Naar de inhoud

Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

Veel leesplezier, voor evt uitgevers en bestellingen http://www.writehistory.be/?p=store
akke.beakke.be
Contact op franciscusborst@hotmail.nl

Archief

Ochtendrood






Mijn ogen lichten smaragdgroen
in het licht van de volle maan
De zwarte haren veranderen
in een donkerblauwe vacht

Grazend met wit omlijnde Bambi ogen
niets vermoedend van aanwezigheid
Afzettend door ruisende bladeren
jammerlijk geluid na een korte sprint

Ik sla klauwen in haar zij en hals
bijt de tanden diep in haar strot
Wervels kraken, een keer schudden
bloed proeft zoet en loopt langs mijn kin

Nekspieren tillen boodschappen
het nest in waar vrouw en kittens
met honger wachten
Hijgend bezie ik hun feestmaal

Lik het bloed van mijn kin en klauwen
geeuw en ga slapen als het ochtendrood verschijnt

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 11:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Lachen

  






    Lachen

 

Het blijft mij verbranden
maar word geen as of stof
Slechts bloedblaren onafgebroken 
ettert het verbeurde langzaam door

Hemel en hel zien mij niet staan
alsof zij niet kunnen kiezen
Over dit stukje verdriet
lach ik maar met vochtige ogen









Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 10:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Indonesië: H1 d4 Anging Buleh / De Witte (blanke) Hond.










Indonesië: H1 d4 Anging Buleh / De Witte (blanke) Hond.

Als dorpsoudste met de bijnaam Pisaulima (Vijf messen betekenend, waarom heb ik nooit begrepen, werd mij niet uitgelegd en mocht er ook niet meer naar vragen) de deur open deed staat de lange magere Sumatraan met een witte Sari en een wit overhemd in de deur opening. Hij had een chocoladebruin gekleurde huid met het structuur van een oude zware schooltas en een gemeen scherpe snor onder vriendelijke en rustig maar koelbloedige ogen. Hij leek sprekend op Averell van de Daltons maar dan met een kaarsrechte rug. Dat hij het nodige meegemaakt had stond op zijn gezicht getekend en was daarom waarschijnlijk benoemd als raadsheer van de blokken (flats) twintig tot drieendertig. Hij had geen officiële functie maar zijn wil was wet, wat voor mij moeilijk te accepteren was daar ik hem met een hand dubbel zou vouwen als het moest. Des zenuwachtiger was ik geworden door zijn 'verplichte' uitnodiging.

In het lijzige Bahasa Indonesia vermengd met wat Jakartaanse straattaal begint hij langzaam maar zeker zijn verhaal te doen.
Hij vraagt mij hoelang ik nou in de flat woon waarop ik hem schuin aankijk daar hij dit donders goed wist. Tot op de minuut af zelfs, hij had het zelfs genoteerd staan ergens in een klein zwart boekje waarschijnlijk. Ik begin met één mondhoek naar beneden te lachen. Niet naar de bekende weg vragen blikte ik naar hem. Nerveus reikt hij mij een open pakje sigaretten aan om er één uit te pakken, wat nogal iets is in Indonesië daar het sterft van de armoede. Ik pas ervoor wat daar ontzettend beledigend is, waarop hij ietwat verschrikt reageert, heel kort maar onmiskenbaar en ik had het gezien en hij wist het. Hij fronst zijn wenkbrauwen. Of je nou wel of geen honger of dorst hebt of rookt. Nee is taboe.
Hij vervolgde: "Het zit zo," met zijn handen langzaam zwaaiend zijn verhaal begeleidend: "Sinds jij hier woont, (een diepe zucht) werken jouw vrienden niet meer, (iets kleinere zucht) waaronder Domingues, Franky, Jaya..."
"Ja, ja," brak ik hem glimlachend om die naam af.
"En?" Want anders kreeg ik nog een naam of acht op mijn brood en ik verwachtte niet veel goeds.
"Hun vrouwen Francis, pfff, hadoe, hoe moet ik je dit nu vertellen?" Hij maakte nu even kort maar krachtig het geluid van een krolse kat anders kan ik het niet omschrijven.
Hij had het echt moeilijk en ik zag tranen in zijn ogen komen.
Ik kreeg meelij met de geharde man, er moest nogal wat aan de hand zijn. Ik ging naast hem zitten op de grond op de rieten tikar (mat) en slaat een arm om zijn schouders en zeg dat hij zich niet zo druk moest maken en mij alles kon vertellen. Hij knijpt met duim en wijsvinger in zijn ooghoeken en zegt dat hij hoofdpijn van de situatie heeft.

