Naar de inhoud

Islaam

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Hazretie Idris (a.s.)

Hazretie Idris (a.s.)

Zijn verheven status

Allah (Celle Celaloehoe) zegt: "En noem in het Boek Idris. Waarlijk! Hij was een man van waarheid (en oprechtheid), (en) een profeet. En Wij ver­hieven hem naar een hoge positie."

(Qs Maryam 19:56-57)

Ibn Kathir zei: "Dit is een lofzang van Allah voor Idris en een waarachtige beschrijving van hem als een profeet en een man van waarheid en oprechtheid. Hij was de derde profeet na Adam en Sheath (a.s)

Ibn Ishaq vertelde, dat Idris de eerste was die met een pen schreef. Hij leefde 308 jaar na de dood van Adam.

Over het vers van Allah (Celle Celaloehoe): "En Wij verhieven hem naar een hoge positie." (Qs Maryam 19:57), wordt in een betrouwbare hadith ge­zegd die het voorval van de Nachttocht en de hemelreis (Isra' en Mi'raj) uitvoerig beschrijft dat de Boodschapper van Allah in de vierde hemel Idris tegenkwam.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Het leven van de profeet Hoed (a.s)

Hazretie Hoed (a.s)

Het leven van de profeet Hoed (a.s)

Ibn Kathir zei, dat Hoed tot een stam behoorde met de naam 'Ad bin 'Aus bin Sam bin Noah. Ze vertoefde in Yemen tussen Oman en Hadramaut in een kuststadje genaamd Shahr in een vallei die Mug-hith heette. De bewoners waren nomaden die in tenten op hoge stok­ken woonden. Hierover zei Allah: 'Zien jullie niet hoe jullie Heer (het volk van) 'Ad behandelde van (de stad ) Iram, met verheven pilaren,' hiermee wordt 'Ad Iram bedoeld, die de voorloper van de stam van 'Ad is. De tweede stam van 'Ad verscheen later.

De Arabieren die voor Ismaël (Isma'il) leefden werden 'Ariba Arab genoemd. Zij bestonden uit vele stammen zoals 'Ad, Thamoed, Joerhoem; Tasam, Jadis, Amim en anderen. De Moesta'riba Arabie­ren waren de nakomelingen van Ismaël. Ismaël was de eerste die Arabisch sprak, omdat hij het Arabisch overnam van de Joerhoem-stam die dichtbij zijn moeder Hadjar leefde in het heiligdom van Mekka. Allah liet Ismaël heel vloeiend Arabisch spreken, net als de profeet Mohammed (a.s).

De verloochening door zijn volk

Ibn Kathir zei, dat de oude 'Ad de eerste na de Zondvloed waren die afgoden aanbaden. Dit is duidelijk in de uitnodiging van de profeet Hoed tot hen: " ...En gedenk dat Hij jullie tot de opvolgers van het volk van Noah heeft gemaakt en jullie rijkelijk in aantal heeft laten toenemen" (Qs Al Ar'af 7:69), hetgeen betekent, dat Allah hen de sterksten maakte onder hun tijdgenoten. Allah zegt ook met be­trekking tot hen:

"Dan, na hen, hebben Wij een andere generatie geschapen." (Qs Al Moeminoen 23:31), hetgeen volgens de meest voor de hand lig­gende mening betrekking heeft op het volk van Hoed. Allah zond naar hen een profeet uit het midden van hun eigen mensen, d.w.z. Hoed om hen uit te nodigen alleen Allah te aanbidden. Zij verloo­chenden hem en minachtten hem. Betreffende dit voorval zei Allah:

"En tot (het volk van) 'Ad (stuurden Wij) hun broeder Hoed. Hij zei: 'O, mijn volk.' Aanbid Allah.' Jullie hebben geen andere god dan Hem. Zullen jullie (Allah) niet vrezen?' De leiders van dege­nen die onder zijn volk ongelovig waren, zeiden: 'Waarlijk, wij zien jou in dwaasheid en waarlijk, wij denken dat jij één van de leugenaars bent."'

(Qs Al Ar'af 7:65-66)

Zoals het vers vertelt, zeiden ze: "We vinden datgene wat jij ons voorstelt onzin te aanbidden, vergeleken bij onze afgoden bij wie we overwinning en onderhoud zoeken. We denken integendeel datje een leugenaar bent in plaats van een profeet die door Allah gezonden is." Hoed antwoordde hen:

"O, mijn mensen! Er is geen dwaasheid in mij, maar ik ben een boodschapper van de Heer van de wereldbewoners. Ik verkondig jullie de boodschappen van Mijn Heer en ik ben een betrouwbare adviseur voor jullie."

(Qs Al Ar'af 7:67-68)

Hij verwachtte geen beloning noch dankbaarheid van hen voor zijn uitnodiging. In een andere situatie zei hij: "O mijn volk, ik vraag jullie geen beloning daarvoor. Mijn belo­ning is slechts van Hem Die mij geschapen heeft. Zullen jullie het dan niet begrijpen?"

(Qs Hoed 11:51)

Hier verwijt Hoed hen, dat ze zo trots zijn, dat ze niet eens pro­beerden zijn uitnodiging tot de klaarblijkelijke waarheid te begrijpen, waarvan hun eigen natuur in feite getuigenis af zou moeten leggen. Zij zeiden zelfs tegen hem:

"O Hoed! Je hebt ons geen bewijzen gebracht en wij zullen onze goden niet verlaten (alleen) omdat jij het zegt! En wij geloven niet in jou. Wij zeggen slechts, dat een paar van onze goden jou met gekte hebben geslagen."

(Qs Hoed 11:53-54)

Hetgeen betekent, dat je ons geen wonder gebracht hebt om je bewering te ondersteunen. Dus zullen we onze goden niet verlaten vanwege jouw ongefundeerde bewering. Wij denken veeleer, dat jij zwakzinnig bent omdat je onze goden beledigd hebt.

Daarna daagde Hoed hen uit en zei:

... "Ik roep Allah op als getuige en jullie moeten getuigen, dat ik vrij ben van wat jullie als deelgenoten aan Hem in de aanbidding toeschrijven - span dus tegen mij samen en geef mij geen uitstel. "

(Qs Hoed 11:55)

Hetgeen betekent, dat als jullie goden voordeel kunnen verschaf­fen of schade kunnen berokkenen, zoals jullie veronderstellen, dan verkondig ik mij vrij van hen allen en daag hen uit en vervloek ze allen. Dan kun je samenzweren tegen mij en alle krachten verzame­len die je maar ter beschikking hebt en alle plannen ten nadeel van mij tot uitvoering brengen, maar het kan mij niets schelen.

"Ik leg mijn vertrouwen in Allah, mijn Heer en jullie Heer'. Er is geen levend wezen waarvan Hij de voorlok niet grijpt. Waarlijk, mijn Heer is op het rechte pad."

(Qs Hoed 11:56)

Hetgeen betekent, dat hij de monarch is die nooit overtredingen begaat.

Deze uitdaging was op zichzelf een zeker bewijs, dat hij een pro­feet was die door Allah gezonden was, want ze konden hem niet bereiken of schade berokkenen. Dit bevestigde, wat hij had verteld en was een bewijs, dat hij de waarheid had gezegd. Aan de andere kant was het een bewijs van de valsheid van hun principes waaraan ze vasthielden en van de corruptie van hun ideologieën.

Hetzelfde argument werd reeds eerder gebruikt bij Noah, toen hij zei:

... "O mijn volk, als mijn verblijf en mijn herinnering van de teke­nen van Allah moeilijk voor jullie zijn, toch leg ik mijn vertrouwen in Allah. En gaat jullie je plannen beraadslagen, jullie en jullie deelgenoten, en laat jullie plan niet een twijfel voor jullie zijn. Geef mij dan mijn straf en geef mij geen uitstel."

(Qs Yoenoes 10:71)

Hetzelfde werd door Ibrahim (Ibrahim) tegen zijn volk gezegd:

... "en ik vrees degenen die jullie aan Allah toekennen in aanbid­ding niet (niets kan mij gebeuren), behalve wanneer mijn Heer (Allah) iets wil. Mijn Heer omvat in Zijn kennis alle dingen. Zullen jullie je niet laten vermanen? En hoe moet ik degenen die jullie aan Allah in aanbidding toekennen, vrezen, terwijl jullie niet vre­zen, terwijl jullie in aanbidding tot Allah zaken hebt toegekend die Hij niet naar beneden heeft gestuurd en waar jullie geen zeggen­schap over hebben. (Dus) wie van de twee partijen heeft meer recht op zekerheid, als jullie maar wisten." Het zijn degenen die geloven en hun geloof niet met het verkeerde verwarren, voor hen (alleen) is er veiligheid en zij zijn de geleiden. En dat was Ons bewijs dat Wij Ibrahim tegen zijn mensen gaven. Wij verheffen die Wij willen in graden. Zeker jullie Heer is Alwijs, Alwetend.

(Qs Al An'am 6:81-83)

Allah zei betreffende het volk van Hoed:

"En de stamhoofden van zijn volk, die ongelovig waren en de ontmoeting in het hiernamaals ontkenden en aan wie Wij de luxe en het gemak van dit leven hadden gegeven, zeiden: 'Hij is niets meer dan een mens zoals jullie, hij eet wat jullie eten en drinkt wat jullie drinken. Als jullie een mens moeten gehoorzamen zoals jullie zelf, dan waarlijk! Jullie zouden zeker verliezers zijn.'"

(Qs Al Moeminoen 23:33-34)

Zij verwierpen het idee dat Allah boodschappers kon zenden als menselijke wezens. Dit argument werd door ongelovigen in de vroe­gere en in de huidige tijden naar voren gebracht. Allah zei:

"En niets weerhoudt de mens van het geloven als de leiding tot hen komt, behalve dat zij zeggen: 'Heeft Allah een mens als bood­schapper gestuurd?' Zeg: 'Als er op aarde engelen waren die in vrede en veiligheid rondliepen, dan zouden Wij zeker voor hen een engel uit de hemel als boodschapper hebben gestuurd.'"

(Qs Al Isra 17:94-95)

Allah zei ook:

"Is het een wonder voor de mensheid, dat Wij Onze inspiratie naar een man uit hun gemeenschap hebben gestuurd (zeggende): 'Waarschuw de mensheid...'"

(Qs Yoenoes 10:2)

Dus zei Hoed tegen zijn volk: "Zijn jullie niet verbaasd, dat er van jullie Heer een vermaning is gekomen door een man uit jullie midden, dat hij jullie moge waarschuwen... " (Qs Al Ar'af 7:63) Al­lah alleen weet het beste hoe en waar Hij Zijn boodschap zal verkon­digen. Zijn volk zei verder betreffende Hoed en zijn boodschap:

"Belooft hij jullie dat wanneer jullie gestorven zijn en tot stof en botten geworden zijn, jullie weer levend zullen worden?"

(Qs Al Moeminoen 23:35)

Hieruit blijkt, dat zij de opstanding na de dood ontkenden en de terugkeer van het leven nadat hun lichamen tot stof en breekbare beenderen zijn geworden. Zij voegden toe:

'"Ver, heel ver is datgene wat jullie beloofd is. Er is niets dan ons leven in deze wereld! Wij sterven en wij leven! En wij zullen niet herrijzen!"

(Qs Al Moeminoen 23:36-37)

Hetgeen betekent, dat een generatie sterft en een andere erop volgt, zoals sommige onwetende mensen beloofden die zeiden: 'De baarmoeder baart en het graf slokt op!'

Hij is slechts een man die een leugen over Allah bedacht heeft, maar wij zullen hem niet geloven. Hij zei: "O mijn Heer! help mij wat zij mij beschuldigen mij van leugens."

(Qs Al Moeminoen 23:38-39)

Hoed preekte tot zijn volk en zei:

"Bouwen jullie op elke hoge plaats hoge paleizen waar jullie niet in wonen?"

(Qs As Sjoe'ara 28:128)

Hetgeen betekent: bouwen jullie een prachtig gebouw op iedere heuvel, zoals paleizen, alleen maar om te pronken, terwijl het hele­maal niet nodig is? En krijgen jullie voor jullie zelf paleizen (palei­zen of duiventillen) alsof jullie daar voor altijd in zullen wonen. Verwachten jullie daar lang in te leven?

En als jullie grijpen, grijpen jullie als tirannen? Vrees Allah dus en gehoorzaam mij. En onderhoudt jullie verplichtingen aan Hem, vrees Hem Die jullie geholpen heeft met alle (goede zaken) die jul­lie kennen. Hij heeft jullie geholpen met vee en kinderen. En tui­nen en bronnen. Waarlijk, ik vrees voor jullie voor de bestraffing van een Grote Dag."

(Qs As Sjoe 'ara 28:129-135)

Kwelling overviel de ongelovigen

Ibn Kathir zei, dat het volk van Hoed tegen hem zei:

"Het maakt ons niet uit of jij preekt of niet tot degenen die preken behoort. Er is niets anders dan de gewoonte en de godsdienst van de ouderen. En wij zullen niet gestraft worden."

(Qs As Sjoe 'ara 28:136-138)

Ergens anders zeiden zij:

"Jij bent tot ons gekomen, zodat wij alleen Allah zouden aanbid­den en zouden verzaken wat onze voorouders aanbaden. Breng ons datgene waarmee je ons bedreigd hebt, als je waarachtig bent."

(QsAlA'raf7:70)

Toen antwoordde Hoed:

"Bestraffing en de toorn van jullie Heer is reeds over jullie ge­komen. Redetwisten jullie maar met mij over de namen die jullie hebben genoemd - jullie en jullie vaderen, zonder gezag van Al­lah? Wacht dan, ik ben onder jullie ook wachtend."

(Qs Al Ar'af 7:71)

(Door deze uitspraak word je blootgesteld aan de toorn en de straf van Allah. Ben je tegen de aanbidding van Allah, Die geen partner kent, en vóór de aanbidding van afgoden, die jezelf gemaakt hebt en die je als goden beschouwt?! Als je doorgaat met dit verzet tegen de waarheid en je blijft bij de valsheid, dan kun je onvermijde­lijk de kwelling van Allah Die je zal overvallen, verwachten.)

Allah noemde het verhaal van de vernietiging van het volk van Hoed op meer dan één plaats in de heilige Qoer'aan. Hij, de Almach­tige, zei:

"Hij zei: 'O mijn Heer! Help mij want zij beschuldigen mij van leugens.' (Allah) zei: 'Over een poosje zullen zij zeker spijt heb­ben. ' Een rukwind overmande hen dus met rechtvaardigheid en Wij hebben hen als afval van dode planten gemaakt. Weg dus met het volk dat onrechtvaardig is."

