leegte
Een leegte is neergestreken zonder vleugels
onzichtbaar vult ze de kamers met haar lijf
Haar gedachten zitten vast aan de muren
ze drukt op de wanden binnenskamers.
zelfs wanneer wijde ramen openen
dan nog wil ze niet vertrekken
Ze kijkt over onze schouders mee
ze wil ons buitenkieperen als pottenkijkers
Toch ademt ze zwaar wanneer de verhuiswagen stopt
en nieuwe bewoners uitladen
ze schetteren de ruimte vol klanken
de leegte is dan maar ongezien vertrokken
met de staart tussen de benen.
Ingrid Lenaerts