"Francis je moet weg." Zegt hij met zijn waterige maar strenge ogen mij aankijkend.
"Verhuizen!" "Er is geen andere weg."
"Weg?"  "Waarom?" Dit vond ik echt lauwtof nieuws.
"Francis, ik ben verdrietig maar ook blij omdat ik altijd alles te horen krijg dat weet je."
"Wat is er met hun vrouwen," van boosheid op mijn bovenbenen slaand daar ik in hurkzit zat.
"Ik zweer het je Pisau ik heb er geen één gepakt, zo ben ik niet dat weet je toch, wie zegt dat?"
Hij lacht, de viespeuk die er bekent stond dat hij het constant flikte als ze alleen thuis waren.
"Nee dat niet, was dat het probleem maar, ze hebben een potje gemaakt."
"Een potje, wat voor potje?" Vraag ik minnetjes.
"Ik weet dat je voor niemand bang ben Frans maar ze hebben een moordenaar ingehuurd en het is mijn taak dat jou niets overkomt."
"Ze hebben al een half jaar gespaard en een half miljoen Rp. met zijn tienen betaald, ik weet alleen niet aan wie en al had ik het geweten dan had het nog niet opgeschoten want vanaf dit moment ken jij niemand meer vertrouwen." Met de nadruk zwaar op niemand.
"Ze werken nooit alleen zie je, je eigen bediende kun je nu zelfs niet meer vertrouwen en je moet eten, begrijp je wat ik bedoel?"
"Nou dan ontsla ik ze toch ik vreet wel buiten de deur."
Ik begreep maar al te goed wat hij bedoelde met die gifmengers daar.
"Francis," probeert hij met moeite kalm te blijven maar begon steeds witter weg te trekken.
"Je moet ook slapen en er komt een onbewaakt moment dat je de lul bent, ik kan ook niet vierentwintig uur wakker blijven om je te beschermen," verontschuldigd hij zich.
"En eerlijk gezegd moet ik ook nog net doen dat ik aan hun kant staat."
"Weet je hoe ze je noemen Francis?"
"De witte hond," beantwoorde ik. "Nou en?"
"Francis ik heb ook vernomen dat je in Priok, Kramatonga, Blok M,
en Jakarta Centrum gezocht word."
"Wie ik?" De onschuld zelve spelende.
Ik had overal bonnen staan van omgerekend in honderden guldens had me zwaar misdragen, gevochten en zelfs mensen overvallen werd me verteld.
"Jij bent toch de Witte hond?"  "Mm,"antwoord ik.
"Er word niet alleen in Oost Jakarta over je gepraat, sterker je word haast in heel Jakarta gezocht."
"Waarom ga je niet naar je vader toe, die is toch verhuist naar Cikampek?"
Een stad die honderd kilometer buiten Jakarta ligt, en dus zeer droog op mijn brood viel. Jakarta was mijn thuis.
"Ga daar naar toe, daar ben je veilig!"
"Ga je spullen maar inpakken."
Met open bek pak ik nu toch maar een sigaret aan en keek uit mijn ooghoeken naar de twee vensters door de vitrages naar buiten of er iemand mij stond op te wachten.
"Pintyam pisau Pisau?" "Leen me een mes Mes," daar dit toch zijn bijnaam was.
"Ah begitu!"  "Ja zo!"  Zegt hij opgelucht en pakt uit de kleine keukenla een ouwe verroeste maar scherp geslepen klewang. Ik hoefde nu alleen twee verdiepingen omhoog om mijn zooitje in te pakken om vervolgens mijn bediende te ontslaan en daarna geruisloos zien te verdwijnen uit de Flatwijk Pulomas. Het liefst geheel ongeschonden natuurlijk. Ik geef Pisaulima een pluk wiet een stevige handdruk en bedank hem voor het slechte nieuws en nam afscheid.
"Leg jij het de jongens uit?" Vraag ik hem.
"Bij Domingues ga ik zelf wel even langs."
"Doe dat nou niet jongen," vraagt hij geschrokken.
"Pisau mond dicht ik heb geen keus, hij is mijn maat."
 "We sterven voor elkaar en als dat nu gebeurt gebeurt het maar."
"Hadoe branie...," zegt Pisau.
"Niks branie!" "Niet meer dan normaal!" "Nou de mazzel."

