als de wind
de dromen de ik stapel vervagen
in mijn donkere onweers-ik.
Ingrid Lenaerts
als de wind
kop in het zandKop in het zand kop in het zand
Ik vraag wat is er toch aan de hand
Het wil niet vlotten in dit hoofd
hoewel de toekomst juist alles belooft
ik weet het echt: ik ben geen held
het is mismoed die me telkens velt
Ik wil het schreeuwen van alle daken
de wereld wil ik gaan wraken
ik voel me in mijn woord stikken
ik verdraag geen misprijzende blikken
Ik wil weer tussen mensen lopen
kon ik er maar een beetje op hopen
Ik draag dat verdomde mal gezicht
ik denk alle blikken op mij gericht
gebrandmerkt als een nietsnut van belang
voor deze uitspraken ben ik zo bang
ik bibber de barsten in mijn lijf dicht
mijn ellende is innerwaarts gericht
ik moet mijn poorten openstellen
de levenskrachten laten opwellen
ik kan het niet op eigen krachten
ik zal op oneindig moeten wachten
ik moet hulp voor dit zieke hoofd
ik voel mij van vreugde beroofd
Kop in het zand kop in het zand
Wat is met mij aan de hand?
Ingrid Lenaerts
een dansfeestZoals vele indianen bij een vreugdevuur
hebben wij gedanst op dit dorpsfeest
Uitbundig zoals kinderen sprongen we rond
rijdansen als molenwieken draaiend in de wind
we roffelden rytme op potten en pannen
experimenteel evenement onder de kerktoren
die om het kwartier klokken liet weergalmen
met toeters en bellen hebben we gedweept
tot de feestvarkens ons hun apotheose showden
met een tango die tot de verbeelding sprak.
Onvergetelijk festijn aan wasdraad herinneringen
Memo aan deze zonnige septemberdagen
Ingrid Lenaerts
zijn heengaan
naar het oostenNaar het oosten werd hij gedreven
niet zoals de wijzen die tegengesteld reisden
hij verzamelde voor deze lange tocht
zijn gedichte gedachten van een leven
dat begon bij de inwijding vol geheimen
een analyse der dingen
en nog veel meer
Ingrid Lenaerts
een beetje septemberSeptember is van 's morgens vroeg gespannen
tussen kantwerk waar spinnen klossen
Zij zijn de meesters van het vak
hoeven geen patroon of andere hulp
Dauw en nevel hangt er te bengelen
als parels kristal die je hoort tingelen
het gras ademt de aaardewarmte uit
je hoort het zuchten en zalven
schudt zijn natte sprieten in de ochtendzon.
de appelboom achterin de tuin vergeelt
zijn roodrijpe appels ploffen op de grond
De pluk moet vandaag nog beginnen.
Ingrid Lenaerts
hotel
ze zei me datStraalblauwe septembermorgen
met de dood op schoot
spraakmakend verdriet dat zich niet verkoopt
een stilte die haar mantel sloot
rondom alle gemis dat nu groeide
als een woekerplant distelde
ze zei me toen
dat ik alle herinneringen
in een notendop droeg
toen liefde al lang wortelde
in haar jonge lichaam.
Ik heb haar nooit meer weergezien
toen de oorlog losbarste
als de duivel uit een bezetene.
Ingrid Lenaerts
ik hou van
als een afgeruktZoals een afgerukt blad
door een najaarsstorm
drijf ik op de het water
versnelt de stroming
kolkend verword ik
rivier buiten de oevers
een onderwaterwereld
boven doffe velden
ellende en overlast
Ingrid Lenaerts
zwijgen is...
wat zij doetWat zij ook doet , dat doet ze goed
Ze heet ons hartelijk welgekomen
omarmt ons met haar gulle warmte
lacht met haar gouden hart een thuis
Wat zij niet doet dat verzaakt ze
ze wil geen kwaad in het gelid
weert de boze geesten en lange tongen
bant het zwarte zaad uit onze tuin
Ze is onze grote toevucht in nood
wanneer ze de reddingsboei uitgooit
tot overleven de stormen des levens
is onze uiterste troost in bange dagen.
Ingrid Lenaerts
oostende gelooft in...Met de hond rondneuzen in het zand
om de haverklap die zijn toekomst volgt
zij losse wandelaar haren in de wind
volgt een stevige stap aan de rand
van de zee spoelt daar wrakhout aan
Zij tekent een cirkel voor de rijzende zon
de hond kent geen ernst draaft rond
een vroege vogel verrast de dag
een morgen begint weer aan leven
met een gok voor het schip dat uitvaart
zij bezit ook geen tarotkaarten of kompas
ze wandelt in dit uur gewoon verder
Ingrid Lenaerts
waar we ook zijnWaar we ook zijn we zitten vast
we zijn gestrand op de klippen
van een onfortuinlijk en grimmig lot
dat ons zijn botte tanden toont
Wat we ook doen we zijn gedoemd
in de tang van macht en ellende
waar tussen we blijven dobberen
toe zinkend toe onze boot lek
Wie wijst ons weer de weg en waarheen?
Wie helpt ons dit grijnzend masker verdrijven?
Het antwoord op al die en nog ander vragen
dat wordt een reddingsboei op kolkend water.
Ingrid Lenaerts
wij hebben die binding
kleine tuin.Tegen een gewitte muur botst het spel
kindereren in een kleine tuin maken
een grote wereld waar ze van tegel tot tegel
landen improviseren alsof
Australië om het hoekje ligt
en je maar even je stoute schoenen aantrekt
om op safari te trekken.
Tegen een witte muur onder de enige boom
wordt een hotel gebouwd ook een schip
Het blijkt ook nog een landingsveld
voor droomvliegtuigen
Zelfs het verbod om hard te joelen
of te schreeuwen blijft er hangen.
de reis moet uitgesteld worden
tot later en nog veel later
zijn de dromen anders
en de tuin allen nog herinnering
Ingrid Lenaerts
watermuziekHij nam me me mee
op de tonen van zijn watermuziek
wij luisterden ingetogen
hoe de bron ontsprong in het hoofd
hoe de beek klaterde in zijn ogen
als regendruppels op kristal
hoe de bergstroom
zijn brede armen richtte
met paukslagen in de buik
tot de zee haar aoptheose toewuifde
in één groot symfonisch gedicht
Ingrid Lenaerts
ze vertrekt
ik vraag jeIk vraag je slechts even te blijven
om de tijd te vangen
laten we hem aan banden leggen
wij bezettten de wijzers
van de torenklok
ontsnappen kan hij niet meer
in dit enig mooie landschap
wij horen de rozen in de tuin
die van hun liefde fluisteren
in de bak van de nacht
Hou me in deze tijd
bij heldere maan en sterren
tot de morgendauw
met woord en daad.
Ingrid Lenaerts
In een zacht gebedIn een zacht gebed
zocht zij een betekenis
van stilte
die uitdeinde
in de grote ruimte
van de kerk
De geur van wierook
bracht troost
concentratie van kracht
een dag om te helen
om haar verdriet
te verwerken
Ingrid Lenaerts