
Archief

maandag 16 augustus vlotte rit, tof weerzien,wuvesteke


Het laden van onze Touran is altijd een hele opdracht. Eerst moet de hoeveelheid bagage bekeken worden : twee reistassen per persoon, is dat acceptabel of wordt dat afgekeurd door de bagagecommissie ? Ter verdediging voert men dan aan dat de ene tas een echte reistas is en de andere een sporttas en beide onmisbaar voor een goede afloop. Daar kunnen we akkoord mee gaan. Stapelen we horizontaal dwars of vertikaal overlangs ? Daar moet eens over gepraat worden. Is jouw fiets een met een 30-34 plaat of is het een 32-32? Ja, dat moet een mens allemaal weten vóór hij vertrekt. Als vrouw leer ik weer bij : een wuvesteke. Zo noemt de fietsenmaker van Johan de versnelling die hij op zijn fiets liet zetten. Ik mag dat hier eigenlijk niet vertellen van Johan want hij is bang dat hij de' vrouwenwereld' over zich gaat krijgen. Zo'n steekje is namelijk de kleinst mogelijke versnelling die een fiets kan hebben en dat kan alleen maar nuttig zijn als je een 'wuve' bent, want ... u begrijpt het wel.
Het moet gezegd, eens de vergadering ten einde is gaat het laden wondervlug. Zelfs de achterklep van de auto wordt neergelaten alvorens de fietsen op het rek te zetten! We 'schuren onze puste' en zijn er mee weg.
De rit is vlot, ieder doet zijn deel van het rijden, Geert geeft de nodige technische instructies : 'nu schakelen!', 'afstand houden', 'toerental in de gaten houden'.
We stoppen op een parking, Johan vindt een sacoche, prachtige vondst, zit vol kaarten, passen en foto's, geen geld, wat er mee gedaan ?
'de meeste mensen deugen' zegt Johan, 'geef het af in het tankstation'.
'de meeste mensen deugen niet' zegt Michel, 'niks afgeven, we proberen de eigenaar te bellen'
Hilde (ik dus) vindt het telefoonnummer van een zekere Jeremy van de sacoche. Geert (kent mooi Frans) belt. Jeremy is niet thuis. Ha neen, Jeremy is zoals wij op weg naar het Zuiden. De sacoche wordt toch afgezet bij de caissière van het tankstation, we proberen later nog te bellen (nemen we ons heilig voor).
Wie ook op weg naar het Zuiden is, dat is een colonne van politiewagens, die duidelijk de opdracht hebben gekregen om chaos in het verkeer te scheppen. Ze steken ons voorbij, ze steken elkaar voorbij, ze rijden links, ze rijden rechts, maar structuur zit er niet in. 'Op weg naar St. Tropez, die gendarmes', zegt Johan.
Inge (onze ex-collega) en Tom (haar man) zijn de trotse eigenaars van 'Estafête', een b&b in Cressensac-Sarrazac, die ze te voorschijn getoverd hebben uit een oude schuur. Met veel zorg en smaak omgebouwd in vele lange jaren en sinds mei geopend. We worden hartelijk ontvangen en krijgen de familiekamer ter beschikking. Geert en ik palmen het matrimoniale bed in en Michel en Johan herschikken hun bedjes tot een gezellig geheel van bed en doorgang naar de badkamer. Er is een zwembad, we nemen een duikje, toch zij die een zwembroek bij hebben. De waterschuwe exemplaren negeren elk aandringen. Er is ook een jacuzzi en een sauna.
's Avonds krijgen we een culinair hoogstandje van Tom en als we slapen gaan hoop ik van harte dat er geen civetkat in onze kamer gaat binnensluipen vannacht, want het manshoge venster naar het terras zetten we ver open.
Geen kat, maar wel een vos, zo blijkt de volgende morgen, heeft 1 kip opgegeten en 2 kippen verstopt (zijn vermist) en 4 kippen ongemoeid gelaten. De vossen, het zijn moordenaars, we hebben het in het buitenstedelijk De Pinte ook al ondervonden.
Sarrazac en Sarrazac


