Systeem voor Kiwibessen
Systeem voor Kiwibessen
Te Beek in Nederlands Limburg bij Hermens het materiaal gaan ophalen. Het wordt gefabriceerd in Italië door de firma Valente.
Met zoon Peter al de palen geplaatst.
Systeem voor KiwibessenSysteem voor Kiwibessen
Te Beek in Nederlands Limburg bij Hermens het materiaal gaan ophalen. Het wordt gefabriceerd in Italië door de firma Valente.
Met zoon Peter al de palen geplaatst.
Tuin en Wolken
De Oorsprong der PruimenDe Oorsprong der Pruimen
(Naar gegevens van van Prof Dr. Walter Hartmann van de Universiteit Hohenheim, Stuttgart)
Indeling der soorten
Alle pruimen hebben x = 8 chromosomen
Kerspruimen of myrobolanen (Prunus cerasifera) hebben 16 chromosomen, 2 x 8 (diploid)
Sleepruimen, sleedoorns (Prunus spinosa) hebben er 32, 4 x 8 (tetraploid).
Uit natuurlijke kruising van kers – en sleepruimen ontstond de Prunus domestica (pruimen en kwetsen) 16 + 32 = 48 chromosomen, 6 X (hexaploid). Deze stelling wordt al 100 jaar aangenomen. Het bewijs werd in 1936 geleverd door V.A. Rybin. Alhoewel hij in de Kaukasus geen dergelijke exemplaren vond, bekwam hij door kruising van kers- en sleepruimen pruimen die sterk op de gekweekte rassen leken.
Een andere theorie verklaart het ontstaan van de cultuurpruim door mutaties van de kerspruim.
In 1991 werden in de Kaukasus polyploïde kerspruimen en sleepruimen met meer dan 4 x 8 chromosomen gevonden. Ze onderscheiden zich door grotere, zoetere vruchten met minder looistoffen. De bladeren en knoppen zijn even groot als bij de cultuurpruimen. Dit zijn spontane, natuurlijke kruisingen.
De drie hoofdgroepen der pruimen gebaseerd op het chromosomenaantal
1. Diploïde pruimen (16 chromosomen.):
de kerspruimen of myrobolanen (Frans: myrobolan. In het Duits schrijft men Myrobalanen); en talrijke Aziatische en Amerikaanse pruimen.
2. De tetraploïde sleeën, sleedoorns.
3. Hexaploïde soorten: de Europese cultuurpruim (Prunus domestica) en de Prunus insititia.
Daar de meerderheid van deze pruimen kunnen kruisen en dit gebeurt in de vrije natuur altijd weer, aldus bestaan er een veelvoud van bastaarden, wat de indeling niet gemakkelijker maakt.
Wildvormen
Bij de sleedoorns bestaan er verschillende typen die afwijken in vruchtgrootte, bloei – en rijpheidtijdstip. Ze komen van de oertijd bij ons voor, zoals blijkt door vondsten van stenen bij archeologische opgravingen.
Tussen haakjes: Wageningen heeft onderzoek verricht naar het gebruik van sleedoorn als onderstam. Zij selecteerden een viertal types (uit een vijftigtal variëteiten) die als onderstam positiever (minder grote boom, toch grote vruchten; dit in tegenstelling met de Engelse Pixy, die ook klein blijft, maar waarbij de vruchten eveneens klein blijven) zouden scoren dan de nu meest gebruikte St Julien A.
Myrobolanen of kerspruimen zijn veel recenter in onze streken gekomen. Pas sinds een 100 tal jaar worden ze gebruikt als onderstammen (voor hoogstam pruimelaars) en na het afsterven van het geënte ras groeiden deze verder en verspreidden zich door zaadvorming.(Soms lees ik dat ze ook uitlopers vormen, doch ik heb dit zelf nog nooit vastgesteld.) In Oostenrijk blijken ze al in de 17 de eeuw aanwezig te zijn. De kerspruimen zijn er in meerdere typen. De vruchtkleuren gaan van geel, geelrood, rood tot violetblauw. Er zijn struikvormige van 3 – 5 m en bomen tot 12 m. In hun oorspronggebied in de Kaukasus zijn er bomen met een doormeter van 70 cm. In mijn tuin heb ik er intussen een tiental staan met gans het genoemde scala aan vruchtkleuren en die dikwijls enorm productief zijn, ondanks dat zij erg vroeg bloeien, meerdere weken voor de cultuurpruimen. Ook dit jaar (2010) zijn er sterk dragende bomen, niettegenstaande de zeer late vorst dit voorjaar. Bomen die vorig jaar enorm droegen zitten nu in een beurtjaar. Trouwens, tegen mijn verwachtingen in, is 2010 een zeer goed pruimenjaar, behalve wat de Reine Clauden betreft, die tot de later bloeiende pruimen behoren. Althans in deze streek, de Voorkempen.
