"Drive to Picadilly Circus, en nu vraag ik het nog aardig."
Weer draaien de ogen in een nu bleker gezicht naar mijn vaders bleke gezicht die haast onzichtbaar vanuit mijn ooghoeken "nee," knikt.
Ik had genoeg van de pijnen en besloot letterlijk het bijltje er bij neer te gooien want elk kwart grammetje zou mij nu onmiddellijk doden door middel van een overdosis omdat zo schoon was als een baby. Maar wel één met een open ruggetje zeker?
Mijn keus was zeker en definitief, liever dood dan deze pijnen.
Ik zag dat de chauffeur niet van zijn weg afweek en pakte mijn potlood en zet het op zijn strot. Mijn vader probeert het mij afhandig te maken wat niet lukt, wel lukt hem het van zijn strot weg te houden. De auto zwabbert over de weg door de angstige ontwijkingen van de man.
Als ik het nog eens probeer in mijn wanhopige situatie slaat de injectie toe en weet verder niets meer.
Ik word wakker in Sussex waar twee zusters voor de deur staan te wachten met een rolstoel.

 

ontwikkeld door Snortsoft
Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Buigen of barsten





Jouw hersenen rammelen los
in je bol als zaad van papaver
Waggel jij dronken in de wind
dragen stengels een ziek kadaver

Ik wacht tot je witte olie barst
opium etter spuit uit jouw ogen
Je kop in de oven hebt vergast
omdat je mij ooit vies hebt belogen

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Het gekkenhuis, afkickklinieken en sekten H6 d7 Engeland London







Het Gekkenhuis, afkickklinieken en sekten. H6 d7 London, De Horrorkliniek. Narcose en ontwakening.

Op de ochtend van vertrek voordat mijn vader mij op komt halen, stop ik mij zodanig vol met drugs om twee redenen. De belangrijkste was de oversteek naar Londen te halen zonder ziek te worden. De iets mindere maar niet minder essentieel was omdat het mijn laatste keer was dat ik zou gebruiken. Niet minder belangrijk zeg ik omdat dat dit mij behoorlijk genekt heeft in het herstel na de operatie.
Ik weet dan ook echt niets maar dan ook niets meer van de heenreis.
Wel weet ik, waarschijnlijk waren de drugs bijna uitgewerkt, dat ik als eerste herinnering heb dat ik en mijn vader in een straat in London op zoek zijn naar iets te eten want we stierven van de honger van dat lauwe weeïge voer in het vliegtuig. Het liefst iets waar we hartige saté konden eten of een halve kip, we hadden trek in vlees, veel warm en pittig vlees.
Op deze locatie was daar echter niets van te vinden en teleurgesteld lopen wij in de regen in typisch Londense straten te vragen waar de Waelbeckstreet was. Snel waren wij op het juiste adres. Een portiek met een tiental treden was de ingang van de privékliniek die later zou worden omgedoopt door mijn pa als Horrorhotel. Nee echt Well Back zou ik niet komen uit de Waelbeckstreet.

Als we binnen komen worden we hartelijk verwelkomt wat logisch is, de behandeling alleen was al elfduizend gulden, mag je dan een bak koffie verwachten? Dacht het wel!
Het blijkt dat er nog iemand is aangekomen. een meisje uit Frankrijk samen met haar moeder. Als zij schoon, 'clean' zou zeker een lekker ding zijn wist ik zeker. Ik zou tegelijk met haar behandeld worden en zij laten ons de operatiekamer zien waar het allemaal gebeuren moest. Dat zag er heel erg griezelig uit. Veel te veel apparaten en slangen. Ik had dit liever niet gezien.

