Van toen de honden hun pantoffels brachten
voor meer ruimte en voor vaders
Ingrid Lenaerts

alcazar
leegteDe grote witte leegte in haar bestaan
heeft haar uitgehold tot een zwart gat
Moedeloos bleef ze achter
zonder enig initiatief dat leegte kon vullen
Het grote verzet werd haar aangeboden
maar ze liet het voorbijtrekken zoals
een inert gas dat geen reactie vertoonde
De grote witte leegte en het zwarte gat
er was nimmer iets meer.
Ingrid Lenaerts
ouderwetsEen leven lang een grote liefde klinkt heerlijk ouderwets
zeggen haar kleinkinderen nu zij meer dan oma is
het klinkt alsof het niet kan in deze moderniteit
waar cool zijn een must is er tussen differente relaties
als het eten van een bord pasta met Bolognaise saus.
waar het lijf zijn pure lusten volgt
waar je liefst de emoties naar het antiquriaat verbandt
Ze weet nochtans dat haar liefde en lijf geen fake zijn
terwijl ze nog altijd even enthousiast zijn schaduw volgt
op de vele wandelingen die ze nog kunnen maken
hun diepe liefde klinkt niet als rode revolutie der passie
maar ze blakert nog evengoed als toen
toen ze meer dan vijftig jaar geleden besloten
te goede en kwade dagen te delen.
Ingrid Lenaerts
een levenVader moeder heb ik nooit gekend
was een wees uit de afrikaanse droogte
de rode aarde barstte grote kloven
gapend in de diepte die nog verder barstte.
Ik liep maar rond te niksen in de wezenhut
die mij als een spook aangaapte
door de enge ramen zonder glas
we lagen ronduit tegen de muren
terwijl het gonsde van nare beesten
Namen ken ik niet ik had geen interesse
wou alleen smullen
en wachtte op een weldoener
die mij naar dat grote Europa zou voeren
het land der wonderen het paradijs
zoals men vertelde
Eten hadden we nauwelijks
soms wat zoete aaardappelen
of een deel maniok
Er werd gevochten om een kippebout
gemept om een portie noten
schoolgaan was me onbekend
we speelden met dierenknoken
aardkluiten of speren
En op zeker dag kwam een vader een moeder
om naar dat grote paradijs te vliegen
en ik ben er nog altijd
maar gewoon met heel veel heimwee
naar de blauwe geesten van de nacht
de zon van mijn oorsprong
wellicht lijk ik een beetje ontheemd
maar niet tenvolle
ik kan het niet onder woorden brengen
Ingrid Lenaerts
tuin in winter
rotjob
hartHart van peperkoek
deelbaar door ware liefde
klop bij hem thuis aan
Ingrid Lenaerts

is dit doemdenken?we trekken niet meer over de ijsblauwe vlakte
nu kan het al niet meer echt jammer
de lente komt steeds sneller over
een warme wind uit het zuidergat
beduvelt de seizoensverandering
het smeltwater vult de oevermonding
sleurt de losse schotsen mee stroomafwaarts
Zo vergaat het onze winterdromen
die sneeuw en ijs herinneren
weldrals het land van ooit
ergens uit een ver verleden
toen we medio december hier
nog niet onder de palmen zaten
ngrid Lenaerts
vijverJe kan me vinden
daar waar de vijver droomt
onder de grote treurwilg
die nu zijn blaren laat warrelen
in het water
Snaterende eenden in hun winterdons
peddelen door de vijver zonder zorgen
kikkers zijn verdwenen
wachten andere seizoenen.
De rietkragen dragen winterkleuren
wuiven hun gefluister
als een mediatie in open natuur
Ik beluister.
Ingrid Lenaerts
dorpsbluesHet dorp taant in zijn geschiedenis
de glorie van wat het was
drijft weg samen met de winterbeek
nu gekanaliseerd en gerecht
de meanders zijn nu dode kreken
waar stiekem vuil wordt gedumpt
de boerderijen liggen te wachten
op andere bestemmingen dan voorzien
ze zijn een beetje gedegenereerd
treuren in hun onmacht
het verdriet van het vierkantserf.
nu de pronksite van nieuwe rijken
het coccon der dagen
Nog lege velden worden bebouwd
flats schieten als brandnetels uit de grond
leegstand heeft zijn intrede gedaan
De grote kerk waakt nog over het plein
maar stilaan verschuift de ziel
van dit boerendorp
Ingrid Lenaerts
vroege morgenMorgen zet me uit het bed
regen roffelt ritmisch op het dak

eksterveldIn diepe voren
scharrelen eksters zaden
krassende drukte
dreigend de wolken
windvlagen jagen hen weg
zwermen ze uiteen
Ingrid Lenaerts

Stilte in het bos
vergeelde blaren zwijgen
tot een eikel ploft
vogels ritsen weg
verschrikt in eengedoken
op een kale tak
een eekhoorn hamstert
springt bedrijvig in het rond
vult wintergaten
Ingrid Lenaerts
v erweesdZij voelt zich verweesd
vecht tegen werldvreemde gedachten
die ze wil ontkennen
ze wordt gepest om haar onwrikbaarheid
ze wil niet niet buigen zegt hij
de aanvoerder van het ontij
zijn gezicht brandt op tekens van haat
Hij zal haar vinden wanneer de avond valt
als een grote laffaard.
Ingrid Lenaerts
guur weerGuur weer en een snijdende wind
bakken water over de wegen
omgeploegde velden eenzaam stil
volle grachten vol bruine smeurie
een lucht van varianten grijs benauwt
zoals een liftkoker even licht laat zien
de rivier zwelt aan dreigt over te lopen
de dijk wordt bedreigd door zware druk
een kolkende watermassa raast voorbij.
Laat het tij keren met grote spoed !
Ingrid Lenaerts
paddestoeleneters