Naar de inhoud

BRIEF ENCOUNTERS

Tragikomische bijdragen over al dan niet toevallige "Ontmoetingen", de tijdspanne tussen Verwachting en Ontgoocheling.
seniorennet.beseniorennet.be
Een kritische kijk van een ongenietbare rebelse vrouw.

DE VEERMAN (2)

***
 
"Last time I saw you, baby, you looked beautiful.
Now, you look dangerous..."
(Costas op het zonovergoten terras)
 
 
 
Ik moet het ootmoedig bekennen,

ik heb zo mijn zwakke momenten.

Zo kan ik bijvoorbeeld niet keihard

de levende poep pijnigen

uit een man, die godganse dagen

aan mij blijkt te denken

(een zijnerzijds bestwillige leugen)

en reeds dik drie uren op een warm terras

op mij zit te wachten (een mijnerzijds

moedwillige daad)..
 
 
 
Wij hadden inderdaad a lot to talk about.

Het scheppen van enige klaarheid in

wat ik al op een onvervalste Griekse tragedie

uit zag draaien was hier aan de orde.
 
 
 
I will be waiting for you all morning, baby.
 
Netjes afgeborsteld zag de veerman eruit.

Een tikkeltje té zwierig met die borstel

tekeergegaan misschien, zijn eertijds volle

zilveren haardos leek me flink uitgedund.

Had ie maar niet zo vaak aan mij hoeven

te denken.
 
 
 
Dat hij maar verdacht moeizaam herstelde

van de schok mij zo baarlijk gevaarlijk

terug te zien, kon mijn vermoedens en zijn vrees 

enkel maar bevestigen.
 
 
 
Als een springveer wipte hij uit het bloemetjesstoffen

zeteltje - die knie moet nu wel in orde zijn - en viel

me sweetheartend om de slanke hals.
 
 
 
Ik was verwittigd. Griekse mannen zijn orakels.

En het zijn leugenaars. Het ligt voor de hand,

je kan niet twintig uren per etmaal

nauwelijks naar adem happend doordrammen

zonder dat er creatieve onnauwkeurigheden

in je verhaal opduiken.
 
 
 
Geamuseerd aanhoorde ik Costas' lange verhaal,

hij luisterde ernstig en instemmend knikkend

naar de resem ontradende argumenten waarom

I wasn't looking for a relationship.
 
 
My gentleman's word, darling, I will respect your privacy.

Tot zover onze agreement.

Slaapverwekkend makkelijk, toch?
 
 
 
Verstandige, begripvolle mannen

kan ik naar waarde schatten.

Ik noem hem dus voortaan Costaki.
 
 
***
 
 
 

Geschreven door goldenyearsandtears om 10:07 Reageer op dit bericht Stuur door

DE VEERMAN

***

"Just a walk, not a marriage proposal..."
(Jack Nicholson in "Something's Gotta Give")

*

Het is vrijdag, een schitterende luie dag.

En er is geen excuus om de wekelijkse

Vlamingen-in-Kreta-koffiekletsafspraak
 
onder de sinaasappelboom op het terras
 
van Vassili te missen.

Om 10u30 GMT (Griekse Misschien Tijd)
 
staat ons tafeltje klaar, 11u kan ook nog.



De vogeltjes hebben mij wakker getjilpt.

Hier hou je immers de ramen overdag

dicht en 's nachts open.

Ik luister naar hun vrolijk gekwetter,

het énige geluid in de wijde omgeving.

De zon kruipt omhoog en streelt mijn nek

terwijl ik in de tuin de rozen knip

en mijn ontbijttafel dek.



De eitjes heb ik sunny side up gebakken

en de toast met plaatselijke olijfolie

ingestreken, de te zwarte romige koffie

doet mijn vingers tintelen.

Zou ik best achterwege laten,

zei mijn arts ooit.

Net als mijn sigaretten.

Hij kent nog niet half mijn dagelijkse

consumptie.



Ik hoor gestommel op de zijtrap,

die van de anonieme straat

naar mijn voordeur leidt.

Het gekraak van door de hitte gebarsten

betontreden verraadt een mannenstap.



De veerman. The ferryman.

Zo wordt de mysterieuze reder

uit Athene hier genoemd.

De golden unreachable voor alle

smachtende Britse dames, die hier

wel vaker last hebben van te veel rust,

hun niet meer zo significant other

en opspelende hormonen.
 
En met giftigflirtige onschuld

elkaars competitie te lijf gaan.



Ik ontmoet hem voor het eerst,

hij verblijft slechts zelden in het

oude huis dat hij in mijn bergdorpje

heeft opgeknapt en hult zich bewust

in een low profile waas.



Of hij mij de sleutel mag overhandigen

van de wagen, of eerder het wrak,

dat al een paar jaren onbeheerd in de straat

staat en volgende week getakeld wordt?



"No problem, Sir".



Geen tamtam in de brousse van Toubacouta

die je sneller am laufenden houdt
 
dan de Kretenzische geruchtenmolen.



