avondlucht
kruipt de zon achter wolken
stilte in de kern
woorden fluisteren
in de oren van de dag
voor de nacht zich meldt.
apocalypse
een brand aan de horizon
Nu duisternis spookt
Ingrrid Lenaerts
avondlucht
orde
hij leunt
gezondheid
bossenHerfst in de bossen
ik huiver in kille mist
een spin in haar web
Ze zont er dradig
haar woonst trilt in morgendauw
stralende parels
de bosweg schilfert
het rulle zand kleeft de voet
romantiek op doek.
veel gele zwammen
spleiten de oude boomstam
in leven en dood.
Ingrid Lenaerts
Je hebtJe hebt de spetters in je ogen
alsof de vonken uit de smidse springen
de kuiltjes in je wangen
van een ingehouden lach
je lippen mompelen de grap
tussen je tanden sissen de woorden
waarom je me een poets bakte
Ik heb me laten vangen
aan jouw lieve lach
grappige woorden
alles wat me stapel maakt op jou.
Ik weet het wel nu sta ik daar
als prins carnaval op een klaverveld.
Maar ik zal je strikken
zotte muts met je wervelende woorden
Ik sla terug
Ingrid Lenaerts
Op leven en dood
in het brons
kusttramErgens langs de kust loopt hij wel
ontmoet vele van zijn broers en zusters
getooid met een of andere boodschap
vol lof over talrijke producten die hij promoot
Meestal zit hij oevervol
tot de laatste zitplaats bezet
geen mens raakt nog er binnen bij mooie dagen
hij wervelt als een wind tijdens zijn rit
laat schellend zijn aankomst horen
hij vervoert jong en oud van stad naar dorp
hij is vergroeid met het landschap
schreef al zijn geschiedenis
als onmisbaar element van dagjestoeristen
bewoners en vakantieresidenten.
Hij hoort hier thuis als vader aan zee.
Ingrid Lenaerts
herfststilte
voor anker
cultuurfenomeenCultuurfenomeen
Is het al dan niet vluchtig?
Grijp het voor vertrek
Ingrid Lenaerts
jarige oom
op zoek naar een kameel
zonder
hij
oude wijkde oude wijk treurt
op de banken in het park
alleen nog junkies
vroeger in het groen
de grootouders keuvelend
een babbel vol zon
de wijsheid in pacht
waar iedereen luisterde
naar de levensraad
de ziel van het park
een dolend spook op krukken
kwam er diep ten val
Ingrid Lenaerts
aarde
ik schrijfIk schrijf de trouwe liefde aan
verzoek haar langs te komen
niet als passante of toevallige gast
maar als pelgrim voor een leven lang
onderweg naar haar bestemming
blijvend in haar kernspreuk die ze schraagt
Ze heeft me beloofd langs te komen
te blijven in mijn hart dat ik laat lezen
als een open boek van eerlijk handelen.
Ik stuur ze nooit meer weg
wil haar nooit kwijt aan willekeur
ik koester haar aan de warmte van haar taal
van top tot teen als een gouden engel.
Ingrid Lenaerts
er hangtEr hangt nevel tussen de bomen
een herfst wacht om het hoekje
de lucht draagt de geur van rotten
het is de hoogste tijd
om de aardappelen te rooien
de mais begint af te sterven
vraagt naar het oogsten van zijn vrucht
schictige konijnen op de landweg
veranderen van kleur op hun vacht
de eerste bomen vergelen
de weemoed klimt uit de voren
velden en weiden liggen verkild
onder de vroege morgenlucht
hol en ijl de vochtige prikkeling
wij worden gelaten en doorzichtig
de herfst brengt ons zijn jaarlijkse mare
die immer het zelfde blijven zal.
Ingrid Lenaerts