herfst
Herfst in bladerpak
brengt veelkleurig afsterven
in meer nuances
Ingrid Lenaerts
herfstHerfst in bladerpak
brengt veelkleurig afsterven
in meer nuances
Ingrid Lenaerts
met de sluier om
harlekijn en nachtIn schitterend wit pak
harlekijn van verdriet der sterren
daal je langs de wolken neer
Ik zie je ogen vol tranen
wanneer je langs de ladder daalt
op deze slapende aarde.
Je weet van elk onheil
onder elk dak slaapt een kind
dat je wil trroosten
tot de morgen ontwaakt
in elk hart van de nacht
wacht dan een nieuw begin
Ingrid Lenaerts
Mag ik ?
bekijk
grassprietenGrassprieten in goot
hun kortstondig bestaan treurt
om de volle zon
Niets kan hun redden
alleen de komst van water
lest honger en dorst
Ingrid Lenaerts
bolsterKastanjes beginnen nu weer een ander leven
hun blaren dwarrelen neer één per één
hun lotsbestemming is de rulle aarde
mosbruin tapijt met roeste inslag
een geritsel onder de voeten
tussen de hopen , gehelmde vruchten
de bolstes met hun vreemde geuren
van tuberculine in gedachten van toen .
die namiddagen toen we nog kastanjes zochten
in de illusie van ware vrijheid
wij ze vonden in hun donzig nest
ze eruit haalden en analytisch bekeken
in de lessen van werkelijkheidsonderricht.
Ik citeer uit lang vervolgen tijden
onze nostalgische gewoonten.
Ingrid Lenaerts
vergetenHij aan de rand van de weg
jaren geleden tegen de linde geknald
van de boskapel der zwijgzaamheid
zijn nagedachtenis tegen de boomstam
de littekens in de schors
nog slechts een rauw kruis
dat herinnert aan zijn heengaan
een rampzalige vernietiging
van de mens in een razend snelle wagen
was het onverklaarbaar?
Of was het zijn wil deze keuze te maken ?
Uit het leven verdwijnen als een homp vlees .
Ik zag de linde en huiverde.
Ingrid Lenaerts
nickname
ondermaats

Zij bedenkt zich een landschap
vredig zonder weer en wind
waar ze kuieren kan ongestoord
waar hemelzoete muziek weerklinkt
alle woorden als rozenblaadjes
neerdwarrelen
de perfecte illusie
die valt met de morgen die ontwaakt
een maandagmorgen doordeweeks
regen tegen de ruiten van de wagen
de file van halfacht in aaantocht.
Ingrid Lenaerts
afwezigde vogel is afwezig gemeld
het zwaluwnest is nu leeg
ligt te wachten zonder meer
onder het dak van hoeve Hagemans
tijd heeft een brokkelgebit
de zomer kalft af tot een rest
een streep schaduw na de zon
de herfst heeft zich aangeboden
in de dieprode kleuren van de wingerd
in het vallen van een vergeeld blad
de berkenkolonie draagt al roest
het schilderspalet deed zijn werk.
de wind speelt in de kalende takken
de symfonie van de najaarsdans
Weldra wordt weer alles anders.
Ingrid Lenaerts
dahlia's
dissonantendissonanten slaan
hun benen tegen elkaar
zoals kemphanen
bekampen elkaar
om de opperste machtsbezit
zijn domme loozers
eersterangsdwazen
gunnen er elkaar geen klank
tot de dood hen haalt
Ingrid Lenaerts
de wandelaarIn de navolging van zijn schaduw
begeeft hij zich op pad in de zon
zijn stappen zijn niet geteld
ze lijken wel eindeloos beweging
bevestiging van de ketting
die zijn voeten maken in driehoeksvorm
hij loopt over de einder langs de jaren heen
de geslachten hebben hun monotonie
hun zelfde ritus als een mechanisch gebeuren
hoe zonderling wanneer een wandelaar breekt
zich bewust wordt individu te zijn
hij de schoonheid van het landschap ervaart
als een koning die vele geschenken krijgt
de lucht wordt blauw, de lucht is zuiver
de vogel kwettert honderd uit het nest
hij geniet met volle teugen van het wandelen
als een deugd bij de gratie gods
alleen al om het wandellen.
Ingrrid Lenaerts
hou jij ?
sporenBrug over sporen
een trein trekt door de far-west
kortbij Beringen
de bermen in bloei
heide purper in de zon
het milde najaar.
Ingrid Lenaerts
indrukwekkende dagAlsof we elk jaar weer eens thuiskomen
in het verleden van de mijnsite
dat nu al na zoveel jaren rust
dat de sporen draagtt van verval
hoopt op herstel van zijn aanzicht
temidden een prachtige natuur
de confronatie van culturen
de Byzantijnse mijnkathedraal
die haar toren verheft boven de bossen
de slanke minaretten die verwondering wekken
het kolenspoor met zijn roeste tractie
de treinen naar oneindig onder de brug
wij de gastdichters die om beurten lezen
uit eigen werk een gedicht
over natuur mens en maatschappij
over vrijheid en vooruitgang
de wandelaars die de terril bezweren
dat we elk jaar het verbond hernieuwen
we kome terug met al onze bagage
de innerlijke kamers van ons zijn .
Ingrid Lenaerts
verdienstelijkHij zou gehuldigd worden
verdienstelijk schrijver, recensent
de nagedachtenis liep over vele jaren
zijn oevre jammer genoeg bijna vergeten
nog niet helemaal teloorgegaan
Men zou hem weer tot leven wekken
Woordkunstenaars toonden zijn charme
vertolkten zijn rondborstige humor
zijn romantische ziel zijn vroomheid
blijkbaar had de posthume schrijver alles
behalve een donkere schaduwzijde
Hij was een stralend licht en voorbeeld
kortom hij was een groot man.
Ik voelde me benauwd
in mijn nietigheid ondeer de zon
Ingrid Lenaerts