een fruitsprookje
er was eens een familie Smith
woonachtig te Gelinden
hun zoon Granny, gezond en fit,
wil ’t met Jona wel vinden
schroomvallig tracht hij haar het hof
met veel égards te maken
maar voor Kanzi bijt hij in ’t stof :
die blijkt haar méér te smaken
misschien oogt Granny nog wat groen
kort na ’t lente-ontwaken
maar waarom zou hij onderdoen
voor ’n macho met rooi’ kaken ?
en dus wil hij met al zijn kracht
zich over haar ontfermen
en wil verwoed bij storm of nacht
zijn oogappel beschermen
maar ziet, daar valt plots uit de lucht
een vlucht gretige spreeuwen
Granny gooit zich met onbaatzucht
vòòr Jona ... en de leeuwen
hier staan we nu onder het kruis
rouwend om Granny Smith
van hem rest nog slechts het klokhuis
maar met een blanke pit !

