de wandelaar
In de navolging van zijn schaduw
begeeft hij zich op pad in de zon
zijn stappen zijn niet geteld
ze lijken wel eindeloos beweging
bevestiging van de ketting
die zijn voeten maken in driehoeksvorm
hij loopt over de einder langs de jaren heen
de geslachten hebben hun monotonie
hun zelfde ritus als een mechanisch gebeuren
hoe zonderling wanneer een wandelaar breekt
zich bewust wordt individu te zijn
hij de schoonheid van het landschap ervaart
als een koning die vele geschenken krijgt
de lucht wordt blauw, de lucht is zuiver
de vogel kwettert honderd uit het nest
hij geniet met volle teugen van het wandelen
als een deugd bij de gratie gods
alleen al om het wandellen.
Ingrrid Lenaerts