Met mijn rug tegen de muren van het trappenhuis de deuren in de gaten houdend, loop ik naar boven en regel mijn zaken terwijl ik af en toe terug naar de voordeur loop om te luisteren of er zich niets afspeelde in het trappenhuis wat mijn kop kon kosten. Eenmaal alles kant en klaar, sluip ik door de smalle steegjes tussen de flats naar Blok zevenentwintig waar Domingues woonde, die niet thuis was. Balen! Zijn boer Franky, die ook al in een scheiding zat net als de andere helft van de woonwijk door mijn toedoen, depressief op bed lag nam verbaast het nieuws in zich op. De stakker wist niet dat zijn eigen vrouw meebetaald had om mijn nek af te snijden en dat hield ik zo. Hij geloofde me niet dat ik weg ging en ging weer slapen.
"Je bent gek," zei hij hard lachend voor zijn gezicht weer op balen-stand veranderde en zich omdraaide in bed.
Ik schreef in het kleine huiskamertje een brief aan Domingues in het Nederlands daar zijn oma Nederlands sprak, dit niemand iets aan ging, stopte deze bij Franky in zijn kontzak en gaf de geleende pen terug aan zijn vrouw die boog en mij schijnheilig breed toelachte en nam afscheid. "Selamat semuanya!" Mazzel allemaal!
Ik sloop weer terug naar mijn flat en liet mijn bediende een taxi voorrijden tot pal voor mijn deur wat normaal verboden is voor mensen die niet in de wijk wonen. Maar ik gaf vijfduizend Roepia extra mee voor de portier
bij de slagboom om te kopen en beloofde haar er nog eens vijf als ze daadwerkelijk terugkwam, wat ik zeker wist want ik hield haar enigste bezit, een klein plastic tasje met voor haar van waardevolle spulletjes zoals kleding, sieraden en make-up voor de zekerheid bij me. Ik vertrouwde haar gek genoeg wel, en vertelde haar het verhaal, waarop ik hoorde dat ze het al wist. Die bediendes (berbantus) weten alles, die lullen alles aan elkaar door. Kwaad vraag ik waarom ze me niet gewaarschuwd heeft.
"Ik weet het pas sinds vanmorgen," zegt ze geschrokken.
En dan bedoelen ze zes uur 's morgens. En het was nu één uur!
Nee echt vlot waren ze daar niet allemaal, helemaal niet. Maar ze was voor haar doen, binnen een uur, vrij vlot terug met een taxi en dat voor tien minuten lopen naar de weg?
Ik stond achter de gordijnen te gluren toen hij aan kwam rijden, rende met de klewang in aanslag, mijn Samsonite koffer de trappen afgooiend naar beneden om mijn handen vrij te hebben bij een eventuele aanval. Terwijl de chauffeur hem in de achterbak van de taxi legt, liep ik naar de deur van Pisaulima en sloeg de klewang met een harde klap in zijn deur die vibrerend bleef steken. Net voor ik mijn deur van de taxi dichtslaat zie ik Pisau verbaast naar het hakmes in zijn deur kijken, draai mijn raam open en zeg: "I'll be back!" Met het accent van Swartzenegger, en geef hem een saluut van een soldaat met een vette knipoog. Met open bek en handen in de zijde kijkt hij mij met geknepen ogen tegen het zonlicht in na.
"Toeter eens," beveel ik de chauffeur. Kort claxonneert hij even.
"Nee ingedrukt houden tot aan de weg!" "Tot we de wijk uit zijn!"
Hij kijkt mij niet begrijpend aan in zijn achteruitkijkspiegel en als hij stopt met claxonneren geef ik hem een tik op zijn schouder: "Turus!" dat hij door moet gaan.
"Ya pak," zegt hij.
"Mau kemana pak?" Vraagt hij waar ik heen wil.
"Stasion aja!" Doe het station maar!
Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Indonesië H1 d2 Flat Pulomas (bijnaam: Pulau Mas/Golden Island)