Nauwelijks heb ik mijn derrière in Vassili's

behaaglijke zeteltje geplant, een verstikte

Avril aan de lijn, buiten adem, een tikkeltje

tipsy ook, het is ten slotte al aperotijd.



"Costas fancies you! Really, darling.

Woo hoo, yes! He's telling everyone he met

you. He is completely out of his mind.

He's gone crazy about your little red dress,

about your... your...your..."



Avril's vermaarde licht beschonken

welbespraaktheid hoeft voor geen ene meter

voor de al even beruchte Griekse mannelijke

lichtontvlambaarheid onder te doen.



Drie woorden heb ik met Costas gewisseld.


En nog eens vijf zinnen, als ik hem begroet

op het jaarlijkse plaatselijke dorpsfeest

vier weken later.



En hem bezweer dat het "no problem, Sir" is,

als hij zich bij voorbaat verontschuldigt omdat hij,
 
als gevolg van een knieoperatie, niet met mij kan dansen.

"But, I'll be delighted to dance with you next year".



Een paar maanden later.

Ik ben op weg naar Athene, waar ik een vlucht

naar Brussel zal nemen.

En raak op Sitia Airport in een hoogoplopende

discussie verwikkeld met een politieagent

die mijn bagage op de loopband wil screenen

terwijl de Olympic baliebediende

op identiek hetzelfde moment mijn bagage

op zijn loopband wil inchecken.


Waarom overkomt mij dit nu altijd?

Girl power, amehoela.



Hulp komt uit onverwachte hoek.

Costas, ook op weg naar Athene, waar zijn

moeder na een jarenlange ziekte overleden is.


Wij keuvelen wat bij een frappé.

Dit is nieuw voor mij. Hoe verloopt zo'n begrafenis?
Wil ik weten.

Wanneer kom je terug, sweetheart?
Wil hij weten.



Sweetheart. Ik ril bij het woord en hoop dat het

misschien in het Grieks iets anders betekent

dan wat ik ervan maak.



Nog een paar maanden later.

Ik ril nog steeds, van de barre kou in België ditmaal.

En bij het snel naderen van mijn volgend vertrek.



"We have a lot to talk about, baby".

Deze boodschap loopt over mijn mobieltje.

Baby? Baby!



Het beste dat wij van mensen kunnen verwachten,

is dat zij vergeten, zei Mauriac.

Nou, wat mij betreft.



***

Geschreven door goldenyearsandtears om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

DE NANNY

***

 

My dear friend Stella onbewaakt

op het strand achterlaten

is ten stelligste af te raden.

 

Op de kilometerslange ongerepte

en nauwelijks betreden zandstrook

tref je nogal wat loslopende,

veelal mismaakte, gedumpte honden aan.

 

En Stella heeft de onhebbelijke gewoonte,

zoniet de onweerstaanbare drang,

er minstens eentje in haar wagen te laden.

 

Vijf heeft zij er inmiddels. In alle maten

en van zeer twijfelachtige komaf.

 

Tweemaal per dag hoor ik ze langs mijn

straat-zonder-naam wandelen.

Een oorverdovend blaffend kluwen zwarte,

bruine, witte poten, staarten en vlekken.

 

Stella stormt er achteraan, afremmend,

vijf leidsels in haar handen,

in alle richtingen hevig trekkend

in een poging haar wilde adoptievelingen

uit de grasbermen weg te houden,

want daar liggen schorpioenen op de loer.

 

Eventjes rustig je dagelijks praatje

slaan is met zulke meute dus geen optie.

 

Elke zaterdagmorgen ga ik dan ook stipt,

met onze gezamenlijke vriendin Avril,

bij haar op theevisite.

 

Want haar thee is een absolute aanrader,

haar zelfgebakken biscuits nog meer.

Bovendien lik ik mijn vingers af bij de

heerlijke confrontaties tussen de

oerbritse Stella en Avril, die Welsh is.

 

Stella is een zeer zelfstandige, uiterst

gereserveerde vrouw van zeventig en wordt

in onze kolonie erg gerespecteerd.

 

Zij was nauwelijks zeventien toen zij

de ouderlijke deur achter zich dichtsloeg

en het schip richting VS opklom. Daar had

zij een job als nanny aangeboden gekregen.

 

Veertig jaar bleef zij er.

Haar werklust, haar ernst, haar ambities

en haar kwaliteiten waren haar werkgever

niet ontgaan, en toen zijn kinderen haar

dagelijkse toewijding best konden missen,

bood hij haar een verkoopfunctie in zijn

kledingzaak aan.

 

Dik vijfentwintig jaar hard labeur en

partnervrij leven later bezat Stella

haar eigen zes kledingwinkels, verspreid

over verscheidene steden.

 

Die zij op een gunstig moment van de hand

deed om naar haar vervreemd geboorteland

terug te keren. Zij aardde er niet meer.

En volgde algauw het spoor van haar broer.

