Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Bloody Ploughman

Bloody Ploughman
Te Wisley 11 september
Van Nynke Zijlstra uit Friesland kreeg ik deze foto’s toegestuurd. Zij was een van de 5 Nederlanders op de door mij georganiseerde, wellicht laatste, reis naar Engeland. Er volgt nog een verslag.
De Bloody Ploughman is al een oude, Schotse appel. Bij volle rijpheid is het vlees rood. Zoet, lichte smaak, knapperig en sappig, rijp midden september en te eten tot begin november.




De Seniorenraad van Zoersel op Bezoek
De Seniorenraad van Zoersel op Bezoek
Vorige week kwam de seniorenraad van Zoersel op bezoek.
Het Pruimengaardje van Piet Jurjus
Het Pruimengaardje van Piet Jurjus
Enkele weken terug waren we in Ravenstein, het vestingstadje aan de Maas, gemeente Oss, Noord Brabant, op bezoek bij Piet Jurjus. (blog 23/08)
Net voor ons was men komen filmen.
Eindelijk kan je de video zien.
Typ op Google: ‘Omroep Walraven on Vimeo’
Je klikt op hun site
Bovenaan links klikken, het eerste vak 716 videos
Enkele videos naar beneden en je komt bij de video
Het Pruimengaardje van Piet Jurjus
Bezoekerscentrum Zoerselbos
Bezoekerscentrum Zoerselbos
‘s Middags gingen we met de Veltgroep Beernem lekker eten in “De Wandeling” en daarna naar het Bezoekerscentrum Zoerselbos.
Leo Cautereels ontving de
groep en leidde ons rond in de bijzondere Boerenbloementuin. Op dit ogenblik
staan de Dahlia’s nog in volle bloei. Ze hebben er o.a. “Deuil de roi Albert”
staan met wit-purpere bloemen. Deze bloem werd gecrëeerd in het Kortrijkse in 1935 en kreeg als aandenken aan de een jaar vroeger verongelukte koning Albert I deze naam van rouwhulde voor de koning. Pierre Demeulenaere, ooit nog ook bloemist en evenals ik ook 75, wist mij dit te vertellen.
Naast de bloementuin is er ook een hoogstamboomgaard van meer dan 10 jaar oud met een 16 tal bomen. En wat blijkt: geen enkele vrucht te bespeuren. Serieuze late nachtvorst; geconstateerd op het eigen weerstation van Zoerselbos.
De groep
Leo Cautereels
Leo met de groep
Idem
Dahlia's
Deuil du roi Albert
Idem Idem
Bij de houtmijt
VERVOLG
De groep
De open haard
Historie
De winkel van Natuurpunt
Vertrek
Leo neemt afscheid
Groepsfoto
Groepsfoto
Een formidabele Bottelroos
Een formidabele Bottelroos
Vorige donderdag trokken de gepensioneerden van het dorp naar het Peelgebied in Nederland. We bezochten ‘De Locht’, een heemmuseum. (Verslag volgt). ’s Namiddags hadden we de rondrit in de Peel, maar de batterij van ons apparaat geraakte leeg.
We stopten in het dorp Lottum, het rozendorp, voor een kort bezoek aan ‘De Rozenhof’. Op meerdere plaatsen in de tuin zie je geen rozen, maar Tagetes, Afrikaantjes. Ze staan er om de schadelijke aaltjes (nematoden) om zeep te helpen, zodat er opnieuw rozen kunnen geplant worden. Voordien waren mij de velden met tagetes al opgevallen. Men plant die dus als voorbereiding om er daarna rozen te planten in de ontsmette grond.
De gids zei dat men resistente rassen kweekt die niet meer behandeld worden.
Dorpsgenoot Frans Van Rompaey heeft mij een paar foto’s van ‘De Rozenhof’ bezorgd.
Echter niet van de roos die onze grootste aandacht trok: namelijk de bottelroos, Rosa rugosa ‘purple Pavement®’ in het Duits ‘Roter Meer’. Het is een ADR-roos (*). Het is een lage roos, maar wat een weelde aan grote rozenbottels!
