lente op het land
de aarde ontbot
in weer en wind haar velden
in groene jurken
Ingrid Lenaerts
lente op het landde aarde ontbot
in weer en wind haar velden
in groene jurken
Ingrid Lenaerts
lente in de stadLente in de stad
narcissen schrijven in geel
het grijs heel ver weg
Ingrid Lenaerts
wij kunnen
blauw is
een witte morgen
PasenNarcissen geknakt
door de stormwind tussen sneeuw
dat is nu Pasen.
Ingrid Lenaerts
boodschappen
lentepunt
koolwitje
een lente
wolken in dienst
het regentHet regent eentonig liters water
nauwelijks licht bar grijs en wind
troosteloos weet de dag niet te beginnen
kruipt over de natte grond als reptiel
badend in een bubbelende slijkpoel
het weer weegt als lood om de hals
het regent eentonig dezelfde lites water.
Ingrid Lenaerts
winterdagen
dag en nachtde maan schrijft van de nacht
zijn levensloop over de hemel
onder sterren die knipogen
de maan volgt als beschermeling
het doen en laten van de duisternis
tot die aan de horizon klaart
voor de aflossing van de wacht
Ingrid Lenaerts
dwaallichtEen dwaallicht in het riet
roept bij vaal licht van de maan
om zijn verlossing.
paars en geel omrand
flakkert de vlam spookachtig op
verdwijnt weer schichtig
daar kwaakt een kikker
plonst in dat donkere ven
fors klapwiekt een uil
Ingrid Lenaerts
grijsIn grijze struiken
borrelt krachtig nieuw leven
het groen herboren
Ingrid Lenaerts
grilligheidGrilligheid zit achter een hek te grijnzen
houdt zijn prooi tussen de kiezen
zwaait er mee van links naar rechts
om het dan weer te liefkozen
alsof hij beste maatjes is
Grilligheid zet zijn tanden in het toeval
lost af en toe zijn greep
om verder te grinniken met leed
grilligheid als sport te beschouwen
van de cynicus die zichzelf ommuurt.
Ingrid Lenaerts
storm na storm