Prunus insititia
De wilde pruimensoort Prunus insititia is zeer omvangrijk.
Prof Hautmann spreekt van 3 ondersoorten: Krieche/Kriechele, Zibarte en Sint Julienpruimen. Bij de paalwoningen uit het jongsteentijdperk heeft men stenen gevonden van Kriechele en Zibarte. In de natuur zijn ze nu zo goed als verdwenen. Ze onderscheiden zich enkel door de vruchtkleur van elkaar: Zibarten zijn groen tot geelgroen; Kriechele zijn blauw.
De St Julien kwam tijdens de voorgaande eeuw als onderstam uit Frankrijk. Vooral de St Julien A is zeer bekend als onderstam. Na afsterven van de veredeling heeft de St Julien zich in de natuur verspreid. De St julien heeft vruchten in verschillende kleur en grootte. Bij de St. Julien A zijn deze groen tot groengeel.
De bekendste ondersoorten van de Prunus insititia zijn
- Enerzijds de Reine Claudes of in het Engels Gages.
- Anderzijds de Mirabellen (niet verwarren met de Myrobolanen of kerspruimen, want de gele myrobolaan wordt meestal verward met de mirabelle.)
Primitieve Pruimen
Nog sterker bedreigd zijn de landrassen die men desgewenst tot de wilde pruimen kan rekenen. Een kenmerk zijn de kleine vruchten. Sommige hebben wel iets grotere vruchten.
Primitieve pruimen en landrassen staan op eigen wortel en worden met worteluitlopers vermeerderd.
Toen wij hier in 1962 kwamen, groeiden er twee landras
pruimelaars aan de kant van de moestuin, met tamelijk grote, goedsmakende,
blauwrode vruchten. In de loop der jaren heb ik tientallen uitlopers
uitgedeeld. Ze kregen van mij de naam “Kempische pruimen”. Ook in Brasschaat
had iemand dergelijke pruimen. Ik heb nog een ander landras, dat ik meebracht
van Leffinge bij Oostende. Opmerkelijk is dat de vruchten in mijn zandgrond een
stuk minder groot zijn en ook niet zo goed smaken als de vruchten van de bomen
daar, in de zware poldergrond. Daaraan
knoop ik ook het feit vast dat uitgeplante uitlopers van die twee moederbomen
het duidelijk minder goed deden, wegens onvoldoende verzorging en een grond
minder voorzien van voedingsstoffen. De moederbomen aan de rand van de moestuin
profiteerden duidelijk van de rijke, bemeste tuingrond. Ik heb nog een derde landras, een pruim uit het Keerbergse, gekregen van Wilfried D'Hondt. Deze pruim heeft de smaak van een goede cultuurpruim en is te vermenigvuldigen met worteluitlopers.
Wilde pruimen komen over gans Europa voor.
Zo zijn er de uitgebreide onderzoekingen van Heinrich Werneck in de 1950tigerjaren in Oostenrijk. Hij vond naast Kriechele en Zibarten nog een ganse reeks landrassen.
Vele dreigen te verdwijnen of zijn reeds verdwenen.
In de fruitverzamelingen komen ze niet of nauwelijks voor. Ook in de genenbank voor fruit werden ze meestal vergeten.
De universiteit van Hohenheim en de T.U. München –Weihenstephan hebben een kleine collectie.
De grootste verzameling van wilde pruimen werd door Peter Schlotmann samengebracht te Lauenburg in Schleswig-Holstein: 420 vondsten van pruimen.
Tot een andere groep behoren de Japanse pruimen. Deze worden tot de soort Prunus salicina (synoniem: Prunus triflora) gerekend. Prunus salicina is diploid (2n = 2x = 16). De vruchten zijn groot en rond, met tamelijk stevig vruchtvlees. Ze worden veel ingevoerd. Japanse pruimen bloeien vroeg, gelijk met de kerspruimen (Deze zouden wel iets meer vorst verdragen dan de Japanse pruim), een maand vroeger dan de Europese cultuurpruimen en lopen daarom meer risico op schade door nachtvorst.
