Een Israelische vrachtboot is veilig door een zware storm gekomen en Bram, die als eerste stuurman zesendertig uur onafgebroken in touw is geweest, trakteert zichzelf op een flinke borrel. Als hij een dag later weer dienst heeft, leest hij dat de kapitein in het logboek heeft geschreven: <De eerste stuurman was gisteren dronken>. De volgende dag bladert de kapitein in het logboek, waarin Bram heeft geschreven: <Vandaag was de kapitein nuchter>.
Een moderne, hipgeklede Heilsoldate komt Moos van Dam een bijdrage vragen. Moos haalt geld uit zijn zak en vraagt op het moment dat hij het in de bus wil stoppen: <Waar gaat dat geld naar toe?> <Dat geld is voor de Heer> antwoordt het meisje met stralende ogen. Moos kijkt haar aan en vraagt: <Hoe oud ben je kind?> <Negentien> zegt ze. Moos steekt het geld weer in zijn zak en zegt: <Ik ben 78 en zie de Heer eerder dan jij hem ziet. Ik geef het zelf wel>.
Roos vraagt aan haar vader: <papa, hoe werkt een radio?> <Zal ik je vertellen, mijn kind. Verbeeld je nou eens dat ze in Hilversum een hele lange tekkel hebben met zijn staart in Hilversum en zijn snuit in Groningen. Als ze die nou in Hilversum op zijn staart trappen, jankt-ie in Groningen. Zo werkt telegrafie en radio is precies hetzelfde, maar dan zonder tekkel>.
Saar; <Heb je het al gehoord van mijn man?>. Helma: <Wat?>. Saar: <Hij is er vandoor met mijn beste vriendin>. Helma: <Ik ben toch je beste vriendin?>. Saar: <Niet meer>.
In een broodjeswinkel komt een gorilla binnen, die vraagt:<Mag ik een broodje pekelvlees en een glas thee?> De bediende geeft het hem en zegt: <Dat is 2 euro vijftig en ik moet je eerlijk bekennen dat ik nooit gedacht had nog eens een gorilla in de zaak te krijgen>.
Waarop het dier antwoordt: <Met zulke prijzen zal dat ook wel de láátste keer zijn...>.
Saar Cohen komt met maag-en darmklachten bij de dokter, die na een nauwkeurig onderzoek zegt: <Staat u maar op, u heeft last van gassen>. <Gassen?, vraagt Saar verwonderd. Hoe bedoelt u?.> De dokter probeert het wat eenvoudiger uit te leggen en vraagt: <Heeft u last van winden?>. Waarop Saar hevig ontkennend het hoofd schudt en zegt: <Ik niet, de mensen om me heen misschien wel!>.
Een charmante agente van Politie vraagt aan iedereen een bijdrage voor vrouwen in nood, die hulp heel hard nodig hebben.. Heel veel mensen geven iets, behalve Moos Matteman die tegen de agente zegt: <Ik geef het zélf wel aan mijn vrouw...>
Isidoor van Dam brengt een onverwachte gast mee en zegt tegen zijn vrouw: <Saar, dit is professor de Wit, die zo juist is teruggekomen van een expeditie naar de Noordpool>. Saar schudt hem hartelijk de hand en zegt: <Komt u maar gauw bij de haard zitten, want u zult het wel koud hebben>.
Tijdens een EHBO-cursus wordt aan Bram van Praag gevraagd wat hij zou doen als hij iemand die op straat is flauwgevallen aantreft en die net is bijgekomen. <Dan zou ik hem een glaasje cognac geven>, zegt Bram. <En als er dan geen cognac bij de hand is>, vraagt de leraar. <Dan belóóf ik het hem>.
Moos van Dam, 68 jaar, voelt zich niet zo lekker en laat zich door zijn dokter onderzoeken. Na het onderzoek zitten ze tegenover elkaar. <Laat ik heel eerlijk zijn , zegt de dokter, je bent nog in uitstekende conditie; dat je niet rookt of drinkt heeft daar in belangrijke mate aan bijgedragen. Maar er is iets anders dat je moet verminderen, ik bedoel je seksuele leven. Dat moet je tot de helft terugbrengen>. Berustend haalt Moos zijn schouders op. <Als u me dat voorschrijft, dan zal ik het doen. Maar wat moet ik opgeven, erover spreken of erover denken?> De dokter: <Dat moet je zelf wete, maar ik zou voorlopig niet meer gaan biljarten>.
Tijdens een wetenschappelijk congres wordt Bram van Praag onophoudelijk door iemand aangestaard. Eindelijk kan hij niet meer uithouden en vraagt aan zijn vriend Moos die naast hem zit: <Wie is die man toch die me hele avond zit aan te staren?>. <Dat is een van de grootste antropologen van deze eeuw, zegt Moos, hij heeft definitief aangetoond dat de mensen van de apen afstammen.
Sara: <Bertha heeft mij gezegd dat ik, als het nodig is, altijd geld van haar kan lenen>.Helma: <En heb je dat gedaan?> Sara: <Nee, want zulke vriendinnen wil ik niet verliezen>.
Op de Floriade vraagt mevrouw Cohen advies aan een tuinarchitekt. <Ik wil in mijn tuin graag iets hebben dat weinig water nodig heeft, en ook geen mest of zon, maar dat boven alles uitkomt>. Zoder zich een moment te bedenken zegt de deskundige: <Het enige dat ik u dan kan aanraden, is een vlaggestok>.
De verloofde van Maurits zit tegenover diens moeder en zegt, <mevrouw Mosselman, ik maak mijn verloving met uw zoon uit.Ik heb het twee jaar geprobeerd. en vorige week zijn we zelfs naar een psychiater geweest>. <En wat heeft die gezegd?> <Dat uw zoon een Oedipus-complex heeft>. Oedipus-complex?, herhaalt Saar, alsof ze iets vies proeft.Oedipus-complex? Mijn Maurits is een prachtjongen. Je moest eens weten hoeveel hij van zijn moeder houdt!>.
Moos, 75 jaar, komt onverwachts terug van vakantie, maakt de kamerdeur open en ziet een meisje dat op het punt staat met allerlei waardevolle voorwerpen uit zijn huis de benen te nemen. <Vuile dief, zegt hij, grijpt haar vast en vervolgt: <Ik zal de politie bellen> Het meisje werpt zich op haar knieen en smeekt hem om het niet te doen. <Dat niet; u kunt alles krijgen als u dat niet doet, zelfs mijn lichaam>
<We zullen kijken, zegt Moos. En een half uur later zucht-ie, <Ik geloof toch maar dat ik de politie bel>