Naar de inhoud

Islaam

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Het geloof in de Laatste Dag

Het geloof in de Laatste Dag


Het geloven in de Laatste Dag is één van de hoekstenen van het geloof, en altijd een belangrijk onderdeel geweest van de leer van alle profeten. Geloof houdt in: geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn profeten, de Laatste Dag en de voorbestemming, het goede en het slechte daarvan.

Het is geen deugd, dat u uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen, de reiziger, de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven en die het gebed onderhoudt en de Zakaat betaalt; verder in degenen, die hun belofte nakomen, wanneer zij een belofte doen en de geduldigen in armoede, in kwellingen en in oorlogstijd; dezen zijn het, die bewezen hebben, waarachtig te zijn en dezen zijn vromen. (Koran 2:177)

Op de Laatste Dag, zal een engel op de Bazuin blazen. De eerste keer, zal het volledige universum en alles daarin vernietigd worden. Alles zal sterven behalve Allah, en degenen die Hij uitzondert. Als de engel nogmaals op de bazuin blaast, zullen alle wezens, waaronder de mensen en de geesten (jinns), uit de dood opstaan om de Dag des Oordeels te ondergaan. Degenen die goede daden hebben verricht en gehoorzaam waren aan Allah tijdens hun aardse leven, zullen naar de Hemel worden gestuurd, terwijl diegene die arrogant en ongelovigen waren, veroordeeld zullen worden tot de Hel.

En de bazuin zal worden geblazen en allen die in de hemelen en op aarde zijn, zullen bezwijmen, behalve degenen die Allah wil. Dan zal er nogmaals worden geblazen en ziet! Zij zullen staande herrijzen en wachten. (Koran 39:68)

En de bazuin zal (voor de tweede keer) worden geblazen, en ziet! zij zullen zich vanuit hun graven naar hun Heer haasten. Zij zullen zeggen: "O wee ons, wie heeft ons van onze slaapplaatsen gewekt? Dit is hetgeen de Barmhartige heeft beloofd, en de boodschappers spraken de waarheid." Het zal slechts een kreet zijn en ziet! zij zullen allen voor Ons worden gebracht. En op die Dag zal geen ziel onrecht worden aangedaan, noch zult u worden beloond, behalve overeenkomstig uw daden.Voorwaar, op die Dag zullen de bewoners van de Hemel in (een groot) werk hun geluk vinden. (Koran 36: 51-55)

En wanneer de bazuin (voor de tweede maal) wordt geblazen zal er die Dag geen verwantschap tussen hen bestaan, noch zal de een naar de ander vragen. Dan zullen zij slagen, wier schalen zwaar zijn. Doch zij, wier werken licht zijn - dit zijn degenen die hun ziel benadeelden - zullen in de hel vertoeven. Het Vuur zal hun gezicht branden en zij zullen er in verschrompelen. (Er zal gezegd worden): Werden Mijn woorden jullie niet verkondigd? Maar jullie plachten ze te verloochenen. Zij zullen antwoorden: "O, onze Heer, onze tegenspoed heeft ons overweldigd en wij waren een dwalend volk. (Koran 23:101-106)

Het geloof in de Laatste Dag bestaat uit drie elementen:

1. Het geloven in de wederopstanding en de verzameling van de mensen voor het eindoordeel.

En zij zeggen "Zullen wij, wanneer wij tot beenderen en stof vergaan zijn, werkelijk als een nieuw schepping worden opgewekt?" Zeg "Wees steen of ijzer. Of een andere die naar uw gedachte het moeilijkst is." Dan zullen zij zeggen: "Zeg, wie zal ons dan doen herleven?" Zeg: "Hij die u de eerste maal heeft geschapen." ?" Zeg: "Hij die u de eerste maal heeft geschapen." (Koran 17:49-50-51)

O mensen, indien jullie in twijfel verkeren over de Opstanding, bedenkt, dat Wij jullie geschapen hebben uit stof, daarna uit een levenskiem, dan van een klonter bloed, daarna uit een klomp vlees, volkomen en onvolkomen in maaksel, opdat Wij het jullie duidelijk maken. En Wij laten wat Ons behaagt gedurende een vastgestelde tijd in de baarmoeder blijven, dan brengen Wij jullie als zuigelingen voort, dan (doen Wij jullie opgroeien) zodat jullie volwassen worden. En daar zijn er onder jullie die door de dood worden achterhaald en anderen die zulk een hoge ouderdom bereiken, dat zij, na geweten te hebben, niets meer weten. En jullie zien de aarde levenloos, doch wanneer Wij er regen op doen nederdalen, beweegt zij zich, zwelt op en brengt iedere mooie soort planten voort. (Koran 22:5)

Hoe kunnen jullie Allah ontkennen, terwijl jullie levenloos waren en Hij
jullie het leven schonk? Hij zal jullie doen sterven en daar zal Hij jullie
doen herleven en dan zullen jullie tot Hem worden teruggebracht. (Koran 2:28)


Ook De Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam heeft ons geleerd dat er een wederopstanding na de dood zal zijn en een Dag des Oordeels. Ieders leven op deze wereld zal eens tot een einde komen. Dit moment wordt door Allah bepaald. Dan zal er een dag zijn, waarop alle aardse vormen van bestaan ophouden, die de "Laatste Dag" genoemd. Allah zal dan alle mensen die ooit hebben geleefd, doen opstaan en hen een nieuw leven geven. De Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam zei:

"De mensen worden op de Dag van de Opstanding opgewekt, naakt met blote voeten en onbesneden." (overgeleverd door Albuchari & Muslim)

2. Het geloven in de afrekening en in de weegschaal

De daden zullen in een enorme weegschaal gewogen worden, de slechte daden in de ene en de goede daden in de andere helft van de weegschaal. Degene die meer goed gedaan heeft dan kwaad, zal worden beloond en degene die meer kwaad op zijn geweten heeft, zal worden gestraft.

Wanneer Hij u voor de Dag der Verzameling zal bijeenroepen, zal dit de tijd voor onthulling der gebreken zijn. En hij die gelooft in Allah en recht doet, - hem zal Hij zuiveren van zijn fouten en Hij zal hun tot tuinen toegang geven waardoor rivieren stromen, om daarin voor eeuwig te vertoeven. Dat is de grote zegepraal. (Koran 64:9)

En het wegen (der menselijke daden) zal op die Dag eerlijk zijn. Degenen, wier schalen zwaar zijn zullen slagen. (Koran 7:8)

Dezen zijn het die de tekenen van hun Heer en de ontmoeting met Hem verwerpen. Derhalve zijn hun werken verloren gegaan en op de Dag der Verrijzenis zullen Wij geen weegschaal voor hen oprichten. (Koran 18:105)

3. Het geloof in het paradijs en de hel.

Het leven in het paradijs reikt ver buiten de grenzen van onze fantasie: de vreugde daarin, het genot daarin, de liefde, het gevoel e.d. is onvoorstelbaar. De Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam zei hierover:

Allah, de meest Verhevene, de meest Glorieuze, zei: "Ik heb voor Mijn vrome dienaren voorbereid, wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord en wat geen mensenhart heeft waargenomen."

Maar door het Boek van Allah (De Heilige Koran) is bevestigd:

Maar niemand weet welke verkwikking der ogen voor hen verborgen is gehouden als beloning voor wat zij hebben gedaan. (Koran 32:17)
(overgeleverd door Muslim)


De hel daarentegen is de eeuwige verblijfplaats van de ongelovigen; ook voor de gelovigen van wie de zonden zwaarder zullen wegen dan hun goede daden kan de hel een verblijfplaats zijn voor een bepaalde tijd.

Allah belooft de huichelaars - mannen en vrouwen - en de ongelovigen het Vuur der hel, waarin zij zullen vertoeven. Het zal hun genoeg zijn. Allah heeft hen vervloekt, en zij zullen een blijvende straf ontvangen. (Koran 9:68)

Doch hij, wiens schalen licht zijn, Zijn toevlucht zal Hawi?jah zijn. En jij weet niet wat dit is. Het is een laaiend vuur. (Koran 101: 9-11)

De Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam zei:

"Wanneer een ongelovige goede daden verricht, zal hij zijn beloning proeven in deze wereld. En voor wat een gelovige betreft, God (De Verhevene, De Almachtige) bewaard (zijn beloning) van zijn goede daden voor het hiernamaals en voorziet hem met onderhoud in overeenstemming met zijn gehoorzaamheid aan Hem". (overgeleverd door Albuchari)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Islamitische Kalender

Islamitische Kalender

Inleiding

 

De Islamitische kalender is gebaseerd op het maanstelsel hierbij duurt een maand 29 a 30 dagen (voor de geïnteresseerden, gemiddeld duurt een maand 29.530588861 dagen, ofwel 29 dagen, 12 uur, 44 minuten en 2.878 seconden). In totaal zijn er 354 dagen in een jaar. Dit is dus 11 dagen korter dan het aantal dagen van de christelijke jaartelling. Dit komt omdat de christelijke jaartelling gebaseerd is op de zon.

 

---------------------------------------------------------------------------------

 

Betekenis van maanden

 

De Islamitische kalender telt, net als het zonnejaar, twaalf maanden. Wel hebben de maanden een andere naam. Dit zijn de namen van de twaalf maanden volgende de islamitische kalender:

 

1 - Muharram (De heilige maand)

2 - Safar (De maand die leeg is)

3 -  Rabi' ul-awwal (De eerste lente maand

4 -  Rabi' ul-akhir, (De tweede/laatste lente maand)

5  - Djumada ul-awwal, (De eerste droge maand)

6  - Djumada ul-akhir (De tweede/laatste droge maand)

 7 - Radjab, (De vereerde maand)

8  - Sha'ban (De maand der verdeeldheid)

9  - Ramadan (De maand van de grote hitte (vastenmaand)

10  - Shawwal (De jachtmaand)

11  - Dhu'l-qa'ada (De rustmaand)

12  - Dhu' -hidjdja (De bedevaartsmaand)

 

De betekenis van de namen van de maanden herinneren nog aan de tijd v??r de profeet Mohammed  toen de oorspronkelijke Arabische maankalender, die omstreeks de winterzonnewende (eind december) aanving, in de pas met de seizoenen werd gehouden door na elke twee of drie jaar een schrikkelmaand (nasi) in te voegen. Tijdens zijn ?Laatste Bedevaart? in maart 632 n.Chr. (Dhu ?l-Hijja, 10 AH) ontving Mohammed  een openbaring van Allah die zijn gelovigen voortaan verbood om schrikkelmaanden in te lassen (Koran, Surah 9 : Ayah 36-37). Vanaf toen was de Arabische kalender niet meer met de seizoenen verbonden.

Ten gevolge hiervan verschuift het Islamitisch jaar elk jaar ongeveer 11 dagen ten opzichte van de seizoenen en doorloopt een willekeurige maand in 33 jaar tijd alle seizoenen. De Islamitische kalender wordt daarom alleen voor religieuze doeleinden gebruikt en voor seizoensgebonden activiteiten (landbouw, veeteelt, handel, inning van belastingen, etc.) heeft men altijd de Westerse kalender (of een variant hiervan) gehanteerd.

 

-------------------------------------------------------------------------------

 

Islamitische jaartelling

 

In de eerste jaren van de Islam werden jaren benoemd naar een belangrijke historische gebeurtenis uit het recente verleden en het aantal jaren dat sindsdien was verstreken (zo zou Mohammed  zijn geboren in het ?Jaar van de Olifant?, 570 of 571 n.Chr., toen de Abessijnse heerser van Jemen met een leger en een strijdolifant de stad Mekka wilde innemen). In april 637 n.Chr. (Rabi? al-Awwal, 16 AH) voerde de kalief ?Umar ibn al-Khattab de Islamitische jaartelling in die zijn oorsprong had in het jaar waarin de hijra (de ?emigratie?) plaatsvond, het cruciale moment in het leven van Mohammed  toen hij en zijn volgelingen Mekka verlieten en zich in het nabij gelegen Yathrib (deze plaats is nu beter bekend als Medina) vestigden.

 

Volgens de berekeningen van de meeste Islamitische sterrenkundigen en schriftgeleerden viel de eerste dag van dat jaar (1 Muharram, 1 AH) op vrijdag 16 juli 622 n.Chr. (het feitelijke begin was natuurlijk op de avond ervoor, donderdag 15 juli). Het is gebruikelijk om Islamitische jaren van Westerse jaren te onderscheiden met afkorting AH (?Anno Hijra?).

 

Omdat het Islamitisch jaar gemiddeld ongeveer 3% korter is dan ons jaar, haalt de Islamitische jaartelling dan ook langzaam maar zeker de Westerse jaartelling in. Indien beide kalenders in de toekomst niet verder aangepast worden zullen zij in het jaar 20873 hetzelfde jaar voeren.

 

--------------------------------------------------------------------------------------

 

Islamitische werkdagen

 

In tegenstelling tot de namen van "onze" weekdagen (die afgeleidt zijn van de planeetgoden die naar de Griekse astrologische traditie over de weekdagen heersen), zijn de Islamitische weekdagen doorgaans vernoemd naar hun rangnummer in de week.

 

Nr. Arabische naam         Vertaling                           Westerse naam

 

1 - Yawm al-Ahad            De eerste dag                      Zondag

2 - Yawm al-Ithnain          De tweede dag                     Maandag

3 - Yawm al-Thalatha?    De derde dag                       Dinsdag

4 - Yawm al-Arba?a?      De vierde dag                      Woensdag

5 - Yawm al-Khamis        De vijfde dag                        Donderdag

6 - Yawm al-Jum?a         De dag van de samenkomst Vrijdag 

7 -  Yawm al-Sabt            De dag van de sabbat           Zaterdag

 

De laatste twee dagen van de week zijn genoemd naar de dag van het vrijdaggebed, de belangrijkste dag in de Islamitische week, en de dag van de Joodse sabbat.

 

Naast de vrijdag geldt ook de maandag als een bijzondere dag in de Islamitische week omdat volgens de overlevering Mohammed  zowel op een maandag werd geboren en op een maandag stierf. Ook de eerste openbaring van de Koran aan Mohammed , zijn nachtelijke reis naar de hemel, zijn vertrek uit Mekka en zijn aankomst in Medina zouden volgens diverse overleveringen zijn plaatsgevonden op een maandag.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Islaam, Imaan & Ihsaan

Islaam, Imaan & Ihsaan


'Omar (radiallahoe 'anhoe) zegt in een overlevering: Terwijl wij eens bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zaten, verscheen er een man. Deze man droeg melkwitte kleding en had gitzwart haar. Aan hem was niet te zien dat hij gereisd had, maar niemand van ons kende hem. Hij ging bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zitten met zijn knie?n tegen de knie?n van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en hij legde zijn handen op zijn dijen. Hij zei: 'O Mohammed, vertel mij over de Islaam. De Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei vervolgens:

'Islaam is: getuigen dat er geen ware god is behalve Allah en dat Mohammed Zijn Boodschapper is, verrichten van het gebed, geven van de zakaat, vasten van de maand Ramadan en het verrichten van de bedevaart naar Mekka indien je daartoe in staat bent.'