Al snel worden mijn vader en de Franse vrouw, die niet meer dan een ouwe tas was voor het geval u mij verkeerd interpreteert, een Hotel toegewezen precies om de hoek en spreken wij nog voor de volgende morgen af voordat ik onder zeil ga, de afkick onder narcosebehandeling in. Ik zelf krijg een kamer toegewezen en twee shotjes Morfine om de nacht door te komen. Dat was niet verkeerd eerlijk gezegd, heb er goed op geslapen in ieder geval. Dit kwam niet op de laatste plaats door het kwart gram Heroïne welke ik had meegesmokkeld in een afgevijlde Vicks- neuspray, daar er nogal scherpe randjes aan het draaidopje zitten, in mijn kont welke ik op rookte toen ze dachten dat ik sliep. Door een klein klapraampje vlak tegen het plafond moest ik mij ver uitrekken staand op een stoel op een tafel om de bittere rook naar buiten te kunnen blazen.

Als ik wakker gemaakt word raak ik direct in paniek en zit te hyperventileren want ik was alweer ziek daar het spul maar zes uur werkt. Ik was al om tien uur gaan slapen en het was nu half acht. Ik smeek dan ook de dokter om nog wat Morfine maar kreeg nee op rekwest, mijn vader die inmiddels ook was aangekomen probeerde ook nog iets te doen voor me maar kreeg het niet ook niet voor elkaar. Ik zou binnen een half uur onder narcose gaan. Ik vervloekte mijzelf dat ik niets bewaard had en dit half uur.

Het is zover. In pyjamabroek en een witte ruggeloze ziekenhuishoes moet ik gaan liggen en tot tien tellen. verder als vier kom ik niet en weg was ik. Het is misschien leuk om te vertellen dat ik toen een bijna dood ervaring heb gehad. Ik was uitgetreden zag ons twee een paar minuten liggen waarna ik weer terug kwam in mijn lichaam om nu in een niet al te originele witte tunnel met wit licht omgeven. Het had wel iets weg van de Maastunnel maar dan in het zwart met witte wolken op de vloer en spierwit licht. Ik zal de zware stem nooit vergeten. God? "Jij mag kiezen Frans, schei jij er mee uit of het meisje?" Met leven wel te verstaan, bedoelde hij. Ik weet niet waarom ik dat weet maar dat was zo.
Weer zag ik ons beiden even liggen. Heftig stuiterend op platte bedden vastgebonden met riemen, met in alle gaatjes van het menselijk lichaam die je maar kunt verzinnen een slang. Hierbij stonden nog hartmeters bloeddrukmeters infusen welke ook allemaal waren aangesloten op ons. Het leek op die scène uit die film Coma, maar dan erger.
"Nou eh, als ik mag kiezen?" "Neem mij maar mee," hoor ik mijzelf tot verbazing denken wat als antwoord werd beschouwd.
God was verbaasd, hij moest even overleggen. Met wie? dat weet ik niet, maar respecteerde het besluit en zei weer met de zware stem dat ik door deze opoffering het verder leven werd geschonken, evenals het Franse meisje. Waarom was ik niet opgelucht?
Ik had hierna geen uittredingen meer en word wakker als uit een heel diepe slaap met mijn vader spierwit naast mij zittend wachten op een krukje.

"He gozer, hoe gaat het," klinkt hij opgelucht. Achteraf bleek dat hij erg bang was geweest dat ik het niet zou halen vanwege gebeurde complicaties tijdens de operatie.
Eerst zeg ik dat het wel gaat maar als ik goed wakker word na een kwartiertje krijg ik een pijn in mijn borstbeen en darmen. Dat borstbeen deed zo verschrikkelijk zeer dat het precies aanvoelde of er een bijl in mijn middenrif zat geslagen. Het was niet uit te houden daar ik toch weet ik van mij zelf een zeer hoge pijngrens heb. Ze laten het bad vollopen met heet water om de pijn te verminderen.
"Pa ik trek het niet hoor het is niet te doen!" kijk ik hem verloren aan.
Waarop hij: "Tsja je moet er toch doorheen, wat ken ik nou doen?" beantwoord.
Ik overschrijd de pijngrens en af en toe val ik even een paar seconde bewusteloos om weer in dezelfde hel wakker te worden, God vervloekend dat hij me niet mee genomen had maar 'gematst'.
Met mijn vader naast het ligbad gezeten probeer ik mijzelf te verdrinken in het bruine ondergescheten water. Mijn vader trekt mij aan mijn haren omhoog en zeg dat ik niet zo raar moest doen.
De tweede keer laat hij mij echter begaan en kom ik zelf boven het rioolwater uit en zeg lachend als een boer met kiespijn dat dit ook niet te doen was vanwege het pijnlijke gevoel van het bijtende water in mijn neus en voorhoofdsholte wat brandde als de pest door de paar uur geleden verwijderde operatieslangen natuurlijk.
"Ja natuurlijk doet dat zeer," beantwoord hij sjacherijnig en wanhopig.
Ik probeer het voor de zekerheid nog een keer. Mijn vader roept er iemand bij en legt de situatie uit. "Dit kon zo niet doorgaan."