Er bestaan ook soortkruisingen tussen de Japanse pruim en de abrikoos. Deze staan bekend onder de namen Plumcot, Aprium en Pluot.
Eveneens bestaan er soortkruisingen tussen de Japanse pruim en de kerspruim .
Mijn besluit
Toch blijf ik na dit verhelderend artikel met vragen zitten.
Waar plaats ik bv. het blauwe pruimpje dat mijn jeugd verblijdde? Is het een Damast pruim (pruim afkomstig uit het Midden Oosten, Damascus)? Damastpruimen worden gerekend tot de Prunus insititia, net als de Engelse Damsons en Bullaces.
Zijn er nog meerdere landrassen in onze streken te vinden? Waar zijn de kleine, gele pruimpjes die men in meerdere streken tegenkomt te plaatsen? Veertig jaar geleden proefde ik in Halle-Kempen een iets grotere, gele pruim met iets rood, die wellicht eerder een oud landras was dan een kerspruim. Zijn herinneringsbeelden betrouwbaar? Wat zijn en waar plaatst men de kroosjes? Waar zijn de Brabantse, blauwe palokes te plaatsen? Kennissen gaven mij gele pruimen die al vijftien jaar ze goed als onvruchtbaar blijken. Waarom? Enz.
Wat zijn uw bevindingen?
Daniel Willaeys, Zoersel, aug. 2010
Foto’s
1. Small Black Bullace
2. White Bullace
3. Idem
4. Een van mijn vrij goed smakende myrobolanen
5. Gele myrobolaan
6. Mijn donkerbladige , rode kerspruim
7. De MO-Nectar van Georges Cooman, de mooiste pruimen die ik ooit zag en een van de lekkerste.
8. Idem
9. De cultuurpruim die ik als eerste aanraad: een zelfbestuiver, regelmatig vruchtbaar en lekker. Zelfs als er te veel aanhangen is de smaak nog behoorlijk. We oogsten nu de laatste vruchten.
Nieuwe Voorraad MaanzaadNieuwe Voorraad Maanzaad
Bekoorlijke AchterinkomBekoorlijke Achterinkom
Naast het achterinkompoortje staat de Amerikaanse framboos Dormanred. Anders een vrij onooglijk struikje maar nu opvallend met de felrode vruchten. Deze hebben een friszure smaak. Voor de rest gedragen ze zich als de Japanse wijnbes, doch deze heeft veel kleinere besjes. Japanse wijnbes kan ook veel moeilijker tegen een droge grond.
Als je bij zoeken in de linker bovenhoek dormanred intypt, zie je vroegere blogs over dit onderwerp.
Appelbes (Aronia melanocarpa)Appelbes (Aronia melanocarpa)
Wij hebben de variëteit Viking staan. Eind vorige week werden ze plots ontdekt door de merels. Dus tijd om te plukken. Dit jaar is dit gebeurd op 9/08. Appelbessen hebben een sterk kleurend sap met heel veel antioxydantia. Super gezond dus.
Aleide verwerkte ze tot een sterk smakende confituur.
TomatilloTomatillo
In de mailgroep tuinieren verscheen volgend bericht:
Heeft iemand hier ervaring mee?
Dit is het eerste jaar dat ik deze heb staan en vraag me af hoe de vruchten
best bewaard kunnen worden.
Ik had er veiligheidshalve planten van in de serre gezet maar denk niet dat ik
dat volgend jaar opnieuw ga doen. Ze zijn bijna 2 m hoog en nemen gigantisch
veel plaats in. De eerste lampionnetjes zijn al gevormd.
Ik had van physalis vorig jaar een mooie oogst en had gelezen dat deze heel
goed, op kamertemperatuur bewaard zouden kunnen worden. Niet dus, een hele
emmer vruchten om weg te gooien. Vandaar dat ik bevreesd ben dat de tomatillo's
hetzelfde lot beschoren zouden zijn.
Wij hebben nu een 5 tal jaar ervaring met tomatillo. We kregen de eerste plantjes van een vriend en plantten die uit in de tuin. Sindsdien zaaien ze zichzelf uit. In de tuin worden het tot een meter tot anderhalve m hoge planten. Ik zet er een stevige stok naast en bindt de takken op. Te laag geplaatste kunnen verwijderd worden. Aldus liggen de ranken niet op de grond en wordt botrytisrotting in het natte najaar vermeden. We bewaren de bessen luchtig op kamertemperatuur of in een iets frissere kamer. Het oogsten van de vruchten gaat door tot de eerste vorst.