Hij zei: 'Jij hebt de waarheid gesproken.' Wij waren verbaad dat hij hem eerst ergens naar vroeg om vervolgens zijn antwoord te bevestigen. Hij zei: 'Vertel mij over het geloof (Imaam).' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei:

'Geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers, de Dag des oordeels en het geloven in de voorbeschikking van zowel het goede en het kwade.'

Hij zei: 'Jij hebt de waarheid gesproken.' Vervolgens zei hij: 'Vertel mij over de perfectie in het geloof (Ihsaan).' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei:

'Aanbid Allah alsof je Hem ziet, want Hij ziet jou wel, ondanks dat jij Hem niet ziet.'

Hij zei: 'Vertel mij over het Uur.' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei:

'De ondervraagde heeft hierover niet meer kennis dan de vrager.'

Hij zei: 'Vertel mij dan over haar tekenen.' Hij (salla Allahoe 'alajhi wa sallam) zei:

'De slavin zal haar meesteres baren en je zult de blootvoetige, naakte en arme schaapherders zien wedijveren in het bouwen van hoge gebouwen.'

Hierop vertrok hij (de vreemdeling). De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bleef een tijd stil en zei vervolgens tegen mij: 'O 'Omar, weet jij wie de vrager was?'

Ik ('Omar) antwoordde: 'Allah en Zijn Boodschapper weten het het best.' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei:

'Het was Jibriel (Gabriel). Hij kwam om jullie jullie godsdienst te leren.'

(Overgeleverd door Moeslim)

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:01 Reageer op dit bericht Stuur door

ABC over de Islaam

ABC over de Islaam

A is voor Allah
Heer van het Universum, die een is,
Hij maakte de aarde, de sterren, en in de zon
Hij maakte engelen te aanbidden en te bidden,
Hij maakte de mens uit een schar van klei

B is voor Bilal
Bilal is dat lange, moedige Afrikaanse man,
Islam bevrijdde hem en gaf hem Iman
Roepen de moslims te komen en te bidden,
Was zijn plicht van elke dag en nacht

C is voor kinderen
Zwart, wit, rood, geel en bruin,
Beter dan de juwelen in een kroon
Lachen of huilen, kort of lang,
Allah houdt van kinderen, een en al

D staat voor smeekbede
Gedenken van Allah alle nachten en dagen,
Door Hem onze dank en lof
Dank Allah met "Al Hamdulillah"
En beloon hem met "Subhanallah

E is voor de Aarde
Met zijn bergen, rivieren en zeeën,
Dieren, vogels, vruchten en bomen
Ze zijn allemaal te verklaren de macht van Allah,
Volgende Zijn wetten, testamenten, en licht

F is voor geloof
Dat wat de moslims oproep Iman,
Ligt in het hart van de gelovige man
Afkomstig zal zijn van zijn lip en hand,
Liefde voor Allah uit te gieten, zoals zand

G is voor Gabriel
Een engel (de zogenaamde Jibra in de islam) door Allah geschapen van licht,
Zijn taak is om Allah te dienen de hele dag en nacht
Aan de Profeet Mohammed deed hij verschijnen,
Om de mensheid de Heilige Koran zo dierbaar

H is voor de Hemel
Gods tuin van vreugde, vrede en liefde,
Het huis voor moslim zielen hierboven
Het pad naar deze hemelse plek
Is het geloof in Allah's leiding en genade

I is voor de islam
Een manier van leven voor iedereen van wie,
Geven aan de lof die het gevolg is Allah
Wij aanbidden en bidden vijf keer per dag,
Omdat we weten dat de beste manier is

J is voor Jezus
Vrede zij met hem, 'Isa, de zoon van Maryam,
Om zijn volk het woord van Allah heeft hij de uitvoering
Door hulp van Allah's maakte hij de zieken goed,
Zodat de mensen zouden geloven wat hij te zeggen had

K is voor de Ka'bah
Eerste huis van Allah in Mekka werd gemaakt,
Door Ibrahim en Isma'il de stenen werden gelegd
Miljoenen gelovigen van elk ras,
Komen voor Hajj TOT zijn extra speciale plek

L is voor het leven
Een kostbaar geschenk van Allah aan u,
Verspil het niet, hij weet wat je doet
Niet chase plezier of vergeet Allah,
Maakt niet uit hoe weinig, zeggen: "Al-Hamdulillah

M is voor Mohammed
Vrede zij met hem, de zoon Abdullah,
Van Allah's vijanden die hij niet lopen
Van alle profeten was hij de laatste,
De islam zijn boodschap die wij vasthouden

N is voor Nuh
Vrede zij met hem, een profeet, die was zeer goed,
Allah vertelde hem om een ark te bouwen, snel als hij kon
Neem paren van dieren en de gelovigen-all,
De vloed kwam en de golven zou zijn hoog!

O is voor gehoorzaamheid
Het is de plicht van elke moslim om te gehoorzamen,
De Koran en de Soennah helemaal
Ga voor Hajj, geef Zakaah, snel, en bidden,
En om je ouders niet zeggen: "Neen!"

P is voor Gebed
Het is de hoeksteen van de islamitische leven,
En de duivel het snijdt als een mes
Bidden vijf keer per dag is een must,
In Allah moet u stelt uw vertrouwen

Q is voor de Koran
Een zegen en gids voor de hele mensheid,
In het boodschap van Allah vindt u
Van alle Zijn boodschappen is het de laatste,
Perfect voor de huidige, toekomstige en verleden

R is voor Ramadan
Voor moslims is deze gezegende maand van vasten,
Is om te vieren Allah's liefde eeuwig
De hele dag, geen eten, noch drinken, noch slechte daden,
Bidden en koran te lezen naar de hemel leidt dit tot

S is voor Surah
Honderd en veertien in de Koran,
Lees ze en vertrouwen in Al-Rahman,
Weet je tien van hen die u kunt zeggen?
Weten ze helpen u bidden

T is voor Tawheed
La ilaaha illallah, Allah is de enige,
Er is geen partner met Hem, noch zoon
Allah is het antwoord op alles wat we nodig hebben,
Let op je hart en de tong, Hij kent elke daad

U staat voor Ummah
De islamitische gemeenschap die Mohammed (saw) gevonden,
De broederschap van de islam maakte het geluid
De wetten van Allah in de Koran en de Soennah,
Zijn om iedereen in de Ummah te helpen

V is for Victory
Het is de hulp van Allah is voor u,
Zijn leiding in alles wat je doet
Werk en gebed een moslim hoeft,
Allah's overwinning te vieren, inderdaad!

W is voor Wudu '
We moeten onze geest en lichaam schoon,
Omdat door Allah zijn wij altijd gezien
Wanneer hoor je de roep van Athan,
Voor te bereiden en te komen bidden zo snel als je kan

X is voor de ......
X is niet gemakkelijk voor ons om rijm,
Dus we zullen niet verspillen veel van uw tijd
In hogere wiskunde X is moeilijk te vinden,
Maar Allah's pad is duidelijk, zelfs voor blinden

Y is voor Yunus
Vrede zij met hem, een goed mens in een goddeloze stad,
Hij rende naar de zee en een walvis opgeslokt hem neer
Door de genade van Allah hij gered was te vertellen,
Zijn volk om goed te worden en goed gehoorzaamt Allah

Z staat voor Zero-sin
Het is de manier waarop we elkaar beginnen,
Vrij van wereldse zonde
Dus, laat jezelf niet te vergeten,
Houden van de bedreiging van de duivel!

Luisteren

Fonetisch lezen

 

Woordenboek - Gedetailleerd woordenboek weergeven

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Liefde in de Islam

Liefde in de Islam

 

Islam is de godsdienst van liefde en barmhartigheid. Veel ayah's (verzen in de Koran) en veel overleveringen van de Profeet benadrukken het belang van liefde in het leven van de moslims. Niet voor niets is liefde naast de nederigheid een eis voor de aanbidding en niet voor niets is hij een voorwaarde voor de getuigenis dat er geen god is dan Allah (s.w.t.) : als men dit zinnetje uitspreekt zonder Allah (s.w.t.) en zijn Ware Geloof en zijn ware dienaren lief te hebben, wordt het niet geaccepteerd.

Allah (s.w.t.) Zegt in de Koran (vertaling):

"En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij voor jullie uit jullie eigen echtgenotes heeft geschapen, opdat jullie bij hen rusten en Hij heeft tussen jullie liefde en barmhartigheid doen ontstaan. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt" (Surah 30 : Ayah 21).

Dit is een geweldige ayah die kort maar zeer krachtig de ware relatie tussen de echtgenotes omschrijft en die mensen tot het denken zet, opdat zij misschien Allah (s.w.t.) dankbaar zullen zijn voor Zijn gunsten.

Onze Profeet zegt:

"Er zijn) drie (eigenschappen) als iemand die heeft zal hij daarmee de zoetheid van het geloof ondervinden: dat hij van Allah (s.w.t.) en Zijn Profeet het meest houdt dan van wie of wat dan ook, dat als hij een persoon liefheeft hem puur omwille (van het behagen) van Allah (s.w.t.) lief moet hebben en dat hij het verafschuwt om terug te vallen in kofr (ketterij), nadat Allah (s.w.t.) hem daarvan heeft gered, zoals hij het verafschuwt om in het Vuur geworpen te worden". [Overgeleverd door Bukhari en Moslim]

Dit is weer zo'n geweldige overlevering die de gelovige leert hoe hij/zij liefde in zijn/haar hart kan 'bijstellen' en koers geven opdat hij/zij de zoetheid gaat proeven waarmee zijn/haar hart wordt gerustgesteld. Hieruit kan men concluderen hoe belangrijk liefde is in de islam.

1. Liefde is een natuurlijke behoefte voor iedereen
Iedereen heeft liefde nodig. Liefde is een aangeboren eigenschap bij de mens. Een moeder hoeft er niet over na te denken of ze van haar (pasgeboren) kind moet houden of niet. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het kind zelf. Liefde is een soort warmte die de verschillende relaties tussen mensen vers houdt en beschermt tegen bederf. Deze warmte is dus noodzakelijk voor het overleven van de goede relaties. Echter moet liefde toch binnen de perken blijven -deze warmte mag dus de kamertemperatuur niet overschrijden, maar ze mag ook niet tot het vriespunt gaan dalen- anders kan het tot bederf leiden. Denk bijvoorbeeld aan iemand die ontzettend veel van zijn vrouw houdt en die alles wat ze hem dicteert ook uitvoert ongeacht of dat nou goed is voor hem en anderen of niet, zo iemand kan door deze blinde liefde een gevaar zijn voor zichzelf en voor andere mensen, want het kan zo zijn -als het gaat om een slechte vrouw- dat zij hem opdraagt zonden te begaan die zijn ondergang kunnen betekenen. Het hoofd van de Profeet Yahya Ibn Zakaria ('alaihi asalaam) werd geschonken aan een prostituee uit Banoe Isra?l, omdat de toenmalige heerser ontzettend veel van haar hield en zich genoodzaakt zag haar vervloekte opdracht (wens!) uit te voeren: 'een hoge temperatuur leidt tot brandwonden'! Een uitzondering hierop is liefde voor de Schepper, deze mag (moet) men altijd blijven opvoeren, omdat de absolute liefde alleen voor Allah (s.w.t.) is.

Liefde is niet altijd gebaseerd op of verbonden aan de seksuele drift zoals sommigen beweren. Ik kan me niet voorstellen dat een zoon van zijn moeder/vader houdt omdat hij met haar/hem gemeenschap wil hebben. Dat er tegenwoordig mensen zijn die dit soort idee?n dragen laat zien hoe erg het gesteld is met de mensheid en dat shaitan er toch in geslaagd is om de menselijke aanleg bij veel mensen te misvormen. Moge Allah (s.w.t.) ons allemaal behoeden!

2. Liefde is verschillend afhankelijk van het soort relatie
Liefde verschilt volgens het soort relatie dat tussen de verschillende personen bestaat. Niemand twijfelt eraan dat de liefde die men voor de Schepper (Allah (s.w.t.) is geen mens) heeft anders is dan de liefde die men voor de moeder heeft en dat deze laatste weer verschilt van de liefde die men voor de echtgenote/ echtgenoot koestert: vooral de gevoelens die daarmee gepaard gaan zijn verschillend. De 'kleur' van de verschillende 'warmtes' is dus niet dezelfde! Het is verplicht voor de moslim om deze 'kleuren' te kunnen onderscheiden en niet 'kleurenblind' te zijn! Moge Allah (s.w.t.) ons allemaal behoeden, Amien.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Paradijs

Het Paradijs


Als we ons afvragen wat ons voornaamste doel is in dit wereldse leven, dan zullen velen van ons als antwoord: gelukkigheid in het wereldse leven. Daar is waar iedereen (of de meesten van ons) naar streeft, we zitten op school, om later een goede baan te krijgen, om geld te verdienen, om gelukkig te zijn... Maar laten we niet vergeten dat dat niet alles is, en dat er veel meer van ons wordt verwacht. Alles in dit wereldse leven vergaat.

Een mooi voorbeeld waar we veel van kunnen leren is dat van de kameel van de Profeet
. Zij heette AL-Qaswaae, en stond bekend als het snelste rijdier temidden van de rijdieren van de sahaba. Niemand van de sahaba twijfelde er ooit over om de kameel van de Profeet in te halen. Op een dag kwam er een oude man met een ezeltje, en die haalde met alle gemak al-Qaswaae in... De Profeet zei hierop: "Allah heeft vastgesteld dat er niets in deze wereldse leven zal rijzen, of ooit zal het weer dalen." Dit geldt voor alles, na gezondheid komt ziekte, na rijkdom komt armoede, na een leuk uitje, ben je moe en na het leven komt de dood...

Gelukkigheid in het wereldse leven is dus niet volmaakt, je hebt eigenlijk geen garantie en er volgt vaak iets negatiefs...In het paradijs zal het insha Allah anders zijn, daar heb je andere maatstaven, andere soorten blijdschap en gelukkigheid, en waaronder dat daar wel geldt, dat dat je uiteindelijke doel is, en dat het eeuwig zal zijn. Laten we eens wat dichterbij gaan...laten we ons eens oorstellen hoe het paradijs eruit zal zien. Hoe ziet die plek er nou uit, waar we zo hard voor werken en waar we zo erg naar streven?? De Profeet
heeft ons een aantal beschrijvingen gegeven, waar we veel uit kunnen halen...in ieder geval genoeg om ons leven ervoor op te offeren.

Stel je eens voor....

Het einde van de dag des oordeels is nabij...alles is geweest, iedereen weet wat zijn eindbestemming zal zijn, voor de moslims, de godsvrezende mensen op het aardse leven, is het zwaarste voorbij, hen staat een eeuwig leven vol verassingen te wachten. Zij zijn ook voorbij de siraat, dit is de 'brug' die boven het hellevuur loopt. Volgens een overlevering van de Profeet
is deze zo hun als een haartje, en zo scherp als een zwaard, en het ligt aan je daden hoe snel je eroverheen komt!! De Profeet zegt dat er mensen zijn die in een fractie van een seconde erover heen zijn, de ander doet er wat langer over, ook zijn er die er kruipend overheen komen.....Zorg ervoor dat je ook deze siraat zo snel mogelijk voorbij bent, zorg er dus voor dat je altijd godsvrezend bent, dat je altijd gehoorzaam bent, en Allah (subhana wa ta'ala) zal Zijn hulp aan jou schenken. Goed, je bent de siraat voorbij, aan deze kant staan alleen maar moslims, iedereen die het wereldse leven goed heeft doorgebracht, we staan allemaal voor de poorten van het paradijs, maar...ze zijn gesloten!!

