In mijn hoofd
Ingrid Lenaerts
In mijn hoofd
de regentonDe regenton is een vergeetput
van de dagelijkse druppels
weerverdriet
Zonder verlangen
vult zij haar buik
tot zij barst
Dan komt mijn grootvader
Hij herstelt haar levensloop
naar hij zegt
zo vloeibaar
als het water zelf
Zo klinkend
is nu ook zijn woord
als de speelse echo
van zijn stem
in de oude ton.
Ingrid Lenaerts
Genesis en Apocalypse
op een drafje
een glimp van dikke nekken
l' homme praliné
Boven de bergen
de oude kamer
Welles...nietesVoor de poort van het huis staat een een bidstoel
net alsof hij uit doelloos uit de kerk weggelopen is
godvergeten alleen in de volle zon hoogzomer
een kat draait er rond loerend als een dief
opgeschrikt door het gekraak van takken
rent ze pardoes de tuin in hals over kop
zo snel haar poten het kattenlijf dragen kunnen
het is bijna een spel van welles nietes
ze spitst haar oren en sluipt naderbij
om even snel weer cirkelend te vertrekken
De begeerde schaduw onder de stoel
kost de kat alle moeite dit koeloord
als trotse bezitter grandioos te veroveren
Ingrid Lenaerts
Het sprakeloze landschapVoorjaarszon omfloerst de lucht
De rijen populieren ontluiken alweer
De stilte zwijgt tussen hun takken
Het soldatenkerkhof baadt in licht
Witte kruisen aan gedachten gekluisterd
Aan eeuwigheid in aarde zonder stem
Lentebloemen verstuiven er weelderig
Hun bloei op de wieken van de wind
De jonge helden indachtig.
Het uur tikt door in dagdromen
Zonder grenzen het verdriet
Dat verstomt in de buik van de tijd
Ingrid Lenaerts
kavelsKavel na kavel onder een zware lucht
Karrensporen verzinken er van jaren
modder maar aan tegen de flanken
natuurhistorie die zich niet laat dwingen
horizonten vervloeien als potloodstrepen
stilte verliest haar adem en stolt
als in eeuwigheid lood gegoten
zelfs de wandelaar keert nooit weer.
Ingrid Lenaerts
en als
kans van je leven


Hij speelt tornooien op zijn burcht
tussen de kantelen van zijn macht
Hij dirigeert de steekspelen op zijn domein
tussen de goede en de kwade daad
een bijzonder paard staat voor hem klaar
dat hem strijden laat voor de deugd
deugd is zijn keuze niet het is zijn must
om de bokken van de schapen te scheiden
om de waarheid te isoleren van de leugen
want hij is de moraalridder van de groep
en dat is geen klein bier te consumeren
Ingrid Lenaerts



Avondblauw lichtIn nog helder avondblauw licht
een reuzenvogel klimt tegen de dalende zon
trekt wattig sporen door de hemel
Nevelslierten grillig als dunne spoken
uit de verbeelding van een angstig meisje
ze slingeren tussen de bomen
dragen de kou in hun omzoomde jurken
de huizen worden donker in hun huid
Uit hun hoofden rookpluimen ten hemel
de aarde ingevroren in diepe gedachten.
Ingrid Lenaerts