Met paracetamol en antibiotica houden ze me nog net in leven maar voor hoelang. Omdat het een privé kliniek was hadden ze zeer onhygiënisch vloerbedekking overal liggen. Mijn kamer hebben ze tot twee keer toe opnieuw moeten stofferen daar ik vanaf mijn bed zo twee meter verder tegen de muur aan scheet. Alles zat onder de stront. Een pijnlijk aanhoudend gevoel of ik een familie egels in mijn buik had logeren. Ik hield niets binnen en het infuus word weer aangesloten, met zakjes water met daarin een zoutoplossing. Maar mijn borstbeen was het pijnlijkst. Elke ademhaling een klap met die bijl en daartussen door een zacht cirkelzaagje. Ik heb diverse nachtzusters en broeders letterlijk onder gescheten. De tweede nacht probeer ik een nachtbroeder om te kopen, een Pakistaner wat bijna lukte met de tweehonderd gulden die ik bij me had. Dit om de buitendeur te openen en mij te laten ontsnappen. Als dit niet lukt sluip ik om een uur of zeven uit mijn bed en gooi een in de gang staand bakje door de glazen ruiten van de voordeur welke samen met de glasscherven neer viel op het trapje en daarna stoep. Bebolhoede en parapludragende heren springen verschrikt opzij. Gelijk stort ik in elkaar van zwakte en word opgevangen door de zwarte broeder die was geschrokken van de knal.
De glaszetter was al geweest voordat mijn vader de derde morgen om tien uur langs kwam en ik moest de dokter die mij hielp, Dr Gary Marshall beloven om niets te vertellen omdat hij het al zo zwaar had gehad.
Na de vierde dag word besloten dat ik niet langer kan blijven in de kliniek vanwege de extra kosten die ik maakte, maar ook is duidelijk dat ik nog niet terug kan naar Nederland op deze manier. Besloten word dat ik word verhuisd naar een aanverwant ziekenhuis in Sussex.

 


Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Basefree










Basefree

Eén slag de bal gemist, gevangenis volgt
Eén wijd niet geslagen, rustig aan gedaan
Raak vliegt hij over de muur, paranoïde als altijd
Rennend van base naar base, het geld najagend

Een homerun, mensen bang ontwijkend
sliding makend door de eigen psyche
Zichzelf zwerend
nooit nooit meer.

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 09:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Israël H2 d9 Volle maan verhalen








Israël H2 d9 Volle maan verhalen


De volle maan zo groot als een luchtballon op tien meter afstand houd ons op de been. Sterker nog hij of trekt ons aan waardoor we blijven lopen richting de geelwitte bal met wazige blauwgrijze vlekken die afwisselend donkerder en lichter zijn. Met open monden luchthappend die snijdt in onze verdroogde kelen, lopen wij als zombies met de ogen naar boven gedraaid op duistere krachten richting deze bal. Het zou nu ongeveer elf uur 's avonds zijn schatten wij in, nog steeds hadden wij geen teken van leven gezien op een lang gehuil van een coyote of wolf na waar ik van baalde dat ik mijn steen waar ik de hele dag had mee lopen zeulen een paar kilometer terug had weggegooid.
 