We gaan op zoek naar degene die de poorten voor ons zal openen, alle profeten zeggen dat ze daar niet voor bestemd zijn. Dan... komt de Profeet Mohammad
hij loopt naar de poort, en klopt daarop...de engel die binnen staat, die de taak heeft deze poort te bewaken, vraagt: "Wie is daar?" De Profeet antwoordt: "Ik ben het, Mohammad ibn 3abdillah!", waarop de engel antwoordt: "Welkom Mohammad! Allah heeft mij verboden deze poort te voor iedereen te openen, behalve voor jou!" De Profeet vertelt ons dat deze poort een breedte heeft even groot als de afstand van Mekka tot Shaam (Syrie), en ondanks deze breedte, zal het erg druk worden voor deze poorten, tenslotte willen alle moslims zo snel mogelijk binnen zijn..Ook dat wordt bepaald door je daden....zullen wij tot diegenen behoren die samen met de Profeet het paradijs binnengaan..of....zij die al laatste binnentreden Doen wij wel hard genoeg ons best om het paradijs als eersten naar binnen te gaan, of kan het ons allemaal niet zoveel schelen??

Is dat niet nog een goede reden om nog meer en meer je best te doen in dit leven? De Profeet
zei: "Er is een groep die het paradijs binnengaat, en hun gezichten zijn als de volle maan in een donkere nacht (van blijdschap), de groep die daarna komt, is als het licht van een planeet, en die daarna komt..." en het wordt steeds minder. Natuurlijk is je blijdschap niet te beschrijven als je als eerste, samen met onze Profeet het paradijs binnentreedt!! Wie zal dat niet willen??Ik wil dat....jij wilt dat..iedereen!! Maar werken we er wel hard genoeg voor?? Hopelijk zal deze les ons meer moed geven, en meer kracht om ons nog meer naar onze schepper te richten....

Dat was de binnenkomst, in het paradijs. De Profeet gaat door met het beschrijven: "De kammen zijn van goud...parfum zijn muskus geuren...en veranderen voortdurend." Stel je voor..als slechts een kam van goud zal zijn...waar zal de rest uit bestaan?? De Profeet gaat verder: "De bewoners van het paradijs, zijn constant bezig met tasbee7, het is een instinctief iets, zoals jullie nu ademen" Je zou je afvragen..je bent in het paradijs gekomen omdat je hier, in dit leven, hard hebt gewerkt, en Allah (subhana wa ta'ala) hebt aanbeden..moet dat in het paradijs ook?? Moeten we daar ook tasbee7 doen? Nee, maar in het paradijs is alles zo prachtig, dat je niet anders kan, dan Allah (subhana wa ta'ala) gedenken voor al deze schoonheden, net als hier, in dit leven, als je een mooi uitzicht ziet, roep je meteen : "Subhaaana Allah". Daarmee kun je het vergelijken. Maar in het paradijs veranderd alles constant, het wordt steeds mooier en mooier, waardoor je nog meer Allah (subhana wa ta'ala) gaat gedenken.... Aan de poorten van het paradijs roept Allah (subhana wa ta'ala) naar ons, en hij zegt woorden, die je alle moeite en verdriet van het aardse leven doen vergeten..Hij zegt: "O bewoners van het paradijs! Jullie zijn nu gezond, en zullen nooit meer ziek worden, jullie zijn jong, en zullen nooit meer oud worden, jullie zijn levend, en zullen nooit sterven, jullie zijn gelukkig en zullen nooit verdriet meemaken!" Hoe zou jij je voelen als Allah (subhana wa ta'ala) dit tegen jou zou zeggen..Het maakt allemaal niet meer uit, je hebt eeuwige garantie, je hebt bereikt wat je wilt, je hebt echte geluk en blijdschap bereikt! Deze woorden alleen, zijn meer dan alles van jou waard wat je in dit leven doet... Hoe kunnen mensen nog hun gebeden nalaten, in ruil voor al dit moois?? Hoe kun je nog bewust ervoor keizen zonden te begaan als je al deze dingen hebt gehoord??

Maar er is meer:

De Profeet Mousa ('alaihi asalaam) vroeg aan Allah (subhana wa ta'ala) : "O Allah, wie heeft de laagte gradatie in het paradijs?" Allah (subhana wa ta'ala) zei: "Degene die de laagste gradatie heeft, is diegene die het laatste uit het vuur komt. Elke keer als hij eruit probeert te komen, wordt hij weer teruggetrokken, hij probeert het weer, en hij wordt teruggetrokken, de derde keer komt hij eruit. Als hij eruit is zegt hij: Alhamdolillah, voor degene die mij van jou heeft gered. Daarna zeg ik tegen hem: "O mijn dienaar, ga mijn paradijs binnen. Wil jij een bezit zo groot als de machtigste koning op aarde? Je krijgt net zoveel als de machtigste koning, en dat nog een keer, en nog een keer en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer (5x), en daarbij krijg je alles wat je hart begeert." Yaa Subhana Allah, dit is degene die het laagst staat in het paradijs, hoe zal het zijn met diegene die het hoogst staat Zo groot is de barmhartigheid van Allah (subhana wa ta'ala) !! De Profeet
zei ook: "Hij met de laagste gradatie heeft een bezit, die zo groot is, dat hij er meer dan 1000 jaar ervoor nodig heeft om het helemaal te bezichtigen, hij met de hoogste gradatie, bezichtigt Allah (subhana wa ta'ala) dag en nacht." Masha Allah, dag en nacht, wat zou je nog meer willen, als je constant naar een schoonheid zit te kijken!!! En 1000 jaar, stel je voor...paleizen, rivieren, dieren, bossen, voetbalvelden (als je ervan houdt...) etc..etc...allemaal voor jou!!

De sahaba vroegen eens aan de Profeet
: "Beschrijf de gebouwen van het paradijs voor ons, o Profeet van Allah." De Profeet antwoordde: "Een baksteen van goud en een baksteen van zilver, het cement is van musk, en de kiezelsteentjes zijn parels... " Stel je de geur van het paradijs eens voor...alleen het cement is al van musk...en de gebouwen...subhaana Allah... Maar de hadeeth is nog niet af...het mooiste is: "...en het plafond is de troon van de Barmhartige..." Masha Allah...dus boven al datgene, heb je nog altijd Allah (subhana wa ta'ala) naast je...wat wensen wij nog meer? Hoe kun je het nog maken jou verplichtingen niet na te komen??!!

De volgende overlevering zou je ook aan het denken moeten zetten:

"Een afmeting van een boog in het paradijs is beter dan de wereld en wat erbij hoort." De afmeting van een boog, komt ongeveer overeen met 1 meter...dus een meter, is beter dan al het goede wat we hier op aarde hebben gezien?? Alle blijdschap, alle feesten, etc... 1 vierkante meter uit het paradijs, overwint het?? En dan nog te bedenken, dat je nooit dat kleine stukje zult krijgen...maar meer.. .veel meer!!

De vrouwen in het paradijs
De Profeet
zei: "Als een van nour al3ayn (Letterlijk: Licht van het Oog) een puntje van haar vinger naar buiten zou steken, lichten de hemelen en aarde daarvan op, zonder de zon en de maan." Allah (subhana wa ta'ala) zegt in Surah 55 : Ayah 30:

"Voorwaar, Wij hebben dezen tot een wonderlijke schepping gemaakt, Wij maakten haar maagden, Beminnelijk, van gelijke leeftijd."

De Profeet zei: "Als een vrouw haar paleis binnenkomt, en tegen haar man praat, zal hij het hele paradijs vergeten..." Dus al die zaken die hebben opgenoemd...vergeet hij...in een paar seconden...door zijn eigen vrouw....??

In de tijd van de sahaba kwam het eens voor dat als een briesje langs kwam, een metgezel zei dat hij daarin de geur van het paradijs rook.... Aan het begin van een slag rook ieder de geur van het paradijs op bepaalde plaatsen, als men na het gevecht naar ze op zoek ging...lagen de martelaren precies daar waar ze geur van het paradijs voordat de slag begon roken....Subhna Allah, de Profeet
zegt: "De geur van het paradijs is te ruiken van een afstand van een reis van 500 jaar!" Dus de metgezellen stonden zo dicht bij het paradijs....en wij... staan wij verder dan een reis van 500 jaar van het paradijs.....

Er is nog een punt: Adam (as) werd toen hij geschapen werd in het paradijs gezet, velen van ons denken dat dat zijn huis en eeuwige verblijfplaats was, maar let op de volgende aya, voordat Allah (subhana wa ta'ala) Adam schiep:

"En toen uw Heer tot de engelen zeide: "Ik wil een stedehouder op aarde plaatsen" (Surah 2 : Ayah 30)

Dus het paradijs was zijn eerste thuis, het is alsof Allah (subhana wa ta'ala) tegen ons wil zeggen, dat is waar jullie vandaan komen, dus zorg ervoor dat je daar terugkomt!! Je kunt het vergelijken met het verlangen naar je vaderland, hier in het wereldse leven...zo moeten wij ook verlangen naar het paradijs...

Tenslotte nog een mooi moment:

Allah (subhana wa ta'ala) zal de mensen van het paradijs bij zich roepen, en zegt: "O mijn dienaren, ik wil dat jullie mij komen bezoeken!" Dan komt iedereen rond de troon van Allah (subhana wa ta'ala) zitten. Allah (subhana wa ta'ala) zegt: "Vrede zij met jullie allen." Zij antwoorden: "O Allah, u bent de vrede, en de vrede komt van u, geprezen zij u, de meest bramhartige en vrijgevige." Allah (subhana wa ta'ala) zegt: "Wens iets." Zij antwoorden: "Wij wensen slechts het aanschouwen van uw gezicht..." Allah (subhana wa ta'ala) benaderd iedereen persoonlijk en zegt: "O mijn dienaar, ik ben tevreden over jou, ben jij ook tevreden over mij? Herinner je je die zonde, en die zonde, en die zonde...?" De dienaar: "Maar Allah, u had mij toch vergeven?" Allah (subhana wa ta'ala) zegt dan: "Zeer zeker, met mijn vergeving heb je jou status in het paradijs bereikt. Wens maar mijn dienaar!" De dienaar begint op te noemen: "Ik wil dat, en dat, en ook nog dat mijn Heer...en dat en dat..." Totdat de dienaar niks meer weet..dan zegt Allah (subhana wa ta'ala): "Ben je dat en dat en dat niet vergeten" Subhaana Allah...Hoe Barmhartig is onze heer Zouden wij al dit goede van ons willen laten gaan..voor een kort leven, wat wij hier doorbrengen.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 02:59 Reageer op dit bericht Stuur door

De Heilige Ka?bah in Mekka

De Heilige Ka?bah in Mekka


De Ka?bah is noch het graf van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam, noch een voorwerp van aanbidding, zoals Europeanen vaak denken. Het is een tempel die de naam draagt ?Bait al-Haraam? (Het Heilige Huis van Allah) en waarvan de oorsprong terug gaat tot ver in de oudheid.

kahbah.jpgVolgens de Arabische overleveringen werd de Ka?bah gebouwd door Adam ('alaihi asalaam) , de stamvader van het menselijke geslacht. Ze werd door de zondvloed verwoest, maar op dezelfde fundamenten herbouwd door de profeet Abraham ('alaihi asalaam), geholpen door zijn zoon Isma?iel ('alaihi asalaam), de stamvader van de Arabieren. Sindsdien heeft de Ka?bah, ondanks herhaalde restauraties, altijd dezelfde vorm en afmetingen behouden. Ze werd het bedevaartsoord van de Arabieren, die er bijeenkwamen om Allah, de enige God, te aanbidden en de door hun voorvaderen ingestelde ?Tawaaf? uit te voeren, de zevenvoudige omgang rond de Ka?bah.

Gestaag raakte de verering van Allah, de enige God, in verval en werd ze door de pelgrims aangevuld met afgodische praktijken, zodat Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam werd gezonden om hun driehonderdzestig afgodsbeelden te vernietigen.

In de oosthoek van het gebouw is de vermaarde Zwarte steen ingemetseld, de ?Hadjar al-Aswad? omlijst door een zilveren rand. Deze steen, uit het paradijs nedergezonden, werd tijdens de wederopbouw van de tempel door de engel Djibriel (Gabri?l, 'alaihi asalaam) aan Abraham en zijn zoon (vrede zij met hen) gegeven. Zij gaven de steen zijn huidige plaats om als beginpunt te dienen voor de zevenvoudige omgang om de Ka?bah van de pelgrims. Oorspronkelijk wit als melk, maar nu zwart als ebbehout is hij bezoedeld door de zonden van de pelgrims die hem aanraken en kussen, terwijl ze de Barmhartige om vergeving smeken.

Dicht bij de Ka?bah ligt de bron Zam zam. Toen Isma?iel ('alaihi asalaam) en zijn moeder Hadjar (Hagar) door de woestijn doolden en van de dorst dreigden om te komen, spoot het miraculeuze water van deze bron zomaar uit de aarde. In het donkere ?Tijdperk der Onwetendheid? werd de bron door de Arabische stammen verwaarloosd en verdween ze onder het zand. Enkele jaren voor Mohammed?s Sallalahu 'alaihi wasalam geboorte werd ze blootgesteld door Abd al-Moettalib. Sindsdien is het water vereerd door de pelgrims, die het drinken en er hun wassingen mee verrichten. Zo louteren ze zich door de herdenking van hun stamvader.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Hazretie Salih (a.s)

Hazretie Salih (a.s)

Zijn uitnodiging

Ibn Kathir zei, dat de Thamoed een stam was van de Moesta'riba Arabieren, die leefde in het gebied tussen Hijaz en Taboek. Zij leef­den na het volk van 'Ad en waren net als zij afgodenaanbidders. Vervolgens stuurde Allah hen een man van hun eigen volk d.w.z. Salih. Hij nodigde hen uit alleen Allah te aanbidden en afgoderij op te geven. Sommige van hen namen de uitnodiging aan, maar de meeste waren ongelovig en beledigden hem met woorden en daden, nog erger, zij probeerden hem te doden. Daarna doodden zij de ka-melin, hetgeen een wonder was van Allah om een reden tegen hen te hebben. Daarom ondergingen zij een dergelijke straf van Degene Die verheven is in macht en in staat is Zijn wil uit te voeren.