(Qs Al Moeminoen 23:39-41)

Allah zei ook:

"Zij zeiden: 'Ben jij tot ons gekomen om ons van onze goden te laten afkeren? Breng ons dan datgene waarmee je ons bedreigt, als je één van de waarachtigen bent!' Hij zei: 'De kennis is alleen bij Allah, en ik verkondig jullie datgene waarmee ik gestuurd ben, maar ik zie dat jullie een volk zijn dat aan de onwetendheid is ge­geven!' Toen, wanneer zij het als een zachte wolk zagen die naar hun dalen kwam, zeiden zij: 'Dit is een wolk die regen brengt!' Nee, maar dat is dat waarvan jullie hebben gevraagd om haar te bespoedigen! - Een wind met daarin een pijnlijke bestraffing! Al­les vernietigend door het bevel van /Mar Heer! Zo werden zij de­genen waarvan niets te zien was, behalve hun woningen! Zo ver­goeden Wij het volk dat misdadig is."

(Qs Al Ahqaf46:22-25)

Allah zei verder:

"Dus hebben Wij hem gered en degenen die bij hem waren door een genade van Ons en Wij hebben de wortels afgesneden van de­genen die Onze tekenen negeerden en zij waren geen gelovigen."

(Qs Al Ar'af 7:72)

Allah zei ook:

"Zo wezen zij hem af, en Wij verwoestten hen. Hierin is werkelijk een teken: maar de meeste van hen geloven niet. En voorwaar jul­lie Heer is Hij, de Verhevene, de meest Barmhartige." De Qoer'aan vertelt opnieuw uitvoerig het verhaal van hun ver­nietiging:

"En toen Ons gebod kwam, hebben Wij Hoed gered en degenen die hem geloofden door een genade van Ons en Wij redden hen van een zware bestraffing. Zo was het (volk van) 'Ad. Zij verwier­pen de tekenen van hun Heer en waren ongehoorzaam aan Zijn boodschappers, en volgden het bevel van iedere trotse halsstarrige onderdrukker van de Waarheid. En zij werden door een vloek in deze wereld achtervolgd (en zo zullen zij) op de Dag der Opstan­ding zijn. Geen twijfel! Waarlijk, de 'Ad waren ongelovig aan hun Heer. Weg dus met de 'Ad, het volk van Hoed."

(Qs Hoed 11:58-60)

De details over de vernietiging werden in het volgende vers gegeven: Toen, wanneer zij het als een zachte wolk zagen die naar hun da­len kwam, zeiden zij: "Dit is een wolk die regen brengt!" Nee, maar dat is dat waarvan jullie hebben gevraagd om haar te be­spoedigen! — een wind met daarin een pijnlijke bestraffing!

(Qs Al Ahqaf46:24)

Dit was het eerste stadium van de kwelling. Er was regentekort en toen ze naar regen uitkeken, zagen ze wolken in de hemel drijven en ze dachten, dat het een barmhartigheid was die de Voorziening hen gezonden had, maar het was een teken van kwelling. Dus zei Allah: "Nee, maar dat is dat waarvan jullie hebben gevraagd om haar te bespoedigen! — een wind met daarin een pijnlijke bestraffing!

(Qs Al Ahqaf46:24)

Hetgeen betekent de bestraffing waar zij Hoed om vroegen. Dit was een antwoord op hun uitspraak: "...Breng ons dan datgene waarmee je ons bedreigt, als je één van de waarachtigen bent!" (Qs Al Ahqaf46:22)

Allah zei:

"En wat de 'Ad betreft - zij werden door een gewelddadige wind vernietigd. Die Allah hen voor zeven achtereenvolgende nachten en acht dagen had opgelegd, zodat je mensen omvergeworpen zag, alsof zij holle stammen van palmbomen waren! Zie je overblijfse­len van hen?"

(Qs Al Haqqah 69:6-8)

In de Soerah Al-Qamar zei Allah:

 

"Waarlijk, Wij stuurden naar hen een heftige wind met een harde stem op de dag van het slechte voorteken en de voortdurende rampspoed."

(QsAl Qamar 54:19)

Allah zei verder in Soerah Ad-Dzariyat:

"En bij de 'Ad toen Wij een orkaan naar hen toezonden " (Qs Ad-Dzariyat 51:41) (die de wolken niet liet bewegen noch de bomen liet bevruchten, dus het is een onvruchtbare wind die geen voordeel met zich meebrengt.) Hierover werd gezegd: "En spaarde niets op haar tocht, maar vernietigde alles. (Qs Ad-Dzariyat 51:42) zoals Allah zei: "een wind met daarin een pijnlijke bestraffing!" Het is waar­schijnlijk dat door deze wilde, koude en zeer zware storm die zeven nachten ^n acht dagen aanhield, en als een verschrikkelijke straf hen overviel, alle mensen vernietigd werden en niemand het overleefde. Hij volgde hen zelfs tot aan hun grotten en haalde hen eruit en ver­nietigde hen. Hij vernietigde hun statige gebouwen en prachtige pa­leizen. Zij waren trots op de soliditeit van de gebouwen en zeiden: "Wie is in kracht machtiger dan wij?" Zien zij niet dat Allah, Die hen geschapen heeft, machtiger in kracht was dan zij? En zij ontken­den Onze tekenen! (Qs Foesshilaat 41:15)

Allah stuurde naar hen iets dat sterker was dan zijzelf, d.w.z. de vernietigende wind.

Aan het einde veroorzaakte die wind misschien wolken hetgeen de overlevenden van het volk van Hoed deed geloven dat het een wolk van barmhartigheid was. Allah zond haar echter met vonken en vuur. Dit lijkt op het geval van het volk dat overschaduwd werd met een duisternis, en dat eerst door een koude wind gekweld werd en daarna door een razend vuur. Eerst kwelling door iets en daarna door zijn tegenpool wordt beschouwd als de ergste soort kwelling. Dit als vervolg op de rukwind die in de Soerah Al-Moe'minoen genoemd wordt,

Een rukwind overmande hen dus met rechtvaardigheid en Wij hebben hen als afval van dode planten gemaakt. Weg dus met het volk dat onrechtvaardig is.

(Qs Al Moeminoen 23:41) Imam Moeslim heeft overgeleverd in zijn oorspronkelijke boek op gezag van 'Aishah 4t* dat ze zei: "Als het waaide, dan zei de Boodschapper van Allah ft, "O Allah, ik vraag je om iets goeds er­van, het goede dat hij bevat en het goede waardoor hij gezonden werd. En ik zoek mijn toevlucht bij U voor het kwaad dat hij met zich draagt, het kwaad dat hij bezit en het kwaad waardoor hij ge­zonden is."

'Aishah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei, als de hemel bewolkt werd, veranderde zijn (de Profeet) kleur en liep hij voortdu­rend naar binnen en naar buiten en heen en weer. Maar als het legen­de, voelde hij zich opgelucht. Ik zag dit en vroeg hem (erover), toen zei hij: "De ben bang dat het is zoals de Aad gezegd hebben:

Toen, wanneer zij het als een zachte wolk zagen die naar hun da­len kwam, zeiden zij: "Dit is een wolk die regen brengt!"...

(QsAl Ahqaf46:24)"

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

De Profeten

De Profeten


De eerste van de profeten is Adam ('alaihi asalaam) en de laatste van hen is Profeet Mohammed . Allahi Ta`ala heeft zelf de profeten onder de mensen uitgekozen.

Allah zegt in de Koran (Nederlandse vertaling):

Dat is Allah's genade, Hij schenkt haar aan wie Hij wil; en Allah is de Heer van grote genade. (Surah 62: Ayah 4)

In de Koran staat ook (Nederlandse vertaling):

Bij Allah, Wij zonden (boodschappers) tot de volkeren die vóór u waren; maar Satan deed hun werken voor hen schoon schijnen. Daarom is hij nu (in deze wereld) hun vriend en (in het Hiernamaals) zullen zij een smartelijke straf ontvangen. (Surah 16 : Ayah 63)

Voorwaar, Wij hebben u met de Waarheid gezonden als drager van blijde tijdingen en als waarschuwer; en er is geen volk waaronder zich geen boodschapper heeft bevonden. (Surah 35 : Ayah 24)

Voor elk volk is er een boodschapper. Wanneer daarom hun boodschapper komt, wordt er met rechtvaardigheid onder hen geoordeeld en hun wordt geen onrecht aangedaan. (Surah 10 Ayah 47)

Hun aantal is niet met zekerheid te zeggen alleen Allahi Ta`ala weet hun aantal.

Wij zonden boodschappers, welke Wij reeds hebben genoemd en boodschappers welke Wij u niet hebben genoemd en Allah sprak openlijk tot Mozes. (Surah 4 : Ahay 164)

Volgens een overlevering waren er 124000 geweest en volgens een andere overlevering andere 224000 (Musnad van Imaam Ahmad bin Hambal deel 5/266).

Hoe uitgestrekt de aarde ook is de boodschappen van de profeten is tot in de verste hoeken te horen geweest. Er is geen volk die deze boodschappen niet heeft gehoord. Daarom is het beter hun aantal niet te beperken tot een bepaald getal. Daarentegen worden in de Koran 25 Rusul (Boodschappers) bij name genoemd; 18 ervan worden in Surah Al-An'aam (Het Vee) vermeld:

En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven. Wij verheffen graadsgewijze, wie Wij willen. Voorzeker, Uw Heer is Alwijs, Alwetend.

En Wij gaven hem Izaäk en Jacob; Wij leidden elk hunner en voordien leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen: David, Salomo, Job, Jozef, Mozes en Aäron. Zo belonen Wij de goeden.

En Zacharia, Johannes, Jezus en Elias. Elk hunner behoorde tot de deugdzamen.

En Ismaël, Elisa, Jonas en Lot; elk hunner verhieven Wij boven de volkeren.
(Surah 6: Ahay 83 - 86)


Verder vinden we in Surah Al-Imraan (Het huis van Imraan) de volgende verzen:

Allah verkoos Adam en Noach en de nakomelingen van Abraham en de nakomelingen van Imraan boven de volkeren.

Afstammelingen, de een van de ander. En Allah is Alhorend, Alwetend.
(Surah 3 : Ayah 33-34)

Tot slot vinden we in de volgende Soerah

Surah Al-Aa'raaf (De verheven plaatsen) Ayah 65
Surah Hoed Ayah 61 en 84
Surah Al-Anmbi'jaa (De Profeten) Ayah 85-86
Surah Al-Ahzaab (De Confreranten) Ayah 40
de namen van de volgende profeten terug:

Aadam (Adam) ('alaihi asalaam)


Idries (Henoch) ('alaihi asalaam)


Noeh (Noach) ('alaihi asalaam)


Hoed ('alaihi asalaam) (niet bekend in christelijke literatuur)


Saalih ('alaihi asalaam) (niet bekend in christelijke literatuur)


Ibrahiem (Abraham) ('alaihi asalaam)


Loet (Lot) ('alaihi asalaam)


Isma`iel (Ismael) ('alaihi asalaam)


Ishaaq (Isaak) ('alaihi asalaam)


Ya`qoeb (Jacob) ('alaihi asalaam)


Yoesuf (Josef) ('alaihi asalaam)


Ayyoeb (Job) ('alaihi asalaam)


Shu`ayb (Jethro) ('alaihi asalaam)


Moesaa (Moses) ('alaihi asalaam)


Haaroen (Aaron) ('alaihi asalaam)


Dhoe'l Kifl ('alaihi asalaam) (niet bekend in christelijke literatuur)


Dawoed (David) ('alaihi asalaam)


Sulaymaan (Salamo) ('alaihi asalaam)


Ilyaas (Elia) ('alaihi asalaam)


Al Yasa` (Elisa) ('alaihi asalaam)


Yoenus (Jonas) ('alaihi asalaam)


Zakariya (Zacharia) ('alaihi asalaam)


Yahyaa (Johannes) ('alaihi asalaam)


`Isaa (Jesus) ('alaihi asalaam)


Mohammed
Allah zegt in de Koran:

"Van deze boodschappers hebben wij sommigen boven anderen verheven..." (Surah 2: Ayah 253)

Vijf van deze profeten worden in de Qur'aan als "ulu-l Adhm" Gezanten genoemd (Gezanten die begiftigd zijn met standvastigheid en geduld): dit zijn:

Noeh ('alaihi asalaam)


Ibrahiem ('alaihi asalaam)


Moesa ('alaihi asalaam)


`Isa ('alaihi asalaam)


Mohammed sal-Allahu 'alayhi wa sallam

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:28 Reageer op dit bericht Stuur door

De schepping van Adam

Hazretie Adam (a.s)

De schepping van Adam

Allah zegt in de soerah Al-Baqarah:

"En voorwaar de Heer zei tegen de engelen: 'Ik zal een plaatsver-vanger op aarde plaatsen.' Zij zeiden: 'Zult U daar iemand plaat¬sen die misdaden pleegt en bloed laat vloeien - terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken.' Hij (Allah) zei: 'Ik weet wat jullie niet weten.'

(Qs Al Baqarah 2:30)

Ibn Kathir zei, dat dit een verslag is van Allah aan Zijn engelen, terwijl Hij hen de wijsheid die schuil gaat achter de schepping van Adam en zijn nakomelingen vertelt, en hoe zij elkaar op aarde zullen opvolgen. Allah zegt in een ander vers:

"En Hij is het Die ervoor gezorgd heeft dat generatie na generatie komt, elk de andere op aarde vervangend. En Hij heeft jullie in rangen verheven, sommige boven andere en Hij zal jullie testen met wat Hij jullie gegeven heeft. Zeker, jullie Heer is snel in de vergoeding en zeker Hij is Vaak-Vergevend, Genadevol."

(Qs Al An'am 6:165)

Hij zei ook:

"Of, wie antwoordt aan de behoeftige, wanneer die Hem roept, en Die het kwaad verwijdert, en jullie erfgenamen van de aarde maakt, generatie na generatie. Is er een god naast Allah? Jullie herinneren jullie maar weinig! "

(Qs An Naml 27: 62)

Allah zei dat tegen Zijn engelen als een reden voor de schepping van Adam en zijn kinderen, terwijl Hij voorbereidingen treft voor de gebeurtenis van iets groots voordat die in werkelijkheid plaatsvindt.

Allah zei:

... "Zij zeiden: 'Zult U daar iemand plaatsen die misdaden pleegt en bloed laat vloeien - terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken.' Hij (Allah) zei: 'Ik weet wat jullie niet weten.'"

(Qs Al Baqarah 2:30)

Deze vraag gesteld door de engelen was een middel om achter de wijsheid van iets te komen. Het was niet een soort protest of een neerzien op de mensheid en ook niet jaloersheid op hen, zoals door sommige onwetende mensen gedacht wordt.

