kermis
In ons dorp regen
en toch kermis op het plein
de zon komt weldra
de harmonie speelt
ouverture tot vreugde
wij dansen op heil
men lacht en grapt hier
het feest van plezier en kunst
samen dik en dun.
Ingrid Lenaerts
kermisIn ons dorp regen
en toch kermis op het plein
de zon komt weldra
de harmonie speelt
ouverture tot vreugde
wij dansen op heil
men lacht en grapt hier
het feest van plezier en kunst
samen dik en dun.
Ingrid Lenaerts
wat heeft de herinnering?
zij borenZij boren aan het burenhuis
zonder pardon recht voor de raap
de muren trillen en wij zinderen mee
van top tot teen alsof de aarde kantelt
ze hameren slag na slag in ons hoofd
we moeten vluchten maar hoe en waar
want het blijft ons in de oren klinken
de mokerslagen die niets ontzien
muren weg ramen weg deuren uit
het huis wordt ontmanteld tot op het bot
alsof de vijand langs kwam en het oorlog was.
onze nieuwe buren lijken rabauwen
van de volbloed soort die wij moeten duchten
Ingrid Lenaerts
het fenomeen van de nachtDe nacht steekt nooit in het nieuw
maalt nochtans altijd anders
hij is het fenomeen van de herhaling
hij vreet het leeuwendeel van de slaap
hij blijft de koning van de duisternis
tussen lakens en leven in bed
bedrijft de liefde vol passie
of verwenst het samenzijn van de haat
hij verstikt de afwijzing in zijn macht
legt zijn ruwe handen bij de rovers
dekt de drinkebroers en de zwervers
tot zijn koninkrijk ten ondergaat
tot zijn dienaar de maan weigert
tot de opgaande zon hem langzaam verjaagt.
Ingrid Lenaerts
de nacht had zich al aangemeldDe nacht had zich al aangemeld
hij liet de houten gong weerklinken
stalde zijn fiets achter de bomen
wat schrok hij zich rot in de duisternis
van dat vrijend koppel in het gras
die de hele wereld net niet zagen
onder een wassende maan
die hoog boven de platanen
over het kasteeldak begon te blozen
Ze knipoogde en verlichtte de aarde
net niet op de plaats der minne
de maan met begrip voor het samenzijn
der laaiende harten onder haar geleide.
Ingrid Lenaerts
zoutmeren
met zeven kippen op stok
weemoed en vervreemding
paardenmolen
onze grootmoedersHier hebben wij onze grootmoeders opnieuw uitgevonden
hoewel ze al jaren van ons heen gingen wij intriest waren
we dachten ze boven de wolken in een hemel met engelen
met de vraag ooit één teken van daarboven door te seinen
Nu zou je verwachten dat ze een mailtje zouden sturen
of een SMS van af hun GSM die ze met grandeur dragen
Wij hoopten een glinsterende brief in de bus te vinden
maar niets daar daarvan we bleven op honger zitten
Wij besloten het grootmoederspel in leven te roepen
waarbij we het spaarbekken van herinneringen aanboorden
we zochten bloemetjesbehang om papieren hoeden op het hoofd
De kater Cicero danste mee in het straattoneel der familie
de vergeelde foto' s brachten ons bij het theehuis als voorbeeld
waar we in kimono bij benadering Japans theemeisje speelden.
De galerij der heiligen liep in oude lakens door de tuin
zingend in processie naar de buurtgrot van de maagd Maria
Wij vertolkten het leven van onze grootmoeders imiatiegetrouw
Onze ego's leunden aan tegen de warme boezem van hun geest
Ze hebben ons getroost elk ogenblik van minder verlangen.
Ingrid Lenaerts

het is altijd weer een zilvermeeuwHet is altijd weer een zilvermeeuw
die haar droom vergezelt
wanneer zij naar Dover reist
de witte krijtrotsen als eerste dames
van lengten herinneringen als bakvis
Ze zieter nog Misses Cunningham staan
ze wacht er en ze praat Engels
"My dear child" zegt en ze kust haar wangen
in tijden die hun koffers al pakten naar later
Misses Cunningham is niet meer aan de kaai
in de dokken drijft nu olie en smeurie
hoovercrafts zijn lompe zeekarren
zonder enige verfijning of charme in hun romp.
Dover is niet meer als toen zij werveldanste
blootsvoets van geluk met de zilvermeeuw
voor de vrijheid die Dover uitgooide als een ladder
Ingrid Lenaerts
de wind die neuzen gaat
de stad in vraag
merelsMerels springen rond
na regen pierverkikkerd
maar als de kat loert...
Ingrid Lenaerts
ik schrijf jouIk schrijf jou op zomerwolken
hier ver zoek de laatste tijd
alleen een droevige noot
op de notenbalk van augustus
laat het je niet verstoren
ik schrijf jou toch op zomerwolken
van een nieuw mensenkind
dat nu zijn intrede heeft gedaan
jongen schreeuwt zich gezond
papa en mama trots als pauwen
aaien zijn hoofdje dan zijn neusje
jongen heeft alleen honger zoekt
tot hij de melk vindt zijn grootste troost.
Dit melden je oma en opa.
Ingrid Lenaerts
een beetje chaos
van het bedVan het bed de lakens verdund
tot rafels.zij de huid verdrogen
als gevilde konijnen onder de veranda
waar het tocht en ruikt naar verderf
Van de rimpels van liefde de smaak
naar het verleden alof morgen
alleen nog bestaat uit een zeepbel
die hangt aan hun nog dunnere lippen
Ingrid Lenaerts
Wat de wereld draagt