De ontkenning van zijn volk

Allah zei: "En tot het (volk van) Thamoed (stuurden Wij) hun broeder Salih. Hij zei: 'O, mijn volk! Aanbid Allah, jullie hebben geen andere god dan Hem. Voorwaar, er is tot jullie een duidelijk teken van jullie Heer gekomen. Deze kamelin van Allah is een teken voor jul­lie; laat haar dus grazen op Allahs aarde en kwets haar niet, an­ders zal een pijnlijke bestraffing jullie grijpen. En gedenk dat Hij jullie tot de opvolgers van de 'Ad heeft gemaakt en je bewoners in het land heeft gegeven en jullie bouwden voor jezelf paleizen op de vlakten en groeven huizen uit de bergen. Overdenk dus de gunsten van Allah en sticht geen onheil op aarde.'’ (Qs Al Ar'af 7J3-74)

Ibn Kathir zei, dat dit betekende, dat Allah hen tot opvolgers maakte van het volk van 'Ad, opdat ze wellicht een voorbeeld zou­den nemen aan hetgeen gebeurd was met hen en daardoor niet zou­den handelen als zij hadden gedaan. Allah gaf hen woonplaatsen in het land om er de paleizen neer te zetten die ze maar wilden. In een ander vers wordt gezegd:

"En jullie hakken met grote vaardigheid huizen uit bergen." (Qs As Sjoe'ara 28:149)

Salih ging door: "...vraag dan vergeving van Hem en keer je tot Hem in berouw, d.w.z. geef op waarmee je bezig bent en geefje over aan aanbidding van Allah, mijn Heer is nabij en verhorend" (Qs Hoed 11:61) d.w.z als je je onderwerpt, zal Allah je berouw aanvaar­den en je vorige zonden uitwissen. Hun antwoord was echter: "O Salih! Je was tot nu toe voor ons iemand van goede hoop!!" D.w.z. wij dachten dat je een man met gezond verstand was, voordat je be­weerde slechts één god te aanbidden en de afgoden te verloochenen die door onze vaders en voorvaderen aanbeden werden. Zij zeiden:

"Verbied je nu ons de aanbidding die onze voorvaderen ook aan­beden hebben?! Wij verkeren echt in grote twijfel over datgene waartoe je ons hebt uitgenodigd." (Qs Hoed 11:62)

Allah zei via de tong van de profeet Salih: "Hij zei: 'O mijn volk! Vertel mij, als ik een duidelijk bewijs van mijn Heer heb en er tot mij een genade van Hem komt, wie kan mij dan tegen Allah helpen als ik ongehoorzaam ben? Dan laten jullie alleen maar mijn verlies toenemen. (Qs Hoed 11:63)

De profeet Salih spreekt tot zijn volk in het vers hierboven zeg­gende: "Veronderstel, dat datgene waartoe ik jullie uitnodig de waar­heid is, hoe kun je het bestrijden uit het oogpunt van Allah? Hoe kun je vrede vinden, als je mij vraagt om mijn oproep alleen Hem te aan­bidden op te geven? Zou ik gehoor geven aan jullie verzoek, dan zou niemand van jullie en niemand van een ander volk veilig zijn voor de bestraffing van Allah."

De beproeving van de kamelin

De geleerden constateerden dat terwijl het volk van de Thamoed zich verzamelde, de profeet Salih hen uitnodigde om Allah te aan­bidden. Hij preekte tot hen en waarschuwde hen zich niet te verzetten tegen zijn oproep. Zij wezen naar een rots die dichtbij was en zeiden: "Als je een kamelin uit die rots kunt halen die er zus en zo uit ziet, dan zullen we in je uitnodiging geloven." Hij zei: "Zul je heel zeker in mij geloven als ik jullie dat breng wat jullie willen?" Zij ant­woordden: "Ja zeker." Dus maakte hij een overeenkomst met hen en bleef in zijn gebedsplaats om Allah te aanbidden en Hem te vragen hun verzoek in te willigen. Vervolgens beval Allah de rots te splijten en er verscheen een kamelin uit het midden die voldeed aan de be­schrijving die voorheen vastgesteld was. Sommige van hen geloof­den, maar de meesten volhardden in ongeloof en dwaalden in kop­pigheid.

Over dit vers zei Allah: "...En Wij stuurden een kamelin naar de Thamoed als een duidelijk teken, maar zij deden haar onrecht aan." (Qs Al Isra 17:59)

Zoals het vers zegt, verloochenden de meeste van hen de waarheid en volgden haar niet, hoewel hun verzoek ingewil­ligd werd. Over hen zei Allah: "Zij zeiden: 'Jij bent slechts één die behekst is! Jij bent niets anders dan een mens zoals wij. Geef ons dan een teken als je tot de waarachtigen behoort.'' (Qs As Sjoe'ara 28:153-154)

Zo daagden zij hem uit een wonder te volbrengen om de waar­achtigheid van zijn bewering te bewijzen.

Hij zei: "Hier is een kamelin; zij heeft het recht om (water) te drinken, en jullie hebben het recht om (water) te drinken, (ieder) op een dag die bekend is. Raak haar niet aan om haar te kwetsen, opdat jullie niet op de Grote Dag door de bestraffing gegrepen worden." (Qs As Sjoe'ara 28:155-156)

Dezelfde situatie wordt ergens anders in de Qoer'aan belicht in het volgende vers: ... "Voorwaar, er is tot jullie een duidelijk teken van jullie Heer gekomen. Deze kamelin van Allah is een teken voor jullie..." (Qs Al Ar'af 7:73) Hier schrijft de profeet Salih de kamelin toe aan Allah als een vorm van eer, net zoals zoals men zegt 'het huis van Allah', als men het over een moskee heeft of de Ka'aba bijvoor­beeld. Laat haar dus grazen op Allahs aarde en kwets haar niet, anders zal een pijnlijke bestraffing jullie grijpen. (Qs Al Ar'af 7:73)

Allah spreekt over het wonder van de kamelin in Soerah Al-Qamar: "Waarlijk, Wij sturen een kamelin als beproeving voor hen." (Qs Al Qamar 54:27) om hen op de proef te stellen, of ze zullen ge­loven of in hun ontkenning volharden. Allah weet echter reeds van te voren hoe zij zich zullen gedragen.

"...Observeer hen!" (O Salih) (Qs Al Qamar 54:27) en zie wat hun gedrag zal zijn. "...en wees geduldig. (Qs Al Qamar 54:27) ten opzichtc van de schade die ze jou wilden berokkenen, wantje zult getuige zijn van hun noodlot.

En vertel hen dat het water tussen (haar en) hen verdeeld moet worden. Ieders recht om te drinken moet uitgevoerd worden. (Qs Al Qamar 54:28)

 Een ander vers betreffende de kamelin is het volgende:

Hij zei: "Hier is een kamelin; zij heeft het recht om (water) te drinken, en jullie hebben het recht om (water) te drinken, (ieder) op een dag die bekend is. " (Qs As Sjoe'ara 28:155)

De kamelin verbleef bij hen, grazend in hun land. Ze dronk op afwisselende dagen, een dag voor haar en een andere dag voor het volk. "...Dus sneden zij de hielpezen van de kamelin door en schaamte­loos ontkenden zij het bevel van hun Heer." (Qs Al Ar'af 7:77)

Ibn Kathir zei, dat na een lange tijd de adel van het volk van Tha-moed zich verzamelde en akkoord ging de hielpees van de kamelin door te snijden zich ervan te ontdoen en het water uit te sparen dat ze dronk. Hierover zei Allah: "...Dus sneden zij de hielpezen van de kamelin door en schaamteloos ontkenden zij het bevel van hun Heer..". (Qs Al Ar'af 7:77)

Ibn Jarir en andere Qoer'aaninterpretatoren stelden vast, dat er twee vrouwen van de Thamoed waren, één heette Sadoeq en behoor­de tot een rijke familie van adel. Ze was de vrouw van een man van de Aslamstam, maar scheidde van hem. Vervolgens riep ze haar neef, wiens naam Masra was, en bood zichzelf aan hem aan onder voorwaarde dat hij de kamelin de hielpees zou doorsnijden. De ande­re vrouw van de Thamoed was een oudere, ongelovige vrouw die 'Oenaizah heette. Zij bood haar vier dochters aan de leider van haar stam wiens naam Qoedar bin Salif was aan. Zou hij de hielpees van de kamelin doorsnijden, dan kon hij één van haar dochters uitkiezen.

Zo waren deze twee jonge mannen aangewezen om de opdracht uit te voeren. Daarna verspreidden ze het plan onder hun volk, het­geen tot resultaat had dat nog zeven mannen hen begeleidden in de onderneming, in het totaal dus negen mannen. Over hen zei de Qoer'aan:

 "En er waren negen mannen in de stad, die in het land verderf zaaiden en die zich niet wensten te beteren." (Qs An-naml 27:48)

Alle negen mannen gingen rond in hun stam om goedkeuring te krijgen voor het doorsnijden van de hielpees van de kamelin. Toen de mensen het goedkeurden, spoorden ze de kamelin op. Toen de kamelin terugkwam van de waterplaats, schoot Masra', die op de loer lag, met pijl en boog op haar en verwondde haar poten. Qoedar slachtte haar daarna met zijn zwaard. Ze viel dood neer op de grond nadat ze een enkel geluid van waarschuwing uitte voor haar jong.

Over dit voorval, zegt de Qoer'aan:

Dus sneden zij de hielpezen van de kamelin door en schaamteloos ontkenden zij het bevel van hun Heer en zeiden: "O Salih! Breng je bedreigingen, als je waarlijk één van de boodschappers bent." (Qs Al Ar'af 7:77)

Ergens anders wordt gezegd: "Maar zij riepen hun metgezel en hij nam (een zwaard) en sneed (haar) pezen door. Dan hoe (vreselijk) waren Mijn bestraffing en Mijn waarschuwingen." (Qs Al Qamar 54:29-30)

In Soerah As-Sjams vertelt Allah ons over dit voorval:

‘’De meest verdorven man onder hen kwam naar voren. Maar de boodschapper van Allah zei tegen hen: "Vrees de kwade afloop. Wees voorzichtig! Dit is de kamelin van Allah! En verhinder haar met te drinken1"  (QsAs-Sjams 91:12-13)

Dit is een waarschuwıng voor hen het dier geen schade te berokkenen. Toen verwierpen zij hem en doodden haar. Dus vernietigde hun

Heer hen voor de zonde die zij begingen, en maakte hen met de grond gelijk. En Hij vreest niet de gevolgen daarvan. (QsAs-Sjams 91:14-15)

Ibn Kathir zei, dat zij in hun woorden diverse vormen van ex­treem ongeloof combineerden:

Zij weerspraken het bevel van Allah en Zijn boodschapper door de kamelin, die als een teken gezonden was, de hielpees door te snij­den. Dus haalden zij zich de bestraffing op de hals die in het volgen­de vers genoemd wordt: ...en kwets haar niet, anders zal een pijnlij­ke bestraffing jullie grijpenl In een ander vers werd de straf beschre­ven als de straf van de Grote Dag. In een derde vers in de Soerah Al-Araf, vers 73, werd het beschreven als een afschuwelijke straf, en alle zeggen de waarheid.

Zij haalden zich prompt de last van de bestraffing op de hals. Zij belogen hun boodschapper, hoewel hij hen alle bewijzen bracht die zijn uitnodiging ondersteunden, en hoewel zij de waarheid zeer goed kenden, ontkenden ze haar en gaven geen gehoor aan de waarschu­wing dat ze gekweld zouden worden.

 De onvermijdelijke bestraffing van Allah overkomt hen

Allah zei:

"Maarzij sneden haar pezen door. Dus zei hij: 'Vermaak jullie je­zelf maar in jullie huizen gedurende drie dagen. Dit is een belofte die jullie niet kunnen verloochenen. (Qs Hoed 11:65)

Ibn Kathir zei, dat, toen de kamelin op de grond viel, nadat Qoed-ar bin Salif, moge hij vervloekt zijn, haar de hielpees had doorgesne­den, de rest van de negen mannen doorgingen met het in stukken snijden van het lichaam. Toen het jong dit zag, vluchtte het weg naar de top van een berg en maakte drie keer een geluid. Dus zei Salih tegen de ongelovigen in zijn volk, "Vermaak jullie jezelf maar in jullie huizen gedurende drie dagen," vandaag niet meegeteld. Weer geloofden ze zijn waarschuwing niet, integendeel, zij smeedden plannen om hem te vermoorden en zo zou zijn noodlot hetzelfde zijn als dat van de kamelin.

Hierover zei Allah: "Zij zeiden: 'Zweer wederzijds bij Allah dat wij een geheime nachtelijke aanval op hem en zijn huishouding zullen plegen en daarna zullen wij zeker tegen zijn naaste verwanten zeggen: 'Wij waren geen getuigen van de vernietiging van zijn huishouden en waarlijk, wij vertellen de waarheid.'' (Qs Al Naml 27:49)

Over hun samenzwering zei Allah:

"Dus smeden zij een plan en Wij hebben een plan gesmeed, terwijl zij het niet doorzagen. Zie dan hoe het einde van hun plan was! . Waarlijk! Wij hebben hen vernietigd en hun natie, allen tezamen. Dit zijn hun huizen in absolute verval, want zij zondigden. Waar­lijk, hierin is zeker een teken voor een volk dat weet. En Wij red­den degenen die geloofden, en Allah vreesden en gehoorzaam­den. "(Qs Al Naml 27:50-53)

Allah zond daarom stenen naar de groep die van plan was de pro­feet Salih te vermoorden, die hen op het hoofd raakten en de oorzaak van hun vernietiging waren. Deze groep werd reeds voor de overblij­vende groep van ongelovigen vernietigd.

Op donderdagmorgen, de eerste dag van het uitstel, werd het volk van Thamoed wakker met een geelachtige kleur op hun gezicht, zo­als Salih hen voorspeld had. Toen de nacht aanbrak, herinnerden zij elkaar eraan, dat reeds een dag van de gestelde tijdslimiet voorbij was. Op vrijdagmorgen, de tweede dag van het uitstel, werden ze wakker met een roodachtige kleur op hun gezicht, 's Avonds herin­nerden zij elkaar weer eraan, dat de tweede dag van het gestelde tijdslimiet voorbij was. Op zaterdagmorgen, de derde dag van het uitstel, werden ze wakker met zwarte gezichten. Toen de nacht aan¬brak, riepen ze uit: "Het uitstel is voorbij."

Op zondagmorgen bereidden zij zichzelf voor op de dood en wachtten op de dreigende bestraffing, terwijl ze niet wisten aan welk soort kwelling zij blootgesteld zouden worden en wanneer de tijd zou aanbreken. Toen de zon opkwam, stak een hevige rukwind op en de aarde beefde onder hen. Zo gaven zielen zich aan de dood over en levens verlieten hun lichamen, alle beweging hield op, en geen stem werd meer gehoord. Alle mensen kregen levenloze lichamen. Allah beschrijft hun toestand als volgt:

"Alsof zij nooit geleefd hadden. Geen twijfel! Waarlijk, de Tha-moed geloofden niet in hun Heer. Weg dus met de Thamoed!" (Qs Hoed 11:68)

De Qoer'aan beschrijft de houding van Salih na de vernietiging van zijn volk aldus:

Toen keerde Salih zich van hen af en zei: "O, mijn volk! Ik heb ze¬ker de boodschap van mijn Heer aan jullie verkondigd en heb jul¬lie een goed advies gegeven, maar jullie houden niet van goede adviseurs." (Qs Al Ar'af 7:79)

Na de vernietiging sprak Salih tot de dode lichamen, terwijl hij het land verliet: "O, mijn volk! Ik heb zeker de boodschap van mijn Heer aan jullie verkondigd en heb jullie een goed advies gegeven..." (Qs Al Ar'af 7:79) Hier vertelt de profeet Salih hen hoe hij zich alle moeite had getroost om hen in woord en daad te leiden, "...maar jullie houden niet van goede adviseurs." (Qs Al Ar'af 7:79) Jullie binnenste accepteerde de waarheid niet en kon er niet mee omgaan. Zo leidden jullie jezelf naar dat dramatische einde, hetgeen een eeu¬wige kwelling wordt.

