Zoek me, tussen de anderen
sta ik, de voeten in een hoek
geplant, de knieën samen
een stam, recht omhoog
tot aan de heupen van hars.
mijn ruggegraat
een schors voor spechten en zwammen,
mijn buik een bast voor wormen en maden,
mijn wervels de takken voor vogels en nesten.
mijn schouder een blad,
mijn schouders bladeren, recht omhoog
tot aan de weelderige kruin.
alleen de armen, de armen
niet. die steek ik wijd als twijgen
om me heen, aan elke vinger
een verse vrucht.
(uit de cyclus: alles op afstand)
Silvy Marie