Qatadah zei: "Zij verwachtten wat ze moesten doen vanwege hun vroegere ervaring met de djinn die op aarde leefden voor de schep­ping van Adam."

Ibn 'Oemar zei: "De djinn leefden op aarde tweeduizend jaar voor de schepping van Adam en zij vergoten bloed. Allah zond engelen om hen van de aarde te verwijderen en dwong hen naar de eilanden te gaan."

Ibn Kathir zei: "De engelen zeiden vervolgens: 'terwijl wij U ver­heerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken,' hetgeen bete­kent, dat wij U altijd zullen aanbidden en nooit ongehoorzaam zullen zijn. Als het doel van de schepping is U te dienen, O Heer, dan die­nen wij U dag en nacht zonder moe te worden.

Allah antwoordde hen zeggende: "Ik weet wat jullie niet weten." Wat betekent: De weet alles omtrent het doel van de schepping van de mens, hetgeen jullie niet weten. Vele van hen zullen profeten, bood­schappers, godvruchtige mensen, martelaren en rechtschapen mensen zijn. Verder legde Allah uit, dat Hij Adam met kennis eerde, zeggen­de: "En Hij onderwees Adam de namen." Tbn Abbas zei: "Met na­men wordt bedoeld dat de mensen definities hebben voor: mensen, dieren, aarde, vlakte, zee, berg, kameel, ezel, etc. Toen plaatste Hij hen voor de engelen en zei: "Vertel Mij hiervan de namen, als jullie waarachtig zijn."(Qs Al Baqarah 2:31). Al-Hasan Al-Basri zei: "Toen Allah Adam wilde scheppen, zeiden de engelen: "Als Allah een schepsel wil scheppen, dan merken we, dat wij meer weten dan het schepsel." Dus was het een verzoeking voor hen. Dit wordt weergegeven in de woorden van Allah: "als jullie waarachtig zijn."

Allah zegt:

"Zij (de engelen) zeiden: "Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis behalve van wat U ons onderwezen heeft. U bent de Alwe­tende, de Alwijze."

(Qs Al Baqarah 2:32)

Ibn Kathir zei: "Verheerlijkt is onze Heer, niemand kan iets weten dat in Uw kennis verborgen is, behalve als U het ons onderwijst. U bent de Alwetende, de Alwijze." Dit houdt verband met een ander Qoer'aanvers dat zegt: "En er gebeurt niets zonder Zijn kennis be­halve wat Hij wil... (Qs Al Baqarah 2:255)

Allah zei:

"Hij zei: 'O Adam, vertel hun de namen.' En toen hij hun de na­men had verteld, zei Hij: 'Heb Ik je niet verteld dat Ik het onzicht­bare in de hemelen en op de aarde ken en Ik weet wat je vertelt en wat je verborgen houdt?'"

(Qs Al Baqarah 2:33)

Sa'id bin Joebair zei: "Het gezegde van Allah, "en Ik weet wat je vertelt," slaat op de uitspraak van de engelen: "Zult U daar iemand plaatsen die misdaden pleegt?" en Zijn gezegde, "Wat je verborgen houdt," heeft betrekking op Iblis, toen hij zijn arrogantie verborgen hield en de gedachte dat hij een beter schepsel was dan Adam. Qata-dah zei: "Het vers heeft betrekking op de uitspraak van de engelen: "Wanneer Allah een schepsel schept, merken we, dat wij meer weten en eerbaarder zijn uit het oogpunt van Allah."

De ongehoorzaamheid van Iblis was er de oorzaak van dat hij vervloekt werd: Allah zei:

"En voorwaar Wij zeiden tot de engelen: 'Kniel neer voor Adam.' En zij knielden allen neer behalve Iblis, hij weigerde en was trots en was één van de ongelovigen."

(Al Baqarah 2:34)

Ibn Kathir zei: "Het is een grote genade die Adam ontving van Allah, toen Hij hem met Zijn handen vormde, Zijn geest in hem blies, hem de namen van alle dingen leerde en de engelen beval zich voor hem neder te werpen." Allah zei in de Soerah Al-Hidjr:

"Toen Ik hem dus volledig gemodelleerd had en in hem (Adam) blies Ik de ziel die Ik voor hem geschapen had, vallen (jullie) dan neer en knielen voor hem."

(Qs Al Hidjr 15:29)

Allah zei in soerah Al-Araf:

"En zeker, Wij hebben jullie geschapen en hebben jullie vorm ge­geven. Toen hebben Wij de engelen verteld: 'Kniel neer voor Adam,' en zij knielden neer, behalve Iblis: hij weigerde om één van de knielenden te zijn. (Allah) zei: 'Wat weerhoud je ervan om te knielen wanneer Ik jou dat beveel?' Iblis zei: 'Ik ben beter dan hij. U heeft mij van vuur geschapen en hem heeft U van klei ge­schapen. '"

(Qs Al Ar'af 7:11-12)

Dit betekent dat Iblis dacht, dat hij beter was dan Adam, hetgeen hem ervan weerhield om zich neder te werpen voor Adam, in strijd met het goddelijke bevel dat aan hem en de engelen gericht was.

Allah zei in Soerah Al-Hidjr:

"En voorwaar jullie Heer zei tegen de engelen: 'Ik ga een mens scheppen van aangelode klei van veranderde zachte zwarte aarde. Toen Ik hem dus volledig gemodelleerd had en in hem (Adam) Mijn geest blies, vallen (jullie) dan neer en knielen voor hem.' Dus knielden de engelen allemaal tezamen voor hem. Behalve Iblis -hij weigerde onder de knielenden te zijn. (Allah) zei: 'O Iblis! Waarom ben jij niet onder de knielenden?' (Iblis) zei: 'Ik ben niet degene die voor een mens neerknielt, die U van aangeloden klei van zachte zwarte aarde heeft gemaakt.' (Allah) zei: 'Ga hier dan weg, want waarlijk, jij bent een verworpene, een vervloekte. En waarlijk de vloek zal op je zijn tot de Dag der Vergelding."'

(Qs Al Hidjr 15:28-35)

Zo was Iblis door zijn ongehoorzaamheid zelf verantwoordelijk voor de vergelding van Allah omdat hij het goddelijke bevel zich voor Adam neder te werpen niet opvolgde.

Allah zei in de Soerah Al-Isra';

"En voorwaar Wij zeiden tot de engelen: 'Kniel neer voor Adam.' Zij knielden neer behalve Iblis. Hij zei: 'Zal ik neerknielen voor iemand die U uit klei geschapen heeft?' (Iblis) zei: 'Zien jullie de­ze persoon die U boven mij geëerd heeft, als U mij uitstel geeft tot de Dag der Opstanding, zal ik zeker zijn nageslacht grijpen en misleiden, op een enkeling na.' (Allah) zei: 'Ga en ieder van hen die jou volgt, zeker de hel zal de vergoeding voor jullie zijn - een rijke vergoeding.En leidt ten gronde, degenen die jij kunt onder hen met je stem, val hen aan met je cavalerie en je infanterie, deel wederzijds je welvaart met hen en je kinderen en beloof hen za­ken. ' Maar Sheitan belooft hen niets anders dan bedrog. Waarlijk! Jij hebt geen gezag over Mijn dienaar. En voldoende is jullie Heer als Behoeder."

(Qs Al Isra 17:61-65)

Allah zei ook in Soerah Al-Kahf:

"En voorwaar toen Wij tot de engelen zeiden: 'Kniel neer voor Adam.' Dus knielden zij neer behalve Iblis. Hij was één van de djinns; hij was ongehoorzaam aan het bevel van zijn Heer. Zullen jullie hem en zijn nageslacht dan in plaats van Mij als bescher­mers en helpers nemen terwijl zij jullie vijanden zijn? Wat een kwaad is de ruil voor de onrechtvaardigen."

(Qs Al Kahf 18:50)

Ibn 'Abbas zei: "Iblis was de aartsengel in de lagere hemel en hij behoorde tot een groep engelen die "djinn" werden genoemd. Toch zei Al-Hasan Al-Basri: "Iblis kan nooit tot de engelen toebehoren."

In Sahih Moeslim werd er volgens 'Aishah (moge Allah tevreden met haar zijn) overgeleverd, dat de Profeet & zei: "De engelen zijn geschapen uit licht, terwijl de djinn uit vuur zonder rook geschapen zijn. Adam werd geschapen zoals beschreven werd (in de heilige Qoer'aan)."

Allah zei in Soerah Saad:

"Voorwaar toen jullie Heer zei tegen de engelen: 'Waarlijk, Ik ga de mens uit klei scheppen.' Toen lk hem dus gemodelleerd had en in hem Mijn geest blies die door Mij geschapen was, vallen jullie dan voor hem neer in gehoorzaamheid.' Dus knielden de engelen allemaal neer, behalve Iblis, hij was trots en was één van de onge­lovigen. "(Allah) zei: 'O Iblis! Wat weerhoudt je om voor degene die Ik met Mijn beide handen geschapen heb, neer te knielen? Ben jij te trots of ben jij één van hen die hoog verheven is?' (Iblis) zei: 'Ik ben beter dan hij, U heeft mij van vuur geschapen en U schiep hem van klei.' (Allah) zei: 'Ga hier dan weg, want waarlijk, jij bent een verworpene, een vervloekte. En waarlijk! Mijn vloek is over jou tot de Dag der Vergelding.' (Iblis) zei: 'Mijn Heer! Geef mij uitstel tot de Dag dat de (doden) herrezen zullen worden.' (Al­lah) zei: 'Jij bent één van degenen die uitstel krijgen - tot de Dag van de aangewezen tijd.' (Iblis) zei: 'Bij Uw macht, dan zal ik ze zeker allen misleiden, behalve Uw dienaren onderhen, de oprech­te en door Uw genade gezuiverden.' (Allah) zei: 'De waarheid is, en Ik spreek de waarheid, dat Ik de hel met jou (Iblis) en degenen van de mensheid die jou volgen tezamen zal vullen.' “

(Qs Shad 38:71-85)

Allah zei in Soerah Al-Araf:

"(Iblis) zei: 'Omdat U mij laat dwalen, zal ik zeker op hen wach­ten op Uw rechte pad.' Dan zal ik tot hen komen van voren en van achteren, van links en van rechts en U zult in de meeste van hen geen dankbaarheid vinden."

(Qs Al Ar'af 7:16-17)

Wat Iblis zegt, betekent dat hij zelf in de weg zal staan van de kinderen van Adam, op ieder pad dat zij begaan en iedere richting die zij inslaan. Dus ieder van de kinderen van Adam die zich niet aan Iblis onderwerpt, heeft verlossing bereikt en de armzalige onder de kinderen van Adam is degene die de weg van Iblis volgt.

Imam Ahmad bin Hanbal heeft van Aboe Hoerairah overgeleverd dat de Profeet zei: "Als de zoon van Adam een vers van neerbui­ging leest en dan zelf neerbuigt, dan zondert de Sheitan zich af, schreeuwt en vervloekt zichzelf en zegt: 'De zoon van Adam werd bevolen zich neder te werpen en hij gehoorzaamde (zijn Heer), en zo zal zijn lot zijn het paradijs binnen te gaan, maar ik werd bevolen (door Allah) om mij neder te werpen (voor Adam), maar ik was on­gehoorzaam en mijn lot zal de hel zijn.' "

De Schepping van Eva

Allah zei:

"En Wij zeiden: 'O Adam! Woon tezamen met jouw vrouw in het paradijs en eet beide vrijelijk met plezier en genot van de zaken daarvan, zoveel als je maar wilt, maar kom niet bij deze boom of jullie beiden zullen tot de zondaren behoren.'"

(Qs Al Baqarah 2:35)

Allah zei ook:

"(Allah) zei: 'Verlaat dit (paradijs) verworpen en uitgebannen. Wie van (de mensheid) jou volgt, daar zal Ik zeker de hel mee vul­len. En, o, Adam! Woon met je vrouw in het paradijs en eet wat jullie beide wensen, maar nader niet deze boom, want anders zul­len jullie beide tot de overtreders behoren.

(Qs Al Ar'af 7.18-19)

Allah zei verder:

"En voorwaar toen Wij tegen de engelen zeiden: 'Kniel neer voor Adam.' knielden zij (allen) neer behalve Iblis, die weigerde. Toen zeiden Wij: 'O Adam! Waarlijk, dit is een vijand voor jou en je vrouw. Laat hem niet jullie beide uit het paradijs verjagen, zodat jullie aan de ellende overgeleverd zijn. Waarlijk, jullie hebben (een belofte van Ons) dat je nooit honger zult hebben noch naakt zal zijn. En jullie (zullen) daar niet aan dorst lijden noch onder de hitte van de zon.'"

(Qs Tha ha 20:116-119)

Pon Kathir zei: "Uit de contekst van deze verzen blijkt, dat de schepping van Eva voor het leven van Adam in het paradijs plaats­vond. Dit wordt ondersteund door het Qoer'aanvers: "En, o, Adam! Woon met je vrouw in het paradijs" Hoewel Al-Soeddi na Ibn 'Ab-bas, Ibn Mas'oed en enkele andere Metgezellen heeft overgeleverd, dat zij zeiden: "Polis werd uit het paradijs verdreven en daarna werd Adam toegelaten. Hij wandelde er in zijn eentje rond zonder een partner waarbij hij rust kon vinden. Op een keer sliep hij en toen hij wakker werd, zag hij een vrouw aan zijn hoofdeinde zitten, die Allah geschapen had uit een rib van hem. Hij vroeg haar: 'Wat ben jij?' Zij zei: 'Een vrouw.' Hij vroeg: 'Waarom ben je geschapen?' Zij ant­woordde: 'Opdat je rust bij mij mag vinden.' De engelen vroegen hem toen om zijn kennis te meten: 'Wat is haar naam, Adam?' Hij antwoordde: 'Eva (Hawaï').' Zij vroegen: 'Waarom wordt ze zo genoemd?' Hij antwoordde: 'Omdat ze is geschapen van iets le­vends.'"

In Sahih Al-Boechari werd overgeleverd op gezag van Aboe Hoe-rairah, dat de Profeet zei: "Wees goed voor vrouwen, omdat de vrouw is geschapen uit een rib en het kromste gedeelte van de rib is het bovenste gedeelte ervan. Als je probeert de kromming recht te buigen, dan zul je haar breken, maar als je haar laat zoals ze is zal ze krom blijven. Daarom leg ik er de nadruk op goed voor vrouwen te zijn."