 

Anoniem, bescheiden, alleen, heeft zij zich

toen genesteld in mijn ingeslapen gehucht,

waar ook haar straat geen naam heeft en de

jongeren reeds lang weggevlucht zijn.

 

Misschien wel voor het hels kabaal dat haar

nu kerngezonde hondentroep pleegt te maken.

 

Of voor het bont allegaartje zwerfkatten

dat zich, zo tussen het luie wachten op

hun dagelijkse prakje door, in snel tempo

rond haar woning blijft voortplanten.

 

Een sterke, merkwaardige vrouw is Stella.

Met een heel groot hart.

En een dijk van een levensboek.

Niemand zal ooit elke pagina lezen.

 

***

 

Geschreven door goldenyearsandtears om 12:49 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

DE ZONDERLING

***

 

Heb je toevallig zo'n dagje waarop je

sterk sociaal afwijkend gedrag vertoont

en elk levend projectiel het liefst

een muilpeer zou verkopen,

dan blijf je best weg uit de Sparwinkel

van Xalkiathakis.

 

Deze zaak is immers hét meeting point

van de inwijkelingen.

 

Het is dan ook de enige zaak die onze

verwende allures tegemoet komt :

ruim assortiment, pittige prijzen en alhier

toch unieke van 8 tot 8 openingstijden.

 

Heb je een bekkie waar genetisch

geen Griekse klanken uit rollen,

dan is er geen ontkomen aan.

 

Je start met een proviandlijstje waar je

een halfuurtje voor hebt uitgetrokken,

en je eindigt met een terrasje waar je

na drie uren nog steeds pompend rondhangt.

 

Sean is de enige man

die aan deze vorm van sociale controle

weet te ontsnappen.

 

Elke morgen staat hij als eerste

aan de toegangsdeur.

Een zonderling is hij.

Zijn grijze baard reikt tot zijn navel,

zijn uitdunnende haren in een vlecht

tot halfweg zijn rug.

 

Steevast met de fiets, een uitgerafelde jeans

tot boven zijn knieën en een witte singlet.

Zijn verweerde huid is zo diep bruingebrand,

dat het lijkt alsof hij uit de tropen komt.

 

Knikken hoef je naar hem niet te doen,

hij ziet je niet.

Over zijn troebele ogen hangt een draperie

van jarenlang intens, oeverloos verdriet.

 

Op je "Hi, Sean!" antwoordt hij niet.

Elk woord is in eenzaamheid verstomd.

 

Het was ooit anders.

 

Sean is een op en top Brit.

Een man in bonis, hij bouwde voor zijn

gezinnetje het grootste witmarmeren paleis

dat je hier in het Oosten aan kan treffen.

 

Loyaal omgeven door een staf personeel,

brachten zij er talloze verdiende en

overgelukkige vakanties door.

Samen met zijn vrouw verheugde hij zich reeds

op het einde van hun te actieve loopbaan

en het begin van hun passief oudedaggenieten.

 

Tot zij die vreselijke winterse vooravond

haar moeder voor het familiekerstfeest ophaalde,

haar wagen over het onverwachte sneeuwtapijt

heenslingerde en beiden tegen een boom

uit het leven weggleden.

 

Hoewel nauwelijks vijftig, maakte Sean ook

een einde aan zijn leven, zijn Britse leven.

Sean verkocht al zijn bedrijven,

voorzag hun inmiddels volwassen zoon in een ruim

levensonderhoud, en vluchtte.

 

De oude huishoudster behield hij, de chauffeur,

de tuinman, de schoonmaaksters gingen eruit.

En al zijn vrienden.

 

Hij praatte nooit meer.

Hij sloot zich op met zijn boeken en zijn muziek.

Hij sloot zich af met zijn gewroet in zijn park

en zijn olijfgaarden.

 

Naar het jaarlijks bezoek van zijn zoon echter

keek hij telkens weer reikhalzend uit,

in de trekken van zijn twee kleindochtertjes

vond hij die van zijn vrouw steeds scherper terug.

 

Hij belde rond de middag.

"Pa, wij zijn net met de ferry aangekomen,

maar onze wagen is zopas achteraan geramd.

Maar geen erg hoor, iedereen fel geschrokken,

maar ongedeerd. Niks onherstelbaars.

Wij zijn er over een kwartiertje, pa".

 

De volgende ochtend werd zijn zoon niet meer wakker.

 

De volgende jaren kwamen ook zijn kleindochtertjes

niet meer op bezoek.

 

Sean's ongehuwde zus, mijn lieve vriendin Stella,

heeft toen haar kingdom verlaten om in haar broers

nabijheid te blijven.

 

Ook Sean wordt een dagje ouder.

En een ongeluk is gauw gebeurd.

 

***

Geschreven door goldenyearsandtears om 16:22 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

DE LOKETBEDIENDE

***

 

Van de diensten van De Post maak ik

al een vijftal jaren

een quasi dagelijks gebruik.

 

De loketbedienden vertrouw ik dan

ook op hun blauwe ogen niet meer.