Al 40 jaar hebben we de bottelroos staan. Er werd al confituur mee gemaakt, rozenwater met de bloemblaadjes en Aleide mengt die ook met honing om ze te gebruiken bij divers beleg.
(*) Allgemeine Deutsche Rosenneuheitsprüfung.
Sinds 1950 is het ADR-certificaat ingevoerd.
De ADR-keuringen worden de strengste keuringen wereldwijd op nieuwigheden genoemd. In 11 “ADR-keuringstuinen” in Duitsland worden ingezonden rozen gedurende 3 jaar gekeurd a.d.h.v. 13 criteria.
Velt Beernem Foto's Lievin Reddé
Velt Beernem Foto’s Lievin Reddé
Voor het huis
Bij de al 18 jaar omgewaaide Bellefleur
In de tuin
De roodbloeiende , Engelse pronkbonen die in een jong stadium gegeten worden als snijboon, later ald droogboon.
Zonnebloem
De rijpe kornellebessen, Cornus mas. De gefotografeerde variëteit is niet direct geschikt voor verse consumptie, maar kan veenbessen vervangen bij vlees. Ik heb nog een andere, beter smakende variëteit. En nog een andere kornellebes, de Duitse Jolico is nog groen.
Velt Beernem op bezoek

Velt Beernem op bezoek
Vorige zaterdag hadden we de Velt (Fruitwerkgroep) Beernem op bezoek, versterkt met enkele fruitmensen van Velt Wevelgem.
En we hadden geluk met het weer. De regen was net voorbij. Regen hebben we anders genoeg gehad. In de pluviometer regelmatig 25 cl en meer: Een zeer natte maand augustus met 200 l per m².
In de drukte vergaten we zelf foto’s te nemen. Echter geen nood. André Vandenberghe en Lievin Reddé bezorgden materiaal.
Bij de begroeting had Aleide gezegd dat ook zij een en ander te vertellen had. En wat bleek, de dames waren het niet vergeten. Ik merkte dat de groep van 39 na een tijdje een stuk kleiner was geworden.
FOTO’S
1. Pierre Demeulenaere (met pet) van Wevelgem. Pierre is nog een oud-leerling van Jan Heyman, de eerste Veltvoorzitter- erevoorzitter. Pierre is ook de Vlaamse vertegenwoordiger van de afdeling Nord & Pas de Calais van de Crocqueurs de Pommes.
2. De groep bij de aankomst
3. Idem. In ’t midden (met blauwe trui) Gilbert Putman, de organisator.
4. Aleide en ik houden een korte inleiding.
5. Bij de St Julien. Op het doek liggen nog enkele groene vruchten. Halverwege de tachtigerjaren in onze fruitwerkgroep Antwerpen-Voorkempen - die nu navolging vindt in West-Vlaanderen – gaven we o.a. ook entmateriaal door. Ik entte een zogenaamde Reine Claude op een Saint Julien A onderstam. Ernaast liet ik een St. Julien A uitgroeien en wat bleek: beiden met identieke vruchten. De St Julien’s en de Reine Claude’s behoren wel tot dezelfde soort, Prunus insititia.
6. De bramengalerij.
Er zijn al talrijke vruchten geplukt. Het regenweer van de laatste tijd veroorzaakt wel veel vruchtrot (botrytis).
7. Bij de kleinfruitserre. Het is de bedoeling dat de late rassen rode bes die hier staan, beschut tegen de regen, nog als verse vrucht kunnen geplukt worden in oktober.
8. De vrouwen waren erg geïnteresseerd in de vele ervaringen van Aleide.
9. Idem






In de Leifruittuin van Johan Baecke te Balen
In de Leifruittuin van Johan Baecke te Balen
Vorige week hadden we het genoegen de leifruittuin van Johan Baecke te Balen te bezoeken.
Ik ken niemand die zo gepassioneerd is door leifruit en kan bogen op ongeveer 20 jaar ervaring ter zake. Hij heeft er als geen ander oog voor en heeft een eigen stijl, met de nodige kwinkslagen, om er over te vertellen.
