dan mag je het vergeten hoor
maar wat doe je met een hand vol mooie woorden
ik heb de lijst laten slingeren,verloren en nu weg
Ingrid Lenaerts

een lente
wolken in dienst
het regentHet regent eentonig liters water
nauwelijks licht bar grijs en wind
troosteloos weet de dag niet te beginnen
kruipt over de natte grond als reptiel
badend in een bubbelende slijkpoel
het weer weegt als lood om de hals
het regent eentonig dezelfde lites water.
Ingrid Lenaerts
winterdagen
dag en nachtde maan schrijft van de nacht
zijn levensloop over de hemel
onder sterren die knipogen
de maan volgt als beschermeling
het doen en laten van de duisternis
tot die aan de horizon klaart
voor de aflossing van de wacht
Ingrid Lenaerts
dwaallichtEen dwaallicht in het riet
roept bij vaal licht van de maan
om zijn verlossing.
paars en geel omrand
flakkert de vlam spookachtig op
verdwijnt weer schichtig
daar kwaakt een kikker
plonst in dat donkere ven
fors klapwiekt een uil
Ingrid Lenaerts
grijsIn grijze struiken
borrelt krachtig nieuw leven
het groen herboren
Ingrid Lenaerts
grilligheidGrilligheid zit achter een hek te grijnzen
houdt zijn prooi tussen de kiezen
zwaait er mee van links naar rechts
om het dan weer te liefkozen
alsof hij beste maatjes is
Grilligheid zet zijn tanden in het toeval
lost af en toe zijn greep
om verder te grinniken met leed
grilligheid als sport te beschouwen
van de cynicus die zichzelf ommuurt.
Ingrid Lenaerts
storm na storm
strips
gedempt
in de schaduw van je woordenJe woorden hebben zich in mijn hoofd geënt
als scheuten aan een snelgroeiende yuca
ze verwarren mijn gedachten
met hun slingerende blaren
die tegen mijn schedel bonken
de zweepslagen van achterklap
die modder in zijn buil draagt
In de schaduw van je woorden
probeer ik te ontsnappen
naar oorden van woordloze stilte
Ingrid Lenaerts
tortelduivenZe zitten wiegend
mediterend naast mekaar
verliefde duiven
kennen geen grenzen
bereiden donzig het nest
voor het ei dat valt
Ingrid Lenaerts
schaduwdenkenMet een dubbel beeld en gespleten tong
speelt de geveinsde goede huisvader
pater omnipotens over zijn kleine rijk
Hij nodigt uit het idee te zoeken
het idee prijs te geven aan de droom
die verborgen wordt in muffige schuiven
onder het stof van zijn argwaan
Minzaam strijkt hij je over het hoofd
klieft 's anderendaags de helft van je brein
met de aanmaning tijd en geduld te hebben.
In de schaduw van de schone schijn
mag je nog eens je gedachten luchten
braaf verzet en een minzame glimlach
van de oligarchie die je kortwiekt
voor altijd.
Ingrid Lenaerts
gele toverhoed
een hart voor de lenteNu de morgen ons vroeger groet
nu een zweem van bottend groen
naar buiten piept
zitten de tortelduiven te wiegen
op de toppen van de sparren
Ze hebben groot nieuws
ze kirren om wedergeboorte
van licht en zon
Ze hebben een groot hart
een hart voor de lente
die ze verwachten.
Ingrid Lenaerts
verhuizen