N ESTKAST SOLITAIRE BIJEN
De eerste foto dateert van 14 april. (Klik op de foto voor groter beeld)
N ESTKAST SOLITAIRE BIJEN
AANDACHT VOOR SOLIDAIRE BIJENAandacht voor solitaire Bijen en dergelijke
Tijdens de voorbije weken was er veel drukte rond het bijenkastje voor solitaire bijen dat ik 2 jaar terug bestelde bij het Labo voor Zoöfysiologie te Gent. Het hangt onder de rand van een afdak tegen een zuidenmuur, in de zon tijdens de voormiddag, beschut tegen de regen van de westkant.
Na het eerste jaar was er een beperkte huisvesting. Dit voorjaar zijn veel van de grotere buisjes bewoond. Eenmaal heb ik 5 bijen tegelijk zien zwermen in de ochtendzon. Ik weet niet welke soort. De handleiding zit ergens tussen. De nieuwe website van initiatiefnemer Dries Laget zal helpen.
Wellicht zijn er onder jullie ook geïnteresseerden. Hieronder zijn recent schrijven.
Beste
bijenliefhebber,
De bijen vliegen al meer dan een maand onafgebroken op en af van hun nestgang
naar de bloemen. Vorig jaar was het rond deze tijd nog wachten
op de eerste week echt lenteweer. Ondertussen hebben we er al een halve zomer
opzitten... Maar niet alleen de bijen vliegen, ook de tijd vliegt.
En zo zijn we al in het derde jaar van het Solitaire Bijen-Project.
Hopelijk hangt uw nestkastje nog recht, heeft het niet al te veel
afgezien en huist er ondertussen een mooie hoeveelheid bijen in.
Ik had dit project ooit opgestart in kader van een doctoraat. Dat doctoraat is
er niet van gekomen (omdat er geen beurs gevonden werd en bijen niet
wetenschappelijk interessant bevonden werden...). Op zoek gaande naar werk
binnen de bijenwereld heb ik in de zomer van 2006 in Engeland gewerkt rond
bestuiver-plant-relaties. Zeer interessant, maar mijn grootste passie ligt toch
bij onze eigen Belgische solitaire bijen.
Welke komen er nu voor? En waar? en met hoeveel?
Gelukkig kon ik vanaf 1 april 2007 opnieuw aan de slag op het Labo voor Zoöfysiologie
van de UGent. Hier zal ik gedurende drie jaar een project rond honingbijen
leiden. Maar gedurende deze drie jaar heb ik ook de mogelijkheid om verder de
solitaire bijen te bestuderen. En dat zal ik dan ook doen! En liefst met jullie
hulp, want Vlaanderen is groot en een zomer veel te kort om alleen de
bijenfauna in kaart te proberen brengen.
Concreet: ik zou het solitaire bijen-project willen opentrekken naar alle wilde
bijen. Dus niet alleen de nestkastbewoners, maar ook de grondbewoners en hun
koekoeksbijen. Alle waarnemingen van solitaire bijen of hommels zijn dan ook
meer dan welkom. Ook bijen die je niet kan determineren of wilt verifiëren mag
je zeker aan mij bezorgen. Ik zal ze met plezier op naam brengen!
Om te helpen en het project ook open te trekken naar andere mensen toe, heb ik
een website gebouwd. Die bestaat enerzijds uit wat uitleg rond het project en
hoe je gemakkelijk nestgelegenheden kan aanbieden.
Anderzijds uit een deel dat het moet mogelijk maken om de
nestkastbewonende solitaire bijen op naam te brengen. de site is nog niet
volledig af en zeker het tweede deel moet nog bijna volledig worden uitgewerkt.
Maar ik heb ze toch al on-line gezet:
www.solitairebijen.ugent.be
Zeker eens gaan kijken!! En opmerkingen of fouten mag je me altijd doorsturen.
