Je hebt
Je hebt de spetters in je ogen
alsof de vonken uit de smidse springen
de kuiltjes in je wangen
van een ingehouden lach
je lippen mompelen de grap
tussen je tanden sissen de woorden
waarom je me een poets bakte
Ik heb me laten vangen
aan jouw lieve lach
grappige woorden
alles wat me stapel maakt op jou.
Ik weet het wel nu sta ik daar
als prins carnaval op een klaverveld.
Maar ik zal je strikken
zotte muts met je wervelende woorden
Ik sla terug
Ingrid Lenaerts