"Weet je nog Stef, bij dat Rabbihotel aan het meer van Gallilea?"
Vraag ik naar de bekende weg, de stemming er een beetje inhoudende, er van overtuigd te zijn dat ons laatste uur of uren geslagen hadden.
"Zo dat was wat, helemaal overspannen joh die gasten," grinnikt hij terug.
"Dat was ook weer rennen geblazen, hoe komt dat toch dat echt alles verkeerd gaat?" vraag ik hem, waarvan ik het antwoord al wist omdat zeker was dat hij dat ook niet wist, hoe had hij daar een antwoord op kunnen geven?
We waren daar terecht gekomen na onze vlucht uit Nir David toen ene Amichay ons de kogel van de politie, M.P. en het leger beloofd had na wat akkefietjes tussen ons.
Er was een hotel aan de oever van het meer gezet ten waarde van vijfentwintig miljoen dollar en het was net klaar. Precies op de plaats waar Jezus over het water was gelopen en tweehonderd mensen van vijf broden en vijf vissen had laten eten en nog veertien manden over had ook. Wij hebben dat ook nog geprobeerd over dat water lopen maar zonken als een baksteen. We waren het er dan ook over eens dat het vast een geschiedenisfoutje was in de Bijbel en dat ze hem gewoon hadden zien drijven in de Rode Zee waar zoals u weet niets zinkt vanwege het hoge zoutgehalte. Weer een raadsel opgelost volgens ons.
 
Wij mochten werken in de keuken als servies en besteksorteerders die gewassen en gedroogd uit een zeer grote afwasmachine kwam op een lopende band. We kregen als vergoeding kost en inwoning en vijftien shekkel per week wat niet veel was maar de kamer die we kregen, was normaal gesproken vijfhonderd Amerikaanse Dollars per dag en zij verzekerde dat dit alleen weg was gelegd voor zeer rijke vooral weer Amerikaanse Joden die hier naar dit bedevaartsoort kwamen. Dus we mochten niet klagen, het was zes uur op en af dag en nacht. De allereerste ploeg toeristen zou de volgende dag aankomen en iedereen was dan ook zeer bedreven. Het was zaterdag (Sabbat) en het vlees werd ingezegend en daarna buiten gegrild door een paar Rabbi's, wat heel vreemd was om te zien. De kamer was volautomatisch in de grootste zin van het woord en dat in het jaar negentienzesentachtig. Er zat een grote afstand bediening aan het bed war je echt alles op kon regelen, alles, zelfs de koelkast in je kamer kwam als een robot naar je toe gereden als je op de juiste knop drukte. Deed je dit niet begon je bed te vibreren of gingen de gordijnen open en dicht en probeer dat maar weer eens recht te zetten met je stoonte hoofd. Aldus wij hadden nog nooit van kosher gehoord, ja wel gehoord maar niet echt wetende wat het inhield. De pleuris brak dan ook uit toen wij niet door hadden, waarschijnlijk niet goed geluisterd naar de uitleg van keukenchef toen wij per ongeluk een van de borden die gekleurde cirkels bevatten zoals rood geel, blauw, groen en bruin wat inhield bijvoorbeeld dat de rode borden alleen voor het vlees gebruikt mochten worden, de gele voor de zuivel enzovoort. Dit in verband met de schepping der aarde, vernamen wij achteraf. En zou het een zonde tegenover God zijn dit te mixen en zou je daar ziek van worden. Nou als ik ergens in de wereld een paar bleeksmoelen heb gezien waren het wel Rabbi's. In en intens wit die mensen, griezelig gewoon. En dan nog in het zwart gekleed.
 