15 augustus 2021
Het is niet te geloven maar het is alweer een klein jaar geleden dat we onze fiets van stal haalden om de Stelvio in Noord Italië te lijf te gaan.
En kijk, de roep naar het zuiden is weer daar ! Johan en Michel zijn er klaar voor, de ene heeft zijn patatjes uitgedaan en een paar katjes gegeseld, de andere heeft een nieuw koerstruitje gekregen en zijn kruidenbak omgeschoffeld. Ze staan te trappelen van ongeduld om het startschot te geven in Sarrazac. Howowow, Sarrazac ??? Welke Sarrazac dan wel ?? Is het Sarrazac-Sarrazac of is het Cressensac-Sarrazac ? Ja, voor jullie speelt dat allemaal geen rol, maar wij willen liefst naar de Sarrazac van Inge en Tom, daar waar zij een b&b zijn begonnen sinds april. ( Inge is een ex-collega van Michel, Johan en ik en we vinden het leuk om haar eens terug te zien. ) Maar zij woont wel in de andere Sarrazac dan die waar onze fietstocht begint. De route ligt vast, de hotels zijn geboekt. Enkel het beginpunt is fout. Het geeft een ferme deuk in het imago van de kaartenlezer/routeplanner, we zeggen niet wie het is, maar zijn naam rijmt wel op Debel (dat is Inge haar naam). Het wordt ingewikkeld, ik weet het, elk nieuw begin is moeilijk. Zowel het schrijven van een blog als het vinden van een plaatsnaam in Frankrijk. Niet getreurd echter, de ene Sarrazac ligt niet zoooo ver ten noordwesten van de andere, we passen er wel een mouw aan. In dit geval een wiel. En het stroeve schrijven, dat betert ook wel, oefening baart kunst.
Het zal wat onwennig reizen zijn na het moeilijk jaar van maatregelen tegen Covid-19. We zijn alle vier gevaccineerd, dat is geruststellend en we zullen ons zo goed mogelijk houden aan de maatregelen van Frankrijk. Ondertussen zijn we alle vier met pensioen, dus we hebben hopen tijd gehad om te trainen. Alleen, bij een gepensioneerde is de tijd van een andere, kortere orde, het is geen fabeltje, we ondervinden het alle dagen : we staan op, we knipperen even met onze ogen en de nacht is reeds daar !
Maar goed, we gaan vroeg slapen vanavond, morgenvroeg om 7 uur staan hier twee mannen aan de deur.
Wat ik alvast mee neem, dat is een goed boek !!!!
9 september : die god-fér-domse Rechsenpasj

Nog één wens heb ik deze vakantie : Oostenrijk zien ! Ik weet, het zit in het hoofd van de mens dat een grens oversteken een belangrijke stap is in het leven. Tenslotte zien de weiden en de bergen er aan de andere zijde niet anders uit dan aan deze kant, maar de symboliek !!! Wat is een michellenmens zonder de symboliek van de dingen des levens ?
Rechsen (Resia) ligt zowaar op het fietspad én het ligt genau op de Oostenrijkse grens. Beter ware ook de Zwitserse er nog bij geweest. Helaas, die is ondefinieerbaar ergens en nergens.
We dartelen door de appeltjesvelden en zo waar, hier kunnen we een appeltje voor de dorst helemaal gratis uit de kist rapen. Ik raap er vier. Dat wordt een mooi souvenir voor mijn vier zonen (oeps, dat mag ik hier niet zeggen).
De grindweg waar ich ganz mein kraüt opf verschossen hat vorige keer, is achter de rug, mein glück kannst nicht stück.

Het wordt nu wel ganz schwer, klimmen und klettern. En oh, kijk, zowaar een kasteel unterwegs, mit eine schöne Jungfrau dahin.

Aber, god-fér-dom, mijn ketting valt nu toch wel af zeker, net nu ik op het binnenblad wil schakelen omdat het hier zo deksels steil is. Gelukkig ben ik zeer geoefend in het loswrikken meiner koersschuhen en val ik niet reckwarts.
We komen aan de grosse, blaue Rechsensee. Dat is leutig rijden.
En, zie daar, de Oostenrijkse grens ! Vlug een fotootje machen, zodat het hausgeblieben Volk mij gelooft. Ik moet er wel voor op mijn rug gaan liggen, aber ich traüre da nicht um.