Aleide zorgde weer voor de foto’s.
1. Ontvangst
2. Idem
3. Het middenpronkstuk, waar nog verder aan gekweekt wordt.
Dit is een 5voudige vleugel-kroon-piramide. Uit de middenstam vertrekken 5 takken die na 1,2 m naar boven omgebogen worden. Aan elk van de 5 palen werd tevens een zaailing van Doyenné de Comice geplant, waarvan de pinwortel verwijderd werd. Dit maakt deze zaailing minder groeikrachtig, maar toch nog dubbel zo sterk als een kwee.
Er wordt gemaakt dat elke vleugel vergroeit met deze zaailing. De langs twee kanten gevoede tak laat men 2,5 à 3 m hoog worden.
Op deze tak wordt de Louis Lorette-snoei toegepast, een regelmatige en zeer korte snoei.
4. Leiperen tegen de muur
5. Een parel aan de hoekpaal van het terras met 5 rassen. Als ik mij vergis volgt er een correctie.
6. Beurré Superfin
7. Bon Chrétien Williams. Was lange tijd de meest gekweekte peer op wereldschaal. U kent de vrucht wel, gegroeid in een fles en bewaard op alcohol.
8. Rode Burdett, mutatie van Bon Chétien Williams, die in Amerika herdoopt werd als Burdett.
9. Beurré d’Hardenpont.
Typ bij zoeken: “Hardenpont” en u komt terecht bij vroegere blogs over deze illustere perenzaaier.
VERVOLG
10. Beurré
Six, lekkere, late peer nov.-dec.
11. De kunst bij leifruit is op dezelfde, evenwijdige hoogte 2 gelijkwaardige takken te kweken.
12.Let op de mulchlaag van paardenmest.
13. ..De creatie in het midden van de tuin.
14. Eigen zaailingen, d’Hardenpont achterna?
15. Johan legt het uit
16. Perenroest bovenkant
17. Met Ferdinand van Ryckevorsel, Nederlandse leifruitspecialist, die nog samenwerkte met Jan M. Frederiks, de auteur van o.a. Hovenierskunst. De Teelt van Leifruitbomen.
18. Linda, zijn echtgenote met Rita
Wetenschappers kraken genetische code van appels
maandag 30 augustus 2010 om 14u24 Uit KNACK.be
Wetenschappers kraken genetische code van appels
Dankzij het ontrafelen van de genetische code ligt de weg open voor ‘extra gezonde, knapperigere en sappigere’ appels.
Een
internationaal team wetenschappers, waaronder drie van het Vlaams Instituut
voor Biotechnologie (VIB) en de UGent, ontcijferden de genetische code van de
appel. Het onderzoek verschijnt in het wetenschappelijke tijdschrift
Nature Genetics.
De ontdekking van de genetische code werpt een nieuw licht op de herkomst van
de appel. "De gedomesticeerde appel stamt af van een wilde appelboom uit
Tian Shan, een streek op de grens van China, Kazachstan en Kirgizië. De appel
werd ruim 4.000 jaar geleden gedomesticeerd en is het meest gegeten fruit in
België. De wilde appel die in onze streken voorkomt, blijkt slechts een verre
verwant van de eetappel te zijn", aldus onderzoeker Yves Van de Peer.
Wetenschappers vergeleken de DNA-sequentie van de "Golden Delicious",
de meest geteelde appelvariëteit, met in de natuur voorkomende, oneetbare
appelsoorten. "Uit de 742,3 miljoen letters DNA identificeerden we onder
andere de genen die instaan voor het aroma en de smaak van de appel. Dankzij
het werk kunnen plantenveredelaars nu sneller nieuwe appelvariëteiten
selecteren, zowel naar smaak als naar weerstand tegen ziektes."
Eetlust
onderdrukken
Zo ligt de weg open voor extra gezonde, knapperigere en sappigere appels. Ook
het component in appels dat de eetlust onderdrukt, kan opgedreven worden.