De toekomst ziet er goed uit: er ontstaat meer en meer aandacht voor de solitaire
bijen; ik kan het project nog minstens drie jaar verder ondersteunen en een
aantal mensen beginnen zich al wat thuis te voelen
in de bijen-determinatie-wereld. Ik hoop dan ook op een beetje regen binnenkort,
maar daarna op een bijenzomer als nooit tevoren. Het voorjaar leverde alvast
fantastisch veel soorten, waaronder een aantal zeer zeldzame... dus dat
belooft.
veel bijengroeten,
Dries
Labo voor Zoöfysiologie
Krijgslaan 281 S33
9000 Gent
09/264.49.27
Dries.Laget@UGent.be
www.solitairebijen.ugent.be
www.zoofysiologie.ugent.be
RABARBERRABARBER
“De rabarber in mijn tuin bloeit zeer vlug, dit jaar al 2 keer. (Kan de bloesem op de composthoop, of krijg dan overal kleine struikjes ?) Kent u daar een oorzaak van ? De meeste stengels blijven ook nogal dun; Gewoon compost geven, of is koeienmest beter en in welk seizoen ? “
Waarschijnlijk vertoont deze rabarberplant tekenen van ouderdom en wil de plant door overvloedige zaadvorming zorgen voor nageslacht.
Rabarberplanten die meer dan tien jaar op dezelfde plaats staan en niet voorzien werden van overvloedig compost, kunnen slechts nog kleine stengels produceren. Enkele groeipunten ontwikkelen een zaadstengel.
Ook bij minder oude planten ontwikkelen zich zaadstengels. (Niet bij alle rassen.) Wanneer je deze zich ziet vormen, breek je die uit, want er gaat telkens veel energie naar deze zaadvorming. Enkel uitgerijpt zaad is kiemkrachtig en voor het zover is gaan er maanden over. Dus helemaal geen probleem om de stengels op de composthoop te gooien.
Een andere mogelijkheid is de nog gesloten bloemknoppen te koken. Ze smaken naar bloemkool.
Ook bij rabarber bestaan diverse rassen.
Deze zijn te herkennen aan het voetje, onderaan de steel, wanneer je deze afbreekt. Deze zijn wit, over rozig tot dieprood. Er zijn vroege en latere rassen. De stelen hebben meestal een rood gedeelte, maar zijn inwendig groen. Er bestaan ook rode stelen, uitwendig en inwendig.
Van een Engelse vriend kreeg ik een wortelstok van een vroeg ras met rozige voetjes.
Mijn andere planten kreeg Aleide dertig jaar terug van haar tante Irma te Blankenberge. Daar groeiden ze al tientallen jaren in de zware Poldergrond. Maar ze doen het ook uitstekend in onze met veel compost verrijkte Kempische zandgrond. Ze vervingen de uitgeputte planten met groene stelen die ik nog van Ichtegem meegebracht had.
Intussen zijn ze al meerdere keren verhuisd. Enkel op een te laag gelegen plek met ’s winters een te hoge waterstand, waardoor de onderste wortels afsterven, deden ze het minder goed.
Zoals reeds gezegd krijgen mijn planten voornamelijk compost, maar elke vorm van organische mest is goed. Mijn planten krijgen ook een mulchlaag van grasmaaisel. Aldus is er minder concurentie van grassen en onkruiden.
Rabarberstelen worden op velerlei wijzen benut. De nichtjes uit Kortemark maken al meer dan vijftig jaar uitstekende rabarberwijn. Bij ons is het een ingrediënt voor diverse confituren of beter ‘vruchtenbeleg’ volgens Aleide.
De stengel van het vroege Engelse ras met het roze voetje werd vanmorgen mee gemixt met de tot nu natuurlijk bewaarde appelen en vruchten uit de diepvries. Een geslaagd experiment. Het zuur van de rabarber harmonieert met het zoete van de suikeresdoornsiroop.
Kinderen die in de tuin komen zijn verzot op de zure lekstokjes. De zure smaak komt van het citroen -, appel – en oxaalzuur. Oxaalzuur is in grotere hoeveelheden kalkrovend en giftig. Dit gif zit echter voornamelijk in de bladeren die op de composthoop gaan of benut worden om eronder slakken te vangen. Het gehalte oxaalzuur vergroot in oudere stengels. Vandaar de volkswijsheid ‘In de nazomer geen rabarber meer eten’. Maar als geregeld stengels geoogst worden is er geen probleem.
Rabarber is goed voor hart en bloedvaten. De stelen bevatten vitamines B en C.
100 g Rabarber bevat: 0,05mg Vit. B1 – 0,02 Vit B2 - 0,1 mg nicotinezuur – 30 mikrogram Vit. B6 – 10 mg Vit. C.