Oeps, kijk nu, we hebben in de verkeerde richting gereden. Kilometer 0 ist hier und nicht da !
Geen gebrek aan bewijzen, ik neem geen risico. Als ik later vertel dat we hellingen van 19% op moesten en ze geloven me weer niet, deze foto is écht. De koe, die heb ik niet gezien.
Die 2 anderen hebben frieten en knakworst gegeten, slim zijn ze niet. Ik houd het bij een sobere appelstrudel en een koffie. De opdienster is gewend om twee maal te ontvangen. Eenmaal op zijn Italiaans (frivool) en even later komt ze nog eens langs op zijn Oostenrijks (stevig).
We glijden de krachtige hellingen terug af als in een lange, snelle rodelbaan. Hebben we dit allemaal ook opgeklommen ? Echtig wahr ?
Daar is reeds de grindstrook weer. Dat wordt 4 km manoevreren. En patsch, daar heb je het al, mijn achterband loopt lek. God-fér-domme, wat een pech en het duo is ribbedebie. Dat wordt strumplen und schlieren und mopferen.
Ha, glücklich, telefoon van Hilde, waar ik ben en of ik nog thuiskom vanavond. En dat ze mij met de auto gaan komen ophalen. Oef, er zijn nog brave Menschen im Welt. Wat zal ik ondertussen doen ? Ein grosse Pint trinken ! Troostproost.
Oei, pint nog maar net uitgegoten. Daar zijn ze al ! Hier, hierheen, ik zit hier. Joehoe ! Touran !! Kommen Sie.
Ai, het zijn anderen, ze kijken zo vreemd naar mij. Kop over pint buigen, drinken, fluiten, van niets weten.
Aha, daar zijn ze dan toch. Fiets op de auto en huiswaarts.
104 km getrapt, 10 km in auto, 1.645 hoogtemeters over, mijn droom is werkelijkheid geworden, ik habe den Grenz gesehen ! Zum Wohl!!!!
9 september : Oostenrijk in zicht !!! de Reschenpas