Dit jaar staan ze vooral op een perceeltje waar ik de planten vrij liet opkomen en pas daarna het onkruid hakte. Goudsbloem, gele ganzenbloem (wat ik mijn mooiste onkruid noem ) en goudbes mochten er groeien. Intussen zijn ook enkele rode en gele melde forse, bloeiende planten geworden.
Meer over tomatillo vind je, als je bij zoeken op de blog https://blog.seniorennet.be/fruit bij zoeken in de linkerbovenhoek tomatillo intypt. Andere zoekwoorden die je kan gebruiken: ingepakte bessen, physalis en vooral goudbessen.
MaanzaadMaanzaad
Intussen is het maanzaad geoogst.
U kon de bloemen zien op de blog van 7 juli.
Typ bij zoeken in de linker bovenhoek “maanzaad” in en je krijgt teksten en foto’s waar het over maanzaad gaat.
Bij de geoogste bollen zie je dat sommige aangepikt zijn om aan de zaden te kunnen. Waarschijnlijk weer een slimme koolmees?
Als ze het maar niet verder vertelt, wat 5 jaar geleden wel gebeurde.
Op de foto’s zie rijpe bollen. Onder het kroontje zijn er overal openingen gekomen waardoor de zaadjes weggeslingerd worden als de stengel gaat slingeren door de wind.
De stengels voor de oogst. Op 7 juli zie je ze in bloei.
De afgeknipte bollen, waarvan sommige aangepikt
En tenslotte nog een late bloeier
Vlinderdag van NatuurpuntVlinderdag van Natuurpunt
Vorige zondag (1/8) was het de Vlinderdag van Natuurpunt. Aleide maakte enkele foto’s van bezoekers.
Het talrijkst waren de koolwitjes. Vorig jaar hadden we de massale invasie van de Distelvlinder, een trekvlinder uit Noord Afrika, die duizende km vliegt om hier te geraken. Dit jaar nog geen enkele opgemerkt. Vorig jaar eens 10 samen op de vlinderstruik.
VERVOLG 1Vervolg 1
1. Fuchsia(s
2. Idem
3. Idem
4. Idem
5. Ter afwisseling
6. Fuchsia
7. Nog bloemen
8. Idem
9. Idem
VERVOLG 2Vervolg 2
1. Nog bloemen
2. De fuchsiaboom: , gecreëerd met een 100 tal hangpotten. Elk jaar komt er een andere variëteit.
3. Moederplanten
4. Zijn systeem met steentjes, opdat de planten niet met wortels in het water zouden staan.
5. Dure vormgeving heeft zijn prijs: €658
6. Genieten van bloemen
7. Idem
8. Idem
9. idem

HEUVELLAND
Over Ieper en Dikkebus reden we tot in het heuvelland naar het etablissement Scherpenberg, gelegen aan de voet van de gelijknamige heuvel, grondgebied Loker, dat nu met 8 vroegere gemeenten de gemeente Heuvelland vormt.
We genoten er een werkelijk uitstekend middagmaal, genietend van een panoramisch zicht.
Gids Christiane kwam aan boord en over de Rodeberg en aansluitend de zwarteberg reden we Frankrijk binnen naar de Catsberg, 165m, met op de top de cisterciencersabdij, trappisten die wel kaas maken, met melk van de koeien van de streek, meer geen bier brouwen. Ter vergelijking de Kemmelberg meet 156m.
We genieten van het heuvelend parcours met soms prachtige panorama’s. Het gaat over de Recoletenberg naar het hoogste stadje in Frans-Vlaanderen, Kassel, 185m hoog. In de tijd van de Romeinen was dit een knooppunt voor verschillenden heirbanen.
