dag bijstand
een berg van geld,ik waai op hoop
wij dorre planten kweken
wij willen een gele papegaai
Ingrid Lenaerts
dag bijstand
tussen fastfood en geweld
intercity in de regenDe intercity davert door het landschap in regen
onverminderd spat het water langs de ramen
druppels zoeken hun weg van de minste weerstand
gejaagd door de toenemende race van de trein
de landerijen denderen donker voorbij
het nat staat hen tot in het bot van de muur
de mistroostige koeien leunen bij elkaar aan
onder een groepje haagdoornbomen
die ook al geen bescherming meer bieden
de wei kwabbert onder hun poten van het slijk
de grachten tussen de velden lopen over
de beek kolkt buiten adem haar oevers verloren
de intercity mindert vaart het regent nog steeds
de reizigers gluren naar een stip blauwe lucht
vol hoop klatert een waterzon uit de wolken
de loodgrijze lucht laat haar even turen.
Ingrid Lenaerts
kinderangstEr zaait een spook angst op zolder
de balken kraken en fluisteren
de wind huilt zijn mars uit volle borst
alsof zijn stem hangen blijft in dezelfde groeven
als een oude grammofoon die krast
De koffers piepen en verschuiven
hun sloten knarsen van oliedroogte
de muizen ritsen uit hun hol
zoals hun collega's op een kermis
Er zaait een spook angst op zolder
het klopt en hamert in zijn hoofd
hij hoor het zuchten en steunen
hij is zo bang hij is zo bang
men zal hem weer niet geloven
vragen of hij spoken ziet
Hij vindt dit niet grappig.
landschapsanalyseLandschap, analyse van grond onder de luchten
gevat tussen bomen en struiken in het wilde gras
ik doop mijn woorden in het binnenste van je bestaan
ik nestel mij tussen je takken tegen enig vergeten
Landschap, synthese van tijd tussen het groen
ook tussen de afbraak van menig brak gedachtegoed
dat de wind me in de oren fluit als een scheepsklaroen
een niet te verklaren eenzaamheid tussen jou en mij
Landschap brug tussen verleden tot heden en toekomst
op wankele poten neergezet en veranderd in tijd
dat het leven verbindt en omzwachtelt bij elk gebrek
alleen en dan alleen voor de tijd buigt de horizon
Ingrid Lenaerts
op binnenwaterenBinnenwateren
ze dragen geen schippers meer
wel hun verleden
Nu koning toerist
feestend op een oude aak,
onder roest verdriet
Ingrid Lenaerts
ze komen en.....
Mensen komen en ze gaan
wie ze zijn of waar wonen
wat ze doen of laten
wij weten niets tenzij ze er zijn
dat ze kijken dat ze prijzen
dat ze afkeuren het werk
van deze sterrenschilder
hij maakt de donkerblauwe luchten
en laat zijn sterren schitteren
in een caleidoscoop van hemellichamen
die pinkend hun levensloop vertellen
ze hebben namen als fantasmen
ze beleven hun astrologische route
als een volmaakte eeuwigheid
waar de mens onbegrijpelijk tegenaankijkt
te klein voor onze grijze materie
ze springen van het ene naar het andere doek
een wonderbare evolutie
ze komen en ze gaan
maar altijd in dezelfde baan
moraalridder
zij maakt de zomer niet uitZij maakt de zomer niet uit
ze wacht tot hij weer zal verschijnen
met zijn tekens van liefde voor haar waarheid
een vernieuwde zon met gouden stralen
een azuurblauwe luchtmet witte wolken
niet van die natte dweilen die de hemel bekleden
ze wil haar laatzomer zien bloeien
Dahlia's in hun kleurenbundels bij de vijver
de asters met hun weemoedige blik
de laatste rozen die smeken om gezien te worden
laat de regenmaker nu maar vertrekken
daar waar hij zijn staart niet onnodig roert
Ingrid Lenaerts
voor de spiegel
kermisIn ons dorp regen
en toch kermis op het plein
de zon komt weldra
de harmonie speelt
ouverture tot vreugde
wij dansen op heil
men lacht en grapt hier
het feest van plezier en kunst
samen dik en dun.
Ingrid Lenaerts
wat heeft de herinnering?
zij borenZij boren aan het burenhuis
zonder pardon recht voor de raap
de muren trillen en wij zinderen mee
van top tot teen alsof de aarde kantelt
ze hameren slag na slag in ons hoofd
we moeten vluchten maar hoe en waar
want het blijft ons in de oren klinken
de mokerslagen die niets ontzien
muren weg ramen weg deuren uit
het huis wordt ontmanteld tot op het bot
alsof de vijand langs kwam en het oorlog was.
onze nieuwe buren lijken rabauwen
van de volbloed soort die wij moeten duchten
Ingrid Lenaerts
het fenomeen van de nachtDe nacht steekt nooit in het nieuw
maalt nochtans altijd anders
hij is het fenomeen van de herhaling
hij vreet het leeuwendeel van de slaap
hij blijft de koning van de duisternis
tussen lakens en leven in bed
bedrijft de liefde vol passie
of verwenst het samenzijn van de haat
hij verstikt de afwijzing in zijn macht
legt zijn ruwe handen bij de rovers
dekt de drinkebroers en de zwervers
tot zijn koninkrijk ten ondergaat
tot zijn dienaar de maan weigert
tot de opgaande zon hem langzaam verjaagt.
Ingrid Lenaerts
de nacht had zich al aangemeldDe nacht had zich al aangemeld
hij liet de houten gong weerklinken
stalde zijn fiets achter de bomen
wat schrok hij zich rot in de duisternis
van dat vrijend koppel in het gras
die de hele wereld net niet zagen
onder een wassende maan
die hoog boven de platanen
over het kasteeldak begon te blozen
Ze knipoogde en verlichtte de aarde
net niet op de plaats der minne
de maan met begrip voor het samenzijn
der laaiende harten onder haar geleide.
Ingrid Lenaerts
zoutmeren
met zeven kippen op stok
weemoed en vervreemding
paardenmolen
onze grootmoedersHier hebben wij onze grootmoeders opnieuw uitgevonden
hoewel ze al jaren van ons heen gingen wij intriest waren
we dachten ze boven de wolken in een hemel met engelen
met de vraag ooit één teken van daarboven door te seinen
Nu zou je verwachten dat ze een mailtje zouden sturen
of een SMS van af hun GSM die ze met grandeur dragen
Wij hoopten een glinsterende brief in de bus te vinden
maar niets daar daarvan we bleven op honger zitten
Wij besloten het grootmoederspel in leven te roepen
waarbij we het spaarbekken van herinneringen aanboorden
we zochten bloemetjesbehang om papieren hoeden op het hoofd
De kater Cicero danste mee in het straattoneel der familie
de vergeelde foto' s brachten ons bij het theehuis als voorbeeld
waar we in kimono bij benadering Japans theemeisje speelden.
De galerij der heiligen liep in oude lakens door de tuin
zingend in processie naar de buurtgrot van de maagd Maria
Wij vertolkten het leven van onze grootmoeders imiatiegetrouw
Onze ego's leunden aan tegen de warme boezem van hun geest
Ze hebben ons getroost elk ogenblik van minder verlangen.
Ingrid Lenaerts