Snode plannen vandaag : Er is het drielandenpunt Dreilanderspitze waar Italië, Oostenrijk en Zwitserland samenkomen. Dat willen we wel eens zien, zo'n grensgeval. De moeilijkheid is echter dat het eigenlijke punt niet bereikbaar is omdat het pal in de bergen ligt en dus kiezen we voor de grens Italië-Oostenrijk.
Onderstaande foto is nog net Italië : Hilde maakt een I opdat iedereen het bewijs ziet.
En dan zijn we in Oostenrijk, Hilde maakt een A (van Austria). Bewijsstuk 2.
Maar, eerst moeten we daar geraken. Het mooie fietspad langs de Adige loopt toch wel tot daar zeker ! Hebben wij geluk.
Het eerste deel kennen we al, langs daar reden we naar de aanloop van de Passo di Stelvio, daar waar Michel al een triestig gezicht trok toen hij nog maar amper bezig was. Deze keer bevalt het hem beter, als is grind niet zijn beste vriend.
Geert daarentegen voelt zich helemaal opgeladen, body battery 100%.
En Hilde (ik dus) vindt het voorlopig allemaal een lachertje.
De hemel is azuurblauw en Zuid-Tirol krijgt een mooie pluim van ons voor het prachtig goed fietspad. Het staat overal prima aangeduid, zelfs al zouden we willen, we kunnen niet verkeerd rijden. Eens we Prato di Stelvio voorbij zijn begint het gestaag te klimmen. We moeten naar 1.500 m hoogte en dat krijg je niet gratis. Maar, gerekend over de afstand van 56 km enkel, kan het klimpercentage niet erg hoog liggen. De spartelende Adige begeleidt ons met flink geruis, het landschap is afwisselend, we fietsen door kleine, nette dorpjes. Er zijn veel fietsers op de baan, het toerisme gaat hier aardig zijn gang.
We naderen het Reschenmeer en de klimmen worden nijdiger, kort maar hevig. Ik schud mijn kompanen af, niet dat ik niet moet duwen, maar de assistentie van de batterij geeft me net dat spatje kracht meer. Niet getreurd, het komt me goed uit, want ik moet me te plassen zetten langs de kant van de weg en voel algauw dat het netelgewassen zijn die tussen al het groen staan. Bips en kuiten, ze staan in brand. Het kan alleen maar gezond zijn. Mijn spitsbroeders blijven wel erg lang weg en vragen zich af of ik niet vind dat ze erg lang wegblijven. En of ik niet een beetje ongerust was ? En bezorgd ? Blijkt dat de ketting van de fiets van Michel gelopen is bij het schakelen, steil bergop en dat hij tenauwernood zich uit de klikpedalen heeft kunnen wringen. Al hun technisch vernuft bij elkaar gelegd en nu met zwarte pootjes aangekomen. Oef, gelukkig.
Het is prachtig rijden langs het meer, op en neer golvend, wind in de rug, wat een hemelse dag ! In de verte zien we Resia (Rechsen) liggen, net daarachter ligt de Oostenrijkse grens. We zetten verrukt voet op Oostenrijkse bodem, het is te zeggen ieder van ons uitgezonderd Geert die bromt dat dit toch geen zin heeft, die stomme grens, niks te betekenen, helemaal terug naar Rechsen, bergop, wind van voren, zijn we zot misschien ? En honger ook al ! Het is ondertussen half drie en nog niets gegeten en alle restaurants zijn dicht. Gelukkig vinden we een cafetaria waar ze nog apfelstrüdel verkopen. En, ook nog, Patat mit Wurst. Ja, geef ons dat laatste maar, honger is de beste saus. Michel verkiest wijselijk de apfelstrüdel, het bespaart hem een overladen maag van de frietjes en de knakworst.

8 september : wandelingetje

Een wandelingetje op de Meraner höhenweg onder een prachtig blauwe lucht wordt algauw een stevige staptocht (waarbij we wat verloren liepen, maar niet veel) van 13,8 km en 1.240 hoogtemeters. 






Kleine geitjes op het dak van een berghuis. Vandaar de naam 'berggeit' fluistert er hier iemand in mijn oor.

Ons eindpunt : Haus Linthof, waar we ons te goed doen aan knödelsuppe (ik), slaatje mozarella (Geert) en kraüterknödels (Michel) én een biertje (jochei jochei, het eerste biertje van de heeele vakantie) St Franciscus. Dat biertje slaat wel in onze benen, die van Michel kunnen er tegen, hij ontsnapt op weg naar Haus Dickhof, verslikt zich in een verkeerde weg, rolt de helling af , wij rollen mee, wijst ons de weg waar wij verkeerd lopen, zucht van gedane inspanningen en loopt nu lichtjes te manken. Maar dat kan ook mijn indruk zijn.

En speciaal voor mijn broer Jan, die trouw de blog leest, heb ik een Mariabeeldje gefotografeerd, dat daar zo maar stond, midden in het bos.

De Meraner Höhenweg is in totaal 100 km lang en zou een van de mooiste trails zijn in de bergwereld. Ik kan het wel geloven.
In elk geval hebben mijn wondersokken hun dienst bewezen, droge voeten, comfortabel in de schoenen. Dat mijn tenen pijnlijk rood zien, dat tellen we niet mee.
7 september : een dagje Merano met de trein

Het wordt een miezerige dag zegt de weerkaart. Het brengt ons op het lumineuze idee om te gaan winkelen in Merano, per trein.
Latsch is een dorpje dat ons elke dag beter meevalt, het blijkt nu ook een stationnetje te hebben en wij, toeristen, mogen gratis naar Merano (en nog veel verder als we willen). Michel en ik gaan, Geert houdt niet van stadjes en blijft thuis.
Het lumineuze idee blijkt algauw een uiterst banaal idee te zijn geweest, want iedereen heeft dat idee. Gevolg, de trein zit stampvol. Ik vind een plaatsje in een hoekje, Michel moet de rit van 40 minuten recht staan. Vanuit de trein mooie wolkenslierten, laag en lieflijk.
Ook Merano is drummerig druk, niet zoals op onderstaande foto, dat was een andere keer Merano, maar de winkelstraten krioelen van toeristen van allerlei slag. We zoeken ons eerst een terrasje waar we een hapje kunnen eten.