Het ophitsen van Iblis aan Adam

Allah zei:

"En, o, Adam! Woon met je vrouw in het paradijs en eet wat jullie beide wensen, maar nader niet deze boom, want anders zullen jul­lie beide tot de overtreders behoren."

(Qs Al Ar'af 7:19)

Ibn Kathir zei: 'Toen Allah aan beide toestond, Adam en Eva, het paradijs binnen te gaan, vond Hij het goed dat ze van alle vruchten aten behalve van het fruit van een bepaalde boom. Over het soort boom bestaan meningsverschillen onder de Qoer'aaninterpretatoren. Sommige zeggen dat het een wijnstok was, andere beweren, dat het een palmboom was en weer anderen noemen nog andere namen. Allah gaf geen details hierover in de heilige Qoer'aan, omdat het ons niet zal baten als we het weten. Iblis, de vervloekte, was jaloers op Adam en Eva en bracht het zover met allerlei strategieën en listen dat ze verstoken zouden worden van de gunst en van hun tooi. Allah zei:

"Toen fluisterde Sheitan hen beide gedachten in om datgene wat van hun schaamte (eerder) verborgen was te ontbloten. Hij zei: 'Jullie Heer heeft jullie deze boom verboden, omdat jullie anders engelen zouden worden of tot de onsterfelijken zouden behoren.' En hij (Sheitan) zwoer bij Allah voor hen beide (zeggende): 'Waarlijk, ik ben voor jullie echt een goede raadgever."'

(Qs Al Ar'af 7:20-21)

Dit is een poging hen te bedriegen door te vertellen, dat hij hen alleen maar advies wil geven. In een ander vers zegt Allah:

"Toen fluisterde Sheitan naar hem, zeggende: 'O Adam! Zal ik je naar de Boom van het eeuwige Leven leiden en naar het koninkrijk dat nooit verloren zal gaan?'"

(Qs Tha ha 20:120)

De Boom van het eeuwige Leven die boven genoemd wordt, is misschien de boom die genoemd wordt in het verhaal van Ahmad bin Hambal die op gezag van Aboe Hoerairah overgeleverd heeft, dat de Profeet zei: "In het paradijs is een boom in de schaduw waarvan men honderd jaar rijden kan zonder het einde te bereiken. Het is de Boom van het eeuwige Leven.''

Adam en Eva werden misleid, maar hadden daarna spijt

Allah zei:

"Zo misleidde hij hen door verwarring. Toen zij van de boom ge­proefd hadden, werd datgene wat voor hun schaamte verborgen was geweest voor hen duidelijk en zij begonnen de bladeren van het paradijs samen te voegen voor henzelf..."

(Qs Al Ar'af 7:22)

Allah zei ook:

"Toen aten zij beiden van de boom en dus verschenen hun ge­slachtsdelen voor hen, en zij begonnen zichzelf met samengevoeg­de bladeren van het paradijs te bedekken..."

(Qs Tha ha 20:121)

Ibn Kathir zei: "Toen Adam en Eva in het paradijs vertoefden, aten ze rijkelijk van het voedsel, wat ze maar wilden. Toen ze van de verboden boom aten, werd hun de gunst afgenomen die zij vroeger bezaten en werden ze naar de aarde gestuurd." De moslimgeleerden verschillen van mening over de definitieve locatie op aarde waarnaar zij afdaalden en over de tijd die zij in het paradijs vertoefden. De moslimgeleerden verschillen ook van mening over de vraag of Adam en Eva kinderen kregen in het paradijs of niet. Uiteindelijk weet Al­lah het beter.

Er wordt gezegd dat Eva de eerste was die van de verboden boom at, voordat Adam ervan at, en dat ze hem verleidde ervan te eten. Allah weet het beter. Er werd overgeleverd in Sahih Al-Boechari op gezag van Aboe Hoerairah, dat de Profeet zei: "Was het niet van­wege de kinderen van Israël (die bevolen werden geen vlees te bewa­ren maar zij gehoorzaamden niet), dan zou het vlees nooit bederven, en als het niet vanwege Eva was, dan zou een vrouw nooit haar man bedriegen." Wat betreft het gezegde van Allah, "en zij begonnen zichzelf met samengevoegde bladeren van het paradijs te bedekken," zei Athauri na Ibn 'Abbas: "De bladeren die boven bedoeld zijn, zijn bladeren van de vijgeboom." Ibn Kathir merkte op dat deze uitspraak overgeleverd schijnt te zijn na de mensen van het Boek. Hij geloofde echter dat de betekenis van dit vers dieper gaat dan dat. Allah weet het echter beter.

Het vers van Allah: Toen liet Sheitan hen daaruit (het paradijs) glijden en verwijderde hen van waar zij waren. (Qs Al Baqarah 2:36) betekent, dat zij werden beroofd van hun verblijfplaats van rast en gelukzaligheid en afdaalden naar de aarde die de verblijfplaats van vermoeidheid en droefheid is. Dit was het resultaat van hetgeen de Sheitan hen influisterde en hen aanspoorde te doen. Al-Hafizh bin 'Asakir heeft op gezag van Oebai bin Ka'b overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ft zei: "Je vader Adam was net zo lang als de hoge palmboom van 60 el hoogte, zijn lichaam was behaard en zijn intieme gedeeltes waren helemaal met haar bedekt. Toen hij zondigde in het paradijs, werden zijn intieme gedeeltes zichtbaar en verliet hij het paradijs. Toen vond hij een boom op zijn weg die hem bij zijn voorhoofd vasthield en hij werd door Allah geroepen: "Ben je uit het paradijs weggegaan om Mij te ontvluchten?" "Nee," ant­woordde Adam: "Maar omdat ik me schaam voor U, mijn Heer voor hetgeen ik gedaan heb." Allah zei:

"En hun Heer riep hen (zeggende): 'Heb Ik jullie die boom niet verboden en jullie verteld: "Waarlijk, Sheitan is een openlijke vij­and voor jullie?' Zij zeiden: 'O Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan, als U ons niet vergeeft en ons Uw genade schenkt, be­horen wij zeker tot de verliezers.'

(Qs Al Ar'af 7:22-23)

Hiermee werd de zonde toegegeven en berouw getoond aan Allah in bescheidenheid en overgave. Dit werd een traditie die de kinderen van Adam tot het goede leidt in deze wereld en in het hiernamaals. Allah zegt:

"Daal af, ieder van jullie is een vijand voor de ander. Op aarde zal er een woonplaats voor jullie zijn en - voor een zekere tijd -levensonderhoud."

(Qs Al Ar'af 7:24)

De toespraak hier is gericht tot Adam, Eva en Iblis, die bevolen werden het paradijs te verlaten en altijd eikaars tegenstanders zouden zijn in de strijd tegen elkaar. Allah zei:

"Toen ontving Adam van zijn Heer woorden. En zijn Heer vergaf hem. Waarlijk, Hij is Degene Die vergeeft, de Genadevolle ".

(Qs Al Baqarah 2:37)

Sa'id bin Jafar en anderen zeiden, dat deze woorden van Adam kwamen, die berouw toonde aan Allah.

Zij zeiden: "O Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan, als U ons niet vergeeft en ons Uw genade schenkt, behoren wij zeker tot de verliezers."

(Qs Al Ar'af 7:23)

Ibn Kathir zei, dat dit vers lijkt op een ander waar Allah zegt:

...Dus was Adam ongehoorzaam aan zijn Heer, en zo dwaalde hij. Toen koos zijn Heer hem uit en keerde zich in vergeving tot hem en gaf hem leiding.

(Qs Tha ha 20:121-122)

Al-Hakim heeft in zijn Mustadrak overgeleverd dat Ibn 'Abbas zei: "Adam zei: 'O Heer! Hebt U mij niet geschapen met Uw han­den?' Er werd geantwoord: 'Ja.' Hij vervolgde: 'Hebt U niet leven ingeblazen met Uw Geest?' Er werd geantwoord: 'Ja.' (Adam zei): 'En toen ik niesde, zei U: 'Yarhamoekoemoellah (moge Allah mede­lijden met je hebben) en dat Uw barmhartigheid Uw toorn moge voorafgaan?' Er werd geantwoord: 'Ja.' (Adam vervolgde): 'En hebt U voorbeschikt, dat ik dat zal doen?' Er werd geantwoord: 'Ja.' (Adam vervolgde): 'Zal ik naar het paradijs terug worden gestuurd als ik berouw heb?' Er werd geantwoord: 'Ja.'"

Al-Boechari heeft op gezag van Aboe Hoerairah overgeleverd dat de Profeet zei: "Moesa had een geschil met Adam. De eerste zei tegen de laatste: "Omdat je gezondigd hebt, ben jij de schuld dat de mensen niet in het paradijs kunnen wonen en dat zij tot ellende voor­beschikt zijn." Adam antwoordde: "Zelfs jij Moesa, die Allah uitge­kozen heeft om Zijn boodschap te dragen en Zijn redevoering te houden! Jij verwijt me iets wat Allah reeds voor de schepping be­paald had?" De Profeet zei: "Zo weerlegde Adam het argument van Moesa."

Sommige geleerden zeiden: "Het antwoord van Adam was een argument dat men een goddelijk bevel als oorzaak van een ramp­spoed kan aanvaarden, maar niet als oorzaak van ongehoorzaam­heid."

Ibn Kathir zei: "Als het antwoord van Adam op het verwijt van Moesa geïnterpreteerd zou worden als een rechtvaardiging voor het begaan van zonde, omdat Allah die verordend had, dan zou dit voor alle londaars gelden. Als gevolg daarvan zouden er geen vergel dingsmaatregelen noch voorgeschreven straffen zijn die uitgevoerd moeten worden. Dit zou onvermijdelijk tot verschrikkelijke resulta­ten leiden.

Welk paradijs?

De Qoer'aaninterpretatoren verschilden van mening over het pa­radijs waar Adam toegelaten werd, was het in de hemel of op aarde? Volgens de meeste geleerden is het de Tuin van Verblijf. Dit wordt gebaseerd op de oppervlakkige betekenis van de betreffende Qoer'aan verzen en hadith, zoals de uitspraak van Allah: "En Wij zeiden: "O Adam! Woon tezamen met jouw vrouw in het paradijs"... (Qs Al Baqarah 2:35) en het gezegde van Moesa tot Adam: "Omdat je gezondigd hebt, ben jij de schuld dat de mensen niet in het paradijs kunnen wonen."

In Sahih Moeslim werd overgeleverd op gezag van Aboe Hoerai-rah, dat de Profeet zei, dat Allah de mensen zal verzamelen en de gelovigen zullen rechtop staan als het paradijs naar hen gebracht wordt. Zij zullen naar Adam toegaan en zeggen: "O vader, laat het paradijs open zijn voor ons." Hij zal zeggen: "Is er iets anders waar­door jou het paradijs onthouden wordt dan de zonde van je vader?"

Dit is een sterk bewijs ten gunste van de opvatting dat het Hof van Eden bedoeld wordt.

Anderen zeiden, dat het paradijs dat door Adam bewoond werd, niet het paradijs van de Eeuwigheid is, omdat het Adam verboden werd van een bepaalde boom te eten, en omdat hij in de tuin sliep en het verliet, en omdat Iblis er binnenging, hetgeen in tegenspraak is met de veronderstelling dat het de Hof van Eden is. En Allah weet het beter.

De hadiths die betrekking hebben op de schepping van Adam

Moeslim heeft in zijn Sahih overgeleverd, op gezag van Aboe Hoerairah, dat de Profeet zei: "De beste dag dat de zon opkwam is de vrijdag. Op die dag werd ook Adam geschapen, tot het paradijs toegelaten en verliet het weer." In een andere overlevering in de Sa­hih is er de toevoeging: "De Opstanding zal ook op die dag zijn."

Al-Boechari vertelde op gezag van Aboe Hoerairah dat de Profeet zei: "Allah schiep Adam met een lengte van 60 el. Toen zei Hij tegen hem: 'Ga en groet die groep engelen en luister naar hun ant­woord. Dit zal jouw groet zijn en de groet van je nakomelingen.' Hij (Adam) zei: "As-salamoe 'alaikoem (vrede zij met jullie.)." Zij (de engelen) antwoordden: "Wa 'alaika Al-salamoe wa rahmatoellah" (Moge de vrede en barmhartigheid van Allah met je zijn). Aldus voegden zij de zin, "wa rahmatoellah" toe. De mensen die het para­dijs binnengaan zullen dezelfde vorm hebben als Adam. Maar de omvang van de mensen zal met de dag minder worden.

Op gezag van Aboe Moesa Al-Ash'ari, vertelde Imam Ahmad dat de Profeet zei: "Allah schiep Adam uit een handje vol dat Hij ver­zamelde van de hele aarde. De kinderen van Adam zien er overeen­komstig uit, sommige zijn wit, sommige zijn rood, sommige zijn zwart en sommige er tussenin. Sommige zijn meegaand, andere zijn hardnekkig en sommige er tussenin. Sommige van hen zijn kwaadaardig, andere zijn goedaardig en sommige er tussenin."

Al-Soeddi vertelde op gezag van Ibn 'Abbas, Ibn Mas'oed en en­kele van de Metgezellen, dat zij zeiden: "Allah zond Jibriel naar de aarde om Hem klei te brengen. De aarde zei: "Ik verzoek bescher­ming van Allah tegen jou als ik mijn waarde verlies of als ik lelijk Wordt." Aldus keerde hij (Jibriel) terug en nam niets van de aarde en hij zei (tegen Allah): "Mijn Heer! De aarde verzocht om Uw bescherming en ik accepteerde dat." Toen zond Hij (Allah) Mika'il. De aaide verzocht bescherming van Allah tegen hem en hij accepteerde dat. Hij (Mika'il) keerde daarna terug en zei dezelfde woorden als Jibriel. Daarna stuurde Hij (Allah) de Engel des doods. De aarde verzocht om bescherming tegen hem, maar hij zei: "En ik verzoek om bescherming van Allah als ik terugkeer zonder dat ik Zijn bevel uitgevoerd heb." Hij (de Engel des doods) nam toen een beetje klei van de oppervlakte van de aarde en vermengde het. Hij nam het niet van een enkele plek. Hij nam iets van de witte, de rode en de zwarte modder van de aarde. Daardoor zijn de kinderen van Adam gescha­pen in verschillende kleuren. Toen daalde hij af met de aarde en maakte het vochtig totdat het plakkerig werd. Daarna vormde Allah het met Zijn handen, zodat Iblis zich niet verheven zou voelen boven het. Hij (Allah) vormde het toen in de vorm van een menselijk wezen uit klei. Het bleef klei voor een tijdsbestek van veertig jaren volgend op de vrijdag (waarop het was geschapen.) Toen de engelen voorbij kwamen (aan het lichaam van Adam) waren ze bevreesd en degene die het meest bevreesd was, was Iblis. Als Iblis eraan (het lichaam van Adam) voorbij ging, dan streek hij erover, en dan maakte het een dreunend geluid als van klei die geslagen wordt. Dus Allah zei: "Hij schiep de mens uit wat klei, zoals pottenbakkersklei." (Qs Ar-Rahman 55:14) Iblis zei (tegen het lichaam van Adam): "Jij bent werkelijk met een bepaald doel geschapen." Hij ging naar binnen door zijn mond en kwam er van achteren er weer uit en zei tegen de engelen: "Wees hier niet bang voor, want jullie Heer is de Eeuwige, de Absolute, terwijl dit ding hol is. Als aan mij autoriteit hiervoor gegeven wordt, zal ik het zeker vernietigen."

