waterkonijn
Ze zeggen dat jullie onze dijken ondermijnen
De jagers op jullie pelsen zetten grote vallen op
want ik benadeel hierbij mijn oom en tante Pierewiet
Ingrid Lenaerts
waterkonijn
het grote huisAan de zonnekant van het grote huis
waar de dageraad zich het eerst liet zien
de blauwe strepen nacht boven de vijver
plaats ruimden voor de klaarte van de dag
met de treurwilgen als baldakijndragers
voor de eenden die we kweekten
waar de mist over de velden dwaalde
achter de legustrumhaag bij de weiden
daar werden onze sprookjes geboren
onze eigenste sferen en helden
onze kleine verdrietjes en eerste liefdes
aan de zonnekant van het grote huis
waar het nog droomt van die gouden jaren.
Ingrid Lenaerts
afscheidNu moeten ze gaan
de blaren van de oude eik
Hun afscheid wordt niet meer uitgesteld
Al weken hangen ze drogend te warrelen
zoals acrobaten aan een tak
in veelkleurige outfit die zij echt niet willen
maar die hen aangemeten wordt
door de boom
door de oude boom
die de wind laat gieren in zijn takken
die zijn plunje laat ontdoen
en naakt de winter in moet
Ook hij heeft geen keuze
Ingrid Lenaerts
wondere wereldAlle dagen kijk in tegen je aan
ik ben veel te nietig opdat jij me zou zien
maar je dwingt me ongevraagd
je doen en laten te observeren
omdat je in mij de verwondering aansteekt
als een brandende kaars die nooit dooft
als het licht op je wereldhoofd
de zon die je koestert
Ingrid Lenaerts
de graanboot.Op de rivier
op de gouden rivier
zoals men zei
maar in feite zag ze zwart
vaarden boten
woonboten van binnenschippers
met graan in de buik
het onbegrijpelijke
voor een vierjarige
dat graan dat werd opgezogen
en uit het ruim verhuisde
naar een zolder
De buik raakte leeg
de zolder vol
en ik begreep er niets van.
tenzij het toveren bestond.
Ingrid Lenaerts
HoningzoetWellicht een minimalistisch genoegen
aards en uit basale begeerte gegroeid
de zucht naar zoet, zelfs honingzoet
het kopje thee met een lepel honing
uit lindebloesem gepuurd
door noeste bijen zonder weerga
Ik geniet ervan nu mijn keel schraapt
en zachte woorden blijven hangen
als verroeste nagels op de achterwand.
Ik voel me al stukken beter.
Ingrid Lenaerts
zachtJe zachte blik
ontspannen gezicht
pretkuiltjes in je wangen
ogen tingeltangend in het licht
vol dansende feeën
je glimlach nodigt uit
verwacht onuitgesproken
dat waarvan ik duizel
de grond onder mij voel draaien
Jij weet het zeker
mijn binnen-engel fladdert
in mijn dolle hoofd
weldra breekt hij stormachtig uit
vliegt tot bij jou op schouder
tot je hem mint uit alle kracht.
Ingrid Lenaerts
liefLief voor de morgen
die zijn verlangen in je schoot legt
die gestreeld wil worden
door je handen
gezoend door je lippen
verdwalen in je eigenste ik
als één adem
één vrucht aan de levensboom
Bidt hij op beide¨knieën
dat hij verhoord mag worden
Ingrid Lenaerts
mooie dag
Mand vol vragenBen ik slechts je nachtschaduw
wanneer de zon al ondergaat
zij nog nauwlijks mijn lijnen volgt?
Wil je mij alleen in duisternis wikkelen
om in je armen tussen de lakens
je speeltje te zijn tot de morgen?
Je laat me met een mand vol vragen
je laat me de onrust torsen
zonder enig antwoord
want je weet dat voor jou smelt
als chocolade in je mond
zacht en zwerverig zoet.
Geef me het antwoord
Ingrid Lenaerts

Wij staan op een vorm van water onder de voet
schertsend gezegd maar echt op schaatsen
Ik voel me als een ijsbeer in de tropen
heb nog nooit op deze messen het ijs bereden
Hou me vast aan de rand als een stuntelaar
het ijs blinkt in het kunstlicht van de piste
geoefende schaatsers hoor je scherp en zoevend
in het ijs kerven hun sporen nalatend
onmiddellijk bevriezen de sleep-restanten
kou in mijn poriën op de vloer wit- wit bevestigend
Ik ben niet gemaakt om te schaatsen
laat het bij deze verpauperde poging.