En het valt mee, we kunnen buiten zitten, onder een parasol en het is er best gezellig ondanks het lichte miezeren.

Ondertussen zit Geert onder zeil. Geukkige ziel, zonder moetens en marens en zo geheel zijn eigen zin kunnen doen. Slapen dus. :)

Na ons hapje gaan we elk onze eigen weg, op zoek naar souvenirs voor geliefden en onszelf. Ik vind wondersokken van merinowol, duur maar goed en schenk ze aan mezelf. Mijn voeten verdienen dat.
Wat Michel ondertussen uitspookt weet ik niet, maar om 15u15 komt hij aanzeulen op onze plaats van afspraak met een grote tas vol ..........., dat mag ik niet verklappen. Ik heb ondertussen een lekker Italiaans ijsje gegeten en de Thermen van Merano gaan bezoeken. Aan de buitenkant althans, het benieuwde me of het mét of zonder zwembroek zou zijn. Het is mét. En het is mooi met buitenzwembaden en een grote tuin met ligzetels, waar je kunt rusten. Moest ik een zwemcompaan hebben, ik deed een duik.
Maar de trein roept, we proberen een vroegere trein terug te nemen om de grote drukte te vermijden. Op weg naar het station : een winkel met alleen maar pullovers. Uit Firenze staat er te lezen. Dat klinkt sjiek en ze zijn afgeprijsd. Dus moeten we toch eens gaan kijken binnen. De verkoopster draait ons allebei rond haar vinger, vooral Michel, want die komt buiten met 2 pullovers, ik met 1. We staan een beetje beduusd te kijken, hadden de afprijzing wat verkeerd begrepen, maar kom, we hebben kwaliteitspullovers uit Firenze.
's Avonds, we eten nog een spaghetti van de hand van Geert, spelen we een reeks hartenjagen. Het feit dat er hier een foto van de eindstand staat, doet al vermoeden wie de winnaar (weeral) is, toch ? Juist, ja.

Als ik in bed lig en me afvraag wat het mooiste moment van de dag was, staat dit bovenaan : Merano is een rijke stad (denk ik) en ik heb maar één bedelaar gezien. De oude man zat aan een brugje en leek in slaap te zijn gevallen, maar toen ik hem een centje gaf, richtte hij zijn hoofd op en keek me aan met zijn grijsblauwe ogen. En ik wist niet hoe ik moest terugkijken en ben maar vlug voortgestapt.
5 september : rust 6 september : we verslikken ons in passo Martello


Na een dag met een maximum aan inspanningen verdienen we een dag rust. Unaniem goedgekeurd.
Misschien toch een klein wandelingetje naar het naburig gelegen dorpje ? Wel ja, onze benen moeten ook vandaag eens gestrekt worden, anders wordt Garmin boos. Michel gaat naar de post, naar de fietsenwinkel en naar huis. Zijn benen zijn al gestrekt genoeg.
Het klein wandelingetje wordt algauw 7 km, maar we malen er niet om, het is prachtig weer en er is nog de hele namiddag om te dutten en te lezen en te kijken naar de tour.

Wat smaakt er beter na een fikse wandeling dan een boterhammetje in de zon op het terras? Alleen spijtig dat de parasol kapot is en we ieder om beurt het ding moeten vasthouden. Geert het eerst en het langst en het enigst. Hij is ook het sterkst, denk ik. Wie veel spieren laat rollen moet de gevolgen én de parasol dragen. Haha.
We hebben nog een avondvullende activiteit voorzien : kaarten !!!! Maar eerst eten we pizza, besteld bij Pizzeria Jolly en afgehaald, opgegeten en weggespoeld met een Chateauneufdupape (dankjewel Marc!!) en een plaatselijke pinot. Niet dat ik er iets van ken, maar ik hoor toch goedkeurend gebrom in stereo.
Vandaag, 6 september, staan de weerkaarten op ongunstig. Regen, vooral in de namiddag.
Wat in de namiddag valt, valt niet in de voormiddag. Zo denken we en dus besluiten we kwiek en vlug om naar het stuwmeer Gioveretto te fietsen in de hoge Martellvalei. Het meer ligt op 1800m hoogte, het is dus geen kwakkefolietje, er moet getrapt worden, geblazen, gevloekt en gezucht.