Toen de tijd aanbrak dat Allah Zijn geest in Adam zou blazen, beval Hij de engelen dat ze zich neder zouden werpen voor Adam, nadat Hij (Allah) Zijn geest ingeblazen had. Toen Allah leven in Adam blies en het zijn hoofd binnenging, niesde hij. De engelen zeiden tegen hem: "Zeg Al-Hamdoelillah (Lof zij met Allah!)" Dus zei hij dat. Toen zei Allah tegen hem: "Moge je Heer barmhartigheid met je hebben." Toen het leven in zijn ogen kwam, zag hij de vruch­ten van het paradijs. Toen het leven in zijn buik kwam, voelde hij honger. Dus sprong hij haastig op, voordat het leven zijn benen be­reikte, naar de vruchten van het paradijs. Daarom zei Allah: De mens is haastig geschapen. (Qs Al Anbiya 21:37)

Al-Soeddi vertelde daarna het verhaal van Adam volledig.

Ibn Kathir zei, dat er bepaalde bewijzen zijn van sommige boven­genoemde teksten in de hadith van de Profeet, hoewel de meeste ervan teruggaan op Israëlitische verhalen. Onder deze bewijzen is hetgeen Imam Ahmad vertelde op gezag van Anas bin Malik, dat de Profeet zei: "Toen Allah Adam schiep, verliet Hij hem voor een tijdje, zolang als Hij wilde. Iblis ging verschillende keren om hem heen. Toen hij zag dat het lichaam van Adam hol was, wist hij dat hij kwetsbaar was."

In zijn Muwatta' (een oorspronkelijk boek van de geschiedenis van de Profeet) vertelt Imam Malik bin Anas op gezag van Moeslim bin Yasar Al-Joehanni dat toen 'Oemar bin Al-Khathab gevraagd werd over dit vers: En toen jullie Heer uit de kinderen van Adam, uit hun lenden, hun zaad voortbracht en hen over henzelf liet getuigen (zeggende): "Ben lk niet jullie Heer?" Zij zeiden: "Ja! Wij getuigen" (Qs Al Ar'af 7:172) 'Oemar antwoordde: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah ft zeggen, toen hem over dit vers gevraagd werd: "Allah schiep Adam, vervolgens veegde Hij zijn rug af en van dit extract vormde Hij zijn nageslacht." Hij (Allah) zei vervolgens: "11c heb dit geschapen voor het paradijs, dus zullen ze handelen zoals de bewoners van het paradijs handelen." Daarna veegde Hij (Adams) rug af en van dit extract vormde Hij zijn nageslacht en zei: "Ik schiep dit voor de hel, dus zullen ze handelen zoals de bewoners van de hel handelen." Een man zei: "O Boodschapper van Allah! Wat zijn dan de vruchten van de daden? (Als men toch voorbeschikt is voor het paradijs of de hel)." De Boodschapper van Allah ft antwoordde: "Als een mens voor het paradijs geschapen is, laat Allah hem de daden doen van de mensen van het paradijs totdat hij sterft, terwijl hij vast lili|K houden aan de daden van de mensen van het paradijs totdat hij Sterft en het paradijs daarop binnengaat. Als, integendeel, Allah ie mand voor de hel geschapen heeft, laat Hij hem de daden doen van de mensen van de hel totdat hij sterft, terwijl hij vast blijft houden aan de daden van de mensen voor de hel en daarop de hel binnen­gaat."

In een andere uitleg van dit Qoer'aanvers vertelde Aboe Ja'far Al-Razi op gezag van Oebai bin Ka'b dat: "Hij alle schepsels verzamel­de die gevormd zullen worden tot aan de Dag der Opstanding. Hij (Allah) schiep hen van hun lendenen, vervolgens liet Hij hen spreken en maakte een verbond met hen en liet hen getuigen over henzelf: "Ben Ik niet jullie Heer (die jullie onderhoudt en voedt)?" Zij ant­woordden: "Ja" Hij (Allah) zei: "Ik zal er voor zorgen, dat de zeven hemelen en aarden en jullie vader Adam getuigenis zullen afleggen over jullie, zodat jullie op de Dag der Opstanding niet beweren, dat jullie hierover geen kennis hadden. Je moet weten dat er geen andere god bestaat dan Ik, geen andere Heer dan Ik, dus stel geen afgoden als god naast Mij. De zal jullie boodschappers sturen om jullie aan Mijn verbond te herinneren, en Dc zal Mijn Boek openbaren.' Zij zeiden: 'Wij getuigen, dat U onze Heer en God bent, er bestaat geen andere Heer voor ons dan U en geen andere God dan U. Zo zweerden ze trouw aan Hem."

Toen bracht Allah hun vader Adam groot, totdat hij de rijken en de armen zag, degene met een goed gezicht en degene die niet daar­toe hoort. Hij (Adam) zei: "O Heer! Zou U al Uw schepsels gelijk maken!" Hij (Allah) zei: "Ik wenste dat Dc bedankt zou worden."1 Hij (Adam) vond onder zijn afstammelingen profeten die straalden als lampen, overdekt met licht. Aan hen was een ander soort verbond toevertrouwd, namelijk dat van boodschapper en profeet. Dit komt overeen met het vers van Allah:

En (gedenk) toen Wij de profeten hun verbond aangingen en met jou, en met Noah, Ibrahim, Moesa en Isa, de zoon van Maryam. Wij gingen met hen een sterk verbond aan.

(Qs Al Azhab 33:7)

Allah zei ook:

"Keer je gezicht dus in de richting van de godsdienst als een rechtzinnige. Allahs natuurlijke aanleg waarmee Hij de mensheid geschapen heeft. Laat er geen verandering in de godsdienst van Allah zijn...

(Qs Ar Roem 30:30).

Allah zei ook:

"Dit is een waarschuwer als de vroegere waarschuwers."

(Qs An Nadjm 53:56)

Allah zei verder:

"En bij de meeste van hen ontdekten Wij dat zij niet trouw aan het verbond waren, bij de meeste van hen ontdekten Wij, dat zij ver­dorven waren."

(Qs Al Ar'af 7:102).

Dit werd overgeleverd door de Imams: Ibn Hatem, Dm Jarir, en Dm Mardawaih in hun uitleg. Dit werd ook verteld op gezag van Moedjahid, 'Dcrimah, Sa'id bin Joeair, Al-Hasan Al-Basri, Qatadah, Al-Soeddi, en ook door sommige geleerden van de Salaf (vroege moslims) in teksten die overeenkomen met deze hadiths.

Het verhaal van Kain en Abel

Over Adams zonen Kain en Abel (resp. Qaabil en Haabil) zegt Allah het volgende in de Qoer-aan:

"En reciteer voor hen in waarheid het verhaal van de twee zonen van Adam, toen ieder een offer (aan Allah) bracht. Van één werd het geaccepteerd, maar niet van de ander. De laatste zei tegen de eerste: 'Ik zal jou zeker doden.' De eerste zei: 'Waarlijk, Allah accepteert slechts van degenen die godvrezend zijn. Als jij je hand naar mij opheft om mij te doden, zal ik nooit mijn hand naar jou opheffen om je te doden, want ik vrees Allah, de Heer van de we­reldbewoners. Waarlijk, mijn bedoeling is om mijn zonden op jou te laten overgaan evenals de jouwe, zodat jij één van de bewoners van het vuur wordt, en dat is de vergoeding voor de onrechtvaardigen.' Dus zette de (zelfzuchtige) ziel van de ander hem aan tot moord op zijn broeder; hij vermoordde hem en werd één van de verliezers. Toen stuurde Allah een kraai die in de grond krabde om hem te laten zien hoe de schaamte van zijn broeder te verber­gen. Hij zei: 'Wee mij! Ben ik zelfs niet in staat om zoals deze kraai te zijn en de schaamte van mijn broeder te verbergen?' Toen werd hij één van degenen die berouw hadden."

(Qs Al-Maaïdah 5:27-31)

Vele overleveraars vertellen dat Adam en Eva kinderen in paren kregen, een jongen en een meisje, hetgeen ook door Ibn Kathier werd vastgesteld. Adam en Eva werd bevolen iedere jongen uit te huwen aan het meisje van het andere paar. En vica versa en zo verder. Maar een meisje van een paar was niet gerechtigd te trouwen met haar broer die samen met haar was geboren. De overlevering van As-Soeddi, Ibn 'Abbaas, Ibn Mas'oed en sommige anderen zegt: "Toen Abel met zijn zus wilde trouwen die samen met Kain was geboren -hetgeen zijn zuiver recht was - weigerde de laatste die ouder was, en wilde hij zelf met haar trouwen. Adam beval Kain dat hij zijn zus aan zijn broeder Abel zou uithuwelijken, maar hij weigerde. Hij beval dan dat Abel en Kain een offer zouden brengen aan Allah, hetgeen zij deden. Abel die een kudde vee bezat, offerde een vlezige koe. Kain offerde een slecht gedeelte van zijn oogst. Een vuur daalde uit de hemel af en verslond het offer van Abel en raakte niet het offer van Kain."

Aboe Ja'far Al-Baqir legde uit dat Kain tegen Adam zei: "Allah accepteerde het offer van Abel, omdat jij voor hem een smeekbede deed tot Allah en jij deed geen smeekbede voor mij." Hij bedreigde zijn broer toen ze alleen' waren. Op een nacht bleef Abel lang weg met zijn kudde. Adam zond Kain om hem op te halen. Zodra Kain Abel ontmoette zei hij tegen hem: "Jouw offer werd door Allah aan­vaard, terwijl dat van mij niet werd aanvaard." "Allah aanvaardt goede daden alleen van rechtschapen mensen," antwoordde Abel. Toen werd Kain door woede overweldigd en zei tegen zijn broer: "Ik zal je doden om zo te vermijden dat je met mijn zus zult trouwen." Abel antwoordde:

"Als je je hand naar mij opheft om mij te doden, zal ik nooit mijn hand naar jou opheffen om je te doden, want ik vrees Allah de Heer van de wereldbewoners."

(Qs Al-Maaïdah 5:28)

Dit laat de goede manieren van Abel zien en zijn vrees voor Al­lah. Vervolgens stak Kain hem dood met een stuk ijzer (er wordt ook verteld dat hij hem wurgde).

'Abdoellah ibn 'Oemar zei: "Bij Allah, de vermoorde (Abel) was sterker dan zijn (oudere) broer, maar hij schaamde zich om zijn hand naar zijn broer uit te strekken en hem kwaad te doen."

Ibn Kathier zei dat dit verslag ondersteund wordt door twee au­thentieke hadithboeken, die een verhaal bevaten waarin de Bood­schapper van Allah zei: "Als twee moslims tegenover elkaar staan met hun zwaarden (gericht op elkaar), zal het noodlot van de moor­denaar en de vermoorde de hel zijn." De Metgezellen vroegen: "O Boodschapper van Allah, dit zou rechtvaardig zijn voor de moorde­naar, maar hoe zit het met de vermoorde?" Hij (de Boodschapper) antwoordde: "Hij had ook een vurig verlangen de ander te doden."

Over de uitspraak van Abel:

Waarlijk, mijn bedoeling is om mijn zonden op jou te laten over­gaan evenals de jouwe, zodat jij één van de bewoners van het vuur wordt, en dat is de vergoeding voor de onrechtvaardigen.

(Qs Al-Maaïdah 5:29)

legde Moedjahid uit: "Dit betekent: ik zal niet doorgaan met jou te bevechten, hoewel ik sterker ben dan jij. Zou je mij doden, zul je de zonde begaan van mij te doden en zul je een nieuwe zonde toe­voegen aan je oude zonden."

Ibn Kathier merkte over dit vers op dat het niet bedoeld wordt dat de zonden van de vermoorde op de moordenaar overgaan nadat hij vermoord is, zoals zovele mensen denken. Maar het kan gebeuren dat de vermoorde van de moordenaar eist hem zijn recht terug te geven, terwijl de goede daden van de moordenaar niet voldoende zijn om de vermoorde zijn recht volledig terug te geven. Dan worden de slechte daden van de vermoorde naar die van de moordenaar overgebracht. Deze opvatting vindt ondersteuning in een authentieke hadith die over alle onrechtvaardige daden gaat, en waarin moord als de slecht­ste daad wordt beschouwd. En Allah weet het beter.

Imam Ahmad ibn Hanbal, Aboe Dawoed en Al-Tirmidhi hebben op gezag van Sa'd ibn Waqqas overgeleverd dat de laatste gedurende de opstand die plaatsvond tijdens het kalifaat van 'Oethman ibn 'Af-faan zei: "Ik getuig, dat de Boodschapper van Allah ft zei: 'Er zal na mij een opstand zijn, waarin degene die zit, beter af zal zijn dan de­gene die staat, degene die staat, zal beter af zijn dan degene die loopt, en degene die loopt, zal beter af zijn dan degene die rent.'" Toen vroeg Sa'd: "Hoe zit het met een man die mij wil vermoorden mid­den in mijn huis?" Hij (de Boodschapper) zei: "Volg het voorbeeld van de zoon van Adam." Imam Moeslim en de samenstellers van de Sunan uitgezonderd, deden op gezag van Aboe Dharr verslag van een verhaal dat met dit verhaal overeenkomt.

Over het vers van Allah:

Toen stuurde Allah een kraai die in de grond krabde om hem te laten zien hoe de schaamte van zijn broeder te verbergen. Hij zei: "Wee mij! Ben ik zelfs niet in staat om zoals deze kraai te zijn en de schaamte van mijn broeder te verbergen?" Toen werd hij één van degenen die berouw hadden.

(Qs Al-Maaïdah 5:31)

zei Al-Soeddi: "Allah zond twee kraaien die met elkaar vochten. Een van de twee kraaien doodde de andere en krabde daarna in de grond en legde het lichaam van de andere kraai in een gat en bedekte het met aarde. Toen Kain de twee kraaien dit zag doen, zei hij:

"Wee mij! Ben ik zelfs niet in staat om zoals deze kraai te zijn en de schaamte van mijn broeder te verbergen?" Toen werd hij één van degenen die berouw hadden.