De wetenschappers ontdekten ook dat de karakteristieke vorm van appels wellicht
een gevolg is van een verdubbeling van genetische informatie. "Bij alle
bloeiende planten wordt de vorming van bloemen en vruchten gestuurd door een
bepaalde groep genen. Bij appelbomen, en ook bij perenbomen, is die familie
gevoelig groter dan bij andere planten."
Naast de Belgen Yves Van de Peer, Lieven Sterck en Sebastian Proost (VIB en
UGent), telde het internationaal team wetenschappers uit Italië, Frankrijk,
Nieuw-Zeeland en de VS.
De beste Appelwijn
De beste Appelwijn
Adrian Baggeley, die we vorig jaar bezochten in Engeland op de reis van de NBS, de Nationale BoomgaardenStichting, is op tegenbezoek.
We bezochten samen met enkele medereizigers de heer G. Ernon te ’s Gravenvoeren.
De familie zat al generaties in het fruit. In de tachtigerjaren heeft de heer Errnon de draad weer opgenomen en is wijn gaan maken. Door wetenschappelijke vorming en systematisch onderzoek is hij tot kwaliteitswijn gekomen.
Het speciale hierbij is dat hij stuk voor stuk de beschikbare rassen in de streek heeft uitgetest. Bv met de oude rassen Bellefleur en Jacques Lebel en de verschillende Reinetten.
Een voorbeeld: het lukte hem met de oude Jonagold uitstekende wijn te maken, maar de latere, gekleurde mutanten voldoen niet, met uitzondering van de Red Jonaprinz (Een van de geproefde wijnen).
Zijn laatste ontdekking is dat met Zari, een nieuw herfstras, (Voor zover ik weet geen clubras, dus vrij te bekomen bij de Kwekerijen Carolus rn Rene Nikolai.) zeer kwaliteitsvol kan gewerkt worden. We proefden deze uitstekende wijn.
De nieuwe rassen Wellant, Junami en Nagafu (uit de Fujifamilie) zijn bijzonder geschikt.
We proefden als laatstede Nagafu, gerijpt op eiken vat. Een hoogstaande wijn. Je zou eerder denken aan een Bourgogne dan wel aan een appelwijn.
Het opmerkelijke is dat men bij de geproefde wijnen niet meer merkt dat men met een appelwijn te maken heeft.
Foto’s
1. Kelders I genne Pley (Kelders in het Pley) Pley is de oude benaming van de plaats.
2. Verwelkoming.
3. Nog eens de benaming
4. Kelder
5. Uitleg
6. Nagafu (Fujikruising).
7. De wijnheilige
8. En waarom
9. Spreuk
VERVOLG
VERVOLG
1. Jean-Pierre en Adrian
2. De voorproever
3. Tussendoor een stukje brood
4. Johan Baecke
5. Zari
6. Een editie op een speciale 1,5 l fles met het wapenschild van de familie Ernon.
7. Nagafu
8. Het rijtje
Een Voerense landschapfoto
Piet Jurjus te Ravenstein
Deze winter entmateriaal ontvangen van Piet, maar het lukkingspercentage was dit voorjaar met het koud en uitdrogend weer maar gering.
Louis Eelen vergezeld naar Ravenstein. Na de oprit te Zoersel allemaal autowegen. Louis demonstreerde eerst zijn manier van enten en chipbudden.
Daarna met Piet Jurjus naar zijn boomgaard bij het protestantse kerkhof op de vroegere vesten van Ravenstein.
Een fenomenale boomgaard met tegen de 500 rassen op een 300 m².
Appelen en peren zijn het meest vertegenwoordigd met elk rond de 200 rassen. Op elke boom staan meerdere rassen. Zo heeft hij een speciale de Sonnaville boom met een tiental rassen van Piet de Sonnaville, de illustere ontwikkelaar van nieuwe rassen van Wageningen.
Piet heeft speciaal de pruimen afgeschermd met hagelnet.
Hij teelt op kleigrond, een extra bodem voor pruimen. De plaatselijke TV Omroep Walraven was net komen filmen.
Als je bij Google intypt “De kersen van Piet Jurjus” kom je meteen bij een vroegere video terecht. Over een paar dagen komen wellicht de pruimen.