Hier zijn geen lange rijen motards, geen chique bakken met bekakte madammen, de Martellpas is relatief onbekend en past dus niet zozeer in een palmares vol klinkende namen. Maar het is beslist de moeite en de klimpercentages zijn dat ook. Een bordje dat waarschuwt voor de bochten, daar is het stijgingspercentage het hoogst. Dat weten we ondertussen wel en daar zijn we voor beducht. We vinken 13 % af op het laatste stuk met 10 tornanti, wat we op voorhand niet weten, het konden er ook 48 geweest zijn.

En dan is het meer daar, ettelijke meters diep, ettelijke vierkante kilometers rond, grijsblauw, kabbelend, ongenaakbaar.
Hier borrelt een vreugdezang op in de borst van Michel, die pavarottigewijs zijn armen in de lucht gooit. Jaja, wir schaffen es !!

Kijk ook eens in de bijlage, naar de besneeuwde toppen aan de Martellpas. Ze zijn anders mooi dan die van de Stelvio. Maar ongetwijfeld bloedmooi.
boodschap aan Guido


Ik weet, beste Guido, dat je eraan twijfelt of je schoonzus wel echt die Stelvio op gereden is, kijk dan eens naar bijgaande foto. Fiets van Hilde voor de herberg.
het enige echte verslag : de Stelvio op !

We zijn donderdagavond, 3 september, en hebben een mooie verzameling aangelegd van de appeltjes, die ons dagelijks verblijden, hetzij door ze te bekijken, hetzij door er eens eentje scheef te slaan. (eentje is geentje, de boer gaat het niet merken, de plukkers zijn blij wegens minder werk voor hen en wij zijn ook blij, als ze lekker zijn - de rode!- en minder blij met de karmijnrode -slecht!-).
Alsook op donderdagavond heb ik een vaste benoeming gekregen, vanaf nu ben ik plaatsvervangend hoofd van de technische dienst. Dit alleen maar om te zeggen dat de mannen niks bakken van technische aangelegenheden (Johan, waar ben je ????) en om dat te verdoezelen vlug wat zeem aan de baard van de vrouw smeren om er maar van af te kunnen zijn. Mannen !!!
Nog een merkwaardigheid die ik in de statistieken bewaar : we doen een eerste wasje en in totaal hebben we 21 stuks (kousjes tel ik per paar, voor alle duidelijkheid). Daarvan zijn er 14 stuks van Michel en 7 stuks van Geert en ik samen. Welke betekenis moeten we daar aan geven ? Michel is heel proper, Michel is heel vuil, Michel doet veel kleren boven mekaar aan, Michel doet veel kleren achter elkaar aan, Michel gooit propere kleren in de wasmand omdat hij het verschil niet kent tussen een wasmand en zijn valies..... Voor ons betekent dit hetzelfde maar dan in tegengestelde zin (voor het geval je er nog aan uit kunt).
Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij het gebruik van de glazen : In totaal beschikken we over 6 glazen. Wie, denk je, heeft continu 3 glazen in omloop ? Wij zijn het niet hoor. Een glas voor water, een glas voor wijn, een glas voor schimmige drankjes waar hij met een plastieken lepeltje in moet roeren, want anders is het mengsel kapot. ?????
Het is ondertussen 4 september geworden, we hebben goed geslapen (gezorgd dat we goed konden slapen, wat dat ook moge betekenen) en met grote zorg wordt het ontbijt bereid : havermout. Krachtig voedsel, goed verteerbaar, langdurige energie. We moeten het uitkienen, want elke factor zal belangrijk zijn. Die bergtop ligt op 2.758 m hoog en wij logeren op 600 m hoogte. Dat zijn een pak hoogtemeters, die we over moeten.

