stad
heb je me gevangen
en nog altijd strooi je zout
in verdrongen verwachting
je zaait distelbloemen binnen je muren
opdat ik je zou herinneren
als een verloren lief.
des nachts
Ingrid Lenaerts
stad
honden
chinese dierencarnavalGa dan voor de revolutie.
Hond en kat die samenleven op het plein voor hun hemelse vrede,
ze hebben het niet moeilijk meer uniform geschoold voor de burger
zingen ze dezelfde liederen en eten uit hetzelfde bord
de eenheidsworst blijft echter ontoereikend kort.
Op het platteland gruwt het nog van de middeleeuwen : de tandarts
op straat verminkt een mens
naast een varken dat er gewelddadig
wordt geschoren en gekeeld
achter hoeken en kleine kanten
Een kwestie van overleven in de oranje nevels terwijl het dier van je
keuze suddert in de pot.
Je hebt het gekeurd en je kan het nu zo verorberen
Ingrid Lenaerts

leeuw
helder
ROSSE AARDE
ontgoocheling.Een vroege vogel
verlaat zijn nest
bij het krieken van de dag
hij fladdert naar het oosten
op en neer
landt schichtig op de dakrand
alwaar hij gluuurt
naar het pierenrijk.
Eén ding zint hem
eten vinden voor zijn kroost
helaas het wordt wachten
want daar loert de kater
de vogel vlucht
triomfantelijk stapt zijn vijand
over het pierenrijk.
Ingrid Lenaerts
blondrockband
berglandschapBerglandschap in al zijn uitdaging
sneeuw over de toppen
en in het dal van de schaduwen
de bomen dragen hun witte vacht
zoals een extra jas die ze kregen
de zon klimt over rotsen
zoals een luchtacrobaat
het dorp ligt in diepe rust
hier en daar brandt nog licht
de rook kringelt naar hoog
de ijskegels hangen steevast
in lengte legendarisch
straks komen de skiers opdagen
met groot vertoon
het winterdefilé viert hoogtij
in deze dagen .
Ingrid Lenaerts

wolkenWild schuiven wolken
Als weerhaken in elkaar
Driftig druilerig
Regen spettert scherp
Nat tegen het vensterraam
Droevig huilt de dag.
Ingrid Lenaerts

sneeuw
indian summer
Nacht loopt naast zijn onderdanen
die geen vragen stellen
hij dwingt hen in het gelid
van uur tot uur duisternis
een maan is zijn gezel
al dan niet met wolken
Nacht draagt zijn mantel
ondoordringbaar ver
het zonlicht dat verdween
hij spookt in schaduwen
hoeken en kanten
in kamers en bedden
hij zaait zalvend begerig
voldoening en paniek
liefde voor het lijf
paniek voor het leed
de nacht draagt de macht
en niemand kan ontkomen
aan de touwen die hij in handen heeft
zijn paard dat hij ment
tot de vroege morgen
Ingrid Lneaerts
nonnenhuizenEen voor één zijn ze verdwenen
de kloosters in de stad
de donkere gebouwen in grauwe baksteen
die het ademen verleerde
hun gevels waren zwijgende getuigen
van contemplatie raadsels of verdriet
hun levens waren ingepakt geheimzinnig
ontoegankelijk voor gewoon begrip
achter de hoge ramen hing zware stilte
die geurde naar ajuin porei en zweet
de meubels koffers en kisten aten boenwas
de vloer werd geschuurd
door jonge maagdelijke krachten
bruine zeep was hun kruipend attribuut
tussen monotoon gebed en kostgang
Nonnenhuizen zei ik rillend
oneerbiedig
ik wou er nooit gaan wonen
in deze vogelkooien voor mensen
Ingrid Lenaerts
verdwalen