(Qs Al-Maaïdah 5:31)

Daarop volgde hij het voorbeeld van de kraaien en begroef hij zijn broer.

De dood van Adam

Mohammed bin Ishaq zei: "Toen Adam stervende was, riep hij zijn zoon Sheath en leerde hem de uren van de dag en de nacht en de aanbidding die in acht genomen moet worden op die uren. Hij vertel­de hem ook over de Zondvloed die later zou plaatsvinden.

Er wordt beweerd, dat al de lijnen van afkomst van de kinderen van Adam eindigen bij Sheath. Al de andere zonen van Adam behal­ve Sheath verdwenen. Allah weet het beter. Het woord sheath bete­kent Allahs genade. Sheath werd zo genoemd omdat hij geboren werd als kind van Adam en Eva nadat Abel Kain vermoord had."

Ibn Kathir zei: "Toen Adam stierf op vrijdag, brachten de engelen balsem en een doodskleed uit het paradijs."

'Abdoellah, zoon van Imam Ahmad vertelde op gezag van Yahia bin Doemrah Al-Sa'di: 'Tk zag een oude man in de stad terwijl hij les gaf. Toen ik over hem informatie inwon, zeiden de mensen, dat hij Oebai bin Ka'b was. Hij (Oebai) zei: "Toen Adam de dood nabij was, zei hij tegen zijn zonen: "Mijn zonen! De wens te eten van de vruchten van het paradijs." Zij gingen halen wat hij wilde. Op hun weg ontmoetten zij de engelen die hen vroegen: 'Zonen van Adam! Wat zoeken jullie en waar gaan jullie heen?" Zij antwoordden: "On­ze vader is ziek en hij wenst te eten van de vruchten uit het paradijs." Zij (de engelen) zeiden: "Ga maar terug, want jullie vader is reeds gestorven." Zij (de engelen ) gingen naar Adam. Toen Eva hen zag, stootte ze Adam aan. Hij zei tegen haar: "Ga weg. Ik werd door jou verleid (door Iblis). Dus blokkeer de weg niet tussen de engelen van Allah en mij." Zij (de engelen) wasten hem, wikkelden hem in het doodskleed en balsemden hem. Vervolgens groeven ze een gleuf in de grond en legden zijn lichaam erin, waarna ze voor hem baden. Daarna legden ze hem in zijn graf, gooiden aarde over hem heen en zeiden: "O kinderen van Adam! Dit is de begrafenisceremonie die jullie moeten volgen."

Ibn Kathir zei: "De exacte leeftijd van Adam is een onderwerp geweest waar vele geleerden over van mening verschilden. In een hadith die door Ibn 'Abbas en Aboe Hoerairah overgeleverd wordt, werd gezegd, dat de leeftijd van Adam opgeschreven staat op het Beschermde Bord als duizend jaar. Er wordt verteld, dat Eva een jaar na zijn dood stierf.

Ook de locatie waar hij begraven ligt, is een onderwerp van me­ningsverschil tussen de Oelama. Vele geleerden geloven, dat hij in India begraven is naast de berg waar hij afdaalde uit het paradijs. Er wordt ook verteld dat deze berg de berg Aboe Qoebais in Mekka is. Verder wordt verteld, dat toen de Zondvloed plaatsvond, Noah (Nuh) de overblijfselen van Adam en Eva in een doos droeg en ze in Jeru­zalem begroef. Maar Allah weet het beter.

Toen Adam stierf, werd zijn zoon Sheath belast met de missie van zijn vader. Volgens een hadith die door Ibn Hibban overgeleverd werd in zijn Sahili op gezag van Aboe Dharr, was Sheath een Profeetet vijftig boeken.

Toen de dood Sheath naderde, riep hij zijn zoon Anush die hem op moest volgen. Vervolgens volgde de zoon van Anush, Qainin hem op, daarna berustte de autoriteit bij Mihlayil bin Qainin. De niet-Arabische overleveraars beweerden, dat Mihlayil de koning van de zeven rijken was en de eerste die bomen liet kappen en steden en versterkingen oprichtte. Zij beweerden ook, dat hij de stichter van Babyion en de Far Sausse was. Toen Mihlayil stierf, volgde zijn zoon Yard hem op. Toen Yard stervende was, adviseerde hij, dat zijn zoon Khanoehk hem zou opvolgen. Volgens vele geleerden was Khanoehk de profeet Idris.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Halal en Haram

Halal en Haram

De Profeet (saw) zei:
‘’Allah is goed en aanvaardt alleen het goede.


Allah heeft de gelovigen hetzelfde opgedragen wat hij Zijn Boodschappers heeft opgedragen, want Hij heeft gezegd:

"O boodschappers! Eet van wat rein is en verricht goede werken"
(Koran 23:51)

Halal en Haram in onze voeding
(geschreven door Yamina Amfra)

Voordat we gaan kijken wat Halal en Haram voor onze voeding betekent, zal ik eerst uitleggen wat Halal en Haram betekenen.

Halal – Zijn alle dingen die Allah voor de mens heeft goedgekeurd.
Haram - Zijn alle dingen die Allah voor de mens verboden heeft.

Zo op het eerste gezicht zijn deze definities heel duidelijk en eenvoudig toe te passen in onze dagelijkse voeding. Echter, schijn bedriegt. Onze moderne manier van leven heeft heel veel dingen voor ons gemakkelijker gemaakt.
We zijn mobiel, surfen de hele wereld over vanuit onze stoel, machines doen onze huishoudelijke klusjes en ons eten meldt zich vanzelf wanneer het klaar is door middel van een belletje of zoemer….. de magnetron heeft zijn werk weer gedaan.
Voordat er nu allemaal boze zusters gaan reageren dat het bij hen thuis niet zo werkt wil ik opmerken dat ik natuurlijk wel weet dat het bij velen er anders, traditioneler aan toe gaat.
Wat ik probeer aan te geven is dat niet alleen in bovengenoemde situaties de tijd niet stil staat maar ook wat betreft onze voeding verandert er continue van alles.

Voordat ik daar verder op in ga, wil ik eerst aangeven wat precies Haram is binnen het kader van voeding voor Moslims.
Haram is alles wat een vergiftigende werking heeft op de mens, zoals drugs, alcohol, tabak.
Dit heet in het Arabisch Khamr.

‘Allah heeft khamr vervloekt. En de producent, de opdrachtgever, degene die het drinkt, serveert, bij zich draagt, die het krijgt en wie het verkoopt en koopt. (Tirmidhie)

Drinken van alcoholische dranken en roken zijn slecht voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid. Moslims kunnen niet in de geestestoestand van woedoe komen wanneer alcohol en/of drugs hun zintuigen bedwelmen.

‘Jullie die geloven! Nadert niet tot de salaat, terwijl jullie dronken zijn
zolang jullie niet weten wat jullie zeggen.’

(Koran 4:43)

Verder is niet toegestaan:

  • Het eten van varkensvlees. Het is een onrein dier omdat het uitwerpselen eet. Het kan volgens vele Moslims leiden tot allerlei lichamelijke kwalen en allergieën. Zelfs in de westerse medische sector komen er steeds meer aanwijzingen dat varkensvlees een negatieve invloed op de gezondheid kan hebben.
  • Het eten van dieren die niet ritueel geslacht zijn maar een natuurlijke dood zijn gestorven.
  • Een dier dat door geweld gedood is, of door een wild dier is aangevreten.
  • Een dier dat voor afgoden is geofferd.
  • Een dier waarvan bij het jagen of slachten de naam van Allah niet is uitgesproken.
  • Roofvogels, dieren met klauwen en giftanden, knaagdieren, reptielen en insecten.
  • Bloed. Het kan namelijk verschillende ziekteverwekkers bevatten. Daarom is het van belang dat het ritueel slachten met een zeer scherp mes gebeurt en dat de halssnede zo snel en deskundig mogelijk wordt uitgevoerd. Zodat het bloed zoveel mogelijk en zo snel mogelijk kan wegvloeien. Het dier mag zo min mogelijk pijn lijden.

Maar wat te doen als er geen Halal voedsel beschikbaar is?

Als het absoluut niet anders kan. In een situatie van overleven mag een Moslim Haram voedsel tot zich nemen.

Maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, voor hem is het geen vergrijp. Allah is vergevend en barmhartig
(Koran 2:173)

Naast Halal en Haram hebben we ook nog het zogenoemde ‘schemer gebied’ oftewel Mushbooh. Indien je enigszins twijfelt over een bepaald product, vermijdt het dan. Om zekerheid te krijgen wat er dan precies in zo’n product zit, is het raadzaam om contact op te nemen met de fabrikant.
Als je de etiketten van de producten bekijkt, staat er veel informatie op.
Zoals houdbaarheid, de fabrikant, eventueel bereidingsinstructies en ingrediënten aanduiding.
En juist om die ingrediënten aanduiding gaat het. De E-nummers die er vaak opstaan zijn de moeite waard om eens nader te bekijken.
In een volgend artikel zal ik proberen dit verder toe te lichten, Insha Allah.

‘Jullie die geloven ! Eet van de goede dingen die Wij voor jullie levensonderhoud gegeven hebben en betuigt dan aan Allah, als Hij het is die jullie dienen.
Hij heeft voor jullie slechts verboden wat vanzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees van iets waarover iets anders dan Allah is aangeroepen.’

(Koran 2: 172-173)

Moge Allah mij vergeven wanneer ik fouten heb gemaakt en Allah weet het beste.

Bronnen: Islam de natuurlijke weg – Abdul Wahid Hamid.
De Islam - Ruquaiyyah Maqsood

Yamina
(levensstijl adviseuse)
levensstijl@moslima.nl

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:37 Reageer op dit bericht Stuur door

40 Rabbana Smeekbededes uit de Koran

40 Rabbana Smeekbededes uit de Koran

Smeekbede 1

رَبَّنَا تَقَبَّلْ مِنَّا إِنَّكَ أَنْتَ السَّمِيعُ العَلِيمُ

Rabbana taqabbal minna innaka antas Sameeaul Aleem [2:127]

(Onze Heer, aanvaard het van ons: voorwaar, U bent de Alhorende, de Alwetende)

Smeekbede 2

رَبَّنَا وَاجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَا أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَآ إِنَّكَ أَنتَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ

Rabbana wa-j’alna Muslimayni laka ma min Dhurriyatina ‘Ummatan Muslimatan laka wa ‘Arina Manasikana wa tub ‘alayna ‘innaka ‘antat-Tawwabu-Raheem [2:128]

(Onze Heer, maak ons beiden tot mensen die zich overgeven aan U en (maak) onze nakomelingen tot een volk dat zich overgeeft aan U en onderwijs ons de gebruiken (van o.a. de Hadj) en aanvaard ons berouw, voorwaar, U bent de Meest Berouwaanvaardende, de Meest Barmhartige)

Smeekbede 3

رَبَّنَا آتِنَا فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِي الآخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ النَّارِ

Rabbana atina fid-dunya hasanatan wa fil ‘akhirati hasanatan waqina ‘adhaban-nar [2:201]

(Onze Heer, geef ons in de wereld wat goed is en het Hiernamaals wat goed is en bescherm ons tegen de bestraffing van de Hel)

Smeekbede 4

رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْراً وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَانصُرْنَا عَلَى القَوْمِ الكَافِرِينَ

Rabbana afrigh ‘alayna sabran wa thabbit aqdamana wansurna ‘alal-qawmil-kafirin [2:250]

(Onze Heer, schenk ons geduld en maak onze voeten standvastig en sta ons bij tegen het ongelovige volk)

Smeekbede 5

رَبَّنَا لاَ تُؤَاخِذْنَا إِن نَّسِينَا أَوْ أَخْطَأْنَا

Rabbana la tu’akhidhna in-nasina aw akhta’na [2:286]

(Onze Heer, bestraf ons niet als wij vergeten of als wij fouten maken)

Smeekbede 6

رَبَّنَا وَلاَ تَحْمِلْ عَلَيْنَا إِصْرًا كَمَا حَمَلْتَهُ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِنَا

Rabbana wala tahmil alayna isran kama hamaltahu ‘alal-ladheena min qablina [2:286]

(Onze Heer, belast ons niet zoals U degenen vóór ons belast heeft)

Smeekbede 7

رَبَّنَا وَلاَ تُحَمِّلْنَا مَا لاَ طَاقَةَ لَنَا بِهِ وَاعْفُ عَنَّا وَاغْفِرْ لَنَا وَارْحَمْنَا أَنتَ مَوْلاَنَا فَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ

Rabbana wala tuhammilna ma la taqata lana bihi wa’fu anna waghfir lana wairhamna anta mawlana fansurna ‘alal-qawmil kafireen [2:286]

(Onze Heer belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen en scheld ons kwijt en vergeef ons en wees ons genadig. U bent onze Meester en help ons tegen het ongelovige volk)

Smeekbede 8

رَبَّنَا لاَ تُزِغْ قُلُوبَنَا بَعْدَ إِذْ هَدَيْتَنَا وَهَبْ لَنَا مِن لَّدُنكَ رَحْمَةً إِنَّكَ أَنتَ الْوَهَّابُ

Rabbana la tuzigh quloobana ba’da idh hadaytana wa hab lana milladunka rahmah innaka antal Wahhab [3:8]

(Onze Heer, laat onze harten niet afwijken nadat U ons geleid heeft en schenk ons van Uw kant Barmhartigheid. Voorwaar. U bent de Schenker)

Smeekbede 9

رَبَّنَا إِنَّكَ جَامِعُ النَّاسِ لِيَوْمٍ لاَّ رَيْبَ فِيهِ إِنَّ اللّهَ لاَ يُخْلِفُ الْمِيعَادَ

Rabbana innaka jami’unnasi li-Yawmil la rayba ri innAllaha la yukhliful mi’aad [3:9]

(Onze Heer, voorwaar, U bent Degene Die de mensen verzamelt op de Dag waaraan geen twijfel is”. Voorwaar, Allah verbreekt de belofte niet)

Smeekbede 10

رَبَّنَا إِنَّنَا آمَنَّا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَقِنَا عَذَابَ النَّارِ

Rabbana innana amanna faghfir lana dhunuubana wa qinna ‘adhaban-Naar [3:16]

(Onze Heer, voorwaard, wij geloofden, vergeef ons onze zonden en bescherm ons tegen de bestraffing van de Hel)