 

Het is 16 uur als ik als een natte poedel

in het postkantoor een ticket uit de

automaat haal, ik ben de enige bezoeker.

 

Christian Gevolgddoorachtcijfers

overgewicht de hem toegemeten ruimte

achter het glas.

 

Alweer een nieuw gezicht, stel ik vast.

Mijn postkantoor is een beruchte kweekvijver

voor de met vrucht geslaagde ex-zelfstandigen

die nog in extremis een minimumpensioen

willen veilig stellen.

 

"Hebt gij wel een ticket genomen, madam?"

 

Ik mag dan wel vollopen met allerlei vooroordelen,

aan mij zal je dat niet merken.

 

Ik schuif zachtjes mijn ticket onder het glas,

mijn pakje voor Saoedi-Arabië eveneens.

 

Christian Achtcijfers klungelt wat aan,

net lang genoeg om mijn argwaan te wekken.

Ik weet uit ervaring dat het tarief

voor mijn pakje 5,40 euro is.

 

Voor het verdict valt, vraag ik dan ook,

beleefd zoals ik doorgaans wel ben,

"hoeveel hebt u op mijn pakje gekleefd, mijnheer?"

 

"9 euro", zegt Christian.

“En volgend jaar zal dat 15 euro zijn”.

 

"Het spijt me, mijnheer, maar ik ben het

daar niet mee eens".

 

De dame die na mij het kantoor is binnengekomen,

schatert het uit.

 

Christian besluit daarop ditmaal niet zuinig

uit de hoek te komen.

 

"Het kan niet in de brievenbus".

 

"Neem mij niet kwalijk, dit kan wèl in de

brievenbus, dit is een niet-genormaliseerde

zending, rest van de wereld, 245 gram,

formaat 230 x 300, dus 5,40 euro".

 

"Het is één centimeter te groot".

 

"Het is precies 23 cm. Wilt u het even

op uw model leggen?"

 

Zeer tegen zijn zin, legt Christian mijn

pakje op het model-van-de-waarheid dat

hij als onderlegger gebruikt.

 

Mijn pakje past er precies in.

 

Een collega komt kijken en ziet dat mijn

pakje mooi binnen de lijntjes ligt.

Met een beetje schroom zegt zij dat ook.

 

"Het is één centimeter te groot".

Christian weer.

 

De hiërarchie wordt erbij gesleurd.

Het pakje past wel degelijk.

 

"Neen, het is één centimeter te groot".

 

Bezwijkend onder het kordate oordeel  

en de te verwachten evaluatie

van zijn souschef, begint Christian

met stijgend cholesterol

de kleefzegel van 9 euro van mijn pakje

af te pellen.

"Ik hoop dat zij het terugkrijgt"

voegt hij er klantvriendelijk aan toe.

 

Het afpellen lukt hem niet, de klever

scheurt in een vijftal stukjes.

 

"Er zijn nog wachtende klanten, madam".

 

"Dat weet ik, mijnheer, ik ben ook een klant".

 

Hij maakt een nieuwe kleefzegel van

5,40 euro aan. Hij zwijgt. Hij mokt.

 

De gelegenheid is te mooi, ik kan

deze stilte niet onbenut laten.

 

"U zal mij niet gauw vergeten, mijnheer,

ik u ook niet".

 

"Nog iets, madam?"

 

Dit is mijn magisch moment.

Ik heb even getwijfeld

of ik het hem zou aandoen.

 

"Ja, nog een Multi Quick Pick van 10 euro, mijnheer".

 

Bij elke nieuweling in dit kantoor

breekt nu gegarandeerd het koude zweet uit.

Ook dat weet ik uit ervaring.

 

"Voor de trekking van woensdag?"

 

"Neen, mijnheer, een Multi Quick Pick.

Voor de trekking van woensdag, vrijdag

en zaterdag".

 

Christian trekt nu voluit mijn productkennis

en mijn geestelijke vermogens in twijfel.

 

"Dat bestaat niet. Het is het een,

of het ander, madam".

 

Hij slooft zich nu uit. Hij bloost.

Dit is zijn terrein,

hier kan hij mij vermorzelen.

 

Stoïcijns, beminnelijk glimlachend,

blijf ik zijn opgewonden uitleg aanhoren.

Blindelings loopt hij in mijn gerichte aanval.

 

De souschef troont hem zwijgend mee naar het

toestel en wijst hem de Multi Quick Pick-knoppen aan.

"Dat wist ik niet" hoor ik hem stamelen.

 

"Van 10 euro, madam?"

 

Om 16h29 legt hij het kasticket en de

formulieren in de schuiflade.

 

Ik dank deze eenmansramp van harte.

 

***

Geschreven door goldenyearsandtears om 20:13 Reageer op dit bericht Stuur door

DE EXPORTMANAGER

***

 

"Zou het kunnen dat je me nog niet vergeten bent?"

 

Ik ga ervan uit dat dit

een retorische vraag is.

 

Ondertekend : "je echte vriend".

 

Duidelijk post factum.