Verder komen voor: kaneelzuur
rhaponticoside, galluszuur en emodine, rheochrysidi, rheïne en rheosmine.
(Gegevens uit ‘Groot Kruidenboek’ van M. Sc. R. Goovaerts)
NOTENRUINotenrui
Gisteren ontmoette ik iemand die eenmaal gezien heeft dat onder een notenboom bij een tante heel veel jonge nootjes lagen; een boom van een 40 tal jaar, die pas na 25 jaar was beginnen dragen. Zie ook de reactie onder de blog ’Nog over noten’ van 30/04.

SCHADE DOOR WINTERVLINDER EN/OF VOORJAARSUILSchade door de kleine Wintervlinder en/of door een voorjaarsuil?
In vergelijking met vorig jaar valt de schade door de Wintervlinder mee. Toen stond de bomenrij naast de hegkant bladerloos. Dit jaar zal daar de vruchtdracht goed zijn; een compensatie voor vorig jaar en ook mooi meegenomen na de monsterdracht van vorig jaar op de andere bomen met als gevolg een beurtjaar bij een aantal onder hen.
Ik constateer opnieuw dat de kweeperen wellicht het meest in de smaak vallen van de wintervlinder. Dat moet ik onthouden om begin oktober vangbanden aan te brengen rond de stammen om de wijfjes, die in tegenstelling met de mannetjes niet kunnen vliegen, te vangen. Om hun eieren in de bomen te kunnen afzetten moeten ze via de stam in de bomen klimmen.
Op de peren zie je minder bladschade. Midden tussen de jonge vruchten ontdekte ik echter veel schilvreterij en tussen de vruchten trof ik de snoodaard aan, met onmiddellijke executie als gevolg. Toen dacht ik aan de rups van de wintervlinder, maar ik ben gaan twijfelen. “Schadelijke en nuttige Insekten en Mijten in Fruitgewassen “ van A. van Frankenhuyzen werd er bijgehaald en het zou wellicht eerder kunnen gaan om de rups van een voorjaarsuil, Orthosia. Een volgende maal moet ik op de kenmerken gaan letten om te weten over welke soort het gaat. Op de foto zie je het schadebeeld.
( Op de foto klikken voor groter beeld.)
NOG OVER NOTENNog over Noten
Ik ben daarstraks naar de verplante noten gaan kijken.
Met de zomerse temperaturen gaat
de ontwikkeling blijkbaar razendsnel. Enkele dagen geleden was bij
Broadview en Buccanier nog niets te bespeuren van vruchtontwikkeling.
Nu zijn de nog pas ontloken nootjes al zeer goed te zien en ze zijn overtalrijk. Nu ben ik mij gaan afvragen of al die noten wel gaan doorgroeien?
We kennen de rui bij appels en peren. Ook bij pruimen schieten er soms maar een aantal van de startende vruchten over. Van startende perziken bereiken de meeste de eindmeet. Vorig jaar heb ik deze zelf sterk moeten dunnen. Dat zal dit jaar niet nodig zijn: minder, maar betere vruchten.
Hoe zit het nu bij noten? Op dit ogenblik denk ik dat noten zo goed als geen uitval vertonen in een normaal jaar. Bij slechte weersomstandigheden kunnen ook noten ziektes kennen, maar ik weet er praktisch niets over.
Ik volg met belangstelling hun evolutie.
NOTEN COENENNoten Coenen
Een vijftien jaar terug plantte ik 3 geënte noten: Broadvieuw, Buccanier en Coenen. Vorig jaar heeft dit laatste ras geweldig gedragen. Dit jaar merk ik dat deze noot het verst ontwikkeld is. Tot mijn verbazing zie ik opnieuw zeer veel kleine vruchtjes. Ik weet niet of de bestuiving gebeurt door een ongeënte noot die er naast staat of dat het een zelfbestuiver is. Tot voor vorig jaar was Coenen maar een matige drager. Met het ouder worden lijkt de dracht sterk te verbeteren.
Broadvieuw vertoont enkel nog katjes, evenals Buccanier. Vrouwelijke bloemen zijn op beide bomen nog niet te bespeuren.
Vorig jaar worstelden deze notelaars met hun, omwille van het aardgastrachee, noodgedwongen verplanting. De bladeren geraakten niet volgroeid en de enkele vruchten bleven klein. Dit jaar staan ze er alvast beter voor. Is hun ontwikkeling nog steeds iets vertraagd? Of zijn het duidelijk latere rassen dan Coenen?