Smeekbede 11

رَبَّنَا آمَنَّا بِمَا أَنزَلَتْ وَاتَّبَعْنَا الرَّسُولَ فَاكْتُبْنَا مَعَ الشَّاهِدِينَِ

Rabbana amanna bima anzalta wattaba ‘nar-Rusula fak-tubna ma’ash-Shahideen [3:53]

Onze Heer, wij geloven in wat U neergezonden hebt en wij volgen de Boodschapper en schrijf ons daarom op bij de getuigen (van de Eenheid van Allah)

Smeekbede 12

ربَّنَا اغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَإِسْرَافَنَا فِي أَمْرِنَا وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَِ

Rabbana-ghfir lana dhunuubana wa israfana fi amrina wa thabbit aqdamana wansurna ‘alal qawmil kafireen [3:147]

(Onze Heer, vergeef ons onze zonden en onze overdrijvingen met betrekking tot onze zaak en maak ons standvastig en help ons tegen het ongelovige volk)

Smeekbede 13

رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَذا بَاطِلاً سُبْحَانَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ

Rabbana ma khalaqta hadha batila Subhanaka faqina ‘adhaban-Naar [3:191]

(Onze Heer, U heeft dit (alles) niet voor niets geschapen, glorie zij U, bescherm ons dus tegen de bestraffing van de Hel)

Smeekbede 14

رَبَّنَا إِنَّكَ مَن تُدْخِلِ النَّارَ فَقَدْ أَخْزَيْتَهُ وَمَا لِلظَّالِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ

Rabbana innaka man tudkhilin nara faqad akhzaytah wa ma liDh-dhalimeena min ansar [3:192]

(Onze Heer, voorwaar, U bent degene die iemand de Hel binnenleidt, U heeft hem dan waarlijk vernederd. En voor de onrechtvaardigen zullen er geen helpers zijn)

Smeekbede 15

رَّبَّنَا إِنَّنَا سَمِعْنَا مُنَادِيًا يُنَادِي لِلإِيمَانِ أَنْ آمِنُواْ بِرَبِّكُمْ فَآمَنَّا

Rabbana innana sami’na munadiyany-yunadi lil-imani an aminu bi Rabbikum fa’aamanna [3:193]

(Onze Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die oproept tot geloof: ‘Gelooft in jullie Heer,’ dus geloven wij)

Smeekbede 16

رَبَّنَا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَكَفِّرْ عَنَّا سَيِّئَاتِنَا وَتَوَفَّنَا مَعَ الأبْرَارِ

Rabbana faghfir lana dhunoobana wa kaffir ‘ana sayyi’aatina wa tawaffana ma’al Abrar [3:193]

(Onze Heer, vergeef ons onze zonden en wis onze fouten uit en neem ons leven met (dat van) de vromen)

Smeekbede 17

رَبَّنَا وَآتِنَا مَا وَعَدتَّنَا عَلَى رُسُلِكَ وَلاَ تُخْزِنَا يَوْمَ الْقِيَامَةِ إِنَّكَ لاَ تُخْلِفُ الْمِيعَاد

Rabbana wa ‘atina ma wa’adtana ‘ala rusulika wa la tukhzina yawmal-Qiyamah innaka la tukhliful mi’aad [3:194]

(Onze Heer, schenk ons wat U aan Uw Boodschappers belooft hebt en verneder ons niet op de Dag der Opstanding. Voorwaar, U verbreekt de belofte niet)

Smeekbede 18

رَبَّنَا آمَنَّا فَاكْتُبْنَا مَعَ الشَّاهِدِينَ

Rabbana aamana faktubna ma’ ash-shahideen [5:83]

(Onze Heer, wij geloven, schrijf ons dus op bij de getuigen)

Smeekbede 19

رَبَّنَا أَنزِلْ عَلَيْنَا مَآئِدَةً مِّنَ السَّمَاء تَكُونُ لَنَا عِيداً لِّأَوَّلِنَا وَآخِرِنَا وَآيَةً مِّنكَ وَارْزُقْنَا وَأَنتَ خَيْرُ الرَّازِقِينَ

Rabbana anzil ‘alayna ma’idatam minas-Samai tuknu lana ‘idal li-awwa-lina wa aakhirna wa ayatam-minka war-zuqna wa anta Khayrul-Raziqeen[5:114]

(O Allah, onze Heer, doe een tafel uit de hemel neerdalen opdat er voor de eerste tot en met de laatste van ons een plechtig feest ( Id) is, als een Teken van U. En geeft ons voorziening en U bent de Beste van de Voorzieners)

Smeekbede 20

رَبَّنَا ظَلَمْنَا أَنفُسَنَا وَإِن لَّمْ تَغْفِرْ لَنَا وَتَرْحَمْنَا لَنَكُونَنَّ مِنَ الْخَاسِرِينَ

Rabbana zalamna anfusina wa il lam taghfir lana wa tarhamna lana kuna minal-khasireen [7:23]

(Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en wanneer U ons niet vergeeft en ons geen genade schenkt, dan zullen wij zeker tot de verliezers behoren)

Smeekbede 21

رَبَّنَا لاَ تَجْعَلْنَا مَعَ الْقَوْمِ الظَّالِمِينَ

Rabbana la taj’alna ma’al qawwmi-dhalimeen [7:47]

(Onze Heer, plaats ons niet bij het onrechtplegende volk)

Smeekbede 22

رَبَّنَا افْتَحْ بَيْنَنَا وَبَيْنَ قَوْمِنَا بِالْحَقِّ وَأَنتَ خَيْرُ الْفَاتِحِينَ

Rabbana afrigh bayana wa bayna qawmina bil haqqi wa anta Khayrul Fatiheen [7:89]

(Onze Heer, doe een uitspraak tussen ons en ons volk, naar de Waarheid en U bent de Beste van de Oordelaars)

Smeekbede 23

رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَتَوَفَّنَا مُسْلِمِينَ

Rabbana afrigh ‘alayna sabraw wa tawaffana Muslimeen [7:126]

(Onze Heer, schenk ons geduld en doe ons sterven als mensen die zich (aan U) hebben overgegeven)

Smeekbede 24

رَبَّنَا لاَ تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِّلْقَوْمِ الظَّالِمِينَ ; وَنَجِّنَا بِرَحْمَتِكَ مِنَ الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ

Rabbana la taj’alna firnatal lil-qawmidh-Dhalimeen wa najjina bi-Rahmatika minal qawmil kafireen [10:85-86]

(Op Allah hebben wij onze vertrouwen gesteld, Onze Heer, maak ons geen voorwerp van vervolging door het onrechtplegende volk, En red ons door Uw Barmhartigheid van het ongelovige volk)

Smeekbede 25

رَبَّنَا إِنَّكَ تَعْلَمُ مَا نُخْفِي وَمَا نُعْلِنُ وَمَا يَخْفَى عَلَى اللّهِ مِن شَيْءٍ فَي الأَرْضِ وَلاَ فِي السَّمَاء

Rabbana innaka ta’iamu ma nukhfi wa ma nu’lin wa ma yakhfa ‘alal-lahi min shay’in fil-ardi wa la fis-Sama’ [14:38]

(Onze Heer! Voorwaar, U weet wat wij verbergen en wat wij openlijk doen en et is voor Allah niets verborgen op de aarde en niet in de hemel)

Smeekbede 26

رَبِّ اجْعَلْنِي مُقِيمَ الصَّلاةِ وَمِنْ ذُرِّيَّتِي رَبَّنَا وَتَقَبَّلْ دُعَاءِ

Rabbiedj ‘alnie moeqiemash-salaati wa min dzoerrijjatie rabbanaa wa taqabbal doe’a’i [14:40]

(Oh Allah, laat mij en mijn kinderen altijd het gebed verrichten. Oh Allah, accepteer mijn smeekbede)

Smeekbede 27

رَبَّنَا اغْفِرْ لِي وَلِوَالِدَيَّ وَلِلْمُؤْمِنِينَ يَوْمَ يَقُومُ الْحِسَابُ

Rabbana ghfir li wa li wallidayya wa lil Mu’mineena yawma yaqumul hisaab [14:41]

(Mijn Heer, vergeef mij en mijn ouders en de gelovigen op de Dag waarop de afrekening plaats vindt)

Smeekbede 28

رَبَّنَا آتِنَا مِن لَّدُنكَ رَحْمَةً وَهَيِّئْ لَنَا مِنْ أَمْرِنَا رَشَدًا

Rabbana ‘atina mil-ladunka Rahmataw wa hayya lana min amrina rashada [18:10]

(Onze Heer, verleen ons Uw genade en bereid ons een weg naar vrede en voorspoed uit onze beproeving)

Smeekbede 29

رَبَّنَا إِنَّنَا نَخَافُ أَن يَفْرُطَ عَلَيْنَا أَوْ أَن يَطْغَى

Rabbana innana nakhafu any-yafruta ‘alayna aw any-yatgha [20:45]

(Onze Heer, wij vrezen dat hij tegenover ons gewelddadig zal zijn of opstandig zal worden)

Smeekbede 30

رَبَّنَا آمَنَّا فَاغْفِرْ لَنَا وَارْحَمْنَا وَأَنتَ خَيْرُ الرَّاحِمِينَ

Rabbana amanna faghfir lana warhamna wa anta khayrur Rahimiin [23:109]

(O, onze Heer, wij hebben geloofd, vergeef ons daarom en wees Barmhartig jegens ons. En U bent de Beste der barmhartigen)

Smeekbede 31

رَبَّنَا اصْرِفْ عَنَّا عَذَابَ جَهَنَّمَ إِنَّ عَذَابَهَا كَانَ غَرَامًا إِنَّهَا سَاءتْ مُسْتَقَرًّا وَمُقَامًا

Rabbanas-rif ‘anna ‘adhaba jahannama inna ‘adhabaha kana gharama innaha sa’at musta-qarranw wa muqama [25:65-66]

(Onze Heer, wend de straf der hel van ons af want de straf daarvan is een voortdurende kwelling , Zij is inderdaad slecht als rustplaats en als tehuis)

Smeekbede 32

رَبَّنَا هَبْ لَنَا مِنْ أَزْوَاجِنَا وَذُرِّيَّاتِنَا قُرَّةَ أَعْيُنٍ وَاجْعَلْنَا لِلْمُتَّقِينَ إِمَامًا

Rabbana Hablana min azwaajina wadhurriy-yatina, qurrata ‘ayioni wa-jalna lil-muttaqeena Imaama [25:74]

(Onze Heer, maak onze echtgenoten en kinderen tot troost der ogen, en maak ons tot voorbeeld voor de godvruchtigen)

Smeekbede 33

رَبَّنَا لَغَفُورٌ شَكُورٌ

Rabbana la Ghafurun shakur [35: 34]

(Onze Heer is voorzeker Vergevensgezind; Waarderend)

Smeekbede 34

آمَنُوا رَبَّنَا وَسِعْتَ كُلَّ شَيْءٍ رَّحْمَةً وَعِلْمًا فَاغْفِرْ لِلَّذِينَ تَابُوا وَاتَّبَعُوا سَبِيلَكَ وَقِهِمْ عَذَابَ الْجَحِيمِ

Rabbana wasi’ta kulla sha’ir Rahmatanw wa ‘ilman faghfir lilladhina tabu wattaba’u sabilaka waqihim ‘adhabal-Jahiim [40:7]

(Onze Heer, U omvat alle dingen in Uw barmhartigheid en kennis. Vergeef daarom hen die berouw tonen en Uw weg volgen; en behoed hen voor de straf der hel)

Smeekbede 35

رَبَّنَا وَأَدْخِلْهُمْ جَنَّاتِ عَدْنٍ الَّتِي وَعَدتَّهُم وَمَن صَلَحَ مِنْ آبَائِهِمْ وَأَزْوَاجِهِمْ وَذُرِّيَّاتِهِمْ إِنَّكَ أَنتَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ وَقِهِمُ السَّيِّئَاتِ وَمَن تَقِ السَّيِّئَاتِ يَوْمَئِذٍ فَقَدْ رَحِمْتَهُ وَذَلِكَ هُوَ الْفَوْزُ الْعَظِيمُ

Rabbana wa adhkhilum Jannati ‘adninil-lati wa’attahum wa man salaha min aba’ihim wa azajihim wa dhuriyyatihim innaka antal ‘Azizul-Hakim, waqihimus sayyi’at wa man taqis-sayyi’ati yawma’idhin faqad rahimatahu wa dhalika huwal fawzul-’Adheem [40:8-9]

(Onze Heer, en doe hen de tuinen der Eeuwigheid ingaan, die U hun had beloofd, alsook de deugdzamen onder hun ouders, hun echtgenoten en hun kinderen. Zeker, U bent de Almachtige, de Alwijze, En behoed hen voor het kwade; en een ieder die U op die Dag voor het kwade behoedt, hem betoont U zeker barmhartigheid. En dat is de grootste zegepraal)

Smeekbede 36

رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا وَلِإِخْوَانِنَا الَّذِينَ سَبَقُونَا بِالْإِيمَانِ وَلَا تَجْعَلْ فِي قُلُوبِنَا غِلًّا لِّلَّذِينَ آمَنُوا

Rabbana-ghfir lana wa li ‘ikhwani nalladhina sabaquna bil imani wa la taj’al fi qulubina ghillal-lilladhina amanu [59:10]

(Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok in ons hart blijven tegen de gelovigen)

Smeekbede 37

رَبَّنَا إِنَّكَ رَؤُوفٌ رَّحِيمٌ

Rabbana innaka Ra’ufur Rahim [59:10]

(Onze Heer! U bent inderdaad Liefderijk, Genadevol)

Smeekbede 38

رَّبَّنَا عَلَيْكَ تَوَكَّلْنَا وَإِلَيْكَ أَنَبْنَا وَإِلَيْكَ الْمَصِيرُ

Rabbana ‘alayka tawakkalna wa-ilayka anabna wa-ilaykal masir [60:4]

(Onze Heer, in U stellen wij ons vertrouwen en tot U wenden wij ons, en naar U is de terugkeer)

Smeekbede 39

رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِّلَّذِينَ كَفَرُوا وَاغْفِرْ لَنَا رَبَّنَا إِنَّكَ أَنتَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ

Rabbana la taj’alna fitnatal lilladhina kafaru waghfir lana Rabbana innaka antal ‘Azizul-Hakim [60:5]

(Onze Heer, maak ons niet tot een voorwerp van beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons o Heer, voorzeker U bent de Almachtige, de Alwijze)

Smeekbede 40

رَبَّنَا أَتْمِمْ لَنَا نُورَنَا وَاغْفِرْ لَنَا إِنَّكَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ

Rabbana atmim lana nurana waighfir lana innaka ‘ala kulli shay-in qadir [66:8]

(Onze Heer, volmaak ons licht voor ons en vergeef ons; want U heeft macht over alle dingen)

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Mekka door de eeuwen heen

Mekka door de eeuwen heen

De Heilige Ka'bah te Mekka heeft de afgelopen jaren veel veranderingen doorgemaakt. Hieronder in de figuur vind je hier een mooi overzicht van. Onder de figuur vind je de bijhorende omschrijving. Mocht je het plaatje in een groter formaat willen bekijken klik dan op het plaatje, in een nieuw venster zal vervolgens het grotere plaatje getoond worden.