“Sommige heb ik wellicht iets te rijp laten worden voor de filmreportage.”
Ook hier verschillende rassen op één boom.
Ik kende de Boerewitte (gele vrucht) enkel van naam. Men zet die wellicht meer uit nostalgie naar vroeger, dan wel omwille van de smaak.
Ontario, een gele pruim ziet er goed uit, maar is eveneens geen hoogvlieger wat smaak betreft.
De ontdekking voor mij was de Washington, eveneens een gele pruim, maar wat een smaak! Dit is een oude, Amerikaanse Reine Claude van rond 1800.
Een andere Reine Claude: R. Cl. d’Eculy vonden we maar matig.
We waren zo intens naar de pruimen aan ’t kijken dat ik vergat foto’s te nemen.
Maar geen nood, ik kijk al uit naar de video van omroep Walraven:
“Pruimen van Piet Jurjus”
Systeem voor Kiwibessen
Systeem voor Kiwibessen
Te Beek in Nederlands Limburg bij Hermens het materiaal gaan ophalen. Het wordt gefabriceerd in Italië door de firma Valente.
Met zoon Peter al de palen geplaatst.
Tuin en Wolken
De Oorsprong der Pruimen
De Oorsprong der Pruimen
(Naar gegevens van van Prof Dr. Walter Hartmann van de Universiteit Hohenheim, Stuttgart)
Indeling der soorten
Alle pruimen hebben x = 8 chromosomen
Kerspruimen of myrobolanen (Prunus cerasifera) hebben 16 chromosomen, 2 x 8 (diploid)
Sleepruimen, sleedoorns (Prunus spinosa) hebben er 32, 4 x 8 (tetraploid).
Uit natuurlijke kruising van kers – en sleepruimen ontstond de Prunus domestica (pruimen en kwetsen) 16 + 32 = 48 chromosomen, 6 X (hexaploid). Deze stelling wordt al 100 jaar aangenomen. Het bewijs werd in 1936 geleverd door V.A. Rybin. Alhoewel hij in de Kaukasus geen dergelijke exemplaren vond, bekwam hij door kruising van kers- en sleepruimen pruimen die sterk op de gekweekte rassen leken.
Een andere theorie verklaart het ontstaan van de cultuurpruim door mutaties van de kerspruim.
In 1991 werden in de Kaukasus polyploïde kerspruimen en sleepruimen met meer dan 4 x 8 chromosomen gevonden. Ze onderscheiden zich door grotere, zoetere vruchten met minder looistoffen. De bladeren en knoppen zijn even groot als bij de cultuurpruimen. Dit zijn spontane, natuurlijke kruisingen.
De drie hoofdgroepen der pruimen gebaseerd op het chromosomenaantal
1. Diploïde pruimen (16 chromosomen.):
de kerspruimen of myrobolanen (Frans: myrobolan. In het Duits schrijft men Myrobalanen); en talrijke Aziatische en Amerikaanse pruimen.
2. De tetraploïde sleeën, sleedoorns.
3. Hexaploïde soorten: de Europese cultuurpruim (Prunus domestica) en de Prunus insititia.
Daar de meerderheid van deze pruimen kunnen kruisen en dit gebeurt in de vrije natuur altijd weer, aldus bestaan er een veelvoud van bastaarden, wat de indeling niet gemakkelijker maakt.
Wildvormen
Bij de sleedoorns bestaan er verschillende typen die afwijken in vruchtgrootte, bloei – en rijpheidtijdstip. Ze komen van de oertijd bij ons voor, zoals blijkt door vondsten van stenen bij archeologische opgravingen.
Tussen haakjes: Wageningen heeft onderzoek verricht naar het gebruik van sleedoorn als onderstam. Zij selecteerden een viertal types (uit een vijftigtal variëteiten) die als onderstam positiever (minder grote boom, toch grote vruchten; dit in tegenstelling met de Engelse Pixy, die ook klein blijft, maar waarbij de vruchten eveneens klein blijven) zouden scoren dan de nu meest gebruikte St Julien A.