1. Vanuit het restaurant Scherpenberg
2. Vanuit het restaurant
3. In het restaurant
4. Landschap
5. Landschap
6. Landschap
7. Catsberg
8. Abdij op de Catsberg
9. Hier spreekt men Vlaams
VERVOLGVervolg
1. Landschap
2. Vlas
3. Landschap
4. Steenvoorde, bloemenstadje
5. Kerk Steenvoorde
6. Molen
7. Recoletenberg voor Cassel
8. Landschap
9. Hier snelt de Eurostar voorbij
CLAIRMARAISCLAIRMARAIS
De bestemming is Clairmarais, een gebied van 3000 Ha dat ingepolderd en gekanaliseerd werd door de plaatselijke abdij. We gaan er varen. Op de tussenliggende percelen wordt nog beperkt getuinierd. Bloemkolen zijn het voornaamste gewas, tot 3 opeenvolgende oogsten.
Het is rustig verpozen op het water en de begroeiing gadeslaan. We zien ook een aalscholver die te drogen zit op een draad. In tegenstelling met eenden wordt deze vogel nat bij het duiken naar vis.
1. We naderen Clairmarais. In de vochtigen grond gedijen de wilgen
2. Aanlegplaats
3. Bloemkolen op het land
4. Kanaal
5. Kanaal
6. Vegetatie met harig wilgenroosje
7. Vegetatie
8. Vegetatie
9. Op de boot
VervolgVERVOLG
1. Op de boot
2. Bloemkolen
3. Bloemkolen
4. Christiane, de gids
5. Amusement voor de toeristen
6. Stilleven met wolfsklauw
7. Rustig vissen
8. Nog een mooie plek
9. Vertrek te Clairmarais
Op terugwegOp terugweg
Op de terugweg reden we door de mooie stadjes Kassel en Bailleul, met zijn groot, psychiatrisch ziekenhuis met iets oudere gebouwen. Bethanieën, in de deelgemeente St- Antonius bij ons, is daartegenover een hypermodern complex.
1. Door Cassel
2. idem
3. de markt van Cassel
4. door Cassel
5. Toekomstig museum
6. Door Cassel
7. Idem
8. Idem
VERVOLGVervolg
1. Dorpskerk
2. De zeemeermin op het belfort van Bailleul
3. Stadhuis
4. Het heuvelland
5. De Monteberg (bekend van de nieuwe wijngaarden) en de Kemmelberg
6. Idem
7. Naar Loker
8. We rijden terug Vlaanderen binnen
9. De 4 torentjes van de kerk van Loker, dikwijls te zien op toeristische folders over de streek.
Voor en over de Schreve (29/07)Voor en over de Schreve (29/07)
Toen ik ’s morgens het talrijk opgekomen Okra-publiek begroette met “Vandaag gaan we over de schreve” werd ik maar speciaal aangekeken. De schreve is gewoon het West-Vlaams voor grens.
We werden eerst verwacht te Moorslede bij een Fuchsiakweker die van zijn hobby zijn beroep maakte. Eerst passeer je Dadizele waar we tijdens mijn collegetijd in Torhout enkele keren gingen ravotten in de grote speeltuin.
Op het bedrijf worden we ontvangen met koffie en gebak en geeft de bedrijfsleider een inleiding. Daarna neemt hij ons mee in de tentoonstellingstuin en de kwekerijserres. Op dat moment begon het te regenen en kon de nattigheid ons niet deren. Voor de rest van de dag was het steeds droog als we buiten waren.
Enig minpuntje: met het overtrokken weer kwamen de kleuren minder tot uiting, maar niettemin was het een lust voor het oog.
Geniet van de foto’s van Aleide
1. De Fuchsia kwekerij
2. Bij de koffie
3. Rechtstaande: Fons , de voorzitter
4. Bij de algemene inleiding
5. Verschillende bloemen van de passiebloem. De kweker vertelde er een gans Christusverhaal bij.
6. We beginnen de rondgang
7. De showtuin
8. Fuchsia’s
9. Idem
Een verhakkelde gehakkelde AureliaEen verhakkelde gehakkelde Aurelia
Op het raamkozijn zag ik een eigenaardig vlindersilhouet. Zo’n ingesneden profiel kon ik niet direct thuisbrengen.
Even later opende de vlinder zijn vleugels en kon je zien dat een vogelbek gezorgd had voor het nieuwe profiel.
De Gehakkelde Aurelia had, alhoewel verhakkeld, toch kunnen ontsnappen.
NOOT Volgende zondag 1 aug. doen we mee aan VLINDERTUINEN van Natuurpunt Voorkempen
Trouw van dochter Mieke & Filip 24 juniTrouw van dochter Mieke & Filip 24 juli
Haar zoon Jonas
Haar dochter Yamsi (rechts) met nichtje Keda links
Zijn dochter Julie