
De jongste van de vijf zussen is zestig jaar geworden.
en dat moesten wij vieren met een feestje in de Reblo.
zondag 6 juli
Ter gelegenheid van haar verjaardag, schreef ik dit gedichtje.
Vier meisjes, nog kleine ukkies waren wij
In de zomer 1948, kwam er nog een zusje bij.
Haar naam was Christianeken
Waarom eigenlijk geen Jeanneken
Ons vaken noemde haar krol
't was moekes kleine krullebol
Ze leerde heel vlug praten en lopen
Ze wilde altijd overal mee met elk
Bij tante Marie achter melk
Of bij hebsken snoep gaan kopen
Met ons meter bij de tantes iets gaan vragen
Dan moest ik haar altijd dragen
't is allemaal in de herinnering ontloken.
Ze schreef schone brieven naar Sinte-Metten
de aantrachtende tijd is aangebroken
Lieve Sint, ge moet op mijn geschrift niet letten.
Ze wilde een telefoon met bel
voor Sinte-Metten was dat kinderspel.
Dan was er op een keer
In het jaar van de Heer
Een groot familiefeest
Met witte bloemen witte kleedjes
uit delen van Communiebeeldjes
We zongen en dansten om ter meest
En in het jaar stillekens
Kreeg ze al dikke billetjes
ze droeg heel graag spannende sexy broekjes
ze was knap, ze was lief
En rap was Pierre haar hartedief;
Naar de cinema ging ze met hem, en in alle hoekjes.
Ze was de naaister, en ze deed ons haar
Ze zette peinskens hier en daar
Ieder van ons ging toen zijn nestje bouwen
Op 4 Maart veertig jaar geleden,
ging ze dan ook met Pierre trouwen.
Ik kon naar de feest niet komen
want ons Liesje was juist geboren.
Er was veel werk in de beenhouwerij
Er kwamen ook nog twee kinderen bij
Dan kwam de tijd van rouwen
We verloren de vakes en de moekes
De tijd kwam van rusten en verminderen
de zorg voor vier kleinkinderen.
De dagen volgen op de dagen, en de jaren
Nu is ons Christianeken zestig jaar jong
We wensen haar nog vele jaren
Gelukkig, en gezond samen met heel de familie