Naar de inhoud

GERDIBLOG

Kroniek van een 70 plusser
akke.beakke.be

Berichten van 18 juli 2005 tot 24 juli 2005

VAKANTE JOBS - VAKANTIE JOBST

Vakante jobs – Vakantie jobs

Tegenwoordig hebben de meeste studenten een of andere vakantiejob waarbij ze een goeie stuiver verdienen om in het beste geval hun studies te betalen maar ook nog om zich een extra luxe cadeau te veroorloven. Van jongs af worden ze gestimuleerd naar gewin en welvaart.
Wij, jongeren van binst de oorlog of kort nadien hebben leren bijklussen om beter te overleven eerder dan voor eigen luxe.

Op onze landelijke gemeenten diende onze vrije tijd om na het rooien van de aardappelen de door de machine niet verzamelde aardappelen handmatig te rapen, om erwten te plukken, om in de streek van Ieper op de vers geploegde velden ijzer te zoeken van bommen en granaten uit de eerste wereldoorlog dat als oud-ijzer verkocht werd.Mijn jeugdjaren situeerden zich te Geluwe in de tabaksstreek van Wervik. Een ander bezigheid tijdens de oorlog in september-october was het plukken van de onderste bruin geworden bietenblaadjes die dan per kilo verkocht werden aan de tabakkervers om ze voor de smokkelaars te mengen tussen de tabak. Om enkele kilo’s bijeen te scharrelen moest je er heel wat voor doen maar het bracht geld op. Je moest ook oppassen voor de komiezen want die lagen op de loer om de geheime tabakkervers te weten te komen.

In deze tabakstreek trokken wij tijdens de vakantie in juli - augustus met onze picknick voor een ganse dag naar boerderij “De Roobaert” van mijn grootvader of bij boer Vanhaverbeke om tabak te naaien. Als de boer of zijn knechten de tabak geplukt hadden zaten wij in het stoppelveld op een strozak om de stengels op een lange naald te rijgen en deze door te schuiven op een koord; “een ranke”.
Het was een werken in weer en wind en soms onder een stekende zomerzon .We werden betaald per ranke. Ik denk dat wij ongeveer 1BF kregen per ranke en dat je geen luiaard mocht zijn om meer dan 100 ranken per dag te naaien.
Het naaien moest zo vlug mogelijk na de pluk gebeuren. Soms waren wij met 10 tot 20 naaiers en ieder avond werd per persoon het aantal opgetekend voor de eindafrekening maar ook om rekenschap te geven thuis dat we gewerkt hadden. Het gebeurde echter wel meer dat de jongens en meisjes onder mekaar de stoppels van het veld uitrukten om als projectielen naar mekaar te gooien of dat er meer getaterd dan gewerkt werd. Bij het eind van de werkperiode trakteerde de boerin dan gewoonlijk met… Koekenbrood en Cacao.

De opbrengst van al dit bijklussen in onze vrije tijd of vakantie was niet voor ons persoonlijk. Het geld werd afgegeven aan moeder voor het huishouden. Misschien bezorgde zij ons wel eens een extraatje. Het gezin was één gemeenschap, een commune waarbij iedereen naar zijn vermogen bijdroeg en deelde met mekaar.
Wellicht zo leerden wij werken voor de gemeenschap, voor het algemeen welzijn, voor een ander en niet onmiddellijk voor onszelf. Het was een school voor vrijwilligheidswerk.

Hier en daar gebeurt het in gezinnen dat wil zoonlief of dochter iets presteren voor vader of moeder zij dienen betaald te worden: om het gras af te rijden, om de auto te wassen, om de tuin te verzorgen, de schoonmaak te doen enz.
Niet alle werk is betaalbaar en niet alle betaald werk brengt voldoening wijl onbetaald werken soms toch vreugde schept. Er zijn nog veel vakante jobs voor onbetaald vrijwillig vakantiewerk.

Mijn valies staat klaar. Morgen vertrek ik voor mijn jaarlijkse onbetaalde werkperiode van twee weken in dienst van de Hospitaliteit te Lourdes. Honderden vrijwilligers zullen er zijn.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Germain Dierynck om 18:43 Reageer op dit bericht Stuur door

IN MEMORIAM

In Memoriam

 

Vandaag waren wij op de begrafenis van Anne-Marie Degryse.
Juist twee maanden geleden was zij nog bij ons te Lourdes met “Vlaanderens Bedevaarten”. Het was haar wens nog eens naar Lourdes te reizen, haar laatste reis. Wij zijn verrast dat haar ultieme thuisreis zo vlug zou komen.

 

Wij kenden Anne-Marie reeds lang. Zij was tweemaal mee met de Poliobedevaart en een paar keren met “Vlaanderens Bedevaarten”, nog toen zij op hotel kon logeren.

Als jonge vrouw had zij veel talenten, hield van kunst, muziek en de natuur.In haar vroeg ziektestadium zagen wij haar in stad met haar gehandicaptenscooter op uitstap of boodschap.

Zij kwam geregeld naar de St.-Jozefskerk als het Koninklijk St.-Jozefskoor de hoogmis opluisterde. De ziekte heeft haar mooie toekomstdromen gedwarsboomd en toch bleef zij als MS-patiënte  een lieve en moedige dame.