Er was enige discussie over van waar we zouden vertrekken : ofwel van ons logement maar dan moeten we nog 25 km door de vallei van de Adige naar Prato alle Stelvio, ofwel met de auto naar de voet van de pas en daar starten. Het wordt het eerste, al hou ik mijn hart vast, want dat betekent dat we ook nog helemaal terug moeten en in totaal meer dan 90 km zullen moeten rijden.
Nog vlug een foto van de gezwinde klimmers. Waar kan dit beter dan ....juist, ja, voor een appelboom ? Ik stel voor om ons te lanceren langs de appellanderijen. Hoofdschuddend en dik tegen hun goesting geven de mannen toe, want we gaan vast en zeker verloren rijden tussen die eindeloze appelbossen. Niet dus, behoorlijk vlug vinden we de radroute en bollen we vrolijk langs de rivier naar het (wilde) Westen. Het is wel wat bergop, maar malen we daar om ?

Ja, dat doen we ! Bekijk even het gezicht van Michel en je kent het antwoord. Het is bergop en het pad is af en toe onverhard en rijdt daar verre van gemakkelijk. Hoor ik daar een hartsgrondige vloek ? Ja hoor, ja hoor !

Maar laten we de pret niet bederven, we bereiken rond 11 uur de voet van de passo di Stelvio in Prato. De longen zuigen zich nog eens goed vol (deels met de uitlaatgassen van de onvermijdbare hordes motorrijders) en daar zijn we vertrokken. Drie uur en een half klimmen hoor ik brommen. Afgesproken is om in het dorpje Pratoi halt te houden voor een hapje en een drankje. Dat zal rond het middaguur zijn. Vorig jaar indachtig toen ik zonder verpinken de afspraak om te stoppen negeerde en recht naar boven reed op de col du Glandon, kijken mijn companen nog eens ernstig in mijn ogen. Zeker stoppen, hoor, zeggen de priemende oogjes. Misschien denk je dat ze me niet kunnen missen, gewoon omwille van de schoonheid van mijn 'zijn' :), maar de werkelijkheid is zoveel prozaïscher : ik draag al de bagage en dus ook het lunchpakket.
Kijkend van op onze eerste stop zien we de toppen liggen, wat zijn ze prachtig majestueus.
Niet getreuzeld nu, we moeten verder. Ieder voor zich, ieder zijn eigen tempo. Weg zijn we.
De pas telt 48 haarspeldbochten en die kan je aftellen, want aan elke bocht staat een bord met het nummer van de nog te nemen bochten. Alleen, het duurt ontzettend lang voor bocht 48 zich meldt. Het zegt iets over de lengte van de klim. Mijn fiets heeft een sterke batterij en als ik niet te zot doe heb ik een bereik van 110 km. Maar niet bergop. De kilometers die ik nog te goed heb slinken, per 2, soms per 3 km. We zitten nog in de boszone als ik al begin te twijfelen of de batterij wel sterk genoeg is om de top te halen. Niet dus. Op 5 km van de top, nog zo'n 500 hoogtemeters te gaan en ze geeft het op. Daar sta ik dan te blinken, in de brandende zon, hijgend, en de mannen nog lang niet in zicht.
Honderd hoogtemeters dieper ligt een hotel/restaurant/herberg. Ik besluit terug af te dalen tot daar en deemoedig te vragen of ik mijn batterij mag opladen (deels dan toch, want volledig opladen duurt 4 uur). Maar eerst moet ik de dappere krijgers onderscheppen opdat ze zich niet afvragen waar juffertje Vink gebleven is. Het wil lukken, ze duiken op het juiste moment op en willen zich wel opofferen om even met me mee te gaan naar de herberg. Geen probleem om de batterij op te laden, we drinken ieder een halve liter bruiswater op het terras met prachtig uitzicht op het laatste stuk van de beklimming en hooghogerhoogst, de gebouwen op de top. Een marmot huppelt van rots naar rots. Rotsaert ziet hem, Detombe ziet niks. We horen het schrille gefluit, het beestje is