Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Ingrid Lenaerts
Langs morenen
Ingrid Lenaerts
achterkant
heden is werkelijkheid onverbloemd
met vele kamers vol goede hoop
Ingrid Lenaerts
zeemanslied
Ingrid Lenaerts
mezelf herzien
na een tocht in hoofden van wolkenkrabbers
zoals spagetti door je strot schuift,
te lauw om op temperatuur te smaken
waarde lamp gaat branden
Mezelf niet teugvinden in dit godenpaleis
Geheel verloren zit ik bij mijn schaduw
slechts een gat waard in mijn schrijfsokken
Het verdriet ligt ondermaats
Ingrid Lenaerts
haven van Cancale
Zeegoden ademen diep en blazen hun adem uit
de ondergaande zon werpt haar late stralen
Parijs in de regen (naar een schilderij van Gustave Caillebotte)
De huizen kijken verstard uit hun gevels
het deftige volk van toen
Oude vrouwtjes dicht bij elkaar
Waar gaan ze allen dan toch heen ?
Ingrid Lenaerts
emoticon

![]()
Hij blijft je wellicht mechanisch toelachen
van plezier tot in de eeuwigheid van dagen.
Heb je zijn lach al in ogenschouw genomen?
Vertelt hij ons hoe hij blijft lachen ?
dat hij het lachen nooit verleert ?
Dan moeten wij een afspraak verzilveren
voor een gouden raad bij de daad
in relativering van dagdagelijkse zorgen
Ingrid Lenaerts
Hoog
Ik zit hoog in mijn gedachten
afkerig voor show en glitter
van eerstelijns goeddkope aandacht
van protserige voorstellingen
wellicht van de hoogmoed
wellicht van onrecht
honger en kansarmoede
die ik nek als een booswicht
Ik zit hoog in mijn gedachten
een beetje wachtend
op de bredere waaier des levens
die iedereen verwelkomt
met kans tot ontplooiing
Ben ik een engerd in dit landgoed ?
Ingrid Lenaerts
van het volksbal.
Op een bal van niemendal werd er gedanst
al op de tafels met grote zwier en zwaai
De edelen gaven verstek bij volkse grote bek
keken zij hoogmoedig vrouwen in stijve jurken
Mannen met zichzelf in hoge dunk en hoed
wilden niet groenig gecontamineerd zijn
Door luizig lagerwallig publiek dat hotste en botste
tussen pot en pint billenkletsend hun lief en leed.
Het bal van niemendal was knal in de roos
een festijn om gewoon blij bij te zijn .
Ingrid Lenaerts
vraag
Op de tonen van scherpend trompetgeschal
geretteketet slag en slinger
boel en bal
sprong jij clown van top tot teen
de rode neus als een volle ajuin tussenin
de brede broek met ruitenpatroon
de te grote schoenen liefst zonder veters
met krullende tenen van overjaars gebruik
daar inarena quantacosadook je
tent bomvol toeschouwers
je huilde snot en slinger op die brede kraag
je liet je bespotten als aan de schandpaal.
daar was jij rasecht en onvervalst
bejuicht en bejubeld.
liet het publiek zich overweldigen
door grappen en grollen
die ze in het dagelijks leven zelf speelden
au serieux de la vie.
Wat dacht jij dan wel?
Ingrid Lenaerts
transfer
Uit overzeese dromen kwam hij enthousiast als niet één
verliet hij zijn land en zijn herinneringen
palend aan het niets tenzij overleving
alvorens de dood zou glimlachen
bij haar bezoeken aan het afrikaanse continent.
Van een vliegtuig was geen sprake geweest
nu stond daar plots die reuzenvogel
die vliegen moest daar waarheen men hem wachtte
Vanuit de vogelbuik zag hij rimpelend water
koningsblauw was de diepte van de zee
vol verwondering zijn ogen zo groot als wagenwielen
voor het ongekende dat in aantocht was
een nooit gehoorde indianenkreet
toen het vliegtuig daalde
en dan de openbaring in de regen
een mama en een papa die hem beloofd waren
Het moet je maar overkomen
en dan moet alles nog beginnen
Ingrid Lenaerts
herfstdag(bij een schilderij van Claude monet)
De hoge canada's nemen afscheid
De lucht blijft sereen en onbewogen
Ingrid Lenaerts
vissersboot
In de haven slaapt
de vissersboot zijn roes uit
dronken van de zee
Ingrid Lenaerts
buildings
Met z'n allen vormen ze een reuzenparade
aan de horizon bedwingt het avondlicht
de lichtstroom hun vele ogen en oren
de nacht is kansloos zijn duisternis te spreiden
de sterren nauwlijks waarneembaar
het neoneffect kruipt langs de gevels
stralen cirkelen als kermisvogels in het rond
de tijd zit in nauwe schoenen
erkent vaak zichzelf niet meer
in dit waanzinnig bouwwerk
dat tot de hemel wil klimmen
Ingrid Lenaerts
Met haar reisgenoten werden ze gebonden
een oude man wist hen te bevrijden
mama schreef dat ze striemen droeg
in een barkoude nacht
Niets romantisch meisje
deze sterrennacht
ik heb gehuild van eenzaamheid
Het was niet voor geliefden
Maar voor berooiden
liet ze me weten
Ze waren nu veilig onder dak
Ingrid Lenaerts
Jij ontvlamt
Jij ontvlamt in mijn hart
als een warme kachel
die straalt van geluk
Je behoedt voor de boze feeks
die buiten in de takken hangt
die 's avonds als een kwade geest
uit de boeken der angst
de mist in mijn gedachten jaagt
Jij vormt de grote muur
waartegen ik leunen kan
jij omarmt mijn zwakte
door je drijfkracht
zoals de bergrivier naar beneden valt
in jouw woorden leg ik de mijne
die me toch niet vervreemden
Ik blijf in jouw bron weerspiegelen
tussen begin en einde aller dagen
over en achter de zonshorizonten
Ingrid Lenaerts
herfstlucht
Dunne lucht gestreept
waarin slierten mist jagen
omfloerst de morgen
Ingrid Lenaerts
tijdsgebonden
In het kreupelhout
zitten mussen te kijven
in de avondzon
een sterrenhemel
lichtend in blauw nachtgewaad
begroet al morgen
Ingrid Lenaerts