 

Per E-mail en telefoon werden zoveel mogelijk de leden van de ziekendienst in de Meibedevaart verwittigd.Bij haar uitvaart waren aanwezig van “Vlaanderens Bedevaarten”: haar vaste verpleegster Claudine Kesteloot, de verpleegsters Christine Pattijn, Denise Pecceu, Simonne Deveeuw, Hilde Bellegeer met Joost Vanderheeren en zijn moeder, ik zelf en mijn vrouw.
Het is fijn als leden van een hospitaliteit ook bij hun uiteindelijke afscheid als “gezondene” de afgestorven zieke nabij te zijn.

 

Het evangelie en het thema van de uitvaart ging rond de tekst: “Kom tot mij, gij die belast en beladen zijn” ( Matt. 11,28) dat het Lourdesthema was van dit jaar.
Prachtig klonk het “Ave Maria” van Gounod als tussenzang. Zou Anne-Marie nu meeluisteren ???

In zijn homilie wees de priester erop dat Christus door zijn kruisdood alle kwaad en lasten op zich heeft genomen en wij na de dood één worden met de Goddelijke eeuwigheid, zonder tijd en ruimte, zonder pijn en verdriet in een volmaakt gelukkige liefde en vriendschap.

 

Tijdens de mis dacht ik aan andere overleden zieken die Anne-Marie zijn voorgegaan en soms in andere uitvaartomstandigheden;
aan die zieke die mij destijds 50.000 BF. toevertrouwde voor haar begrafenis omdat zij anders dat van haar familie niet zou krijgen, aan die zieke die haar lichaam afgestaan had aan de universtiteit en wij alléén als kennis aanwezig waren op de nadienst in de unief, aan die zieke wiens begrafenisstoet geen 10 mensen telde en aan nog andere…

 Zoals Anne-Marie hield van schoonheid had zij een waardige en sobere begrafenis, omringd door haar familie en vrienden van de MS-liga, Ziekenzorg, Banneux, “Vlaanderens Bedevaarten”.

 

Op haar bidprentje kon men volgende tekst lezen.

Zwaar werden de dagen

En lang duurde elke nacht

Hoe moeilijk is het vechten

Bij ontbreken van kracht

Ik heb de berg beklommen

Die jullie nog moeten gaan

Huil maar niet, God kent mij

En roept mij bij mijn naam

Ik wou zo graag naar huis

Nu ben ik voor eeuwig thuis.

 

Bidden wij:

Laat deze laatste groet

Dit moment van ongelijk

En onvergelijkbaar samenzijn

Ons sterken in de aarzelende hoop

In het wankele geloof

Maar vooral in de onbreekbare liefde die

Vertellen van Leven- eeuwig en voorgoed

 

( uit funerariumgebed in “De doden leven..” van priester  en vriend Jan Coghe.


Op de foto: Annemie en haar begeleidster Claudine tijdens de Ziekenzalving te Lourdes op 22 mei ll.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Germain Dierynck om 17:43 Reageer op dit bericht Stuur door

Sportjournalist voor één dag

Sportjournalist voor één dag.

 

Nu de “Tour de France” bezig is en de overwinnaar die zondag te Parijs zal triomferen bijna bekend is denk ik aan mijn journalistieke carrière.

Op HBK-spaarbank was ik free-lance reporter voor het personeelsblad “ HBK-Kijker”. De firma nam het ernstig op en had een beroepsreporter in dienst voor allerlei communicatieve taken waaronder de hoofdredactie van het personeelsblad. Bij zijn uitdiensttreding kon ik zijn verlopen journalistenkaart  afschooien.

Op een mooie dag met “Gent-Wevelgem” was ik als HBK-directieafgevaardigde op kantorenbezoek in de streek van Ieper. Die dag moest  een nieuw aangeworven medewerker die op stage was mij begeleiden om de knepen van het vak aan te leren. Daags voordien hadden wij  met collega’s een werkvergadering gehad tot laat in de avond en diep in het nat zodat mijn kop bijna barste. Ik had pech;

Ik zat niet alleen met op mijn schoot een rekruut voor wie ik een voorbeeldfunctie had maar bovendien met een grote kater.

 Het was zo een mooie dag, een mooie streek met de Kemmelberg in zicht en met langs de baan werkeloze kijkers voor “Gent-Wevelgem”, bijna een feestdag.

Ik had het gevonden. Mijn geest was nog nuchter genoeg en ik zei tegen mijn maat:

 “ Zeg vriend, vandaag zal ik u leren niet hoe je het moet doen maar hoe je het niet moet doen”. Wij rijden naar de Kemmelberg om boven op de top “Gent-Wevelgem” te bekijken. “ Hoe zal je dat doen, er mag niemand meer per wagen op de berg ? ”- “ We zullen de koers voorop rijden ” zei ik. Ik haalde mijn journalistenkaart uit mijn portefeuille en plakte die op mijn voorruit en schreef in het groot op een blad “PERS”. We reden tot waar de koers voorbij kwam en sloten ons aan bij de publiciteitskaravaan tot boven op de Kemmelberg. Het was een huzarenstukje maar het lukte.

Van werken die dag kwam er niets meer in huis. Bij het naar huis rijden gaf ik mijn collega als les mee: “ Soms moet je lef hebben in het leven”.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Germain Dierynck om 09:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van GERDIBLOG

↑ Terug naar de berichten