niet alleen, vrouw en kindjes zijn mee op stap. Het is goed vertoeven daar op 2.188 m hoogte, we zouden er kunnen blijven en de rest vergeten. Neen, hoor, dat doen we niet. De mannen vertrekken alweer, ik moet minstens nog drie kwartier wachten om enige kans te maken de top te kunnen halen. We spreken af terug te verzamelen aan de herberg als we mekaar niet elders tegenkomen. Het is ondertussen 15u30. Ik zie het zwarte en het rode stipje zich vermengen met de eindeloze sliert klimmers die zich koppig, dapper, wanhopig naar boven stampen. Daar tussen glijden de motards slingerend en met het nodige gebrul omhoog. Om nog te zwijgen van de exotische bolides, liefst met open dak, madame met het sjaaltje en de camera, meneer aan het stuur, zich de koning te rijk wanend want zowel car als haar in zijn bezit. Tot ze met zijn Cadillac gaat lopen!
Maar kijk, het uur is verstreken, de batterij heeft terug potentie en ik vertrek weer. Hier leer je hoe een haarspeldbocht te nemen, ze liggen tegen elkaar aan gevlijd in sierlijke strepen tegen het mosgroene berglandschap. Het is warm, ik zweet, de anderen zweten nog meer. De batterij slinkt, ik probeer zuinig te rijden (hoe doe je zoiets bergop ?), maar helaas, 500 meter voor het einde : batterij says no. Nu kan ik toch niet opgeven. Geert en Michel heb ik niet meer weergezien, zij zijn dus alvast boven geraakt. Applaus voor deze helden, ze hebben goud en zilver in hun categorie, veel senioren heb ik eerlijk gezegd hier niet zien sportelen.
Het worden nog zware laatste meters. Je moet weten, ik heb een zware fiets, er zit brood, fruit, drank in de fietszakken, én het is beestig bergop. Dalers roepen me toe dat het niet ver meer is, doorzetten nu, bravo voor madame! En ja hoor, het lukt, ik voel mijn schouders branden van het duwen, Geert helpt me over de laatste meters en daar sta ik dan ook helemaal boven, niet goed wetend of dit om te lachen of om te huilen is.
Michel is op schattenjacht. Souvenirs vind je hier ten overvloede, truitjes, kaartjes, beestjes, petjes...hij koopt alle winkels leeg. Nou ja, hij koopt het een en ander. Het meest bijzondere is toch wel het kaartje, waar mevrouw de winkelierster al jaaaaaren van af wil, dat weer en wind heeft doorstaan en nu eindelijk in handen valt (dankeschön, dankeschön, dankeschön, zo vriendelijk toch zijn de mensen hier) van een onwetende slecht gebrilde toerist. Daar moeten wij nadien ontzettend hard mee lachen. En hijzelf ook.

Maar, we moeten nog terug naar huis ! het is ondertussen bijna zes uur, ik laad de batterij nog even op, ze kan jochei jochei alweer 6 kilometers aan.
Eindeloos is het, bergaf. En koud ! Zelfs met windjack en fleece voel ik de koude op mij vallen. De zwarte valk, die Geert heet, is nu in het fluogeel gehuld en stort zich naar beneden. Michel, ook met een paar jacks over elkaar aan, is al wat vroeger vertrokken, hij houdt niet van dalen. We vinden elkaar terug voor een rood licht waar er wegenwerken zijn en vanaf dan is het plezierig dalen. We voelen de warmte van het dal en dat doet deugd. We nemen de radroute terug naar Latsch, stroomafwaarts in een zalig tempo van 25km/u.
Zo zijn we net voor het donker binnen, eindeloos tevreden en dampend van trots, maar ook moe in zijn superlatief.
En als ik achteraf vraag hoe dikwijls ze eigenlijk gestopt zijn over de hele route, vertellen ze me enthousiast dat ze af en toe MOESTEN stoppen omdat het uitzicht zo schoon was en ze dat niet mochten missen. Ik kan het alleen maar beamen, het was adembenemend in elke betekenis van het woord.