Wij wisselen al een tiental maanden

geen acute levenstekenen meer uit.

 

En duidelijk te zelfverzekerd hoog gegrepen.

William is helemaal geen vriend van me.

 

Een per omgaande repliek in de trant van

"Goed gegokt, man! Ik ben je inderdaad vergeten!"

lijkt me al helemaal een misdaad

tegen de menselijkheid.

 

Ik geef er dan ook de voorkeur aan

zijn twijfels en mijn geheugen

geen verdere voedingsbodem te geven.

 

Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd, weet u.

 

Maar zijn aide-mémoire werkt feilloos.

 

Dag op dag twee maanden nadien

een ditmaal directe en zo mogelijk

nog ingrijpendere vraag.

 

"Hoe kan het dat ik nog steeds verliefd ben op jou?"

 

Nog zoiets.

Daar vraag je me wat.

Weet ik veel.

 

Noch de intieme natuur

noch de ogenschijnlijke evidentie

van deze vaststelling

lijken mij van aard

om er onmiddellijk op in te gaan.

 

Trouwens, u weet, ik heb wel

andere katten te geselen.

 

 

Ik-geef-een-man-slechts-één-kans.

Het is ooit mijn credo geweest,

nu mijn fatwa.

 

En eigenlijk heeft William geboft.

Hij kreeg er bij hoge uitzondering twee.

Ik laat ook al eens een steek vallen.

 

Omdat het wel van meetaf goed snor zat

tussen ons beidjes.

En de daaropvolgende zomer ook.

Enkel hoogstandjes. Vooral culinaire.

 

William is dan ook een echte klassebak.

Een man van de wereld, zoals je ze nog

maar zelden tegen het mondaine lijf loopt.

 

Het soort dat jij interessant genoeg vindt

om er je kinderen een weekend

aan toe te vertrouwen.

 

Hij is bijzonder, hij heeft alles,

hij kan alles, hij weet alles,

de natuur en het leven

hebben hem uitzonderlijk verwend.

 

Over William kan ik dus enkel

in de overtreffende trap schrijven.

Dit valt mij niet moeilijk,

over iemand waar je niet van houdt

schrijf je immers altijd

wat je graag wil geloven.

 

Moeilijker viel het mij, een onvermoede

en ongemeen geniepige frustratielading

van dit superlatievenpakhuis

over me heen te krijgen en te verteren

toen een afspraakje onverwacht

niet door kon gaan.

 

Hier zou het verhaal dan ook eindigen.

 

Ware het niet dat William

ook een volhouder is.

Met meer geduld met, dan verstand van, vrouwen.

En meer vragen stelt dan antwoorden verwacht.

En een feilloze aide-mémoire heeft.

 

Ik wist nochtans

dat het fijnste barstje

elk glas uiteindelijk doet versplinteren.

 

Wij bleven beiden nog

zo’n twee weken op onze rem staan.

Waarna ons verhaal dan ook voorgoed omviel.

 

Op zijn wildvreemde vraag "hoe het kan?"

heb ik William

- voor ik het vergeet -

duidelijk gemaakt

waarom het nu zeker niet meer kan.

 

Hij is danig geschrokken.

"Je zal heimwee hebben", weet hij.

"Maar ik zal op je rechterschouder zitten

om je te steunen en kracht te geven.

Met veel liefde zal ik het doen"

voegt hij er nog aan toe.

 

Ondertekend : "je lieve vriend".

 

Met nog wat bijkomende druk

op mijn schouders

ben ik nu niet bepaald opgezet.

 

William heeft werkelijk àlles, weet u.

Onbeantwoorde liefde en eenzaamheid incluis.

 

***



179856-d07bd4abc046fe7a6b12853aa17dd759.gif
Geschreven door goldenyearsandtears om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

DE VISITE

***

 

Zo kan ik mijn visite vandaag

niet onder de ogen komen.

 

Hem toch niet.

 

Ik had naar de kapper moeten gaan.

Zie mij hier staan.

Net nu.

 

Dit komt nooit goed.

Had ik mijn haar maar niet

zelf moeten wassen.

 

Hij zal het maar niks vinden.

 

Ik wil het einde voor hem zijn

en dit is zelfs geen goed begin.

 

 

Als je ten prooi aan dehydratatie

mijn koelkast opentrekt

voor een frisse pint

en je ziet op de diepgekoelde flesjes

mijn haardroger liggen,

dan kan ik daar maar één reden

voor bedenken.

 

Het kreng heeft het middenin

en wel in het heetst van de strijd

opgegeven

en is tijdelijk aan afkoeling toe.

 

Een beetje probleemoplossend

moet een mens hier wel zijn.

 

Want. Er kan al eens een dag of zelfs twee

geen water zijn.

 

Denk je dat eens in.

Geen bakje verse koffie als je in

je niemendal nog half slapend met

die lege kan in je handen staat.

 

En je die niemendal

dus ook niet onder de douche zal

wakker krijgen.

 

En wat je zo nodig moet achterlaten,

ook niet doorgespoeld zal krijgen.

