Hun zondag
Ze zitten hun zondag uit gewoon
in café de Zwaan, bij witte Bertha
Ze geloven in het heil van samenzijn
Hun stevige borrele weze hun getuige.
De jenever klinkend koel streelt de tong
verstevigt het woord bevestigt de daad
Hier wordt durf aan de man gebracht
de vlam van de liefde nog een kaarspitje
De koene ridders vloeken als vabebonden
hun overmoed onder de mat van de herberg
terwijl hun neuzen kleuren als kabouters
om de eenzaamheid een hak te zetten
Ingrid Lenaerts

