De eenzame reiziger
op weg naar het land
achter de horizon
hoort de stilte
in zijn handen
en onder zijn voeten kraken
ritselen de blaren
zijn gedachten
dat hij alleen zijn tocht moet doen
een leven lang
want te volgen is hij niet
deze eenzame reiziger
op weg naar het land
achter de horizon
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
avond aan zee
Duinen deemstering
de ondergaande zon
wolkengroepen als eilanden
van vrede bij tegenlicht
er waait een zachte bries
de plassen rimpelen het zand
meeuwen scheren over zee
immer twistend om vis
een late wandelaar
ben ik vol verwondering
in dit moment
Ingrid Lenaerts
vrouw van het zandstrand
De vrouw van het zandstrand
ze ligt er te bruinen in een zon
na het kanon vele weken voorheen
ze ligt er te blakeren
te braden als een kreeft
na de smeerbeurt met zonnebrandolie
de factor x speelt er beschermengel
voor het exposé van de naakte huid
de vrouw van het zandstrand
loopt even naar zee
om te koelen na het stoven
dan begint de volgende partij
draaien en keren zolas in een pan
koelen met ijs en frisdrank
romannetje van de misdaad
zorgt voor verstrooiing
bij het hoogfeest van de zon
de bakpartij in levende lijve.
Ingrid Lenaerts
waarheid
Zij wil de waarheid inpakken
verdoezelen in een kleedje
zoals een zilvervos die sluipt
door eeuwige sneeuw.
Ze verdraait woorden
tot onuitrafelbare vlechten
Ingrid Lenaerts.
nachtziel
Jij zwerft in mijn nachtziel
zoals de nevels over moerassen
die niet willen vertrekken
Jij houdt me op de planken
waar ik tegen roffel zoals de donder
die er zijn krachten meet
Ik voel me achtervolgd
wil je kwijt uit mijn hoofd
je blijft er klauwen en kleven
zoals een vleermuis onderste boven
tegendraads bij dag
In de nacht wil ik verdwijnen
uit alle hoeken van je bestaan
Ingrid Lenaerts
ze zijn er....
Ze zijn er weer bij
waar gretig te pikken valt
zoals de kippen
de room afschuimen
liefst het boertig wegslurpen
gulzigaards slaan toe
Ingrid Lenaerts
illusie
Ingrid Lenaerts
controle
Ingrid Lenaerts
ach zomer
de trieste zomer
zwiert gretig zijn koopjes weg
kom maar eens kijken
geen zon is te koop
wij verwachten slechts haar mildheid
die ze ons niet schenkt
eieren offeren
voor de heilige Klara
het mocht niet baten
De zonnegod lacht
vandaag paait hij badgasten
met een streepje straal.
Ingrid Lenaerts
betere tijden in het tuintje
De kaleidoscoop heeft nauwlijks werk
het weer beterde zienderogen
de kleuren variëren nu in traagheid
op het ritme van nauwelijks een briesje.
de kabouters droogden in de zon
het loze vissertje vist al gans de dag
de kruiwagenwerker blijft even actief
Het fonteintje daarentegen is stilgevallen
de bewoners van het huis zijn vertrokken
op hun mooi geblonken fietsen
voor een babbel op een terrasje
likkebaardend bij de gedachte
aan een stevig Belgisch biertje
Duvel Leffe Orval of Westvleteren
waar blijf je?
Ingrid Lenaerts
onweer
regen bij bakken
Harde decibels
de aarde puffend
Ingrid Lenaerts
tuintje
boerenzwaluw
Een boerenzwaluw
dook solitair van het dak
zocht zijn huismaatje
fladderde later
daar met twee stoeiend voorbij
naar het liefdesnest
Ingrid Lenaerts
oude droom
Het kasteelpark met z'n oude bomen
rij op rij de beuken die dromen in rood
de rondodendrom als volkstoeloop bij de vijvers
de eenden die op helldend gazon waggelen
de witte droom bij volle maan van een gravin
het tuinfeest op midzomernacht
en toen zag ik jou in dit decor
bij de juiste temperatuur en weersomstandigheden
de rozenperken streelden het innerlijk belang
ik hoorde de oude uil roepen in het bos
ik dacht betoverd te zijn , werd het een leven lang
ben het nog steeds verwondering
optrillende benen
zonder dit decor ,knijp me in de wangen
zeg me dat je er nog altijd bent
Ingrid Lenaerts
schildersluchten
Deze dagen zijn ze massaal
goedkoop en overal te zien, de schidersluchten
alsof ze gepenseeld werden
vanaf een grote groep kunstenaars met waterverf
de vaal grijze en blauwe plekken schitteren
in het polderlicht weerspiegelend in plassen
de jachtige wolken met hun grijze jassen aan
verdrijven het helle wit aan de horizon
het is een spel van grillige weergoden
badend in plassen en fonteinen
zij, die naar hartelust stoeien zonder zorgen
Dat wij de zomer verwachten met staalblauw
hoog boven onze hoofden
het maakt hen geen moer verschil
voor deze flierfluiters van onstabiliteit
Ingrid Lenaerts
straatstenen
Straatstenen treuren
om trieste oliesmeurie
op hun kinderkop
Ze willen anders
liever het regenwater
verdampend in zon
Ingrid Lenaerts
gladiolen
Veel gladiolen
stengels als zwaarden buigen
vol gele bloemen
Ingrid Lenaerts
windmolen
Een windmolen draait
klapwiekend zijn geraamte
nooit staat hij er stil.
Hij is de maalreus
die het meel knarsend uitwerpt
voor dagelijks brood.
Ingrid Lenaerts
droomillusie
Hij houdt me groot in het kleine gebeuren
behoedt me als een herder zijn schapen
laat de zon op mijn huid schaduw maken
in de maneschijn voel ik zijn hand strelen
terwijl ik verderlicht de trappen van de hemel beklim
's morgens verwent hij me met een bloedmooie lente
bij een staalblauwe hemel die zindert van geluk
in het jonge licht dat hij me tovert
verzink in de zaligheid van dat moment
Helaas de luchtbel die hij me voorhoudt barst uiteen
en weg is de illusie
van de droom.
Ingrid Lenaerts
steltlopers
Steltlopers als een wandelend palendorp
passage op een festival jongleurs en vuurwerkmakers,
ze wandelden bevreemdend boven de hoofden
en het leek alsof zij de meesters waren
wij, de kechten op de begane gronden
ze maakten allerlei bochten en sprongen
als ooiveraars op reuzepoten
Ze droegen vreemde gezichten
droegen heel veel blauw en rood
als de wijzenuit het Oosten
schitterend was hun vertoning voor het benedenvolk
Het applaus steeg de lucht in
Het leek hun koude kleren niet te raken.
Ze beeden hun weg naar oneindig aan de horizon.
Ingrid Lenaerets