Myrobolanen of kerspruimen zijn veel recenter in onze streken gekomen. Pas sinds een 100 tal jaar worden ze gebruikt als onderstammen (voor hoogstam pruimelaars) en na het afsterven van het geënte ras groeiden deze verder en verspreidden zich door zaadvorming.(Soms lees ik dat ze ook uitlopers vormen, doch ik heb dit zelf nog nooit vastgesteld.) In Oostenrijk blijken ze al in de 17 de eeuw aanwezig te zijn. De kerspruimen zijn er in meerdere typen. De vruchtkleuren gaan van geel, geelrood, rood tot violetblauw. Er zijn struikvormige van 3 – 5 m en bomen tot 12 m. In hun oorspronggebied in de Kaukasus zijn er bomen met een doormeter van 70 cm. In mijn tuin heb ik er intussen een tiental staan met gans het genoemde scala aan vruchtkleuren en die dikwijls enorm productief zijn, ondanks dat zij erg vroeg bloeien, meerdere weken voor de cultuurpruimen. Ook dit jaar (2010) zijn er sterk dragende bomen, niettegenstaande de zeer late vorst dit voorjaar. Bomen die vorig jaar enorm droegen zitten nu in een beurtjaar. Trouwens, tegen mijn verwachtingen in, is 2010 een zeer goed pruimenjaar, behalve wat de Reine Clauden betreft, die tot de later bloeiende pruimen behoren. Althans in deze streek, de Voorkempen.
Prunus insititia
De wilde pruimensoort Prunus insititia is zeer omvangrijk.
Prof Hautmann spreekt van 3 ondersoorten: Krieche/Kriechele, Zibarte en Sint Julienpruimen. Bij de paalwoningen uit het jongsteentijdperk heeft men stenen gevonden van Kriechele en Zibarte. In de natuur zijn ze nu zo goed als verdwenen. Ze onderscheiden zich enkel door de vruchtkleur van elkaar: Zibarten zijn groen tot geelgroen; Kriechele zijn blauw.
De St Julien kwam tijdens de voorgaande eeuw als onderstam uit Frankrijk. Vooral de St Julien A is zeer bekend als onderstam. Na afsterven van de veredeling heeft de St Julien zich in de natuur verspreid. De St julien heeft vruchten in verschillende kleur en grootte. Bij de St. Julien A zijn deze groen tot groengeel.
De bekendste ondersoorten van de Prunus insititia zijn
- Enerzijds de Reine Claudes of in het Engels Gages.
- Anderzijds de Mirabellen (niet verwarren met de Myrobolanen of kerspruimen, want de gele myrobolaan wordt meestal verward met de mirabelle.)
Primitieve Pruimen
Nog sterker bedreigd zijn de landrassen die men desgewenst tot de wilde pruimen kan rekenen. Een kenmerk zijn de kleine vruchten. Sommige hebben wel iets grotere vruchten.
Primitieve pruimen en landrassen staan op eigen wortel en worden met worteluitlopers vermeerderd.
Toen wij hier in 1962 kwamen, groeiden er twee landras
pruimelaars aan de kant van de moestuin, met tamelijk grote, goedsmakende,
blauwrode vruchten. In de loop der jaren heb ik tientallen uitlopers
uitgedeeld. Ze kregen van mij de naam “Kempische pruimen”. Ook in Brasschaat
had iemand dergelijke pruimen. Ik heb nog een ander landras, dat ik meebracht
van Leffinge bij Oostende. Opmerkelijk is dat de vruchten in mijn zandgrond een
stuk minder groot zijn en ook niet zo goed smaken als de vruchten van de bomen
daar, in de zware poldergrond. Daaraan
knoop ik ook het feit vast dat uitgeplante uitlopers van die twee moederbomen
het duidelijk minder goed deden, wegens onvoldoende verzorging en een grond
minder voorzien van voedingsstoffen. De moederbomen aan de rand van de moestuin
profiteerden duidelijk van de rijke, bemeste tuingrond. Ik heb nog een derde landras, een pruim uit het Keerbergse, gekregen van Wilfried D'Hondt. Deze pruim heeft de smaak van een goede cultuurpruim en is te vermenigvuldigen met worteluitlopers.