We beleven dit jaar een vroege zomer.
Ik herinner mij dat vorst begin mei de ontluikende toppen van de noten vernietigde, met als gevolg geen noten dat jaar.
Vorig jaar was er overal een topdracht.
Van de volksspreuk: “Veel noten geeft een harde winter”, was althans de voorbije winter niets te merken.
ZOMER IN APRILZomer in April
25 April, bewolkt en toch 28 ° C. (Ukkel had tot 30° voorspeld).
26 april, een ganse dag zon : 27 °.
Sommige van de kroonentingen zijn tot leven gekomen maar de meeste zullen wellicht verdroogd zijn.
AUTUMN TREASURE
Een schat van een Framboos
Autumn Treasure
East Malling Research heeft een afdeling voor de ontwikkeling van nieuwe frambozen. Het programma staat onder leiding van mevr. Vicky Knight. De industrie en de telersorganisatie leveren een financiële bijdrage. Sinds 2003 gaat het meest aandacht naar herfstframbozen, primocaines in het Engels (67 %). Herfstframbozen groeien, bloeien en geven vruchten in hetzelfde jaar. Zomerframbozen doen er twee jaar over. In het eerste jaar worden enkel de nieuwe stengels gevormd.
Het volgende jaar bloeien die en geven vruchten in de zomer.
Begin dit jaar kondigde ik hun lancering aan van de nieuwe, vroege zomerframboos JUNO (blog van 21-02-07).
De nieuwe herfstframboos werd in 1996 uitgeplant als EM6597/46. Uit veldproeven te East Malling en bij telers bleek het een interessant ras.
Het wordt als Autumn Treasure op de markt gebracht. Het is een middenseizoen variëteit. De 50 % plukdatum varieerde tussen 26 augustus en 8 september.
Bij de momenteel best bekende variëteit Autumn Bliss werd de 50 % pluk een 10 tal dagen vroeger bereikt: tussen 16 en 26 augustus.
Vrucht: gemiddeld gewicht: 3,5 g.
Langwerpig conisch van vorm, helder rood, met een vrij goede smaak.
Plant: stekelloze takken, opgerichte groei, korte zijtakken. Gemakkelijke pluk.
Tot heden bleef de plant zeer gezond. Er is resistentie tegen de klassen 1 – 4 van de grote frambozenbladluis Amphorophora idaei. Er zijn geen door bladluizen overgedragen virussen gevonden. Heksenbezemziekte is nog niet vastgesteld.
Verticiliumaantasting (wortelrot) heeft men nog niet geconstateerd. Ook wat de gevaarlijke Phytophthora betreft, waarbij de wortels wegrotten, is nog geen aantasting vastgesteld.
Een interessant ras voor de bioteelt.
Een groot voordeel bij de rassen van East Malling is dat ze vrijelijk beschikbaar zijn voor de telers.
De vermeerdering van plantmateriaal door de firma Meiosis is volop bezig.
BLOEISTADIA
Bloeistadia
(Klik op afbeelding)
Het INRA (Institut National de la Recherche Agrionomique) te Angers in Frankrijk maakte deze tabel van de bloeistadia van de appelbomen.
Om verschillende redenen is het interessant om de bloei na te gaan. Zo zie je dit jaar dat verschillende rassen die vorig jaar overdadig vruchten droegen, dit jaar veel minder bloeien. Bij mij is dat bv Ecolette.
Het interessantst is het de bomen in het stadium F2 te vergelijken. Als je bv twijfelt aan de identificatie, geeft het tijdstip van bloeien al een aanduiding.
Je kan een lijst maken van je rassen in de linker kolom en nog enkele kolommen voorzien. Je vult bovenaan een eerste waarnemingsdatum in. Een week later (7 d.) noteer je opnieuw het bloeistadium. Je doet dit nog eens een paar weken en je hebt een aardige vergelijkingstabel.
Als je dit enkele jaren na elkaar doet heb je al een betere kijk op je bomen. Je merkt bv dat sommige laatbloeiers toch vroeg rijpen en omgekeerd!
Voor mij was het een verrukking om het verschil in kleurenpalet van de nog ongeopende bloemen op te merken en daarna de (subtiele) verschillen in de bloemen zelf.
