winterzon
Bij valavond schijnt
plots een vage winterzon
winterbrandwolken
Ingfrid Lenaerts
winterzonBij valavond schijnt
plots een vage winterzon
winterbrandwolken
Ingfrid Lenaerts
boswegOp de bosweg loopt
verschrikt een schichtig konijn
verdwijnt in zandpijp.
Ingrid Lenaerts
moerassenMoerassen slapen
wintertijd tussen het riet
één eend zwemt er traag
Ingrid Lenaerts
nacht
tiranDe winter lijkt een tiran van het jaar
blijft maar kil en koud
zijn adem blazen op de rand van
vriezen, rijm en sneeuw
hij boet in aan originaliteit
maakt zich ongeliefd
bij klein en groot
wij snakken naar wat graden meer
een lentezon aan een fragiele draad
licht en nog eens klaar licht
vertrek maar duisternis doem en donker.
Ik wil vrolijk zijn
zomaar.
Ingrid Lenaerts.
boom
frisse neus halen
gideon
gedichtVanop de bedrand van januari
rolt de woordenstroom uit
in de vorm van een gedicht
dat zich profileert als fenomeen
van diepe verbondenheid
met alle bestaande lotgenoten
op het grote feest van zijn dag
ik denk aan Vlaamse gedichten
die in Nederland op de kroonluchter zitten
met een ondoorgrondelijke lach
het geheim van hun oorsprong
of die strijd om vrede
in het nabije Oosten schragen .
Ze dansen ballet op water
zingen een cantate op het veld
blazen de wolken over zee
nodigen je uit tot de eerst zoen
zwemmen in verzenpunch
het feest is begonnen
alweer een heel jaar lang
Soms zwijgen ze in stilte
nemen afscheid van verdriet
maar overwinteren
tot een ander januari.
Ingrid Lenaerts
aan zee de noordzee rimpelt een vroege morgen
het kabbelende water vertelt zijn geheimen
zijn beloften aan en van de rijzende zon
stilte zwijgt elke beweging in het vroege uur
een wandelaar met zijn hond op het strand
laten hun sporen in het rulle zand
meeuwen wedijveren met elkaar
de vis die ze geniepig ui de diepte scheppen
de horizon buigt over het water
als een paars lint dat de scheiding spant
de wind is er nauwelijks hij is zacht
als een streling oever de huid van de dageraad
de noordzee rimpelt de vroege morgen.
Ingrid Lenaerts
roddelIn spleten leeft de roddel
als een verdraaide waarheid
of als halve leugen
hij houdt het leven in de brouwerij
stookt het vuur waar hij wil
verkneukelt zich in zijn resultaten
groeit en bloeit sinds eeuwen
moeilijk uit te roeien
zoals een welig tierend kruit
laat hij zich niet verbannen
achter hoeken en kanten
heeft hij stevige wortels
roddel is een sterke tante
onvermoeibaar op de tong
en in het snijdend woord
dat de diepten uitboort
Ingrid Lenaerts
DagDag nacht
ingeburgerde kracht
met eigen schakeringen
van getemperd licht
maan en sterren
aan een blauwzwarte hemel
ik zie je door het vensterraam
je houdt me wakker
bezig met gedachten
tot de morgen komt
slaap blijft uit
krijg hem niet te pakken
dag nacht ik hou de wacht.
Ingrid Lenaerts
windWind in lagen
wind in vlagen
hij rekt en trekt
aan het wolkendek
in randen en rafels
zwiept en zwaait
zijn wilde adem
Dan striemt de regen in je gezicht
zware wind tegen
houdt je van de wegen
wind in lagen
wind in vlagen
dat zijn de natte dagen
van de januarimaand
die langzaam een weg baant
voor meer leven en licht
februari in zicht.
Ingrid Lenaerts
tranendal
Zij deelt de lakens uitZij deelt de lakens uit
kraaknet en in volgorde
sta je in de rij en schuif je aan
anders doe je het maar zonder
krijg je er geen
want eerst hangt ze de vuile was buiten
tot het schaamrood op je wangen
pas wanneer gebleekt en geschrobd
kan je weer in het gelid.
tenzij jij haar vuile tong
aan de wasdraad te drogen krijgt
Dan zijn haar lakens uitgedeeld.
Ingrid Lenaerts
goudstrandenEen aquamarijne diepte en ik duik erin
de zee rimpelt uit op goudstranden
korrels warm zand glijden door mijn hand
bopven mij is de lucht staalblauw
roerloos de dag in zijn pracht
palmen met grote vingerblaren verroeren niet
geen zuchtje wind over de deining van het water
Staat de tijd hier in het geheugen gegrift
als onvergankelijk waarnemer van hemel en zee?
Ik droom alleen het antwoord schuldig.
Ingrid Lenaerts
Te gast bij
weerzienHet weerzien verloopt vragend
alsof de weg omgebogen ligt
een beetje vaag een beetje hortend
besluipen in drukte
maar toch kat en muis blijven
Dan de herkenning als een bliksemschicht
ach ja nu weet ik weer,
jij bent die bloemendrager van toen
de wereld onze vraagbaak was.
Hoe maak je het.?
en toch weten we het al lang
onze oude wekker tikt nog binnenin
Ingrid Lenaerts
wanneer