De profeet Mohammed (s.a.v) sprak tegen de polytheïsten die gedood werden in Qalib Badr, drie dagen na de veldslag van Badr, toen hij op zijn rijdier zat en het leger bevel gaf naar huis te gaan in de laatste uren van de nacht. Hij zei tegen hen: "O volk van Qalib, hebben jullie werkelijk dat verkregen wat jullie Heer jullie beloofd had? Ikzelf heb gekregen wat mijn Heer mij beloofd had... Wat waren jullie een slechte stam tegenover jullie profeet! Jullie verloochenden mij, terwijl andere mensen in mij geloofden, jullie verdreven me, terwijl andere mensen mij onderdak verschaften, jullie vochten tegen mij, terwijl andere mensen mij ondersteunden. Wat waren jullie een slechte stam tegenover jullie profeet!" 'Oemar bin Al-Khathab zei tegen hem: "Praat jij tegen dode lichamen?" Hij antwoordde: "Bij Degene in Wiens hand mijn ziel is, jij hoort mijn woorden niet duidelijker dan zij, maar zij kunnen niet antwoorden."

Imam Ahmad heeft op gezag van 'Abdoellah bin 'Oemar overgeleverd dat in het jaar van Taboek, toen de Boodschapper van Allah (celle celaluhu) voorbij de vallei van Hidjr kwam in het land dat door de Thamoed bewoond werd, hij zei: "Ga dit land niet binnen zonder datje huilt. Als je niet kunt huilen, betreed het dan niet, anders zou je wel eens kunnen overkomen wat hen overkomen is."

De dood van Salih (a.s)

Ibn Kathir zei, dat overgeleverd werd, dat Salih naar het heiligdom van Allah trok en er bleef, totdat hij stierf. Allah ( azze wa celle) weet het beter.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Hazretie Noah (Nuh) (a.s)

Hazretie Noah (Nuh) (a.s)

Zijn uitnodiging tot zijn volk

Toen afgoden en het kwaad aanbeden werden en de mensen tot ongeloof en zelfbedrog afdwaalden, zond Allah Noah als de eerste boodschapper naar de mensen op de aarde. Zijn volk werd "Banoe Rasib" genoemd (de zonen van Rasib).

Hoe afgoderij begon

Er wordt in Sahih Al-Boechari op gezag van Ibn 'Abbas verteld, dat hij zei: "Er waren tien eeuwen tussen Adam en Noah, waarin de islam overheerste." Ibn Kathir zei: "Als een eeuw (in het arabisch Qam, mv. Qurun) als honderd jaar gerekend wordt, dan betekent dit onvermijdelijk dat er duizend jaar was tussen Adam en Noah. Als een eeuw een genera­tie betekent, zoals in het vers: En hoeveel generaties hebben Wij na Noah vernietigd! En jullie Heer is voldoende als Alwetende en Al­ziende van de zonden van Zijn dienaren. (Qs Al Isra 17:17) en het vers: Dan, na hen, hebben Wij een andere generatie geschapen. (Qs Al Moeminoen 23:31), en het vers En (ook) 'Ad en Thamoed en de bewoners van Ar-Rass, en vele generaties daartussen. (Qs Al Foerqaan 25:38) en het vers En hoeveel generaties hebben Wij vóór hen vernietigd,...(Qs Maryam 19:74) en vervolgens de hadith van de Profeet (a.s) "De beste generatie (Qurun) is de mijne...", dan wordt het hierop gebaseerd duidelijk dat het woord Qarn in deze contekst een generatie aangeeft, niet honderd jaar, hetgeen zou betekenen, dat er duizend jaar tussen Adam en Noah zouden zijn. Allah weet het beter.

Toen veranderden de omstandigheden na deze opeenvolgende rechtschapen generaties, en aan het einde werden afgoden aanbeden. De reden hiervoor wordt aangehaald in de Sahih Al-Boechari op gezag van Ibn 'Abbas, toen hij het Qoer'aan vers:

En zij hebben gezegd: "Jullie zullen jullie goden niet verlaten. Jullie zullen noch Wadd noch Soewa noch Yaghoeth verlaten noch Ya'oeq noch Nasr. (Qs Noeh 71:23) uitlegde. Ibn 'Abbas zei: "De namen die in dit vers genoemd worden, waren de namen van god­vruchtige mensen van het volk van Noah. Na hun dood stookte de sheitan de mensen op om gewijde stenen neer te zetten op de plaat­sen waar deze mensen altijd zaten, en deze stenen naar hen te noe­men. Toen de tijd voorbijging en de mensen steeds minder kennis hadden van hun geloof, werden deze stenen aanbeden. Afgoderij verspreidde zich onder de Arabieren.

Ibn Jarir heeft op gezag van Mohammed bin Qais overgeleverd dat de laatste zei: "Zij (de mensen wier namen boven genoemd wer­den) waren godvruchtige mensen, "die leefden in de periode tussen Adam en Noah. Zij hadden volgelingen die hun voorbeeld volgden. Toen zij stierven, zeiden hun volgelingen: "Als we standbeelden voor hen maken, zal dit een goede aansporing zijn, zodat we meer moeite voor de aanbidding doen." Zo maakten ze dus standbeelden voor hen. Na de dood van de volgelingen, insinueerde Iblis hun op­volgers, dat hun voorvaders die beelden aanbaden (de mensen waar de beelden voor gemaakt waren) en ze smeekten hen om regen. Daarop werden ze aanbeden.

Ibn Abi Hatim heeft op gezag van Aboe Ja'far Al-Baqir overgele­verd, dat hij zei: "Wadd was een godvruchtige man, die nederig was tegenover de mensen. Toen hij stierf, verbleef zijn volk rond zijn graf in Babyion en was zeer bedroefd over zijn dood. Toen Iblis dit zag, nam hij de vorm van een mens aan en zei tegen hen: "Ik zie hoe bedroefd jullie zijn over de dood van deze man, ik kan, als jullie willen, een beeld maken dat op hem lijkt en dat jullie als aandenken op jullie ontmoetingsplaats kunnen neerzetten." Zij gingen ermee akkoord. Vervolgens kwam hij naar hen toe en zei: "ïïc kan, als jullie het willen, een klein beeld van Wadd maken dat jullie dan in je hui­zen kunnen zetten." Ook hiermee gingen ze akkoord. Daarna ver­meerderde zich het aantal van deze mensen door geboorte. Hun kin­deren en kleinkinderen namen deze mening betreffende Wadd over. Maar mettertijd werden deze beelden van Wadd als goden vereerd in plaats van Allah."

Ibn Kathir zegt: "Er werd vermeld in de Twee Oorspronkelijke Boeken van Moeslim en Al-Boechari' dat toen Oemm Salamah en Oemm Habibah over de kerk die zij in Abyssinia hadden gezien, vertelden, en zij de pracht van de figuren beschreven die daar aanwe­zig waren, hij (de Profeet (a.s) zei: 'Die mensen maakten een plaats van aanbidding bij het graf van godvruchtige mensen en plaatsten dan dergelijke figuren erbij. Zulke mensen zullen, volgens Allah, tot de slechtste mensen behoren.'"

Toen afgoden aanbeden werden en corruptie zich op de aarde ver­spreidde, zond Allah Zijn dienaar en Boodschapper Noah om de mensen uit te nodigen Hem alleen te aanbidden en op te houden met het aanbidden van iets anders. Zo was Noah dus de eerste bood­schapper op aarde.

Er wordt overgeleverd in de 'Twee Oorspronkelijke Boeken van Hadith' (die van Moeslim en van Al-Boechari) op gezag van Aboe Hoerairah, dat de Profeet ( a.s ) in de hadith over bemiddeling zei: ..."Zij zullen naar Adam toekomen en zeggen: 'O Adam! Jij bent de vader van de mensheid. Allah heeft jou geschapen met Zijn handen, blies Zijn geest in jou en beval de engelen om zich voor jou neder te wer­pen en liet je toe tot het paradijs om er te wonen. Wil je voorspraak doen voor ons bij jouw Heer? Zie je niet, dat we lijden?' Hij zal zeg­gen: 'Mijn Heer is nu heel toornig. Zijn toorn heeft een niveau als nooit tevoren bereikt en Hij zal daarna nooit meer zo toornig zijn. Hij verbood mij van de Boom te eten, maar ik was ongehoorzaam. De maak me nu zorgen over mijzelf. Dc maak me nu zorgen over mijzelf. Ga naar iemand anders! Ga naar Noah!' Dan zullen ze naar Noah gaan en zeggen: 'O Noah! Jij bent de eerste boodschapper die naar de aarde gestuurd werd en Allah noemde jou "een zeer dankbare gelovige". 'Zie je niet hoe wij lijden? Zou je voorspraak willen doen voor ons bij jouw Heer?' Hij (Noah) zal zeggen: 'Mijn Heer is nu heel toornig. Zijn toorn heeft een niveau als nooit tevoren bereikt en Hij zal daarna nooit meer zo toornig zijn. Dc maak me nu zorgen over mijzelf, ik maak me nu zorgen over mijzelf.''

De uitnodiging van Noah en zijn verloochening van de Bood­schap

Pon Kathir zei: "Noah nodigde de mensen uit om alleen Allah te aanbidden en niets naast Hem te plaatsen en geen afgod te aanbid­den, geen beeld of iets slechts. Hij (Noah) zei tegen hen:

... "O, mijn volk! Aanbid Allah! Jullie hebben geen andere god be­halve Hem. Zeker, ik vrees voor jullie de bestraffing van de grote dag!"

(Qs Al Ar'af 7:59) en"Dat jullie geen ander dan Allah aanbidden, zeker, ik vrees voor jullie de bestraffing van een pijnlijke dag."

(Qs Hoed 11:26) en Hij zei: "O mijn volk! Waarlijk, ik ben een duidelijke waarschu­wer voor jullie. Dat jullie Allah moeten aanbidden, plichtsgetrouw aan Hem zijn en mij gehoorzamen."

(QsNoeh 71:2-3)

Zo nodigde hij de mensen dag en nacht uit, in het openbaar en privé, de ene keer met beloftes en de andere keer met waarschuwin­gen. De meeste mensen gaven echter geen gehoor aan zijn uitnodi­ging en bestreden hem en de gelovigen. Zij dreigden hen te stenigen of hen uil hun land te verdrijven. Allah zegt:

"De leiders van zijn volk zeiden: 'Waarlijk wij zien jou in grote dwaling.' (Noah) zei: 'O, mijn volk! Ik verkeer niet in dwaling, mam ik ben een boodschapper van de Heer van de wereldbewo-ners!

(Qs Al A'raf7:60-61)

Zij zeiden tegen hem: "Wij zien jou als een man net als onszelf, noch zien wij, dat iemand je volgt, behalve de minste onder ons, en zij volgen je zonder na te denken. En wij zien in jou geen voordeel voor ons, eigenlijk denken wij, dat je een leugenaar bent."

(Qs Hoed 11:27)

Volgens hun mensen was de ergste zonde de aanbidding van Al­lah, hetgeen in feite hun grootste verdienste was. Men hoeft niet lang na te denken om de zuivere waarheid te accepteren. Integendeel, moet men de waarheid volgen en ernaar handelen zo gauw men deze ontdekt heeft. Vanwege dit feit zei de Boodschapper van Allah ft, terwijl hij Aboe Bakr Al-Siddiq prees: "Wanneer ik iemand tot de islam uitnodigde, aarzelden de mensen altijd behalve Aboe Bakr, die nooit stamelde in het uitspreken van de getuigenis." Om dezelfde reden werd aan Aboe Bakr de eed van trouw gezworen (na de dood van de Profeet ft) op de dag van Saqifah, want zijn superioriteit was toen reeds heel duidelijk.

Noah antwoordde de mensen: ... "O mijn volk. Vertel mij of ik een duidelijk bewijs heb van mijn Heer, en een genade is van Hem tot mij gekomen, maar dat is voor jullie aangezicht verborgen. Zullen wij jullie dwingen om het te accepteren, wanneer je er een diepe haat tegen hebt?" (Qs Hoed 11:28) waarmee bedoeld wordt dat hij een middel had kunnen vinden om hen te leiden terwijl hun instelling slechter was dan ooit.

Dit was een vriendelijke manier om hen tot de rechte weg op te roepen. Hij zei verder:

En: "O mijn volk! Ik vraag jullie hier geen rijkdom voor, mijn be­loning is bij geen ander dan Allah." Hiermee bedoelt hij dat hij geen loon vraagt voor zijn oproep waar hij in het wereldlijke leven profijt van zal hebben en in het hiernamaals. Ik zal degenen die geloven niet verdrijven. Zeker, zij zullen hun Heer ontmoeten, maar ik zie dat jullie een onwetend volk zijn." (Qs Hoed 11:29)

Uit de contekst lijkt het alsof zijn volk van hem verlangde, dat hij de mensen die geloofden in zijn boodschap zou terugstoten als hij wilde dat zij hem ontmoeten, maar deze onrechtvaardige voorwaarde aanvaardde hij niet.

Noah zei: "En ik zeg jullie niet dat bij mij de schatten van Allah zijn, noch dat ik het onzichtbare ken, noch zal ik zeggen dat ik een engel ben..." (Qs Hoed 11:31) Ik ben veel eerder een dienaar van Allah en Zijn boodschapper. ik heb niet meer kennis dan die Allah mij gegeven heeft en ik kan alleen maar dat doen waartoe Allah mij in staat heeft gesteld. Ik kan niet iets goeds voor mezelf doen of iets kwaads afweren zonder dat Allah het wil. "...en ik zeg ook niet tegen degenen waarop jullie neerkijken (van mijn volgelingen) dat Allah hen geen goeds zal geven. Allah weet wat in hun harten is. In dat geval zal ik zeker één van de zondaren zijn." (Qs Hoed 11:31) hier­mee wordt bedoeld dat ik niet kan getuigen dat zij (mijn volgelingen) geen goede beloning van Allah zullen ontvangen in het hiernamaals, want dit behoort tot de specifieke kennis van Allah. Hij is welbewust hiervan en zal hen belonen volgens hetgeen zij in hun zielen verbor­gen houden.

De volgende uitspraak is van zijn mensen: "Zij zeiden: 'Zullen wij jou geloven terwijl de minsten jou volgen?'" (Qs As Sjoe'ara 28:111), hij antwoordde:

"En wat voor kennis heb ik van wat zij deden? Hun rekening ligt slechts bij mijn Heer, als jullie dat (maar) wisten. En ik ben niet van plan dc gelovigen te verjagen. Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer."