Indonesië H1 d3 Flat Pulomas (bijnaam: Pulau Mas/Golden Island).

Na niet al te gek lange tijd, ongeveer een weekje stappen met mijn nieuwe vriend Domingues de taxichauffeur, nam hij mij mee naar zijn gezin. Had deze boef een gezin? Jazeker, en hij had met mij een week lang feest lopen vieren in de meest extreme zin van het woord.

Ik stelde mij voor en schaamde me, des te meer zijn Manadonese vrouw, welke trouwens de mooiste dames zijn in Indonesië want je hebt daar nogal wat verschillende eilanden en rassen, aardig en ontzettend knap en bovenal heel erg lief bleek te zijn. Zij werkte achter de Balie in het Hilton van Jakarta. Ik was weer eens verliefd.
Maar zij was sinds kort in blijde verwachting en nog iets anders wat veel essentiëler is: ik ben geen matennaaier. Hij bleek vlak achter de woonwijk kampong Ambon te wonen waar ik heel erg kort bij mijn vader verbleven had, in Oost Jakarta (Jakart-Timur).
Domingues' woonwijk heette Pulomas wat op het bord was doorgestreept met behulp van een fel lichtgevende verf uit een spuitbus, met daaronder de tekst Pulau Mas, 'Golden Island'. Het geheel bestond uit drieëndertig flatjes die dan ook genummerd waren als belok één, belok twee enzovoort.
Domingues woonde in belok tweeëntwintig. Ik had al iets van mijn vader gehoord over deze buurt en dat was in zijn ogen niet veel goeds, en één van zijn zakenpartners voormalig Generaal van Indonesië en tegenwoordig Politiecommissaris van heel Jakarta met zijn vijfenvijftig miljoen inwoners, wilde het liefst de hele boel plat bombarderen. Zo wat had die man een hekel aan Pulomas. Er bleek voor een voor Islamitische staat (tweeënnegentig procent) geen ruimte te bestaan voor een in hun ogen Sodom en Gomorrah gebied.

Ik had het naar mij zin daar elk flat bleek zijn specialiteiten te bezitten. Er woonde acteurs, actrices, fotografen, fotomodellen, hoeren, flikkers, alles wat met showbis te maken had en vooral heel belangrijk in die dagen pillen en wietdealers. Het was net of ik thuis was maar dan stinkend rijk en alles heel dichtbij de hand, behalve de Heroïne en Coke was niet te krijgen en dat was perfect want daar zat ik tenslotte niet om verlegen. Het was daar iedere avond feest bij iemand anders thuis. Ik zei het gelijk. Ik wil hier wonen!
Het duurde dan ook niet lang, een dag en het was geregeld. Ik ging eerst indekos wat in de kost betekende voor omgerekend negen euro per maand tot er een flatje leeg kwam te staan voor dertig euro per maand daar had ik drie kamers en een kleine badkamer voor. Dat wil zeggen één flat tussen blok twintig en de drieëndertig, want ik wilde wel een beetje bij mijn maat in de buurt blijven. Het duurde niet lang voordat ik in blok drieëndertig woonde, op mijzelf en ik was ingeburgerd tot een echte bewoner en een lid van de gang, sterker nog Domingues bleek de tussendealer van wiet, waar hij veel respect mee afdwong. En ik was zijn rechterhand wat ging de spullen ook samen met hem inkopen, bij ene waar ik de naam niet van noemen zal maar zijn codenaam was TBN. Zo waren er iedere avond feesten in flats met veel drank wiet en pillen en orgieën, en was het een beetje mat dan gingen we op stap met de oude Chevrolet Cherokee Jeep van een half blinde bestuurde Jaya genaamd. Dat was altijd spannend, vooral 'snachts met die blinde achter het stuur, niemand durfde dan ook naast hem te zitten maar gingen ze allemaal keihard lachend in de laadbak zitten. Ik was bijrijder.
 
