vrede zo dun
Ingrid Lenaerts
vrede zo dun
een draakOnderhuids verborgen zit de draak
die zijn vuur verspreidt en razend snel
je lichaam verkoopt aan zijn trawanten
die met een groots leger wachten voor de poort
van het slagveld voor de grote invasie
de verovering van het lichaam
de brand achter zich laten
de victorie van de overwinning
een rijke oogst die ze plunderen
om een totale verwoesdting na te laten
de draak is ontsnapt
het lichaam schreeuwt doodziek
om hulp
Ingrid Lenaerts
ZijZij heeft een rijke ervaring
bij het recht trekken van wat krom is
Zij heeft overtuiging
een vaste die blijft hangen
in je gemoed
Zij heeft kennis van goed en kwaad
die je niet betwist
Zij beheert emoties
en legt ze aan banden zo nodig
Ze spreekt gespierde taal
als een wolf tot een lam
Ze heeft een mening
die ze mossels verkoopt
ongezouten
zij is alle kunde
waar jij de onkunde verspreidt
zij is alom tegenwoordig
waar jij slechts op die ene plaats
Ze helpt je opweg
daar waar het niet meer moet
deze griezel als niet één.
Ingrid Lenaerts
als een brugRegenboog in al zijn pracht
boven de velden overspant hij
de wereld als een brug
die onze dromen laat verwaaien
vanuit de blijde hoop
regeboog laadt mij op zijn rug
van hier tot daar
brengt jou tot bij mij
over die glijbaan
die ons verbindt mijn lief
Ingrid Lenaerts

uit calorische contracten
Uit mijn bundel "Uit calorische contracten"
Dilbeekse cahiers 1988
trein
een haar in de boterZij laat dit niet toe
dat ik een vervolg brei
aan haar verweer
Ze eist nu en terstond
zoals altijd ze zegt
mijn excuses
Ook het waarom negeert ze
en slingert me daarom naar het hoofd
ik pik dit niet
eis eveneens haar excuses
Dan maakt zij een pirouette
zoals een windhaan
damp wolkt uit haar hoofd
Shit roept ze,dag zeg ik
terwijl ze wegholt.
Ik ben het ijsmeisje
dat ze achterlaat.
Ingrid Lenaerts
provence
een handvol zwartGedempte woorden
het snikken al lang verleerd
verdriet verzuilde in haar tijd
troost kende geen kracht
zij bleef een handvol zwart
stil in het graniet gekerft.
Ingrid Lenaerts
bij een overlijden
dag bijstand
tussen fastfood en geweld
intercity in de regenDe intercity davert door het landschap in regen
onverminderd spat het water langs de ramen
druppels zoeken hun weg van de minste weerstand
gejaagd door de toenemende race van de trein
de landerijen denderen donker voorbij
het nat staat hen tot in het bot van de muur
de mistroostige koeien leunen bij elkaar aan
onder een groepje haagdoornbomen
die ook al geen bescherming meer bieden
de wei kwabbert onder hun poten van het slijk
de grachten tussen de velden lopen over
de beek kolkt buiten adem haar oevers verloren
de intercity mindert vaart het regent nog steeds
de reizigers gluren naar een stip blauwe lucht
vol hoop klatert een waterzon uit de wolken
de loodgrijze lucht laat haar even turen.
Ingrid Lenaerts
kinderangstEr zaait een spook angst op zolder
de balken kraken en fluisteren
de wind huilt zijn mars uit volle borst
alsof zijn stem hangen blijft in dezelfde groeven
als een oude grammofoon die krast
De koffers piepen en verschuiven
hun sloten knarsen van oliedroogte
de muizen ritsen uit hun hol
zoals hun collega's op een kermis
Er zaait een spook angst op zolder
het klopt en hamert in zijn hoofd
hij hoor het zuchten en steunen
hij is zo bang hij is zo bang
men zal hem weer niet geloven
vragen of hij spoken ziet
Hij vindt dit niet grappig.
landschapsanalyseLandschap, analyse van grond onder de luchten
gevat tussen bomen en struiken in het wilde gras
ik doop mijn woorden in het binnenste van je bestaan
ik nestel mij tussen je takken tegen enig vergeten
Landschap, synthese van tijd tussen het groen
ook tussen de afbraak van menig brak gedachtegoed
dat de wind me in de oren fluit als een scheepsklaroen
een niet te verklaren eenzaamheid tussen jou en mij
Landschap brug tussen verleden tot heden en toekomst
op wankele poten neergezet en veranderd in tijd
dat het leven verbindt en omzwachtelt bij elk gebrek
alleen en dan alleen voor de tijd buigt de horizon
Ingrid Lenaerts
op binnenwaterenBinnenwateren
ze dragen geen schippers meer
wel hun verleden
Nu koning toerist
feestend op een oude aak,
onder roest verdriet
Ingrid Lenaerts
ze komen en.....
Mensen komen en ze gaan
wie ze zijn of waar wonen
wat ze doen of laten
wij weten niets tenzij ze er zijn
dat ze kijken dat ze prijzen
dat ze afkeuren het werk
van deze sterrenschilder
hij maakt de donkerblauwe luchten
en laat zijn sterren schitteren
in een caleidoscoop van hemellichamen
die pinkend hun levensloop vertellen
ze hebben namen als fantasmen
ze beleven hun astrologische route
als een volmaakte eeuwigheid
waar de mens onbegrijpelijk tegenaankijkt
te klein voor onze grijze materie
ze springen van het ene naar het andere doek
een wonderbare evolutie
ze komen en ze gaan
maar altijd in dezelfde baan
moraalridder
zij maakt de zomer niet uitZij maakt de zomer niet uit
ze wacht tot hij weer zal verschijnen
met zijn tekens van liefde voor haar waarheid
een vernieuwde zon met gouden stralen
een azuurblauwe luchtmet witte wolken
niet van die natte dweilen die de hemel bekleden
ze wil haar laatzomer zien bloeien
Dahlia's in hun kleurenbundels bij de vijver
de asters met hun weemoedige blik
de laatste rozen die smeken om gezien te worden
laat de regenmaker nu maar vertrekken
daar waar hij zijn staart niet onnodig roert
Ingrid Lenaerts