(Qs As Sjoe'ara 28:112-115)

 De aandrang van zijn volk in ongeloof en zijn oproeping tegen hen

Een lange tijd ging voorbij, waarin Noah zijn volk uitnodigde. Al­lah zegt over hem: "En voorwaar, Wij hebben Noah naar zijn volk gestuurd, en hij bleef onder hen duizend jaren minus vijftig jaar en de Zondvloed overspoelde hen terwijl zij onrechtvaardigen waren." (Qs Al Ankaboet 29:14) Ondanks deze lange periode geloofden slechts enkelen van zijn volk in hem. Wanneer een generatie ten einde liep, onderrichtte zij de volgende niet in Noah te geloven en tegen hem te vechten. Iedere vader onderwees zijn kind zo gauw het oud genoeg was om te spreken, niet in Noah te geloven. Allah zei:

"Hij zei: 'O mijn Heer! Waarlijk, ik heb mijn volk in de nacht en op de dag geroepen, maar al mijn roepen vergrootte slechts (hun) vlucht weg van het goede. En waarlijk! Iedere keer als ik hen roep dat U hen kunt vergeven, stoppen zij hun vingers in hun oren, zichzelf met hun kleden bedekkend, en blijven hardnekkig, en bla­zen zichzelf in trots op. En waarlijk, ik riep hen openlijk: En waar­lijk ik verkondigde tot hen in het openbaar en ik ben bij hen privé verschenen. Ik zei (tegen hen): "Vraag om vergiffenis van jullie Heer; waarlijk, Hij is de V'aak-vergevende; Hij zal overvloedig regen tot jullie sturen. En jullie een vermeerdering in weelde en kinderen geven en jullie tuinen schenken en rivieren.' Wat scheelt jullie, dat jullie Allah niet vrezen en jullie niet op de beloning van Allah hopen. Terwijl Hij jullie in stadia geschapen heeft. Zien jullie niet hoe Allah de zeven hemelen, de één boven de andere, ge­schapen heeft, En de maan daarin als licht heeft gemaakt en de zon als een lamp? En Allah heeft jullie van het stof van de aarde geschapen. Hierna zal Hij jullie hiertoe terugbrengen en jullie weer voortbrengen. En Allah heeft voor jullie de aarde wijd uitge­spreid gemaakt. Dat jullie daarover gaan op brede wegen."

(Qs Noeh 71:5-20)

Allah zei ook:

"Zij zeiden: 'O Noah! Je hebt met ons geredetwist en je hebt het gesprek verlengd, laat ons nu datgene zien waar je ons mee be­dreigd hebt, als je waarachtig bent!' Hij zei: 'Slechts Allah zal het jullie brengen, als Hij wil (want Hij heeft macht over alle dingen) en dan, kunnen jullie niet ontsnappen. En jullie zullen geen voor­deel van mijn goede raad hebben, zelfs als ik jullie goede raad zou willen geven, als het Allahs wil is om jullie te laten dwalen. Hij is jullie Heer en tot Hem zullen jullie terugkeren.'"

(Qs Hoed 11:32-34)

Dit betekent, dat het alleen Allah is, Die wie Hij ook maar wil, leidt. Als Allah iemand wil laten dwalen, kan niemand anders dan Allah hem naar de waarheid voeren. Hij is Degene Die alles doet wat Hij van plan is. Hij (Allah) weet het beste wie leiding verdient en wie dwaling verdient. Hij is vol wijsheid en heeft de sterkste argumenten bereid die een tegenstander onmiddellijk doen verstommen.

En bij het ongeloof van het volk van Noah in het aardse leven komt nog dat zij ontkenden dat er een boodschapper naar hen gezon­den was. Al-Boechari heeft op gezag van Aboe Sa'id Al-Khoedri overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (azze wa celle) zei: "Noah zal met zijn volk komen (op de Dag der Opstanding). Allah zal tegen hen zeggen: 'Heeft hij (Noah) niet de boodschap overgeleverd aan jul­lie?' Zij zullen antwoorden: 'Nee, er is geen profeet tot ons geko­men.' Allah zal dan tegen Noah zeggen: 'Wie kan getuigen (datje de boodschap aan hen overgedragen hebt)?' Noah zal zeggen: 'Mo­hammed en zijn volk.' Wij (de Profeet (s.a.v) spreekt over zichzelf en zijn volk) zullen getuigen. Dit is in overeenstemming met het gezeg­de van Allah: "Dus Wij hebben jullie een rechtvaardig (en het beste) volk gemaakt, dat je getuige zal zijn voor de mensheid en de Bood­schapper is de getuige voor jullie." (Qs Al Baqarah 2:143) Aldus zullen de mensen van de profeet Mohammed (s.a.v) tezamen met hem getuigen, dat Noah met de waarheid gestuurd was en dat hij de bood­schap van Allah zo goed als hij maar kon, overdroeg aan zijn volk. Hij beval hen alles te doen wat goed voor hun geloof was, zonder ook maar iets achterwege te laten en hij waarschuwde hen voor alles wat hen schade kon berokkenen, zonder ook maar iets achterwege te laten. Zo is het met alle profeten. Hij (Noah) waarschuwde zijn volk zelfs nog voor de dadjdjal (anti-christ), hoewel hij niet verwachtte, dat zij dan nog in leven zouden zijn. Dit laat zijn uitzonderlijke liefde voor hen zien.

Al-Boechari vertelde op autoriteit van Ibn 'Oemar: "De Profeet (a.s) stond voor de mensen (om een preek te houden). Vervolgens loofde hij Allah met de nodige dankbetuiging en vertelde over de dadjdjal en zei: 'Be waarschuwde jullie voor hem. Alle profeten waarschuw­den de mensen (voor de dadjdjal). Noah waarschuwde zijn mensen, maar ik zal je iets vertellen over hem (de dadjdjal) wat geen andere profeet verteld heeft. Je moet weten, dat de dadjdjal maar één oog heeft, terwijl jouw Heer niet éénogig is.'"

Er werd verteld in de 'Twee Oorspronkelijke Boeken van Moeslim en Al-Boechari' dat op gezag van Aboe Hoerairah de Pro­feet ft gezegd heeft: "Zal ik je iets over de dadjdjal vertellen dat geen andere profeet verteld heeft aan zijn volk? Hij (de dadjdjal) is ééno­gig. Hij zal het paradijs en de hel meebrengen. Wat hij beweert het pa radijs te zijn, is eigenlijk de hel en wat hij beweert de hel te zijn, is in feite het paradijs. Ik waarschuw jullie (voor hem), zoals Noah zijn volk gewaarschuwd heeft." (In de woorden van Al-Boechari.)

Toen Noah de hoop had opgegeven en begreep, dat zijn volk niet voor hervorming vatbaar was, en nadat hij beledigd werd, bestreden werd en tegen hem gelogen werd, riep hij Allah aan en Allah vervul­de zijn smeekbede. Allah zei:

"En het was Noah ingegeven: 'Niemand van je volk zal geloven, behalve degenen die reeds geloven. Wees niet bedroefd vanwege wat zij doen. En bouw onder Onze ogen en met Onze inspiratie een ark, en spreek Mij niet aan voor degenen die het mis hebben; zij zullen zeker verdrinken.

(Qs Hoed 11:36-37)

En ergens anders zei Allah:

"En voorwaar Noah riep Ons aan en Wij waren de Beste van de­genen die (het verzoek) beantwoorden. En Wij redden hem en zijn familie van de grote ramp."

(Qs As Shaffat 37:75-76)

Allah zei ook:

"En (gedenk) Noah toen hij eerder tot Ons riep. Wij luisterden naar zijn aanroeping en redden hem en zijn familie van een grote ramp."

(Qs Al Anbiya 21:76)

Allah zei verder:

"Hij zei: 'Mijn Heer! Waarlijk, mijn volk heeft mij verloochend. Oordeelt U daarom tussen hen en mij en red mij en degenen van de gelovigen die met mij zijn.

(Qs As Sjoe'ara 28:117-118)

In een ander geval zei Allah:

"Toen riep hij zijn Heer aan: 'Ik ben overmeesterd, help (mij) dus!

(QsAl Qamar 54:10)

Allah zei verder: "(Noah) zei: 'O mijn Heer! help mij, want zij ont­kennen mij.'" (Qs Al Moeminoen 23:26) Allah zei ook:

"Vanwege hun zonden verdronken zij, daarna lieten Wij hen het vuur binnengaan, en zij vonden niemand anders dan Allah om hen te helpen. En Noah zei: "Mijn Heer! Laat geen enkele ongelovige op aarde! Als U hen laat, dan zullen zij Uw dienaren misleiden en zij zullen niemand behalve slechte ongelovigen als kinderen krij­gen. "

(QsNoeh 71:25-27)

 Het bevel de Ark te bouwen

Ibn Kathir zei: "Toen het kwaad zich vermeerderde onder het volk van Noah, hun zonden, ongeloof en de smeekbeden van hun profeet tegen hen, beval Allah aan Noah een ark te bouwen die des­tijds door geen andere geëvenaard werd en ook daarna geen gelijk­waardige zou hebben. Allah verbood Noah met Hem (Allah) over zijn volk te argumenteren, omdat Noah medelijden met zijn volk zou kunnen hebben als hij zag dat ze door kwellingen getroffen werden. Om deze reden zei Allah: "... en spreek Mij niet aan voor degenen die het mis hebben, zij zullen zeker verdrinken." Daarna zei Allah:

"En toen hij de ark bouwde, bespotten de stamhoofden van zijn volk hem elke keer wanneer zij voorbij liepen. Hij zei: 'Als jullie ons bespotten, bespotten wij jullie ook voor jullie bespotting!'"

(Qs Hoed 11:38)

Dit betekent, dat Noah en zijn volgelingen bespot werden door de ongelovigen in zijn volk en dat Noah zich verbaasde over hun kop­pigheid en ongeloof die uiteindelijk hun ongeluk zouden zijn en een kwelling zouden veroorzaken.

En jullie willen weten wie het is waarover de bestraffing zal ko­men die hen met schande zal bedekken en tot wie er een lange be­straffing komt.

(Qs Hoed 11:39)

In Soerah Al-Moe'minoen zei Allah: "(Noah) zei: 'O mijn Heer.' Help mij, want zij beschuldigen mij van leugens.' Dus inspireerden Wij hem (zeggende): 'Bouw een schip onder Onze ogen en onder Onze openbaring...'" (Qs Al Moeminoen 23:26-27) (zodat je zo op de rechte weg blijft)

De geleerden hebben een verschil van mening over de lengte en de breedte van de ark. Er wordt gezegd, dat ze 300 el lang was en 50 el breed. Dit is wat de Tora (het Oude Testament) zegt. Er waren echter nog veel meer meningen. Wat de hoogte betreft wordt gezegd, dat ze 30 el hoog was. Ze bestond uit 3 verdiepingen die ieder 10 el hoog waren. De benedenverdieping was voor de dieren bestemd, de middelste voor de mensen en de bovenste voor de vogels. De in­gangspoort was aan de zijkant van de ark. De poort had een overdek­king die een verbinding met het dak had. De overdekking was van Saj hout gemaakt. Er wordt echter ook beweerd, dat deze van vuren­hout gemaakt was, zoals de Tora zegt. Allah weet het beter.

Allah zei: "...Dan als Ons bevel komt, en de oven overkookt." Wat betekent, dat de aarde water spuit en het water overal is zodat zelfs ovens, die eigenlijk de plaatsen zijn waar vuur gemaakt wordt, ook onderlopen, neem dan aan boord van elk soort twee, mannelijke en vrouwelijke en jouw familie, behalve degenen waar het Woord al tegen is uitgevaardigd. En spreek Mij niet aan om gunsten te verle­nen voor degenen die gezondigd hebben. Waarlijk, zij zullen verdrin­ken. (Qs Al Moeminoen 23:27) Dit betekent dat Allah Noah beval van ieder soort een paar, een mannelijke en een vrouwelijke, op het schip te brengen om zo de overleving van het nageslacht te garande­ren. Allah beval hem ook zijn familie mee te nemen, "behalve dege­nen waar het Woord al tegen is uitgevaardigd", behalve dus de on­gelovigen waaronder zich ook de zoon van Noah bevond die ver­dronk. Allah beval Noah niet te argumenteren of voorspraak te doen ten gunste van de groep uit zijn volk die vernietigd zou worden.

Allah zei in de Soerah Hoed: "(Zo was het) toen Ons Bevel kwam en de oven kookte over. Wij zeiden: 'Laad daarin van ieder soort twee en je gezin, behalve degenen waar het Woord reeds tegen ge­sproken heeft, en degenen die geloven.'" (Qs Hoed 11:40) Dit alles gebeurde, hoewel Noah heel lang met zijn volk samen was, terwijl hij hen dag en nacht uitnodigde aan het woord van Allah gehoor te geven, en hij de vergiffenis van Allah beloofde en de beloning voor degene die in Hem geloofde en waarschuwde tegen ongehoorzaam­heid en ongeloof.

De geleerden verschilden van mening over het aantal overleven­den die samen met Noah aan boord van de ark waren. Volgens Ibn 'Abbas waren er in totaal tachtig overlevenden, mannen en vrouwen samen. Ka'b Al-Ahabar, beweerde echter dat het er tweeënzeventig waren.

De geleerden verschilden ook van mening betreffende het noodlot van de vrouw van Noah. Sommige zeggen dat ze reeds stierf voor de Zondvjoed. Andere zeggen dat ze zich, vanwege haar ongeloof, on­der degenen die verdronken bevond. Zij schonk Noah al zijn zonen: Ham, Sam, Yafith, Yam (de Bijbelse Can'an) en 'Abir.

Allah zei:

"En als jullie ingescheept zijn, jij en iedereen die met jou is, zeg dan: 'Alle lofbetuigingen en dank zijn voor Allah, Die ons van het volk dat onrechtvaardig is, gered heeft.' En zeg: 'Mijn Heer! Laat mij op een gezegende landingsplaats aankomen, want U bent de beste van degenen Die aan land brengen."'

(QsAl Moeminoen 23:28-29)

Allah beval Noah Hem te prijzen, omdat Hij de ark voor hem ter beschikking stelde en dat hij gered werd voor de Zondvloed en om­dat Allah tussen hem en zijn volk in rechtschapenheid besliste en wraak nam op degenen die hem bestreden en tegen hem logen. Zo is hel een norm geworden om iedere daad met een aanroeping van Allah te beginnen, zodat deze met goedheid en zegening begeleid zal worden en het resultaat aangenaam mag zijn.

Aldus zei Allah:

"En Die alles in paren geschapen heeft en Die voor jullie schepen en vee aangewezen heeft om op te rijden. Zodat jullie stevig op hun ruggen kunnen klimmen en dan de gunst van jullie Heer kun­nen gedenken wanneer jullie daarop klimmen en zeggen: "Ver­heerlijkt is Hij die dit aan ons onderworpen heeft, en wij zouden het nooit kunnen krijgen." En waarlijk, tot Onze Heer zullen wij zeker terugkeren!"

