jan
maar mijn overleden vriend
ondersteunde me steeds.
Ik was kleinhartig
maar hij bemoedigde mij.
Ik was traag en achteloos,
maar hij spoorde me altijd aan.
Ik was zorgenloos en vergeetachtig,
maar hij hielp me aan alles denken.
Hoe genoten wij van het samen zijn.
Hoe heerlijk was onze gemeenzaamheid,
hoe verrukkelijk waren onze gesprekken.
Hij was een werkzame man,
een vriend van onkreukbare trouw.



