KWEEBLOESEM
NIEUWE WEBLOG NIEUWE WEBLOG
Dear
All
You may be intersted to know that the Pomologist Joan Morgan has just issued
a new, independant weblog designed to interest anyone interested in Fruit.
The first issue has proved very encouraging.
It can be found on www.fruitforum.net.
All
contributions will be welcome!
Howard.
DE BEERLEPELMet de grote pollepel
Stan met de grote pollepel.
Daar de dikkere rioolrat er langs de afvoer niet in wou, probeerden we het vanuit de sterfput. Met de vuilwaterpomp kon het meeste weggepompt worden. Een extra bemesting. Peren en pruim kregen voorrang.
Maar dan bleef er de dikke bodemlaag. En wonder, de put rook haast niet, een gevolg van decennia lang bewust gebruik van ecologische wasproducten?
Daarvoor leende ik de beerlepel van Stan. Een handig instrument voor dergelijke aangelegenheden. Ik had er nog nooit mee gewerkt.
In welke contreien zou een dergelijk werktuig nog te verkrijgen zijn?
KOEKOEK GAAT ACHTERUITKoekoek gaat achteruit
Dit jaar heb ik de koekoek voor ’t eerst gehoord op 15 april, een tweede maal op 16 april.
Vorig jaar was dit pas 19 april. (blog 19-04-2006)
Toen moest het warme weer nog beginnen. Gisteren haalden we nog 27 ° C. Vandaag zou dit 10 ° minder zijn, nog ruim boven het langjarig gemiddelde.
Mijn vroegste waarneming van de koekoek was op 5 april 2004.
In 2005 hoorde ik de eerste roep op 8 april.
Vorig jaar wellicht geen 10 waarnemingen meer.
Vroeger hoorde en zag ik
de koekoek hier elke dag.
BOOMPJE EEN KOPJE KLEINER MAKENBoompje een kopje kleiner maken
Mijn buur van de Mollenhoeve had enkele nieuwe fruitbomen geplant met plantmateriaal van boomkweker Mampay van Viersel.
Op het label staat de onderstam niet vermeld, maar ik vermoed dat althans de halfstammen nog altijd geteeld worden op M7.
Deze bomen doen het goed op de zandgronden van de streek.
Op de duur worden het wel flinke bomen.
Daarom heb ik geadviseerd om de toptak weg te nemen. Aldus wordt de kroonvorming verlaagd en moet men niet al te hoog klimmen om de vruchten te plukken.
Dat is een factor waarmee je dient rekening te houden als je wat ouder wordt.
Een kopje kleiner maken is aanbevolen. Soms!
APPELBLOEI ONTPLOFTAppelbloei ontploft
Opvallend donkerder bloemen van Greensleeves, een lekkere herfstappel.
Al 2 dagen 27 ° C De vroege bloeiers onder de appelen als Gravenstein, Stark Earliest, Schone van Boskoop staan bijna allemaal open.
GENERATIEBOOMGeneratieboom net gespaard.
Zie blog van 8/6/2006 Vorig jaar is de Melba die onderaan en te veel in de schaduw stond bezweken.
Ik heb als nr 17 Jan Steen bijgeënt. De vraag is nu zullen de kroonentingen van dit jaar de zonneaanval overleven?
Vandaag halen we 29 ° C!
Volgens Ukkel de warmste 15 april sinds het begin van hun waarnemingen in 1833
TRACHEE AARDGASLEIDINGHet Trachee voorbehouden voor de Aanleg van de Aardgasleiding door het Hart van de Tuin
(klik op foto voor vergroting)
ABNORMAAL EXPERIMENTAbnormaal Experiment
Linda moet noodgedwongen verhuizen. Ik heb geholpen om planten en bomen te verhuizen uit een tuin die ooit 4 jaar na elkaar genomineerd werd als de beste tuin van Zoersel.
Ik ben vooral benieuwd wat het resultaat zal zijn van op 11 april, in een vroeg voorjaar en in een erg warme en droge periode, noodgedwongen te verplanten.
Van de peren zijn alvast de bloemen verwijderd.
Het voornaamste is nu dat de planten met de nodige verzorging (vooral water geven) minstens in leven blijven en zich vanaf volgend jaar gaan herstellen.