Wij aan het werk, wat om de tien minuten gecontroleerd werd door de keukenchef. We werden gek van hem met zijn grote mond want het moest sneller en sneller want: "De toeristen kamen eraan."
Hij fokte ons op en er kwamen op een gegeven moment één of twee borden, waarschijnlijk een paar blauwe tussen de groene omdat dit nogal op elkaar lijkt. De chef begon te gillen en schreeuwen en probeerde ons narennend te slaan met een Spaanse mop verklarende dat ze het nu hele Hotel moesten ontsmetten omdat wij de kosherwet gebroken hadden en dit nooit meer konden doen vanwege tijdgebrek en zouden de toeristen moeten onderbrengen ineen ander Hotel wat hun tonnen zou kosten.
Na enige rondjes om het Hotel, hij haalde ons never nooit niet natuurlijk daar wij wel wat rennen gewend waren vanwege ons junkieverleden waarin wij als een team opereerden. Toen we zeker wisten dat ook de chef buiten adem was en hulp was gaan halen om ons te lynchen of verrot te slaan sneakten wij onze kamer in pakten onze spullen en verdwenen, de Rabbi's vervloekend. Toch een anderhalve dag volgehouden maar geen loon aan over gehouden wel een goed gevulde maag en een nieuw avontuur.

"Wat dacht je van die keer bij die kibboets die ten Noord-Oosten van Haïfa ligt?" Vraagt hij mij.
"Zo dan!" "Dat was ik alweer vergeten," antwoorde ik.
"Wilden ze daar nou echt dat we omgerekend voor éénguldenvijftig
per dag sinaasappels plukten?" "Met een Uzi mitrailleur op ons rug?"
Zal het nu nooit meer vergeten dat wij vanuit Tel-Aviv een briefje meekregen van het Kibboetsarbeidsbureau met een adres erop en twee buskaartjes.
Na een rit van zo'n drie uur kwamen wij aan in de inmiddels donker geworden Kibboets waar wij vernamen dat we 's morgens om zeven uur moesten beginnen met sinaasappels plukken met behulp van een mechanische kraan met een bakje eraan waarin wij konden staan. "Oh leuk antwoorden wij."
Of we wel een uurtje eerder klaar konden staan vanwege wat schietlessen. "Schietlessen?" Keken wij elkaar aan.
"Ja er zaten nogal wat 'snipers' vanuit Libanon, hier in de heuvels die het op ons voorzien hadden."
"En dan moet je wel terug schieten," zij hij doodgewoon.
 Waarop wij 'doodgewoon' zeiden dat hij naar de hel kon lopen met zijn ene shekkel per dag en zijn teringsinaasappels en vroegen of hij wel goed spoorde, waarop wij ons omdraaiden en verdwenen in de nacht. De slagbomen van de kibboets achter ons latend. Nog net de laatste bus naar Tel-Aviv terug konden nemen om naar het arbeidsbureau te gaan en deze even goed de waarheid vertellen en dat zij ons niet maar zo konden fukken.

Terwijl we dit soort verhalen omhaag haalden liepen wij om beurten achteruit dit om de weg waarop wij liet met nog steeds recht de woestijn en links de zee en andersom natuurlijk als je achteruit liep.
Tot Stef mij in mijn zij prikt met zijn elleboog.
"Frans zie jij dat ook?"
"Wat?"
"Nou daar in de verte," wees hij achter mij daar het zijn beurt was achteruit te lopen.
"Ik zie niks, je zal het je wel verbeelden met je blinde muil," zei ik.
"Nee kijk, dan is het er wel en dan weer niet," antwoord hij.
Ik gooi mijn rugzak neer ging erbovenop zitten om eens goed te kijken. Hij had gelijk. Er waren twee kleine stipjes, lichtjes die er af en toe waren en dan weer verdwenen.
"Een UFO?" dacht ik hardop geen andere verklaring te hebben.
Heel lang wachten wij in spanning, eerder bang dan hoopvol.
De lichtjes werden groter maar bleven verdwijnen om daarna weer terug te komen.
"Ik weet het," riep Stef. "Het is een auto of zo, kijk de weg golft!"
"Krijg nou wat, je hebt gelijk, zou die stoppen?" "Godverdomme had ik nou die steen nog maar!" "Voor het geval hij niet stoppen zou."
"Dan had ik hem gewoon door zijn voorruit gegooid!" Ja, wat moet je dan? Doodgaan?