Zo was het elke avond feest op onze parkeerplaats met de jongens en soms meiden maar niet te vaak, want dat hadden de jongens liever niet, want ze gingen wel allemaal vreemd maar allemaal twintig kilometer verderop, dus wilden ze ook geen slapende honden wakker maken. Ik was niet getrouwd had geen vaste vriendin, maar wel vijftien, en begreep het probleem dan ook niet in het begin. Over honden gesproken, de pillen van het merk bekka waar we iedere avond twee rolletjes van tien tabletten per persoon van opvraten, vijfentwintig ct. per rol, bleek achteraf obat anging gila te zijn, wat pillen tegen hondsdolheid zijn. Na maanden later begreep ik mijn bijnaam De Witte Hond dan ook beter. Ik dacht dat ze dat zeiden omdat ik overal opkroop. Uit jaloezie dus. Maar het moge duidelijk zijn dat als je uit een stad moet vluchten die net zo groot als Zuid-Holland is je het wel erg bont hebt gemaakt. Ik, beter wij want Domingues was zo niet nog gekker dan mij en had inmiddels ook zijn baan opgegeven, waardoor er zelfs een echtscheiding aan zat te komen. En hij was niet de enige met een echtscheiding op komst. Al mijn maten, een stuk of tien nam ik elke avond mee op stap. Hapje eten bioscoopje pakken en dan naar Sukabumi, naar de vrouwtjes van plezier. Nou er ging echt helemaal niemand meer naar zijn werk, de volgende dag. Als blikken konden doden waren het die van hun echtgenotes wel geweest. En dat maanden lang. En ik en Doom werden steeds gekker, van die hondenpillen natuurlijk. Ik was daar miljonair van mijn uitkering maar toch presteerden wij het de laatste week toch om zonder geld te komen zitten. Er staat mij iets vaags bij dat we bijvoorbeeld met een zwartgeverfd waterpistool toeristen stonden te beroven op de trap van discotheek Stardust, wat toen de grootste discotheek van Jakarta was, daar er konden wel tweeduizend mensen in konden. Of gewoon in een file mensen beroven. Beesten waren we. Puur en puur a-sociaal. Nee aan het stappen kwam geen eind, dacht ik tenminste. Op een gegeven moment werd ik na de verkiezingen bij de 'dorpsoudste' van de flats geroepen die met mij wilde praten over iets belangrijks.
 
De verkiezingen die trouwens ook een rel op zich waren en zijn, want de mensen worden dan ineens verdeeld en heel erg agressief. Dan zijn er vijf partijen met ieder hun eigen kleur. De witte is de Islamitische, de rode de democratische met als lijsttrekker de dochter van Sukarno die Suharto wilde verstoten, de groene partij voor de boeren, en de zwarte partij weet ik niet meer, en dan had je heel slim de gouden partij van president Suharto die heel vaag een embleem had met vier vakken erin waar die andere vier partijen in stonden, zo van als je twijfelt neem mij dan. En dat met goud omlijst, het Panca Warna systeem, (het kleuren allerlei systeem). Het zijn allemaal twijfelaars daar dus dat was APK gekeurd voor Suharto, jaar in jaar uit. Nou was die verdeeldheid ook in Pulomas. Er waren zoals ik al eerder zei drieëndertig blokken en die waren verdeeld in vijf territoria, Sumatranen, Javanen, Manadonezen, Chinezen en ik woonde bij de Ambonese blokken. De rest van het jaar heel Pulomas dikke vrienden, maar nu als we 'savonds met elkaar stonden te babbelen of op de motorkappen zitten op onze parkeerplaats, waren wij allen in een rood T-shirt en een rode doek om ons voorhoofd.

