lindeboom
Ingrid Lenaerts
lindeboom
hartmassage
Hij collectioneert er de zoute herinneringen van,
Van de mosselbanken die gapen uit hun verleden
De tijd van toen ze nog volkse kost waren
Lekkere eenvoud op het bord van elk benefit
Nu ze poep- chique finesse zijn aan tafels
Prijzig in gerenommeerde restaurants
betreuren ze in grote hoeveelheden
Het decadente publiek dat hen verorbert
Ze werden verkracht in hun identiteit
Door gesofisticeerde koks die hen bereiden
Met de nodige tierlantijntjes van wijn en sausen
Alsof hun smaak moet verdoezeld worden
Het gaat de mosselen niet voor de wind
Ze willen zich opnieuw organiseren in grote stilte
Verankeren in de eigen zee zonder bemoeienissen
van een schijnheilige mosseladel belust op platte winst.
Ingrid Lenaerts
De weidse vlakteDe weidse vlakte
bij noorderwind en wolken
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
grillenZomerse grillen
elkaar tergend voor de fun
het weer is echt ziek
onder de eikenOnder de eiken
zweeft traag de oude stilte
zon streelt haar wangen
verliefde fietsers
strengelen zich in elkaar
de stopplaats lacht toe.
Ingrid Lenaerts
over grenzen
bewolktIn mijn hoofd
licht bewolkt
strijk je neer
zonneklaar
bewijs je me
het vierdelig klaverblad
alsof het geluk er aangekoppeld is
een uitschieter
ware uitzondering
probeer ik te geloven
dat je echt bent
ik omarmd door iets vaag
wat god lijkt
niet te verliezen
in een bede
die me achtervolgt.
Ingrid Lenaerts
rosse kater en verdriet
trieste zomer
vuurwerk
leegteEen leegte is neergestreken zonder vleugels
onzichtbaar vult ze de kamers met haar lijf
Haar gedachten zitten vast aan de muren
ze drukt op de wanden binnenskamers.
zelfs wanneer wijde ramen openen
dan nog wil ze niet vertrekken
Ze kijkt over onze schouders mee
ze wil ons buitenkieperen als pottenkijkers
Toch ademt ze zwaar wanneer de verhuiswagen stopt
en nieuwe bewoners uitladen
ze schetteren de ruimte vol klanken
de leegte is dan maar ongezien vertrokken
met de staart tussen de benen.
Ingrid Lenaerts

te gastTe gast bij de wind
ongevraagd valt hij ons aan
hij drijft wild en woest
de verwoesting greinst
Dol drijft onmacht ons voorbij
met stromen water
mens en dier verweesd
huizen in modderstromen
verdriet overheerst
Ingrid Lenaerts
verleidingDe verleiding blijft in haar hok
te bang om ze vrij te laten
de consumptie toe te laten
wat zou schenden aan de fictie
waarvan ze leeft en gevoed wordt
de altijd durende spanning
Het zoete laat haar dagdromen,
over de grote vijver
de brug als broos bouwwerk
tussen wens en werkelijkheid.
Ingrid Lenaerts
de nacht in aantochtDe nacht rijdt zijn koets voor
contrasten tussen klaar en donker
gaan met elkaar in conflict
blauwzwart wint veld
Windstilte in de hoge bomen
boven de repen vliegtuigmarkeringen
de sporen van vervuiling die ze nalaten
alsof ze de lucht brandmerken
De vleermuizen in de schuur vertrekken
op avontuur naar de duisternis
ze kunnen in vrede de nacht in vliegen
Zonder vrees hier nog ooit gespalkt te worden
over hun volle vleugelbreedte tegen de deuren
Ik huiver nog bij dit oude volksgebruik
alsof dit onschuldig dier een duivel was
in ware gedaante
Ingrid Lenaerts
de som van een leven
achter de dijk
windvogelsWindvogels boven een breed strand
veelkleurig gebeuren op vleugels
wapperend en wuivend in de lucht
als een zotte kermis van daarboven
een feest voor het draaien en springen
de zon speelt verstoppertje met het licht
kinderen joelen met hun linten
zoals akrobaten in een circus
de vreugde hangt hier aan sterke touwtjes
tot ze eenklaps molenwiekend neerstorten
Maar niets is verloren de vogel vliegt weer weg
naar zijn soortgenoten op het luchtbal
van gekleurde prinsen en prinsessen
Ingrid Lenaerts