Het was maar goed dat ik de steen niet had.
De lichtjes werden lichten, die dus dan weer wel dan weer niet te zien waren, tot er daadwerkelijk ook iets van een auto bij verscheen. Dat wil zeggen een prachtige witte sportwagen!
Wij zwaaien en schreeuwen langs de kant van de weg daar hij met een gangetje van zeker hondertachtig km. per uur aan kwam scheuren. 
Hij reed kei en keihard door, een flard harde muziek verdween en zag ik in mijn gedacht de steen die ik niet meer had de achterruit en achterhoofd verbrijzelen van de bestuurder, waarop wij het lijk zouden begraven in de woestijn en ik daarna plaats kon nemen achter het stuur. Survival of the fittest!
Als de wagen zo'n honderd meter ons voorbij is gesneld moest hij aan de handrem getrokken hebben want hij maakte een spin in het zand langs de weg van wel drie rondjes en kwam als een ronkend Christine uit Stephen Kings film héél langzaam naar ons toe gereden. Griezelig gewoon. De muziek werd uitgezet. Alleen de brullende motor restte, die af en toe met de koppeling ingedrukt hard brulde alsof hij ons op ging vreten of doodrijden.
Vluchten had geen zin. We waren overgeleverd aan dit roofdier.
De kleppen van de mistlampen gaan open en dicht en schijnen in ons ogen waardoor we verblind worden.

Nu bleven zij aan en een deur gaat open. Er stapt een gozer uit van onze leeftijd die vraagt:
"What the fuck are you doïng here? Do you speak English?"
"Nou en of, we do! Snel pakken we ons rugzakken en rennen naar de auto die op zo'n twintig meter van ons af stond.
De kofferbak klikte automatisch open na een handeling van binnenuit, wij droppen onze rugzakken erin en lopen naar de deuren.
"Stef ga jij maar voorin zitten met die lange klauwen van je."
De stoel klapt naar voren en ik neem achterin plaats, nogal krap maar was dolblij.
"Thirsty?" Vraagt de jongen. Wij leggen hem alles uit en hij begreep dat hij ons leven gered had en vroeg lachend of we een koud biertje wilden. "Zit hij ons nou te dollen vraag ik Stef?"
Ik bedoel je mag overal aan komen behalve aan mijn biertje en aan mijn vrouw. Een slok water zou ik ook een moord voor gedaan hebben. Hij drukt op een knopje en uit de stoel voor me komt een kleine koelkast uitschuiven met verlichting erin waar ik blikken Amerikaans Budweisser bier zie staan.
"Bier!" "Bier!" Stef hij heeft bier!" "het is nog gekoeld ook!"
Roep ik in extase.
Ik behoef niet uit te leggen dat dat ons lekkerste biertje uit ons leven was en na een tweede zei de jongen dat we rustig aan moesten doen want we moesten nog vierhonderd kilometer.
"Vierhonderd?" Vragen wij verbaast, "Hoe kan dat nou?"
Als de zee van onze zijde verdwijnt begrijpen wij onze fout. Dit was de Rode zee niet maar de Dode Zee. We hadden dus nog een heel eind te gaan door de Negev. Er lag driehonderd kilometer woestijn achter ons en vierhonderd voor ons en daar hadden ze ons uit de bus laten stappen.
"Sigaartje?" Vraagt de jongen terwijl hij tweehonderd rijd en de muziek keihard aanzet met een nummer van Queen: "I want to break free," welke we keihard mee zitten te zingen staand met een bier in mijn handen en sigaar in mijn muil met mijn bovenste helft uit het open dak met mijn verdroogde en verbrande gezicht in de keiharde wind, waardoor ik sigarenas in mijn ogen kreeg.
"It's strange but it's true," klinkt er uit de luidspeakers.
 



 

 

   

 

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 08:44 Reageer op dit bericht Stuur door

Israël H2 d8 Beer-Sheba--Negev






Israël H2 d8 Beer-Sheba--Negev

Na enige informatie wisten wij dat we met een bus via Beer-Sheba naar Eilat konden reizen, een vakantiestad aan de Rode Zee. Dit om eventuele calamiteiten in de Westbank te vermijden.
Na alle consternatie vonden wij dat we wel recht op een vakantie hadden. Dat God het niet zo zag is een ander verhaal. Bij deze.