 

En de zwabber die je vandaag eens vlug

door je kot zou halen,

in de hoek blijft staan.

 

En je dat frivole jurkje, dat je voor

je bijzondere gast eens vlug op de hand

zou wassen, niet aan kunt trekken.

 

En hij zal zien dat je afwas van

gisterenavond er nog staat.

 

En je de patatjes met prei voor

vanavond wel kan vergeten.

 

En je bloemen zullen verpieteren,

je meloenen verschrompelen en je

nieuwe tomaatjes uitdrogen.

 

Puur suïcidaal ben je

als je geen halve container

flessenwater in je kasten hebt staan.

 

Want. Er kan al eens een dag of zelfs twee

geen stroom zijn.

 

Denk je dat eens in.

Je hebt je verslapen,

net die éne dag van de overige

driehonderdvierenzestig

dat het absoluut niet mocht.

 

En je kan niet verwittigen,

want je vergat gisterenavond

je gsm op te laden.

 

En in het donker heb je je

teen-met-likdoorn tegen je

beddenpoot geknald.

 

En je mag het bakje verse koffie

waar je nu ècht aan toe bent,

wel vergeten.

 

En veel troost kan ook Radio2

je niet bieden.

 

En de plas die zich onder je

koelkast vormt mag je opdweilen.

 

En al wat tot later genot in

je diepvriezer ligt opgeslagen

in de vuilniszak kieperen.

 

En je dus in het zweet werken,

want ook de airco doet het niet.

 

En de Indonesische rijsttafel

waar je vanavond wou van genieten

op je buik schrijven.

 

En al helemaal niet naar je

thuisfront mailen dat het zo

lekker met je gaat.

 

En "Blokken" hoef je ook al niet

te volgen terwijl je dat pikante

jurkje strijkt.

 

Puur suïcidaal ben je,

als je geen bananendoos kaarsen in je huis

en geen barbecue in je tuin hebt staan.

 

 

Want. Er kan al eens een aardschok zijn.

 

Denk je dat eens in.

Je loopt nu wel een grote kans

én zonder water én zonder stroom te zitten.

 

Maar ik wou het over mijn visite hebben.

 

***



171955-b4b1854530bbf88ca1d7df55f1c343ad.gif
Geschreven door goldenyearsandtears om 19:02 Reageer op dit bericht Stuur door

DE LONGARTS (3)

***

 

Op haar eigen verantwoordelijkheid

- en dus tegen de zin van Draco -

heeft Sprietgriet

met bruuske voldoening

het hekken rond Koenjoeks bed

weggehaald.

 

Zowat alles doet zij glorieus

tegen de wil van Draco in.

Hij aanvaardt het zwijgend.

 

Omdat zij haar verpleegstersopleiding

in Nederland genoot.

Plus zij op mijn eiland zo'n 30 jaar

ervaring heeft.

 

En de tandlongarts dus weet dat zijn

medische knowhow en bestaansreden

nauwelijks tot haar knookenkels reiken.

 

Bovendien kan zij nogal hufterig

briesend tekeergaan. Ook dat.

 

Aan haar arm heeft Koenjoek vanmorgen,

een maand na zijn hersenincident,

zijn eerste aarzelende stappen gezet.

 

In haar nopjes en in een verhoogde

raki-intoxistaat belt zij mij dit

goede nieuws door. 

 

Ik verwacht dan ook Koenjoek

in zijn favoriete lotushouding

en met een voldane schitterende glimlach

rechtop in bed aan te treffen.

 

Steeds als ik in de kamer kom,

tik ik even op de handen van de

oude Griek die amper ademend

maar zwaar hoestend

in het bed naast Koenjoek ligt.

 

Hij is ver heen, maar kijkt mij

met een verheerlijkte blik aan.

Ik vermoed dat hij zich in het ijle

al door meerdere engelen omringd weet.

 

Aan zijn bed zitten ze alvast niet.

Daar posteert dag en nacht,

heel zichtbaar en hoorbaar,

zijn echtgenote, een kleine donkere

xenofobe feeks.

 

Koenjoek ligt opgerold verborgen

onder het laken.

Het signaal dat hij pijn heeft

of zich heel beroerd voelt.

 

Geen zucht, geen klacht.

Hij beantwoordt mijn bezorgdheid niet.

 

Ik merk dat hij zich geschoren heeft,

zijn sikje is verdwenen.

Ik vond het hem nochtans goed staan,

hij vond het uitermate hinderlijk.

 

Als ik zijn doorligwonden wil verzorgen,

val ik bijna om bij het zien van twee

hematomen, zo groot als kippeneieren.

 

Het wordt langzaam duidelijk.

Taaie, eigenzinnige Koenjoek is op eigen

houtje naar de badkamer gestrompeld om

die verrekte sik eindelijk weg te halen,

is op de ondergelopen vloer fluks uitgegleden

en met de rug achtereenvolgens op de lavabo

en op het toilet terechtgekomen.