(Qs Az-Zoekhroef 43:12-14)

Allah zei ook tegen Zijn boodschapper Mohammed M toen hij van Mekka naar Medina emigreerde:

"En zeg: 'Mijn Heer! Laat mijn binnenkomst goed zijn, en zo ook mijn vertrek goed zijn. En geef mij van U gezag om mij te hel-pen.

(QsAUsra 17:80)

Noah hield vast aan de instructie van Allah en zei:

"Scheep in, in de naam van Allah zal zijn bewegende koers en zijn ankerplaats zijn. Zeker, mijn Heer is Genadevol, Barmhar­tig. "

(Qs Hoed 11:41)

De Zondvloed vindt plaats

Allah zei: "Dus het voer met hen tussen golven als bergen..." (Qs Hoed 11:42)

Ibn Kathir zei: "Allah zond regen die nooit eerder op de aarde ge­vallen was en daarna nooit meer zou vallen en die leek op de mond van een leren waterzak. Allah beval de aarde ook op iedere plek bronnen voort te brengen. Allah zei:

"Toen riep hij zijn Heer aan: 'Ik ben overmeesterd, help (mij) dus!' Dus openden Wij de poorten van de hemel met stromend wa­ter. En Wij lieten uit de aarde de bronnen stromen. Dus de wate­ren ontmoetten elkaar in een voorbeschikte zaak. En Wij droegen hem op een (schip) gemaakt van spijkers en planken, drijvend on­der Onze blik, een beloning voor degene die verworpen is!"

(Qs Al Qamar 54:10-14)

Allah zei ook:

"Waarlijk! Toen het water boven zijn grenzen steeg, droegen Wij jullie in het drijvende. Zodat Wij het als een overdenking voor jul­lie kunnen maken en het heldere oor (persoon) het kan (horen en) begrijpen."

(QsAlHaqqah 69:11-12)

Sommige Qoer'aaninterpretatoren zeggen, dat het water tot de top van de hoogste berg op aarde rees en erover heen met vijftien el. Ook wordt er gezegd, dat het water met tachtig el rees. Het domineerde de aarde in de lengte en de hoogte, het rees over zijn bergen, dorre stre­ken, en zandvlaktes totdat geen enkel schepsel dat voordien geleefd had, overbleef.

Hij is niet van jouw familie

Allah zei: "..Noah riep tegen zijn zoon: 'O mijn zoon! Kom met ons aan boord en wees niet bij de ongelovigen.'" (Qs Hoed 11:42) en "De zoon antwoordde: 'Ik zal naar een berg gaan, dat zal mij van het water redden.' Noah zei: 'Deze dag is er geen redding van het Besluit van Allah behalve met hem waar Hij genade mee heeft." En een golf kwam tussen hen, dus hij was bij degenen die verdronken waren. " (Qs Hoed 11:43)

Ibn Kathir zei, dat dit Noah's zoon Yam was, die een ongelovige was en teniet werd gedaan. Allah heeft het over de smeekbede van Noah betreffende zijn verdronken zoon en zijn informatie naar zijn voorbeschikking. Hij (Allah) zei:

"En Noah riep zijn Heer aan en zei: 'O mijn Heer! Waarlijk, mijn zoon behoort tot mijn gezin; Uw belofte is waar en U bent de rechtvaardigste onder de rechters.' Hij zei: 'O Noah! Zeker be­hoort hij niet tot jouw gezin, zijn werk was onrechtmatig, vraag dus niet van Mij waar jij geen kennis van hebt! Ik waarschuw jou zodat je niet tot de onwetenden zult behoren.' Noah zei: 'O mijn Heer. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen datgene waar ik geen kennis van heb. En tenzij U mij vergeeft en genade met mij heeft, ben ik zeker één van de verliezers.'"

(Qs Hoed 11:45-47)

De betekenis van de vraag van Noah was, dat hij tegen Allah zei: "O mijn Heer! Waarlijk, mijn zoon behoort tot mijn gezin." Allah ant­woordde dat zijn zoon niet tot de overlevenden behoorde, omdat, zoals Hij reeds zei: ..."en jouw familie, behalve degenen waar het Woord al tegen is uitgevaardigd...". (Qs Al Moeminoen 23:37) Dus hoorde zijn zoon bij diegenen waarover de woorden van Allah reeds beslist hadden, dat hij zou verdrinken vanwege zijn ongeloof.

Het einde van de Zondvloed en de ondergang van de ongelovigen

Allah zei:

"En er werd gezegd: 'O aarde! Slik je water in, en O hemel! Stop.' En het water was verdwenen en het Besluit was vervuld. En het strandde op de berg Judi en er werd gezegd: 'Weg met het volk dat onrechtvaardig is.'

(Qs Hoed 11:44)

Toen alle mensen op de aarde vergaan waren behalve degenen die alleen Allah aanbaden, zei Ibn Kathir, dat Allah de aarde beval zijn water op te slokken en de hemel te laten stoppen met regenen: "En het water was verdwenen," waarmee bedoeld wordt, dat zijn hoogte verminderde, "en het Besluit was vervuld," waarmee bedoeld wordt, dat het noodlot van de ongelovigen zo was als Allah het had voorbe­schikt, "en er werd gezegd: 'Weg met het volk dat onrechtvaardig is.'" Zij werden aangeroepen in de contekst van Allahs Macht om hen zo te informeren, dat zij onthouden zouden worden van de barm­hartigheid en de vergiffenis van Allah.

Allah zei in de Soerah Al-Araf:

"Maar zij negeerden hem, zodat Wij hem en degenen die met hem waren, redden in de ark en Wij verdronken degenen die Onze te­kenen negeerden. Zij waren zeker een blind volk."

(Qs Al Ar'af 7:64)

Allah zei ook:

"Zij verloochenen hem, maar Wij redden hem en degenen met hem in de ark, en lieten generaties elkaar opvolgen, terwijl Wij dege­nen die Onze tekenen ontkenden, verdronken. Zie dan wat het ein­de was van degenen die gewaarschuwd waren. "

(Qs Yoenoes 10:73)

Hij zei verder:

"Wij hielpen hem tegen een volk dat Onze tekenen ontkende. Waarlijk, zij waren een volk dat aan het kwaad was gegeven. Dus verdronken Wij hen allen."

(Qs Al Anbiya 21:77)

Allah zei ook:

"En Wij redden hem en degenen die bij hem waren in een volge­laden ark. Toen verdronken Wij de anderen nadat degenen die achterbleven gered waren. Waarlijk, hierin is zeker een teken, maar de meeste van hen zijn geen gelovigen. En waarlijk! Jullie Heer is zeker de Almachtige, de Genadevolle."

(Qs As Sjoe'ara 28:119-122)

Allah zei ook in deze contekst:

"Toen redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren en maakten het als een waarschuwing voor de wereldbewoners."

(Qs Al Ankaboet 29:15)

In de Soerah Al-Qamar zei Allah betreffende het verhaal van Noah:

"En voorwaar, Wij hebben dit een teken laten zijn, dan is er iets waaraan zij kunnen denken? Dan hoe (vreselijk) waren Mijn be­straffing en Mijn waarschuwingen. En Wij hebben de Qoer'aan zeker gemakkelijk te begrijpen en te onthouden gemaakt, is er dan iemand die het zal onthouden ? "

(Qs Al Qamar 54:15-17) Allah sprak over de ongelovigen in het volk van Noah:

"Vanwege hun zonden verdronken zij, daarna lieten Wij hen het vuur binnengaan, en zij vonden niemand anders dan Allah om hen te helpen. En Noah zei: 'Mijn Heer! Laat geen enkele ongelovige op aarde! Als U hen laat, dan zullen zij Uw dienaren misleiden en zij zullen niemand behalve slechte ongelovigen als kinderen krij-gen.'"

(Qs Noeh 71:25-27)

Allah beantwoordde het smeekgebed van Noah en geen enkele ongelovige overleefde.

 Het afdalen van de Ark

Allah zei:

"Er werd gezegd: 'O Noah! Ga in vrede met Ons en de zegenin­gen voor jou van boord en de mensen die met jou zijn maar (er zal een ander) volk (zijn) aan wie Wij het genoegen schenken, maar dat tenslotte een pijnlijke bestraffing van Ons krijgt.'"

(Qs Hoed 11:48)

Ibn Kathir zei, dat toen het water in de grond sijpelde en dat de mensen er zich vestigen konden en over de wegen konden lopen, beval Allah Noah de ark op de berg Judi te laten rusten. Hij, de Al­machtige, zei: "Er werd gezegd: 'O Noah! Ga in vrede met Ons en met zegeningen voor jou van boord en met de mensen die met jou zijn.'" (Qs Hoed 11:48) Hetgeen betekent, dat hij naar beneden zou komen in vrede en met de zegeningen van zijn Heer voor hem en zijn kinderen die later geboren zouden worden. Dit is zo omdat niemand van de overlevenden kinderen had behalve Noah. Dit wordt onder­steund met de uitspraak van Allah in de heilige Qoer'aan:

"En nakomelingen, hen maakten Wij tot overlevenden."

(Qs As Shaffat 37:77)

Hieruit wordt nu opgemaakt dat al de mensen op aarde kinderen zijn van de drie zonen van Noah, Sam, Ham en Yatith. Imam Ahmad heeft op gezag van Samurah overgeleverd dat de Profeet (a.s) zei, "Sam is de vader van de Arabieren, Ham is de vader van de Abyssiniers, en Yatith is de vader van de Romeinen."

Mohammed bin Ishaq, zei, dat toen Allah de Zondvloed wilde stoppen, Hij de wind naar de oppervlakte van de aarde zond. Als resultaat werd het water rustig, stopten de bronnen water te spuiten en begon het water te verdwijnen, totdat het overal opdroogde. Toen rustte de Ark op de berg Judi. Veertig dagen later opende Noah een raam van de Ark en liet een raaf wegvliegen om hem verslag uit te brengen over de toestand van het water, maar de raaf kwam niet te­rug. Daarop liet hij een duif vrij. De duif kwam terug zonder enig spoor aan zijn poten dat hij ergens geland was op de aarde. Zeven dagen later liet hij de duif weer vrij en die kwam toen terug met een olijftakje in zijn bek. Vervolgens leidde hij daaruit af, dat het water op het aardoppervlak verdwenen was. Hij wachtte nog eens zeven dagen en liet de duif weer vrij en die kwam niet meer terug. Nu wist hij zeker, dat de oppervlakte van de aarde overal te zien was en het land zichtbaar was. Daarna opende hij de Ark en er werd gezegd:

O Noah! Ga in vrede met Ons en met zegeningen voor jou van boord..."

(Qs Hoed 11:48)

Ibn Kathir zei: "De mensen van het Boek zeiden, dat toen Noah afdaalde uit de ark, Allah hem beloofde het voorval van de Zond­vloed niet nog een keer te laten gebeuren en maakte de regenboog als teken van herinnering aan die belofte. Ibn 'Abbas heeft overgeleverd dat de regenboog een symbool van de zekerheid is om niet te zullen verdrinken. Sommige geleerden zeiden, dat de boog geen hypotenusa had, hetgeen betekent, dat de wolken nooit meer een dergelijke Zondvloed teweeg kunnen brengen.

Alle goddelijke religies zijn het erover eens dat het voorval van de Zondvloed heeft plaatsgevonden en dat die de hele aarde over­heerste en dat geen ongelovige daarna overleefde, als antwoord op het smeekgebed van Noah, de profeet van Allah en zo gebeurde wat Allah bevolen had.

De dood van Noah

Allah zei:

"En voorwaar, Wij hebben Noah naar zijn volk gestuurd, en hij bleef onder hen duizend jaren minus vijftig jaar en de Zondvloed overspoelde hen terwijl zij onrechtvaardigen waren."

(Qs Al Ankaboet 29:14)

Ibn Kathir zei, dat dit betekende, dat Noah 950 jaren temidden van zijn volk leefde, nadat hij de boodschap ontvangen had. Alleen Allah weet hoeveel jaren hij ervoor en erna geleefd heeft.

Ibn Jarir en andere volgelingen hebben overgeleverd dat het graf van Noah in de heilige moskee is.

Ibn Kathir zei, dat dit verslag sterker en authentieker is dan de verslagen die door latere overleveraars verteld worden, die beweer­den, dat zijn graf zich in Beqa bevindt hetgeen hedentendage als Karak Noah bekend is. Allah weet het beter.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Hazretie Loeth (a.s)

Hazretie Loeth (a.s)

Zijn uitnodiging

Zijn naam is Loeth, zoon van Haran, zoon van Tarih. Loeth was de neef van de profeet Ibrahim. (Zoals reeds vermeld werd door Ibn Kathir). Hij verliet Ibrahim en ging naar Sodom. De mensen daar waren slechte atheïsten en struikrovers. Zij waren de eerste gemeen­schap die sodomie pleegde; de meest verwerpelijke misdaad. Zij pleegden dergelijke slechte daden in het openbaar. Sinds de profeet Adam had nooit iemand dergelijke zonden begaan. De profeet Loeth nodigde hen uit de eenheid te aanvaarden, alleen Allah te aanbidden en te stoppen met de slechte daden die ze pleegden. Desalniettemin gingen ze door met hun afschuwelijke zonden en dwaalden af zonder hun profeet te gehoorzamen. Allah overstelpte hen met een onver­wachte straf zodat zij een voorbeeld zouden zijn van de straf die ongelovigen te wachten stond.

De verloochening door zijn volk en hun volharding in ongeloof

Allah zei: "Wij zonden ook Loeth, hij zei tegen zijn volk: 'Plegen jullie de ergste zonden zoals voor jullie geen van de wereldbewoners gepleegd heeft?' Waarlijk, jullie oefenen jullie lusten op mannen uit in plaats van op vrouwen. Nee, jullie zijn het volk, dat de grenzen overschrijdt." (Qs Al Ar'af 7:80-81)

Ibn Kathir zei, dat, toen Loeth hen uitnodigde om de islam aan te nemen, Allah te aanbidden en hun slechte daden op te geven, er geen enkele man was die in hem geloofde.

Zij gaven hun misdaden niet op en waren zelfs van plan Loeth de stad uit te jagen, zoals Allah zei: "En het antwoord van zijn volk was slechts dat zij zeiden: 'Ver­jaag hen uit jullie stad, dit zijn zeker mannen die rein willen zijn!'" (Qs Al Ar'af 7:82)

Behalve dat ze de afschuwelijke misdaad van sodomie bedreven, waren de mensen van het volk van Loeth ook nog struikrovers, ze verbraken eden en als ze zich verzamelden, waren ze obsceen in woord en daad. Zij schaamden zich nooit, dat ze homoseksuele da­den in het openbaar bedreven, zij leken op beesten zonder verstand, of zelfs nog erger.

