in de weekend-file richting Mars
bij een planetoïde
haak ik mijn spaceship even vast
aan de shop van een druïde
terwijl hij met zijn laser-staf
mijn foton-motor tankt
bied ik de man uit mijn karaf
wat koele appeldrank
“ach, Haspengouw, die tuin van Eden”
zucht hij, genietend van het vocht,
“lichtjaren is het al geleden
dat ik die streek nog heb bezocht”
“gelukkig dat mijn fruitenier
hier af en toe eens stopt
met potten stroop en appelprut
en Truiense fruittob”
een meester-kok uit Orion
zweeft nu het station binnen
op zoek naar vruchten uit Kerkom
voor al zijn VIP-Godinnen
“alleen het allerbeste telt !”
bluft hij heel stoer en prat
“want anders wacht mij ginds
gescheld
en een reis naar ‘t Zwarte Gat !”