Ingrid Lenaerts
PoolmorgenBoven een inblauwe variante
van kobaltblauwe lucht
staat een iglo naast een tent
ze lijken net tweelingen
bestaan echter uit totaal andere materie
de spiernaakte sneeuw rondom is vertrappeld
contrasteert verblindend met de lucht
Toeschouwers moeten hier
echter nog tot leven gewekt worden
in deze bijzonder heldere morgen
Ingrid Lenaerts
als onschuld niet zo onschuldig.Ik heb je als onschuld op doek
vastgelegd, zeg maar vastgespijkerd
Blauw is de maagdelijke zuiverheid
in de cirkel waarin jij denkt
dat ik niet weet wat jij denkt
zonnig moment vlucht in de tijd
Wat ik schrijf doet er niet toe
lijkt even vluchtig als het ogenblik
dat niet zo onschuldig is
het vasthouden van beeld en kleur
niet op doek maar in heel veel woorden
of niets zoals een blanco vel
onbeschreven als een nog vrije gedachte.
Ingrid Lenaerts
BenitaBenita houdt de kaars recht
waakt over de vlammen
op de grote kandelaar
dat ze oplichten waar het duister is
dat ze branden als een fakkel
waar monden gesnoerd worden
het woord verpletterd wordt
waar kinderen verhongeren
de zon en de liefde ontberen
waar vrouwen mishandeld worden
waar oorlog gevoerd wordt
als buffer tegen onrecht
waar ook op aarde onvrijheid heerst.
Zij houdt de kaars recht
waakt over de vlammen
op de grote kandelaar
dat doet Benita.
Ingrid Lenaerts

Laatst strompelde een oude man
achter de lijkstoet aan de zoveelste keer
Zijn jongere broer ook al op hoge leeftijd
werd er begraven in rulle kerfhofgrond
de oude man keek traag aardewaarts
in het diep van de grafkelder
"dit is ook telkens mijn beurt" zei hij
vol sarcasme- "mij willen ze niet
hierboven doen ze me leed"-
wees op de helblauwe hemel
en de wuivende cypressen
vertrok zonder verpinken
alsof pijn zijn kouwe kleren niet meer raakte.
In het café van Mie Moene op het plein
spoelde hij zijn ijzeren gevoelens weg
verkondigde zijn opzegginstermijn
met de dood
Wellicht nu de juiste keer zei hij.
Ik voelde me diep bedroefd.
Ingrid Lenaerts
de wake
kantoorZij voelt zich kantoorziek midden een pak brieven.
Brieven allemaal egaal met de vermelding
of je arbeidsgeschikt bent al dan niet
Het enige notoire verschil is de naam
adres geslacht en leeftijd.
Een grote variante
zou ze kunnen denken maar ze gaapt al
van 's morgens vroeg aan dat lichtende scherm
met dezelfde rasterpatronen waarin iedereen past.
Je zou voor minder het scherm omdraaien
ter afwisseling aan andere tussenwerpsels denken.
bij voorbeeld aan het profiel van Jan
wanneer die zich liet zien in de badkamerspiegel
zij haar erotisch brein de teugels ontspande
of ze zou ook kunnen shoppen met Griet
op zoekj naar een wild parfum.
Maar niets daarvan, geen flitsende afwisseling
arbeidsongeschiktheid bleef zich melden
het enige om te ontsnappen was plassen gaan
zelfs dit ging al gauw vervelen.
Wat een rotjob die kantoorbaan.
agen van monotonie en ellende.
Ingrid Lenaerts
borrelend of een jonge liefdeBorrelend en bruisend biedt zich het leven aan
lijkt onze liefde zoals een helder glas champagne
tractaat op het dagelijkse gebeuren
in alle geuren en kleuren die zij vermag
de band die ons bindt in goed en kwaad
het hart op de tong der liefdestaal
die zoveel vermag in haar bouwwerk
constructies als parels die rollen
doffe wreedheid die wij vertrappelen
zoals olifanten een verlaten plantage.
"Uitgedoofd "en "geblust" verwijderen we
met de grooste zorg en de dikste spons
laat borrelend en bruisend zich vermenigvuldigen
de warmte in de hand de kou veraf tussen jou en mij
Ingrid Lenaerts
groen tijdingIk droeg nog geen groene tijding
toen de tijd voorbij raasde
Hij wuifde vanuit zijn sneltrein
en in het kielzog van zijn gedachten
voelde ik me meegesleurd
Zonder pardon snakkend naar adem
werd ik op de berm gegooid mijn hart daverde
zoals een waterpomp die een kelder leeg zuigt.
als een opgejaagde haas diep in het nauw
in het nauw van mezelf en mijn eigenste lijf
Hoognodig was ik aan retour
bezinning in een groene jas die het tij zou keren
haast blazen naar af verwondering ontmoeten
in mijn hoofd.
Ik heb de groene tijding ontvangen
en sindsdien komt de tijd op visite
als een welgeziene gast
Ingrid Lenaerts
speels gekabbel