Engelen-worden naar hen toegezonden

Allah zei: "En (gedenk) Loeth, toen hij tegen zijn volk zei: 'Pleeg geen gru­weldaden, want niemand van de wereldbewoners is jullie daarin voorafgegaan. Waarlijk jullie benaderen de mannen en beroven de reiziger! En jullie plegen het verwerpelijke in jullie samenkom­sten. ' Maar zijn volk gaf hem geen ander antwoord dan: 'Breng Allahs bestraffing over ons, als je tot de waarachtigen behoort.' Hij zei: 'Mijn Heer! Geef mij de overwinning over het volk dat uit verderfzaaiers bestaat. (Qs Al Ankaboet 29:28-30)

Toen het volk van Loeth door hun koppigheid hem vroeg de be­straffing te laten doen gelden waarvoor hij hen gewaarschuwd had, deed hij een beroep op Allah en vroeg Hem dat hij verheven mocht zijn over dit boosaardige volk. Allah verhoorde zijn gebed en zond Zijn geëerde engelen die aan Ibrahim voorbijkwamen en hem de informatie gaven, dat hij de vader van een kundige zoon zou worden. Zij vertelden hem ook over de missie die zij in Sodom uit te voeren hadden.

Allah zei: "(Ibrahim zei): 'Met welk doel zijn jullie gekomen, o boodschap­pers?' Zij zeiden: 'Wij zijn tot een volk gestuurd dat misdadig is; om stenen van gebakken klei naar hen te sturen.' Getekend door jullie Heer voor de overtreders." (Qs Ad-Dzariyat 51:31-34)

Allah zei: "En toen Onze boodschappers met goed nieuws tot Ibrahim kwa­men, zeiden zij: 'Waarlijk, wij gaan het volk van deze stad vernie­tigen, waarlijk haar inwoners zijn onrechtvaardig.' Hij zei: 'Maar daar is Loeth.' Zij zeiden: 'Wij weten beter wie daar is, en waar­lijk wij zullen hem en zijn familie redden - behalve zijn vrouw, zij zal tot degenen behoren die achterblijven.'" (Qs Al Ankaboet 29:31-32)

Allah zei ook: "Toen Ibrahim geen angst meer had en het goede nieuws hem be­reikte, begon hij bij Ons te pleiten voor het volk van Loeth." (Qs Hoed 11:74)

Ibrahim wenste, dat het volk van Loeth berouw zou tonen, het juiste geloof zou aanvaarden en de zonden opgeven die zij begingen. Daarom zei Allah:

"Waarlijk, Ibrahim was, zonder twijfel, standvastig en riep Allah in nederigheid aan en was vol berouw. O Ibrahim, Laat dit. Voor­waar, het bevel van jouw Heer is uitgesproken. Waarlijk, er zal een bestraffing komen die niet meer teruggedraaid kan worden." (Qs Hoed 11:75-76)

De teerling is geworpen. O Ibrahim, je moet niet op deze manier spreken. De zaak werd door Allah beslist. Deze zondaars zullen Zijn harde straf ondergaan.

Allah zei: "En toen Onze boodschappers bij Loeth kwamen, was hij be­droefd voor hen en voelde zichzelf door hen in het nauw gedreven. Hij zei: "Het is een verschrikkelijke dag." (Qs Hoed 11:77)

De geleerden zeiden: "Toen de engelen, Jibriel, Mika'il en Israfil de profeet Ibrahim verlieten, gingen ze als knappe jongelingen naar Sodom bij wijze van test van Allah. Zij vroegen aan Loeth hen als gasten te aanvaarden. Hij vreesde, dat, als hij weigerde iemand an­ders van het volk van Sodom hen als gasten zou nemen, daar hij dacht dat ze menselijke wezens waren."

Al-Soeddi zei, dat, toen de engelen de rivier van Sodom bereik­ten, zij daar de dochter van Loeth ontmoetten. Zij was water aan het halen voor de familie. De engelen die in de vorm van mannen ver­schenen, vroegen aan haar of er iemand was die hun als gast zou willen nemen. Omdat ze bang was, dat de mensen uit haar stad hen zouden verleiden, vroeg ze hen te wachten en dat deden ze. Ze keer­de naar huis terug en vertelde haar vader over de gasten. Ondanks het feit dat het volk van Loeth hem had verboden gasten te ontvangen, ging Loeth naar buiten en kwam met de engelen terug. Niemand wist iets van de gasten, alleen de familie van Loeth. Zijn vrouw ging ech­ter naar buiten en vertelde aan de mensen in de stad, dat Loeth enkele zeer knappe mannen, zoals nooit tevoren gezien waren, als gast ont­vangen had.

Ibn Kathir zei: "Het volk van Loeth kwam al gauw naar hem toe, zoals Allah zegt:

"En de inwoners van de stad kwamen zich verheugen. (Loeth) zei: 'Waarlijk! Dit zijn mijn gasten, beschaam mij dus niet.' En vrees Allah en breng geen schande over mij.' Zij zeiden: 'Hebben wij jou niet verboden iemand (te onderhouden, te beschermen)?' (Loeth) zei: 'Dit zijn mijn dochters, als jullie zo moeten hande­len." (Qs Al Hidjr 15:67-71)

Allah zei ook: "En de mensen haasten zich tot hem, en sinds lan­ge tijd plachten zij misdaden te bedrijven." (Qs Hoed 11:78) die nog bij hun vorige grote zonden kwamen.

Loeth sprak hen toe en zei: "O mijn mensen! Hier zijn mijn doch­ters, zij zijn zuiverder voor jullie." (Qs Hoed 11:78). Hier onderwijst hij hen om op wettige manier hun behoeftes te bevredigen door sa­men met hun vrouwen te zijn, die beschouwd worden als de dochters van Loeth, daar een profeet van een volk beschouwd wordt als de vader van een volk. Allah zei: "De Profeet is dichter bij de gelovigen dan zijzelf en zijn vrouwen zijn hun moeders." (Qs Al Azhab 33:6) Allah zei via de tong van de profeet Loeth:

"En laten jullie degenen die Allah voor jullie geschapen heeft om jullie vrouwen te zijn, achter? Nee, jullie zijn een overtredend volk!"

(Qs As Sjoe 'ara 28:166) Loeth zei daarna tegen zijn volk: "Vrees Allah dus en verlaag mij niet met betrekking tot mijn gasten! Is er onder jullie dan geen en­kele rechtvaardige man?" (Qs Hoed 11:78)

Dit vers houdt een verbod in homoseksualiteit te bedrijven en de getuigenis dat er wijze mensen waren in het volk van Loeth. Zijn volk antwoordde hem:

"Jij weet beslist wel, dat wij noch een wens noch een behoefte aan jouw dochters hebben, en jij weet beslist wel wat wij willen." Hij zei: "Ik wenste, dat ik de kracht had om jullie te overweldigen of dat ik tenminste een krachtige ondersteuning had." (Qs Hoed 11:79-80)

De Qoer'aaninterpretatoren vermeldden, dat Loeth achter de ge­sloten deur van zijn huis stond en bleef argumenteren met zijn volk om hen te stoppen, terwijl zij probeerden de deur te openen en naar binnen te gaan. Toen de zaak slechter werd, sprak hij de bovenge­noemde woorden uit. Aldus beschreef Allah hun toestand, terwijl Hij zwoer bij het leven van zijn profeet Mohammed (a.s) , zeggende: "Waarlijk, bij jouw leven in hun wilde roes, lopen zij blind rond." (Qs Al Hidjr 15:72)

De kwelling overvalt de ongelovigen

Allah zei: "En hij heeft zeker voor Onze greep gewaarschuwd, maar zij twij­felden aan de waarschuwingen! En zij probeerden zeker zijn gas­ten tot schande te brengen. Aldus verblindden Wij hun ogen: 'Proeven jullie dan Mijn bestraffing en Mijn waarschuwingen.' En waarlijk, een eeuwige bestraffing greep hen vroeg in de ochtend." (QsAl Qamar 54:36-38)

Ibn Kathir zei, dat het de engel Jibriel was die naar de ongelovi­gen ging die zich onder het volk van Loeth bevonden en hun gezich­ten met zijn vleugel sloeg, totdat hun ogen uitgewist waren, alsof ze geen plaats in hun gezicht hadden gehad. Zij liepen trillend rond, en probeerden steun te vinden door muren te betasten en dreigden dat ze de volgende dag Loeth onder handen zouden nemen.

Allah zei: "Zij zeiden: 'O Loeth! Waarlijk, wij zijn boodschappers van jouw Heer! Zij zullen jou niet bereiken. Reis met je familie af in een deel van de nacht, en laat niemand van jullie omkijken, maar je vrouw (zal achterblijven), waarlijk, de straf die hen zal treffen, zal haar treffen. De ochtend is hun aangewezen tijd, is de ochtend niet nabij?'' (Qs Hoed 11:81)

De engelen bevalen Loeth 's nachts de stad met zijn familie te verlaten en niet terug te keren als hij de geluiden van de kwelling hoorde die zijn volk zou ondergaan. Loeth werd ook bevolen achter zijn familie aan te lopen en niet voor hen uit te gaan.

"Behalve zijn vrouw" Deze uitdrukking heeft twee betekenissen die allebei mogelijk zijn.

■    Het kan betekenen dat de hele familie van Loeth uit de stad zal trekken behalve zijn vrouw die achter zal blijven en daardoor de kwelling zal ondergaan zoals de andere mensen, of

■    Het kan betekenen dat de vrouw van Loeth met hen mee liep maar daarna omkeerde en zou blootstaan aan de kwelling. De eerste be­tekenis wordt verkozen. Allah weet het beter.

De engelen zeiden tegen Loeth:

"Voorwaar, de ochtend is hun aangewezen tijd. Is de ochtend niet nabij?" (Qs Hoed 11:81)

De engelen gaven de blijde tijding aan Loeth dat die mensen bij het aanbreken van de morgen vernietigd zouden worden. Loeth en zijn twee dochters gingen naar buiten en er wordt gezegd dat zijn vrouw hen vergezelde. Niemand uit deze stad volgde de familie van Loeth. Toen ze de stad uit waren en de zon opging, werden de men­sen van Sodom blootgesteld aan een onverwachte bestraffing. Allah zond hen de pijnlijkste en de ergste straf, die zij niet vermijden kon­den. Allah zei:

"Toen dus Ons Bevel kwam, keerden Wij (de steden) onderstebo­ven en het regende stenen van gebakken klei op hen, hoog opge­stapeld; Getekend door jouw Heer, en zij zijn niet ver van onrechtvaardigen verwijderd." (Qs Hoed 11:82-83)

Er wordt gezegd, dat Jibriel de zeven steden van het volk van Loeth met al zijn mensen, dieren en gebouwen erin, vernietigde en daarna de steden ondersteboven draaide en dat toen Allah, het stenen van gebakken klei (liet regenen) op hen, hoog opgestapeld. (Qs Hoed 11:82) Het waren hele dikke bakstenen die op hen neervielen als hevige regen. Op iedere steen stond de naam van degene die er mee getroffen moest worden, zoals Allah zei: "Getekend door jouw Heer, voor de overtreders." (Qs Hoed 11:83)

Volgens het verhaal van Loeth, zei Allah verder: "en zij zijn niet ver van onrechtvaardigen verwijderd." (Qs Hoed 11:83), dit bete­kent, dat deze straf ook gegeven kan worden aan degenen die dezelf­de zonde begaan als het volk van Sodom; namelijk homoseksuele onzedelijkheid. Daarom beweerden vele moslimgeleerden dat ieder die een dergelijke zonde begaat, ter dood gestenigd moet worden of hij nu getrouwd is of niet. De profeet Mohammed (a.s) zei ook: "Als je twee mensen vindt, die dezelfde zonde begaan als het volk van Loeth, dood dan beide partijen."

Er wordt gezegd, dat de vrouw van Loeth samen met haar volk achterbleef, maar andere geleerden zeggen, dat ze naar buiten ging met haar familie, toen ze echter het schreeuwen van de mensen hoor­de, keek ze om en was ongehoorzaam aan de bevelen van haar Heer. Toen ze: "O mijn volk" zei, viel er een baksteen op haar en ze werd gestraft net als de rest van de mensen. Zij aanvaardde dezelfde gods­dienst als haar volk en ze had een oogje op de gasten van haar echt­genoot Loeth en Allah zei:

"Allah geeft voor de ongelovigen een voorbeeld, de vrouw van Noah en de vrouw van Loeth. Zij verkeerden onder twee van onze oprechte dienaren, maar beide bedrogen hen, dus hun echtgenoten baatten hen niet tegen Allah, en er werd gezegd: 'Gaan (jullie) het vuur binnen tezamen met degenen die binnentreden!'' (QsAt-Tahrim 66:10)

De zin "maar beiden bedrogen hen" betekent dat zij de gods­dienst van hun echtgenoten niet volgden. Het betekent niet, Allah verhoedde het, dat deze vrouwen overspel pleegden. Allah heeft het nooit voorbeschikt dat de vrouw van een profeet zo'n zonde zou plegen.

Op de plaats waar de steden van het volk van Loeth waren, is nu een stinkend meer (de tegenwoordige Dode Zee). Zelfs zijn aangren­zende gebieden worden niet voor één of ander nuttig doel gebruikt. Zo waren de steden van Loeth een voorbeeld van de ernstige straf die Allah degene laat ondergaan die aan Hem ongehoorzaam is en die Zijn boodschappers niet volgt. Het is ook een teken van de Almacht van Allah en Zijn barmhartigheid voor de gelovigen door hen voor een dergelijke bestraffing te redden en hen op het rechte pad te lei­den, zoals Hij zei:

"Waarlijk, hierin is een teken, maar de meeste van hen zijn geen gelovigen. En waarlijk, jullie Heer! Hij is echt de Almachtige, de Genadevolle." (Qs As Sjoe 'ara 28:8-9)

Hij zei ook: "Dus de (wettige) roep nam het van hen over bij de zonsopkomst­en Wij keerden (de steden) om en lieten er stenen van gebakken klei op vallen. Zeker! Hierin zijn tekenen voor degenen die zien." (Qs Al Hidjr 15:73-75)

Allah zei: "En waarlijk! Zij (de steden) waren precies op de weg (van Mekka naar Syrië) gelegen." (Qs Al Hidjr 15:76)

Het meer dat de plaats van deze steden innam, ligt aan een weg die vaak door de mensen gebruikt wordt, zodat ze gewaarschuwd worden voor de toorn van Allah als ze hem ongehoorzaam zouden zijn, zoals Allah zei:

"Waarlijk, jullie gingen in de ochtend aan hen voorbij. En in de nacht; zullen jullie dan niet nadenken?" (Qs As Shaffat 37:137-138)

Hij zei ook: "En voorwaar, Wij hebben daarvan een duidelijke les nagelaten voor een volk dat begrijpt." (Qs Al Ankaboet 29:35)

Allah zei ook: "Dus Wij hebben de gelovigen daarvan naar buiten gebracht. Maar Wij vonden geen enkel islamitisch huishouden behalve één. En Wij hebben daar een teken achtergelaten voor degenen die een pijnlijke bestraffing vrezen." (Qs Ad-Dzariyat 51:35-37)

Dit is een voorbeeld en een teken van de Almacht van Allah en dat degene die ongehoorzaam is, blootgesteld zal worden aan een pijnlijke bestraffing.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 14:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islaam

↑ Terug naar de berichten