Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
eerste sneeuwvlok
schitterend in de koude winterzon
Ze wordt weer gewoon water
Ingrid Lenaerts
de eerste sneeuw
Hij herinnert zich nog de eerste sneeuw
hier in dit land lag zijn groot mysterie
onverklaarbaar tot buitensporige belevenis
Hij had er zelfs nooit van kunnen dromen
het kind kende slechts de tropen
verzengende hitte in een steppe
hij keek verwonderd
wou het dragen maar wit
werd water tot zijn groot verdriet
hij wou sneeuw bestendigen
maar het liep door zijn hand
zijn vreugde ging eveneens smelten
lange zoute tranen dropen over zijn wangen
ja toen
Ingrid Lenaerts
een daad van ontkenning
In elk woord dat de haat uitsmeert
Ingrid Lenaerts
nachtploeg
Sikkelvormig de maan boven mijn hoofd
de duisternis vergezelt me tot de werkvloer
de nacht zit in mijn brede binnenzak
als trouwste metgezel in zomer en winter
eens de klok van tien voorbij
dan begint het werk omden brode
de persen draaien op volle toeren
na twaalven braken de persen
het nieuws heet van de naald
de politieke verzuchtingen het weer
de rechtspraak de geldmarkten
goed en kwaad op papier
de nachtshift zit me op de hielen
het werk is hectisch de inzet groot
de aandacht alles voor "de krant"
tegen vier zit het nieuws op transport
voor de distributie zorgt de buitenwereld
mijn nachttaaak loopt ten einde
bij dag en dauw fiets ik huiswaarts
alles onder een leegje ijs
de kou bijt me in het gezicht
dra gaik onder de wol.
Ingrid Lenaerts
vrieskou
Bij een heldere nacht ,
sterren hoog aan de duisternis gehecht
verpinken met trots en afstand hun licht
De vrieskou ijlt in een blauwig avontuur
zijn adem kronkelt tussen de takken
in opake stilte sluimert zijn boodschap
de wereld kraakt in zijn bast
zoekt houvast in warmte onder een dak
in een stal waar runderen dicht bij elkaar
hun temperatuur op peil houden
Bij een heldere nacht
vervormt vrieskou de vijver
tot een schuilplaats met kristallen dak
dat sterker wordt in zijn melkwitte bedekking
het ijs is een ware dekmantel
die lang op zich liet wachten
in deze zwakke winter zonder ruggegraat.
Ingrid Lenaerts
schrikken
Bij schraal licht zie ik ze lopen
ze lijkt goed aangeschoten waggelend
ze loopt doelloos op en neer
trippelend op hoge hakken met netkousen
een nepbontjas en een dunne flodderjurk.
Wanneer ik haar kruis klampt ze me aan
probeert zich te verkopen
voor een belachelijke prijs
Ik vertel haar dat ze zich vergist
ik doe geen beroep op haar diensten
totaal geen interesse
ze begint te huilen ziet het niet meer zitten
ze vraagt haar te helpen en dringend zegt ze
wat rest me te doen buiten hulp zoeken
Zij is van streek en ik schrok me rot
De ziekenwagen komt er weldra aan.
geen alledaags voorval
waarvan ik even moet bekomen.
Ingrid Lenaerts
ach,zei ze
uren in de zon aan een overvol strand
en dan zo rood als een een rijpe parika
pijn en blaren en 's avonds nog koorts
alle alle dagen hetzelfde scenario
ik hou toch niet zo van bakken,bedankt.
zij koos
Zij had zich overgeleverd aan een iele schim
Ingrid Lenaerts
Rotslecht
Rotslecht is haar humeur
zoals winterse vlagen bij tussenpozen
als een heks die kwallensoep bereidt
venijnig en rancuneus
valt ze me al jaren aan
rotslecht ben ik
dat ik de schuld ben van haar verdriet
Ik ben met haar zoon gaan lopen
het zot aan zijn kop heb ik ingeblazen
de schoondochter der verdoemenis
Ach wat was ik het niet geweest
dan was het andere fluistert
relativiteistheorie
Ingrid Lenaerts
waterkillig
Waterkillig nat en neerslachtig
op straat waait regen tegendraads
met striemen als gesels in 't gezicht
de windstoten duwen je opzij als een bokser
zwaargewicht moet je tegenop tornen
met een paraplu voer je een heus gevecht
wagens kruisen je pad
de douche rioolwater krijg je cadeau
grimmig en moe ploeter je ver
als waterhoen
uitgeput
thuis echter wacht warmte
bij de kachel in schone kleren.
Ingrid Lenaerts
misleid
Een wirwar van takken
een groot kluwen
de dans van de krulhazelaar in de wind
als heel veel vraag -en uitroeptekens
staat hij bijna in bot
is hij misleid door deze vreemde winter
door storm en regen dooreen geschud
Hij herkent zijn jaargetijde niet meer
zijn biologische klok op hol
ach arme boom.
Ingrid Lenaerts
weemoed tot
Een vreemd gevoel ,dokter
waarvan ik niet genees
en u die mij tranerig vindt
als onaangepast aan een heden
van plastiek haast en geweld
om die heimwee naar dat oude huis
met zijn krakende trappen
zijn gefilterd licht in hall en vestibule
de geur van boenwas ik ruik hem nu nog
al had ik hem pas uitgesmeerd
het salon met zijn bergèrezetels
de open haard bij herfstweer
de thee in de avondschemering
de staanpendule en de koekoeksklok
de berbertapijten op de vloer
de reis naar het oosten
Ik vraag niet veel , dokter
dat ik niet je zoveelste nummer ben
dat je even luistert...
schatplichtig aan de heimwee
waarvan u mij niet verlost
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
boemerang
boemerang laat zich gooien
wentelt door de lucht
overkop spiraalsgewijze
zoeft hij weer
Het effect wordt eraan gekoppeld
zoals wagons elkaar verbinden
en zie daar is hij weer
voor dezelfde prijs
Ingrid Lenaerts
parafrase van zijn wens
en hij begon opnieuw
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
stenen
schaar
Ingrid Lenaerts.
nat en grijs
Regendruppels op het oude raam
bij een loodzware rotdag
druipt het verdriet in kromme paden
baant het nat zich een weg
door zwaartekracht in zijn lijf
Buiten luistert alles naar grijs
de wind zorgt voor wervelingen
in de dans van oud papier
kale bomen schreien uit het naakt
om betere tijden en begrip.
Ik zoek een schuilplaats in je hart.
Ingrid Lenaerts