We hadden de whisky zo goed als allemaal verkocht aan een persoon wat de broer had kunnen zijn van degene waar we het van gestolen hadden. Nou gestolen? Meer als boeteverzoening hadden aangenomen zullen we maar zeggen. Na heel voorzichtig bij de oude muur wat hasjiesj gerookt te hebben en de bus eindelijk vertrok vielen wij al snel in slaap in de verroeste bus met alweer geblindeerde ramen. Wel viel ons nog even op dat het weer heel ander volk was als in Tel Aviv en Jeruzalem. Er zaten nu ook nomaden tussen. Pikzwart groot sterk en heel vriendelijk in zwarte tulbanden en jurken. Je zou toch zeggen dat zwart de warmte aantrekt? Na enig navragen kwamen we er achter dat dat inderdaad zo was maar hun lichaamstemperatuur lager was dan de woestijn met zo'n vijfenveertig in de schaduw, om over het zonnetje nog maar niet te spreken. En die dragen dat al zo'n achtduizend jaar die Egyptenaren dus weten ze echt wel waar ze over praten.

Als we wakker worden rijdt de bus door een zandige stofwolk op een soort van nederzetting aan wat er uit ziet als een groot wit vierkant Amerikaans tankstation omgeven door een grote waaierige zandvlakte met allemaal kleine winkeltjes er in op een westernachtige manier. Het bleek de busterminal van Beer-Sheba. Als dit het station was waar was dan de stad. Er was verder geen fok te zien.
Wij stappen uit en regelen een broodje fallaffel en kopen een kaartje Eilat voor omgerekend zo'n veertig euro. Niet duur als je nagaat dat we nog zevenhonderd kilometer moesten rijden door de Negev woestijn.

We moesten drie uur wachten en maakten vast kennis met de droogte die Israël dus ook bezat. Om beurten liepen we naar zo'n tokootje toe om waterijs te kopen tot de buikpijn toesloeg en het maar voor lief namen. Ik had er geloof ik dertig op. Werd gek daar.
Eindelijk vertrekt de bus dan. Met ons alweer sufgerookte hoofd vergeten wij de bus in de gaten te houden en vallen in slaap tegen de halte, ruggelings tegen elkaar gezeten. Hadden we geen zitplaats. Zevenhonderd kilometer voor de boeg. Lekker bijdehand.

Het word erger als we het gebergte van de Negev doorkruisen met een en al haarspeldbochten. Hangend in de lussen aan het plafond, de rugzakken tussen ons onderbenen geklemd schommelen wij als gevilde varkens in een slachthuis aan een vleeshaak heen en weer.
Urenlang kwam er geen eind aan en vielen wij weer oververmoeid van het afkicken en balanceren hangend met ons hoofd steunend tegen onze armen met de polsen vastgedraaid in de buslussen in slaap.

Als het slingeren na een paar uur op houd worden wij vanzelf initiatief wakker. De haarspeldbochten waren verdwenen en reden nu op een rechte weg met links een azuurblauwe zee en rechts een honderd meter vlakke en daarachter een heuvelachtige woestijn.
De Rode zee dachten wij. Als wij urenlang rijden tussen branding en woestijn door stopt de bus bij een halte. Wij blij want we stonden al een halve dag en vragen aan iemand of dit de halte Eilat was. Ja zei de persoon en we trekken aan een touw wat een zoemer af doet gaan en een licht op rood zet en de bus stopt weer en wij  stappen uit. Als de bus met een dieselwalm in ons gezicht blazend achterlaat beseffen wij onze domme fout. We zaten letterlijk met onze pik in het zand want we stonden bij een paal met aan de ene kant dus de zee volgens ons de Rode Zee en aan de andere kant de woestijn en een lange weg die geen auto's verwachte de eerste uren of zelfs dagen. We begonnen hem te knijpen. Wat een pleurisvent met zijn 'ja' je bent er. En wat ontzettend dom van ons. We hadden niets te drinken meer want de whisky was intussen ook verzilverd en niets te eten. Daar stonden we dan met onze rugzakken in het zand met de zon brandend op onze kop.
Woestijnverhalen uit films, boeken en strips komen naar boven en wij wisten zeker dat we ten dode waren opgeschreven naar mate de uren verstreken. Zaten er hier wolven, hyena's? We waren geen van tweeën op de hoogte van de biotopen in de woestijn. Mensen waren er in ieder geval niet.

