De verschillende grondsoorten, hoe kan je deze gronden verbeteren ?

In Vlaanderen zijn er verschillende grondsoorten,die elk hun specifieke eigenschappen hebben en die elk een andere bodembewerking en verbetering hebben .Hier leg ik me toe op de meest voorkomende soorten en bespreek deze soorten in het kort,en geef ik tips om deze gronden breekbaarder te maken,zodat je er beter gewassen en bloemen kan op telen
1: Zandgronden:
De schrale zandgronden,meestal voorkomend in de kempen. Deze gronden zijn in het voorjaar vlug te bewerken,ze drogen zeer snel uit,houden weinig of geen water en voedingstoffen vast,en men kan er maar weinig op teelten,alleen is deze grondsoort geschikt voor het telen van asperges. Men kan deze gronden verbeteren,door er massa’s compost aan toe te voegen de teelten in het voorjaar (februari tot mei) lukken goed,vanaf juni tot september kan men bijna niets telen,te kort aan water,en veel te heet .Bijna alle geplante of gezaaide teelten vertoonden zeer vlug tekens van doorschieten en waren dus waardeloos. Het najaar (oktober tot december) ,ging het ook grondig fout,de gezaaide wortelen kwamen niet op,de oorzaak was kiemverbranding,de opgekomen late winterteelten van spinazie en veldsla schoten veel te vlug in zaad. De oorzaken hiervan waren de abnormale weersomstandigheden.
2: Zand-Leemgronden:
De tweede voorkomende grondsoort de leemgrond,deze grond kenmerkt zich door het uitzicht van de grond,bij het bekijken ervan kan stelt men vast dat er twee grondsoorten in bevinden,namelijk de teeltgrond,die zwartgrijs van kleur is en de leemgrond,die groenachtig van kleur is. Deze grond is moeilijker te bewerken,daar deze grond zwaarder van structuur is,doch prijs je gelukkig als je zo een grond hebt,namelijk kan je er bijna alle teelten op uitvoeren,daar deze grond beter het vocht en de voedingsstoffen vast houwt.,deze gronden blijven in de winter langer vochtig en warmen trager op,dus kan men de eerste zaailingen pas uitvoeren als de grond voldoende is opgedroogd,maar in de zomer heeft men minder last van uitdroging. Deze gronden kan men lichter maken,door de toevoeging van compost.
3: Leem- of kleigronden:
De derde soort gronden,die voorkomen zijn de echte leemgronden,deze gronden kenmerken zich door de vette,zware structuur van de gronden. Bewerken van deze gronden verloopt moeizaam en men dient deze gronden eerst te verlichten,door er massaal compost aan toe te voegen. Vaak is zijn er jaarlijks ook kalkgiften nodig,daar deze gronden vaak zuur zijn. Hierop teelten is moeizaam,daar er bijna niets op deze gronden groeit,alleen met late kolen lukt het best,maar de andere teelten,zoals oa. Wortelen,Prei,Witloof, ed zullen mislukken,deze planten zullen inplaats van rechte wortels,wortels vormen in alle denkbare vormen,door de aanwezigheid van de kleilaag. Deze gronden warmen zeer traag op,bij warme zomers drogen ze totaal uit en vormen hele zware klonters,die zich bijna niet laten bewerken. Best de grondsoort,die je kan missen als de pest.
4: Veengronden :
Een heel andere grondsoort die voorkomt in kleiner mate is de veengrond,deze grond is donker van kleur,vaak nat en soms kurkdroog en heel zuur,deze gronden verbeteren heeft geen zin,daar men er zeer lang overdoet om deze gronden teeltbaar te maken,alleen teelten van planten,die specifiek aangepast zijn aan deze gronden,verlopen perfect,deze planten zijn oa. Rodenddrons,azalea,ed. Uiteraard vind je bij de gespecialiseerde vakman nog andere soorten,die zich perfect aan deze gronden hebben aangepast.
Het volgend deeltje gaat over hoe men zelf aan de hand van een klein en gemakkelijk proefje kan vaststellen,welke tuingrond je bezit,zo ben je al een heel eind op weg,om het volgend teeltjaar in goede omstandigheden,te beginnen.