 

De badkamer waar de feeks haar afwas doet,

haar douche neemt en haar klederen wast.

En uiteraard het water niet opdweilt.

 

Ik grijp op de gang de eerste man vast

die een ronde doet en geen boer lijkt.

 

"Where did this happen?" is zijn eerste

vraag als hij de steeds groter wordende

knoerten verbaasd bekijkt.

 

"Here, of course" antwoord ik, even verbaasd.

 

"You must ask his doctor".

Het rammelt in mijn darmen als ik nog maar

aan Draco dènk.

 

Ook de zoon van de feeks, die hier arts is

en toevallig zijn vader komt bezoeken, kijkt

vol verwondering naar de bulten.

 

"Where did this happen?"

Zelfde vraag.

 

Ik breng de moed niet meer op om eraan

toe te voegen dat "zijn fucking mother...."

 

"He is not my patient, ask his doctor".

 

Als Draco een uur later de kamer inslentert,

heb ik mijn moed ruimschoots bijeengeraapt

en mijn kookpunt bereikt.

 

Hij ziet er niet uit, hij komt net uit bed.

Hij ziet mij en hij wenst dat hij zijn bed

niet was uitgekomen.

 

"Where did this happen?".

Dit is er teveel aan.

 

"Where the fuck do you think this happened?"

 

Een geraamte van 35 kilo met een ongeneeslijke

longaandoening en onverklaarbare hersenschade

zal vandaag heus wel niet even in de Samariakloof naar

beneden gestort zijn.

 

Draco is niet eens verwonderd als hij de

kippeneieren ziet.

Hij wéét gewoon niet wat het is.

 

=Zonder een woord verlaat hij de kamer.

 

Tien minuten hou ik het vol.

Ik vrees dat hij vertrokken is, ik ga op zoek.

 

Alleen in de verpleegsterruimte zit hij, het

ongekamde hoofd in de handen.

En roept, van zodra hij mij in de deuropening ziet.

 

"OUT! OUT! I need to think about this!

I don't know yet what I will do. Come back later!"

 

Dit heb ik al eerder gehoord. Geen twee keer.

Ik wil nù zekerheid dat Koenjoek bij zijn val

niets gebroken heeft.

 

Het moet. Even hard roepen.

 

"So, you don't know? I know what you will do.

Now. Now. This very moment. Immediately.

You will bring Koenjoek to Radiology. Now."

 

Na amper vijf minuten wordt Koenjoek

voor de röntgenfoto's opgehaald.

 

Ik krijg vandaag wel geen uitsluitsel meer.

Maar ik ben niet langer ongerust.

Het moet onderhand al wel

de zevende bedevaart zijn die ik beloof

als wij deze nachtmerrie mogen overleven.

 

"Je bent onbetaalbaar" lacht Koenjoek en

hij slaat zijn broze arm om mijn nek als ik

hem een zoentje geef bij mijn vertrek.

 

Hij is mijn maatje, zei ik toch?

 

Met Draco hoop ik nu definitief afgerekend

te hebben.

IJdele hoop, zal blijken.

 

 

 

Af te rekenen krijgt het ziekenhuis anders wel,

vertelt Sprietgriet mij.

Met een schadeclaim die de familie indiende

toen een eenzame oude marginaal bij een val

uit zijn bed het loodje had gelegd.

Hij had hier drie weken doorgebracht

en nooit bezoek gehad.

 

***



170706-98d5566936d50d860cbc2d29523aba24.gif
Geschreven door goldenyearsandtears om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

DE LIEFDE

***


Ik zou het echt fijn vinden

mocht u het grote nieuws

nog even stil willen houden.



Er is een nieuwe liefde in mijn leven.



Voldoende reden om dit uit te brullen,

vindt u.



Niet zo.

Het is wèl zo, dat ik mijzelf

- al sinds de eeuwwisseling zowat -

heb aangepraat mij niet meer met

dergelijke futiliteiten in te laten.



Mede mijn lijstje "Tien-prangende-zaken-

die-je-over-mij-moet-weten-voor-je-

ik-hou-van-jou-zegt" blijkt daartoe een

geniaal instrument met hoge

ontmoedigingswaarde te zijn geweest.



Het is ook zo, dat wij elkaar nog maar

vier dagen geleden hebben ontmoet.

Voor het eerst.



Dit is allemaal zo broos, zo afwachtend,

zo onwerkelijk nog.

Het is als met Sinterklaas eigenlijk,

je krijgt nooit wat je verlangt

en toch ligt er een knoop in je darm.

Dàt gevoel.



Elke dag zien wij elkaar.

En maken een wandeling van zowat

een uurtje.

Soms in het park, soms in een echt bos.

Niet veel soeps, maar hij houdt ervan.

En wij kennen elkaar in feite

nog helemaal niet, het is een begin.

Van stapel lopen is je

in de vernieling lopen, dat weet ik.



Het valt op, hij weet met zijn vreugde

geen blijf als ik hem, onder het

alziend en goedkeurend oog van zijn hospita,

met veel verwachting op kom halen.



