eenden
Eenden dobberen
in zilverrust op de plas
Broos licht weerkaatst ze
Ingrid Lenaerts
eendenEenden dobberen
in zilverrust op de plas
Broos licht weerkaatst ze
Ingrid Lenaerts
koude dagenKoude dagen rollen over de einder
ze maken zichzelf ijl en doorschijnend
als de adem uit de bek van de nacht
wanneer zonsopgang zijn intrede doet.
In het moerasland huist de watergeest
die als een mager spook dwaalt
in lange slierten wattige nevel
onuitgesproken sensatie van de vlucht
de legenden leven er nog altijd bloeiend
hun eigen bestaan als een zwervende keien
die het rollen in gang zetten de vallei door
her en der verspreid als graankorrels in de wind
Ingrid Lenaerts
verkortenTijd voor schemerlamp
dagen verkorten hun jurk
nacht doet het anders
Ingrid Lenaerts
geen tijdNauwelijks geland
de reiger heeft echt geen tijd
andere vis wacht
Ingrid Lenaerts
mensen
ik lees je
seniorengroet
wie is zijZe vertrok met gave en goed
de jeugddroom achterna
ze zag de bergen en zwarte sneeuw
toen ze hem ontmoette
hij de leider zei de volgeling
onder de sterren die ik nooit zag
de buitenrand van taal en teken
werd grillig zen grimmig
ik herkende haar boodschap niet meer
duidelijk tekende zich een andere wereld
met diepe sporen van afgunst.
Ingrid Lenaerts
pompoenenTerug van weggeweest
de keuken heeft ze weer lief
na jaren verbanning
de fee heeft hen niet meer nodig
de gouden koets blijft op stal
pompoenen gaan in de soep
zacht van smaak mooi van kleur
bovendien heel lekker
verder om je te laten griezelen
voor de boze geest met hol gezicht
de gemene lach en de brandnde kaars
de stoet halloween heksen doodshoofden
en trawanten
en dat alle smet de onschuld
van een schitterende ora,je pompoen.
Ingrid Lenaerts
herfst op komstDe koude blaast haar lokken weg
uit haar gezicht door nevel omkranst
ze schudt het hoofd meewarig
de wolken ritsen dreigend tussen grijs en blauw
de wind speelt het spel venijnig
vanuit het zuidwesten dreigt storm
een flauwe zon kan de aarde niet verwarmen
Ze is reeds vertrokken naar een andere wereld
verzuurd loopt de lucht dicht boven de horizon
De wind bijt zich vast in de bomen
laat er zijn klaaglied huilen in bogen verdriet
nog enkel regen wacht ons een kille dag in spe.
Ingrid Lenaerts
afscheid van een soldatenlief
herinneringherinneringen
aan een zonnige zondag
terwijl herfst al ritselt
in een dorre beuk
zijn goudrood blad lost de band
met de moederstam.
Ingrid Lenaerts

aangespoeld
wind en waterBang wachten ze af de bewoners
van het kustdorp waterende
het is gaan regenen
de wind zet nog een tandje bij
zit in zijn nieuwste golvenrace
die hij meters hoog zwiept
en uitrolt alles over de dijken
Springtij haalt zijn hoogten
duizelinwekkend als geisers
hopelijk blijft de waterstand onder controle
hoewel de zotte wind geen grenzen kent
in zijn capriolen met de zee
die slaafs haar meester dienen moet.
Ingrid Lenaerts
in mijn hoofdIn mijn hoofd
klatert de echo van je lach
In mijn lijf de pijn
verdriet om afwezigheid
in mijn ziel
je ogen glanzend bij maanlicht
weerkaatsend de schaduw
van wat ik mis
Verkoop mij niet
aan het toeval
dat rondom ons dwaalt als een jakhals
op zoek naar zijn prooi.
Ingrid Lenaerts
De ingewikkelde vrouw
ded plantage zwijgtDe plantage zwijgt
het fruit werd met zorg geplukt
door de blaren de kaalheid
de wind die rukt aan de takken
als een engerd van je welste
Morgen nog een laatste glimp van de zon
dan komt de herfst zonder erbarmen
weer bij ons wonen
Ingrid Lenaerts
dalwaarts
dreef