Haast
Zij leefde bij de gratie Gods van het morgenlicht
Haast
runderen in de wei
Weer winter
met modder
blaaskaken
verwaandOm het zout in de wonde gniffelt hij
in zijn baard die krult van leedvermaak
als hij zijn vermeende wijsheid sproeit
over het collectief van sukkelaars
die de reuzenberg willen beklimmen
als ongeoefende keutelkabouters
tot bij de grote Manitou
die zijn vleugels van papier spreidt
om in rook te verdwijnen
Ingrid Lenaerts
duinenIn de scherpe wind fluisteren helmgrassen
hun piraten - en stormverhalen aan de duinen
die dicht bij elkaar hun ruggen strekken
als muren of reuzenforten tegen overmacht
van een wilde zee zonder enige genade
die beukt en omstuimig raast in de branding
als een waterduivel die onstanpt uit de diepte
schuimbekkend van woede om de vestoorde rust
De duinen zijn altijd vol begrip en verzoening
Zij houden het bange land op afstand
terwijl het woeste water aan hun voeten likt
maar bedaart na de woede zoals een nukkig kind.
Ingrid Lenaerts
zuiders
Jaarvergadering
herrie op zolder
herrie op zolder
De Congoboot
zuiderse tijden
frivoolIk wacht op frivole gedachten
zoiets als twee vlinders in de zon
samen door de tuin
verder door de boomgaard
met de bloeiende kerselaars
die als jonge bruiden in de morgen
hun feest der dagen beginnen
Dan rusten op de takken
weer verder fladderen
over de paardenbloemen
in gele klederdracht
Ik hoop dat je me die zult geven
de lentekrriebels
Ingrid Lenaerts
zondagmorgenDe zon springschaduwt de iele morgen
Er valt nauwlijks wind te ontdekken
De grote hazelaar strekt zijn kale takken
Alsof hij nu zijn winterslaap voltooit
Een zondagsmus kwettert onder het dak
Ook zij vertelt haar verhaal aan de zon
Hoog boven trekken vliegtuigen sporen
Bij hun vlucht naar ver oneindig.
Ingrid Lenaerts


Elexir d\'Anvers
uit de eerste hand