Een groot prater is hij niet.

Sommige ervaringen zwijg je liever dood,

daar kan ik inkomen.

En wat je niet zegt, wordt je later

ook niet verweten.



Maar luisteren kan hij als de beste.

Het bestaat dus nog.

Een uurtje, mits enkele diplomatische

adempauzes en stiltes,

kan ik best wel volpraten,

dat treft.



Nu ik hem zo bekijk, erg knap is hij niet.

Het moet gezegd. Een ruw kantje heeft hij.

Een beetje wild, misschien.

Veel concurrentie hoef ik niet te vrezen,

zoveel is duidelijk.



Maar hij is lief.

En ik kan dat ook soms wel zijn.

Ik voel aandacht en zie begrip

in zijn donkere ogen,

ook zijn dankbaarheid en zelfs hoop

kan ik zien.



En zowaar angst als wij half onder het

gebladerte terug op zijn stoep staan.

Ik schrik er telkens van.

Van die tragiek die je met je sleept

omdat het onuitgesproken

en onbegrepen blijft.




"25 november" roept de dame als zij mij

in het oog krijgt.

"Wat dan op 25 november?" vraag ik,

hoogst verbaasd.



"Dan doet de rechtbank uitspraak.

Dan weten wij of hij terug naar zijn

baasje moet of hier kan blijven.

In dat geval kan je hem adopteren,

weet je?"



Het hondenasiel is altijd al

karig met informatie geweest.



***

Geschreven door goldenyearsandtears om 18:01 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

DE BUURJONGEN

***

 

Griekse god en ik

wonen onder hetzelfde dak.

Zo kan je dat in feite wel stellen.

 

Wij delen namelijk het huurgenot

van een plat dak, een tussenmuur

in het midden, een 40-tredentrap

langsheen mijn woongedeelte,

een veranda en een tuin.

 

Wij zijn buren, dus.

Ik haast mij dit te verduidelijken.

 

Mijn buurjongen en ik palen aan elkaar

met oneindig veel momenten

van samenhang en samenspraak.

 

Buurjongen is in zijn geval een

wel heel gruwelijk understatement.

Hij is een droom.

Droom het en hij heeft het.

 

Hij is nog met de hand gemaakt.

Fijngesculpteerde zachte trekken,

de prachtigste ogen waar ik

na een ter zake toch wel gedegen expertise

ooit mocht in verzinken,

een lichaam als een kathedraal.

 

"Zon" is zijn naam.

Zo heeft hij zich hoffelijk voorgesteld

toen wij voor het eerst op ons

gedeeld terras tegen elkaar opbotsten

en zo toepasselijk is hij sindsdien

voor mij gebleven.

 

Zon is dertiger en runt in de city

een glas- en kaderbedrijfje met

glaskunstgalerie.

 

Wat hem als jongeman op mijn eiland

en in mijn verknochte ogen

eveneens zo uitzonderlijk maakt

is zijn werklust, zijn bonhomie en

zijn beschouwende kijk op het leven.

 

Niet alleen heeft hij zich succesvol

van de possessieve adoratie

die Griekse moeders onlosmakelijk

voor hun zonen koesteren

kunnen loskoppelen,

hij heeft ook meerdere stappen

buiten zijn eilandsgrenzen gezet,

wat hem een zeldzame open mind

en Engelse woordenschat heeft

opgeleverd.

 

Onze voordeur is hét signaal.

Zonder woorden hebben wij

dit begrepen.

Als die gesloten is, leiden wij elk

ons eigen beschermde leventje.

Staat die open, dan zijn wij volop

susceptibel voor alle vormen van

gesprek, voedsel en drank

op ons uitnodigend terras.

 

Het is zo stilzwijgend vanzelfsprekend.

 

Zon maakt koffie zoals ik

die het liefste heb.

Zon schuift twee gemakkelijke zetels

en een kingsize asbak bij het

terrastafeltje.

Zon heeft een snelle hap voor twee mee.

Zon sleept een paar vrolijke vrienden

en geheime bewonderaarsters aan.

Zon neemt de tuinslang uit mijn

handen en maakt de sproeikarwei af.

Zon veertigtrapt mijn vuilniszakken op

en mijn voorraadboodschappen af.

 

Eindeloos.

Net als de gesprekken die wij voeren

eens de krekels uitgekraakt zijn,

eens de druppels op de rozen verdampt zijn

en de gitzwarte nacht gevallen is.

 

Eens wij de rollende zee in de diepte

en de straatcultuur in de stad

door honderden uitbundige lichtjes en

door de wind aangevoerde muziekflardjes

nog slechts vermoeden kunnen.

 

 

Ach.

Zon, het godenkind. En zon tout court.

Ik mis beiden nu wel.

Sine sole sileo.

 

 

*** 

 



165172-3cde3212e400d6ba4c552d43b0cd731f.gif
Geschreven door goldenyearsandtears om 16:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van BRIEF ENCOUNTERS

↑ Terug naar de berichten