De klewangs (kapmessen), knipmessen, bijlen en mijn Samoeraizwaard lagen in de greppel achter de auto's voor een eventuele aanval. We waren al een keer eerder verrast door de zwarte partij, de avond ervoor en toen hadden wij moeten rennen en waren er twee goede gewonden onder ons gevallen. Maar nu stonden we heel schijnheilig te blowen en allemaal naar beneden te staren, net doen alsof ze ons weer konden pakken. Maar we hadden vier man op elke hoek van ons gebied gezet, waarvan er één dan ook al snel kwam vertellen over zijn teenslippers struikelend, dat ze er weer aankwamen. Een hoop ijzer gekletter ging snel rond en iedereen had zijn wapen verstopt achter zijn rug in de auto met open raam of simpel op de bumper of onder de auto.

Op het moment dat het geschreeuw van de zwarte groepering ons benaderde en ons in bonken denkt te kunnen hakken, pakken wij ons gereedschap vliegensvlug en volgt er een denk ik zo'n vijf minuten lange veldslag als zoiets in 'Braveheart' en ik kan u vertellen, dat is een rush hoor! Alles wat zwart gekleurd was kapte en hakte ik om mij heen al rennende met de blinde woede van de laffe aanval voor ogen van de avond ervoor en die twee creperende jongens die opgesneden in het riool hadden gelegen, en die we hadden verbonden.
Dendam! Dendam! Schreeuwen wij wat wraak betekent. Nu renden zij voor hun leven, voor sommigen echter te laat. Ik en Doom renden voorop hakkende en ontwijkende om daarna ook nog eens hun achterna te rennen toen ze al lang uit ons territorium verdwenen waren om nog een paar flinke halen over hun rug te kappen. We hebben ze heel Pulomas uitgejaagd en de rest van de verkiezingen hebben wij dan ook van niemand meer last gehad. Er werden zeven man weggevoerd met de ambulance, is ons verteld. Het moge duidelijk zijn dat wij niet op een onderzoek stonden te wachten.
 
Ik was de volgende dag jarig maar had daar geen flauw benul van. Er werd op de deur geklopt ik ben direct klaar wakker, pak mijn naast mijn bed gelegen zwaard en ging achter de deur staan, en vroeg mijn bediende de deur een klein kiertje open te doen want het was zo vroeg en dat op zondag, tien uur pas er klopte iets niet.
De deur gaat op een kier en ik zie mijn bediende schrikken dan spring ik in een tot mijn knieën afgeknipte gerafelde spijkerbroek met ontbloot bovenlijf wat onder de krassen en sneeën zit met een rode Ramboband om mijn voorhoofd en wilde ogen in mijn kop voor de deuropening om het daar zijnde hoofd met een schreeuw af te hakken. Staat mijn vader voor mijn neus met zijn vrouw en een cadeautje. Ik kan nog net op tijd de slag inhouden tot net boven zijn kruin.
"Ga je mee, we gaan weer," zei hij teleurgesteld in mij tegen zijn vrouw.
"Hij is gek!" hoorde ik hun tegen elkaar zeggen toen ze de trap afliepen.
"Hij is in een beest veranderd." "Ik wil niet meer over hem praten," antwoordde mijn vader zijn vrouw.
Spierwit vertrokken zij, mij verbijsterd achterlatend en met een flinke kater. En ik moest nog wel bij de dorpsoudste op bezoek.
Ver weg was het niet want hij woonde in mij flat op de begaande grond, maar ik wilde een beetje reepresentabel voor de dag komen, al sloeg dat nergens op want hij hield me intussen al een half jaar in de gaten. Maar na dat akkefietje met mijn vader werd ik mij van mijn 'beestzijn' een beetje bewust. Mijn enige voordeel was dat hij corrupt was en ik voorzag hem dan ook iedere dag van een portie wiet. Hij had het gehad over een kwestie van leven of dood gehad. Mijn leven wel te verstaan. Wat nu weer? Als ik geluk zou hebben zat hij slechts zonder wiet, en was het een kutsmoes.
 
Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De chemotrein






De chemotrein

Door aders denderen chemometro's
over rode en blauwe banen, station naar station
pijnlijk misselijkmakend chlorixvervoerend
schakelen stemmingswissels om en kanker uit
vallende haren, tintelend brandende huid

Lachen met ingehouden tranen
elke stap is een te veel
elke minuut een uur
elk uur een jaar
Tik tak tik tak, zou het aanslaan?

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 04:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Rennovatio








Rennovatio

Siliconen borsten ingevlochten haren
geharste nagels botoxwangen en gelifte billen
Getatoeëerde wenkbrauwen geïnjecteerde lippen
geschaafde heupen een gebleekte ster

Als residenten klaar zijn met vreten
De begrafenisplaats een stortplaats
voor chemische bodemvervuiling
Macaber attractiepark met trampolines



Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 04:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Exit









Als mijn oogbal een appel was
en jouw vagina een klokhuis
Welke pit spoort er dan niet
jij gaf mij de verboden vrucht

Even was het de tuin van Eden
een hap veranderde het in de hel
De Golden Delicious gegroeid
sloeg het uurwerk kapot en stopte de tijd

Even lag ik eenzaam in een kistje
wel gestickerd maar niet geprijsd
Belandde tussen kilo's sappig fruit
met voeten in de aarde
Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 04:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Het beest in mij







Mijn hoofd voelt aan als een lege doos
nee geen kut lichtmatroos
Duizelig zoemend hersenbrekend
het felle licht in mijn ogen stekend

Geen drank meer, hasj, bruin of wit
neem nu migraine en af en toe wat spit
Harde wedstrijd maar zal hem winnen
zal eens mijzelf leren bedwingen

Het gif gekotst uit lichaam en geest
zit diep in mijn hart het duivelse beest
Moeilijk te haten, ontzien of te vermijden
schaduw boksend willen winnen is lijden 

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 03:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Klotezooi!









Week gevochten met leren tong
stekende lever, pijn in mijn long
Niet kunnen slapen of nachtmerries troef
zonder drank is het leven nogal stroef

Het zit gebakken in mijn genen
van kruin in mijn haar tot in de nagels van mijn tenen
Al mij neven en nichten drinken of gebruiken
niet bij kennis om het echte geluk te ruiken

Er is slecht één groot verschil
hun hebben er vrede mee, en ik moet van bil.
Was ik maar toegeeflijker of zwakker misschien
dan gaf ik het op en hield het voor gezien

Maar ik ben een streber een vechter
ik ga voorwaarts en het ken gewoon niet slechter
Elke dag is er één voor mij
elke één is een dag voorbij





 

Hoe vind je dit bericht? 19 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Het gekkenhuis, afkickklinieken en sekten H6d6 Engeland London Waelbeckstreet Horrorhotel







Het Gekkenhuis, afkickklinieken en sekten. H6 d6 Engeland London, Waelbeckstreet Horrorkliniek