Als we nou onze kaart van Israël niet in repen hadden gescheurd onderweg vanwege onze diarree hadden we een beetje kunnen kijken waar we ons bevonden, al zou dat op zich weinig opschieten in deze toestand. Met Stefs Zwitserse zakmes waar ook een klein zaagje in zat, stonden we van de ellende onze broekspijpen af te zagen. Wat een hitte. In ontbloot bovenlijf en een in de zee nat gemaakt T-shirt op ons hoofd beginnen we maar richting te lopen waar we de bus bij ons vandaan hadden zien rijden. De minuten werden kwartieren, de kwartieren uren en het lopen werd waggelen.
Zeewater is trouwens niet te drinken en we hadden geen plastic en brandhout om het eventueel te destilleren. Ook hadden we gehoord dat het stierf van de haaien in De Rode Zee dus van een verfrissende duik was geen sprake en in onze hallucinaties zagen we bij enkeldiep al de haaienvinnen op ons af komen bij bosjes wat op zich onmogelijk was want we liepen niet aan de kust van de Rode Zee maar van de Dode zee kwamen we later achter.. Wij dachten in ieder geval wel dat we langs de Rode zee liepen en hadden van onze vrienden in Nederland gehoord die ons Israël aanbevolen hadden dat je maar tot je knieën het water in hoefden te lopen en flink te stampen en dan zag je hele scholen aan komen rukken zei ene Ger een vriend van ons. Dus wij niet verder als enkeldiep proberend wat water op elkaar te gooien zonder opgevreten te worden. Nou we zaten alleen onder het zand en zout wat nog meer beet in onze verbrande schouders en gezicht. Ook onze broekspijpen afknippen bleek geen goed idee want onze benen leken op de poten van een gekookte kreeft. Ik zei dan ook toen we op een gegeven moment dat we meer van links naar rechts liepen dat ik het bijltje er bij neer gooide en ging op de weg liggen met mijn hoofd op mijn rugzak. Stef ging een stukje verder in hurkzit zitten en vroeg tot mijn verbazing of ik een foto wilde maken met de door hem geregelde wegwerpcamera.
"We gaan dood en jij wil een foto?" Vroeg ik.
"Daarom juist," was zijn argument, waar ik niets op te zeggen had en maar verrot opstond en een foto klikte. Ook maakte hij van mij een foto stervend op de weg liggend.
Het liggen was niet vol te houden en ik wilde nog niet dood. We moesten in beweging blijven zei ik, anders is het game over.

De zon begon te dalen het werd koeler, de bergen en heuvels kregen de mooiste kleuren die je maar kunt verzinnen van paarszilver tot oranjegoud en alles wat er tussen in zit. Een sprookje zo mooi en al waren we uitgedroogd hadden gebarsten lippen waren verbrand en hadden een zonnesteek waardoor we over ons nek gingen en stond het bloed in onze schoenen, vonden we dat toch mooi.

Als de zon onder is word het ineens stervenskoud en lopen we te bibberen. Dan ineens verschijnt de maan. Zo groot dat we hem dachten te kunnen pakken. Dit kwam natuurlijk omdat we op de evenaar liepen. Zo groot als een muur, prachtig gewoon. Betoverend.
Nu we het zo koud hadden vroegen we af wat beter was de hitte of de kou?
We lopen af en toe een kilometertje en rusten dan. Er kwam maar geen auto bus of vrachtwagen of Jezus zelf op een ezel voor ons part, niks. We begonnen over roofdieren te praten en ik vond een steen die ik bij me hield want ik hoopte daar juist op dan kon ik proberen zijn kop in te gooien om hem daarna leeg te drinken. Ik stierf van de dorst.


 




Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 19:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

↑ Terug naar de berichten