Wilde pruimen komen over gans Europa voor.
Zo zijn er de uitgebreide onderzoekingen van Heinrich Werneck in de 1950tigerjaren in Oostenrijk. Hij vond naast Kriechele en Zibarten nog een ganse reeks landrassen.
Vele dreigen te verdwijnen of zijn reeds verdwenen.
In de fruitverzamelingen komen ze niet of nauwelijks voor. Ook in de genenbank voor fruit werden ze meestal vergeten.
De universiteit van Hohenheim en de T.U. München –Weihenstephan hebben een kleine collectie.
De grootste verzameling van wilde pruimen werd door Peter Schlotmann samengebracht te Lauenburg in Schleswig-Holstein: 420 vondsten van pruimen.
Tot een andere groep behoren de Japanse pruimen. Deze worden tot de soort Prunus salicina (synoniem: Prunus triflora) gerekend. Prunus salicina is diploid (2n = 2x = 16). De vruchten zijn groot en rond, met tamelijk stevig vruchtvlees. Ze worden veel ingevoerd. Japanse pruimen bloeien vroeg, gelijk met de kerspruimen (Deze zouden wel iets meer vorst verdragen dan de Japanse pruim), een maand vroeger dan de Europese cultuurpruimen en lopen daarom meer risico op schade door nachtvorst.
Er bestaan ook soortkruisingen tussen de Japanse pruim en de abrikoos. Deze staan bekend onder de namen Plumcot, Aprium en Pluot.
Eveneens bestaan er soortkruisingen tussen de Japanse pruim en de kerspruim .
Mijn besluit
Toch blijf ik na dit verhelderend artikel met vragen zitten.
Waar plaats ik bv. het blauwe pruimpje dat mijn jeugd verblijdde? Is het een Damast pruim (pruim afkomstig uit het Midden Oosten, Damascus)? Damastpruimen worden gerekend tot de Prunus insititia, net als de Engelse Damsons en Bullaces.
Zijn er nog meerdere landrassen in onze streken te vinden? Waar zijn de kleine, gele pruimpjes die men in meerdere streken tegenkomt te plaatsen? Veertig jaar geleden proefde ik in Halle-Kempen een iets grotere, gele pruim met iets rood, die wellicht eerder een oud landras was dan een kerspruim. Zijn herinneringsbeelden betrouwbaar? Wat zijn en waar plaatst men de kroosjes? Waar zijn de Brabantse, blauwe palokes te plaatsen? Kennissen gaven mij gele pruimen die al vijftien jaar ze goed als onvruchtbaar blijken. Waarom? Enz.
Wat zijn uw bevindingen?
Daniel Willaeys, Zoersel, aug. 2010
Foto’s
1. Small Black Bullace
2. White Bullace
3. Idem
4. Een van mijn vrij goed smakende myrobolanen
5. Gele myrobolaan
6. Mijn donkerbladige , rode kerspruim
7. De MO-Nectar van Georges Cooman, de mooiste pruimen die ik ooit zag en een van de lekkerste.
8. Idem
9. De cultuurpruim die ik als eerste aanraad: een zelfbestuiver, regelmatig vruchtbaar en lekker. Zelfs als er te veel aanhangen is de smaak nog behoorlijk. We oogsten nu de laatste vruchten.
Nieuwe Voorraad Maanzaad
Nieuwe Voorraad Maanzaad
Bekoorlijke Achterinkom
Bekoorlijke Achterinkom
Naast het achterinkompoortje staat de Amerikaanse framboos Dormanred. Anders een vrij onooglijk struikje maar nu opvallend met de felrode vruchten. Deze hebben een friszure smaak. Voor de rest gedragen ze zich als de Japanse wijnbes, doch deze heeft veel kleinere besjes. Japanse wijnbes kan ook veel moeilijker tegen een droge grond.
Als je bij zoeken in de linker bovenhoek dormanred intypt, zie je vroegere blogs over dit onderwerp.