In 1997 was ik manisch depressief en had mij dan ook al verschillende keren een overdosis toegediend maar door de meest waanzinnige situaties heb ik die overleefd. Zo had ik een kat die Fritz heette die zo groot en sterk was dat hij met zijn schouder het presteerde de deur van de ijskast open te krijgen. Na een stoel er tegen aan gezet te hebben lukte hem dit nog. Dan maar een lege krat pils op die stoel. Toen lukte hem dit nog, weliswaar langzaam maar toen we thuiskwamen waren de biefstukken verdwenen. Een zak kattenstenen boven op de krat erbij, en nog hoorden ik en mijn toenmalige vrouwtje, piep piep van het schuiven van de stoel over het zijl. Hoe kreeg hij het voor elkaar? Toen heb ik met een hamer een houten spie geslagen tussen de ijskastdeur en de muur. Dat was Fritz. Als ik dan ook lichtelijk blauw voor dood lag, vanwege een O.D. pikte hij dat niet en bleef dan ook net zo lang met zijn grote klauwen op mijn smoel slaan tot ik wakker werd. Helemaal niet meer begrijpende wat er aan de hand was, niet meer dood wilde en er alles aan deed om op te been te komen. Dat kunstje heeft Fritz me drie keer geflikt. We hadden een haat liefde verhouding, maar ik mis hem als de pest. Ook vreemd dat er op een andere keer door een piepklein gaatje in mijn dikke velours gordijnen precies een zonnestraal door de donkere huiskamer in mijn oog schijnt, alsof God zelf mij liep te tarten, daar kwam nog bij dat de bovenburen Gospelmuziek zaten te maken waardoor ik echt dacht dat ik in de hemel beland was. Als een smurf gekleurd liet ik mij van de bank afvallen en kroop op handen en voeten naar de keuken om een paar eetlepels keukenzout door een glas water te roeren als tegengif. In de tussentijd proberend wakker te blijven. Dit was een overdosis grove opium, meegenomen door een vriend uit Marokko.

Als het zo niet lukt dan maar zwaar versneden Heroïne inspuiten, dan duurt het iets langer maar het werkt wel. Ook komt het dan minder hard aan bij mijn ouders dacht ik op een vreemde manier. Er woonde een Turk bij mij in de straat die tegen zeer lage prijzen grammen per dag verkocht, zwaar versneden met bruine cafeïne. Het slechte spul deed zij werk en ik zag er uit alsof ik in het laatste stadium van een Aids-patiënt zat. Ik woog nog maar vijftig kilo op zijn top, was er dus dertig minimaal kwijt geraakt. Ik at niet meer, dronk niet meer, niets. Kwam ook niet meer buiten alleen iedere ochtend even snel heen en weer naar de methadonbus bij mij om de hoek. Verder kwam ik niet onder de mensen meer van schaamte en het levensmoe zijn. Vaak zat ik te huilen in een grote plas bloed omdat ik geen aders meer kon vinden en de dope inmiddels vermengd met bloed in mijn spuit tot een klonterig zaakje was veranderd. Als ik erg ziek was dan trok ik de naald eraf en spoot zo het hele zaakje in mijn mond. Dat duurde iets langer via de maag maar het werkte wel. Ik word al misselijk als ik er aan denk. Mijn moeder kwam eens in de week langs met boodschappen, waarvan ik de meest waardevolle spullen verkocht aan de buren voor smack (Heroïne) te kunnen kopen. Als zij op een gegeven moment langs komt zegt zij op de televisie een programma te hebben gezien, waar je word behandeld onder narcose. Uitgevonden door een Israëlische arts, om de zwaarverslaafde soldaten die terugkwamen uit Afghanistan te kunnen helpen. Ja die zaten er toen al.


Een néé was geen optie wat de behandeling betrof. Sterker nog mijn moeder en haar man hadden het al geregeld en ik moest mee naar een tussenkantoor in A’Dam in de Argonautenstraat. Na een uren en urenlang durend gesprek kwam het hier op neer: 11.000 gulden kostprijs, de verzekering kende deze behandeling toen nog niet, er moest een familielid mee, en ik zou er helemaal niets van voelen. Ik zou clean wakker worden. En mijn hersenen zouden geblokt zijn voor de ontvangst van opiaten. Een soort lobotomie? Nee zo zat het niet, ik moest ieder dag na de operatie een halve tablet Naltrexon innemen, waardoor ik immuun zou blijven voor opiaten. Ik kon al binnen veertien dagen geholpen worden. Dat was snel, tot mijn moeders grote tevredenheid. De handtekeningen werden gezet. Mijn ma en stiefvader betaalden het en mijn eigen vader zou meegaan naar Londen, dat was de afspraak. Mijn vader zou dan in een Hotel om de hoek van de Waelbeckstreet afwachten tot ik geholpen was om na de narcose mij bij te staan, was hun advies.

 


Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

↑ Terug naar de berichten