Mekka door eeuwen heen (klik om te vergroten)

Legenda:

  1. 1 Mekka: het middelpunt van de aarde

  2. 2 Mekka in de tijd van de Profeet Abraham ('alayhi asalaam)

  3. 3 Mekka in de tijd van Gussie, Grootvader van de Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam (157 voor Hijra)

  4. 4 Mekka in de tijd van de Quraish (12 voor Hijra).

  5. 5 Mekka gedurende het Omayied tijdperk (91 Hijra).

  6. 6 Mekka gedurende het Abbasied tijdperk (310 Hijra).

  7. 7 Mekka gedurende het Ottoman tijdperk (1215 Hijra).

  8. 8 Mekka na de voltooing van de door de beheerder van de twee heilige moskee?n, Koning Fahd bin Abdul-Aziz. (1412 Hijra)
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Geschiedenis van het offerfeest

Geschiedenis van het offerfeest

De dromen van de profeten worden gezien als openbaringen.
De profeet Ibrahim (vzmh) kreeg in een droom de openbaring van God dat hij zijn liefde en trouw aan hem moest bewijzen door datgene op te offeren wat hem het liefste op aarde was: zijn zoon Ismaël.

Hij vertelde dit tegen zijn zoon, zoals we kunnen lezen in de Koran:

Koran 37:102 As-saaffaat

Toen die zover was dat hij met hem mee kon gaan zei hij: ‘Mijn zoon, ik heb in de slaap gezien dat ik je zal offeren. Zie eens wat jij ervan vindt¨. Hij zei: ¨Mijn vader, doe wat je bevolen is. Je zult merken dat ik, als God het wil, iemand ben die gelukkig volhard’.

Dit was een grote beproeving voor Ibrahim (vzmh).
Hij had de opdracht gekregen om zijn enige zoon te offeren.
Een kind dat door God aan hem geschonken was en dat nu de leeftijd had bereikt waarin hij zijn oude vader kon helpen in zijn taken en missies.
Tegelijkertijd was het een grote beproeving voor zijn zoon.
Om deze opdracht te gehoorzamen en zijn leven te offeren was geen eenvoudig iets.
Beiden volharden in hun geloof en gingen op weg naar Mina om de opdracht van God uit te voeren.

Toen ze in Mina aankwamen zette Ibrahim (vzmh) een mes op de keel van zijn zoon en gebruikte al zijn kracht om de opdracht van God uit te voeren.
Maar de Kracht van God kwam tussenbeide en haalde de functie van het mes weg en een boodschap kwam vanuit de hemel:

Koran 37:103-107 As-saaffaat

Toen zij zich beiden (aan God´s wil) overgegeven hadden en hij hem op zijn voorhoofd had neergelegd, riepen Wij hem: ‘Ibrahiem! Jij hebt de droom doen uitkomen. Zo belonen Wij hen die goed doen. Dit was duidelijk een beproeving. En Wij gaven voor hem een geweldig offer in de plaats’.

Met deze boodschap kwam er een ram (mannelijk schaap) mee vanuit de hemel, die de plaats van Ismaël moest innemen en geslacht zou worden.
God accepteerde de oprechte daad van zijn boodschapper Ibrahim (vzmh) en maakte het een plicht voor alle pelgrims en moslims in het algemeen om een dier te offeren.

Het is aangegeven in een hadith van de profeet Mohammed (vzmh) waarin Annum, één van de metgezellen van de profeet aan de profeet Mohammed (vzmh) vraagt: ‘O, profeet van God, waar komt dit gebruik vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Het is de soennah van jouw voorvader Ibrahim (vzmh) en een herdenking aan zijn eer’.


 

Wanneer is het offerfeest?

In de twaalfde moslimmaand is de Hadj, de bedevaart naar Mekka.
De pelgrims voeren een tocht langs heilige plekken die worden geassocieerd met de profeten Ibrahim (vzmh) en Mohammed (vzmh).
Op de tiende dag van de bedevaart offert de pelgrim een dier.
Moslims die niet op bedevaart zijn slachten ook een dier ter herdenking aan de profeet Ibrahim (vzmh)
Overal in de wereld slachten moslims op deze dag een offerdier.

Een derde van het vlees is voor de armen, een derde voor familieleden en vrienden, en een derde voor jezelf.
Samen met het suikerfeest na de ramadan is het offerfeest het belangrijkste feest van de Islam. Het duurt drie dagen.
De naam voor het offerfeest in het arabisch is: Ied Al-Adha


 

Offerdieren

Welke dieren mogen er gebruikt worden op het offerfeest?

De volgende dieren mogen geofferd worden:

Geiten:  minstens 1 jaar oud, mannelijk of vrouwelijk

Schapen: minstens 6 maanden oud, mannelijk of vrouwelijk

Koeien, ossen of buffels: minstens 2 jaar oud

Kamelen: minstens 5 jaar oud, mannelijk of vrouwelijk


Het offeren van een geit of schaap is voldoende voor één persoon.
Voor alle andere dieren, koe, os, buffel, of kameel staat het offer gelijk aan 7 offers, waardoor 7 personen gezamenlijk zo een dier kunnen offeren.

Wanneer een verkoper van een dier verklaard dat het  dier de leeftijd heeft bereikt waarop het geofferd mag worden, en er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat dit niet zo zou zijn, mag men uitgaan van de betrouwbaarheid van zijn verklaring en het dier offeren.


 

Alternatief voor het offerdier

Sommige mensen denken dat ze in plaats van een dier te offeren, geld kunnen geven aan arme mensen uit liefdadigheid. Dit is niet juist.
Er zijn verschillende verplichte vormen van aanbidding voor moslims.
Elk van hen heeft een eigen belangrijkheid en geen van hen kan de ander vervangen.
Het is niet toegestaan voor een moslim om de salaat (het gebed) te verrichten ter vervanging van het vasten in de Ramadan.
Zo is het ook niet toegestaan om liefdadigheid te geven ter vervanging van het verrichten van het gebed.
Hetzelfde geld voor het offeren van een dier: Het brengen van het offer is een onafhankelijke vorm van aanbidding en kan niet vervangen worden door een andere vorm van aanbidding zoals het geven van liefdadigheid.

Echter wanneer iemand door dringende redenen niet kon offeren in de drie voorgeschreven dagen (10e, 11e of 12e van de maand Zulhijjah), kan hij in dat geval de prijs van een offerdier als sadaqah geven aan een persoon die recht heeft om zakaat (armenbelasting) te ontvangen.
Tijdens de duur van de dagen dat er geofferd wordt kan er geen vrijstelling van deze verplichting gekregen worden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Offerfeest - (IED-UL-ADHA / QURBANI)

Offerfeest

(IED-UL-ADHA / QURBANI)

OFFEREN WAJIB !!!
het offeren van een dier is wajib na
Eid-el-Adha voor elke gezonde, volwassen moslim die in het bezit is van nisaab (87.68 gram goud of 612.36 gram zilver of de waarde daarvan in baargeld of voorraden).
  Waarom offeren?

Quran(37:103-109)
Maar waarom wilde Allah
swt.gif!OpenImageResource Ismael offeren?

Daar was een reden voor.

Maar wat was die reden dan?

Het was niet mogelijk dat H. Ibrahiem zijn zoon zou offeren, omdat Allahswt.gif!OpenImageResource niet wil dat mensen geofferd moeten worden.


Hier was het niet alleen de bedoeling om H. Ibrahiem te beproeven, maar er zat wat anders in.

Hiervoor was H.Ibrahiem al een grote beproeving ondergaan nl. toen hij opdracht kreeg om zijn vrouw en kind naar Makkah Maazma te brengen, midden in de woestijn waar nu de bron Zam Zam is in het dal bij de bergen Sava en Marwa. Daar was de grote beproeving en het grote offer. Midden in de woestijn je vrouw en kind achterlaten zonder enige overlevingskansen, is dat niet een grote beproeving?


Toen Hazrat Ibrahiem zijn vrouw en kind in de woestijn achter liet, vroeg zijn vrouw aan hem waarom hij hen hier achter liet. Hij zei, omdat Allah het zo wilde. Zij antwoordde, dat als Allah
swt.gif!OpenImageResource het gezegd had dan accepteerde zij het wel.

H. Hazra legde het kind op de grond en ging op zoek naar eten en drinken. Het kind lag in de volle zon op de grond en begon te huilen. H. Harzra werd onrustig en begon uit wanhoop van de ene berg Sava naar de andere berg Marwa te rennen. Dit heeft Zij 7 keer gedaan. Op dat moment heeft H.Gabriel H.Ismael Zabie Oella gemaakt. Zabie komt van Zabba dat offeren betekent. Hier is H.Ismael geofferd aan Allahswt.gif!OpenImageResource , alle slechte dingen worden door H.Gabriel weggehaald. Dat gebeurt bij iedere profeet en daarom zijn zij niet bang voor de dood, de problemen die zij onderweg tegen zullen komen en daarom zijn zij goedhartige mensen. Hierna ging H.Hazra naast haar kind zitten en begon te bidden. En de grond waar het kind tijdens het huilen zijn voeten op sloeg, daar begon water uit de grond te komen.


Toen maakte zij een dammetje om het water tegen te houden, maar het water stroomde door en om het water te stoppen, riep zij Zam, Zam, dat stop, stop betekent. Waar water is daar komen veel vogels op af. De vogels die cirkelden boven het water in de lucht. Er waren vroeger veel handelaren met karavaan die door de woestijn trokken.

Zij zagen de vogels in de lucht cirkelen en trokken daar naar toe, want zij wisten waar vogels in de lucht cirkelen moet water zijn. Zij kwamen altijd water tekort voor hun dieren. Toen zij daar aankwamen, vroegen zij water voor hun dieren aan H.Hazra en die zei dat het water van Allahswt.gif!OpenImageResource was en je mag er dus gebruik van maken.

"omdat jij de eerste hier bent", zeiden de handelaren, "geven wij jou voedsel in ruil voor water". Zodoende ontstond daar een stadje.


Na lange tijd kreeg H.Ibrahiem toestemming om zijn vrouw en kind op te zoeken. Hij dacht, dat zij al gestorven waren. Toen hij op de plek aankwam, waar hij ze achtergelaten had, zag hij tot zijn grote verbazing, dat daar een stadje was ontstaan en dat zijn vrouw en zoon nog in leven waren. Toen H.Ismael de dertien jarige leeftijd had bereikt, kreeg H.Ibrahiem een droom/visioen, waarin hij door Allah
swt.gif!OpenImageResource werd opgedragen zijn meest geliefde op te offeren. (En zijn meest geliefde was zijn zoon H. Ismael). H.Ibrahiem heeft dit aan zijn vrouw verteld, maar het geloof in Allahswt.gif!OpenImageResource was zo sterk dat ze het met hem eens was en toen hij aan H.Ismael vroeg, zei Hij: "zoals Allah dat wil". Hij was het ook hiermede eens geworden. Omdat hij tot ZABIOELLA was verheven door Allahswt.gif!OpenImageResource , was hij niet bang voor het offer.


Het verhaal verspreidde zich door de hele stad. In Arabie was het toen gewoonte, dat de volkeren mensen offerden. Het waren alleen zonen die geofferd werden. Ze gingen beelden aanbidden en zonen offeren en ook werden in die tijd dochters levend begraven.

Als zij zelf geen zonen hadden werden de zonen van de familie geofferd. H.Ibrahiem wist zelf niet wat eigenlijk de bedoeling van Allah was en waarom Allah aan hem vroeg zijn zoon op te offeren.


De dag van het offer bracht H.Ibrahiem zijn zoon naar een hoge plek, waar iedereen hem kon zien. Alle mensen verzamelden zich daar en iedereen dacht: "Zie je wel nu is H.Ibrahiem het ook eens met onze God en gaat hetzelfde ook doen". Ze waren in grote getale aanwezig om het te zien gebeuren.

Toen H.Ibrahiem op het grote moment het mes pakte om zijn zoon te offeren, hield H.Djibrail zijn hand vast. Toen zei Allahswt.gif!OpenImageResource : "Jij hebt de droom waargemaakt" en hij moest een dier offeren (Doemba-Bhera). In die tijd hadden zij veel schapen in Arabie en hij heeft dus een gezonde doemba geofferd.


Door deze geschiedenis is het offeren van mensen afgeschaft/vernietigd/afgelopen. Deze herinnering is in het nageslacht van H.Ismael in Arabie gebleven en deze herinnering duurt tot nog toe voort. Onze profeet
saw.gif!OpenImageResource komt uit het nageslacht van H.Ismael en alles wat H.Ibrahiem niet wist (waarvoor hij zijn zoon moest offeren) heeft onze profeetsaw.gif!OpenImageResource later in de openbaring over gehad. In soera As-Saffat!

 

"Het vlees noch het bloed ervan zal Allah bereiken, maar de godvrezendheid van jullie bereikt Hem." (Koran 22:37)

De hoofdbedoeling waarom men Muslims toestond het dierenoffer te blijven brengen, bestond erin deze traditie in een instelling van liefdadigheid om te vormen. Al de verzen van de Koran Majeed die over dit onderwerp gaan, eindigen met de provisie (voorwaarde) dat het vlees moet dienen om de armen, behoeftigen en diegenen die te bescheiden zijn om te bedelen zowel als de mendicanten (diegen die openlijk bedelen) te voeden. (Koran 2:196, 22:28, 35-37)

In sommige gevallen worden de offeraars van het offer toegestaan een deel van het vlees zelf te consumeren, terwijl in andere gevallen het geheel van het karkas aan liefdadigheid moet gegeven worden.

Een Offer wordt verondersteld een daad van aanbidding en dankbetoon te zijn, om de goedkeuring van te zoeken, echter niet in de zin van een (offer ter) Verlossing (van zonden), noch in de zin van het overbrengen van iemand's zonden op dat van "zondebok" (scapegoat). Het is integendeel bedoeld een daad van liefdadigheid (goedheid, Ihsan) te zijn om aan de sociale verplichtingen te voldoen. Na het lezen van de Koranische versie van het offer, blijft er geen enkele twijfel over bestaan dat het zelfs zo is dat elk offer dat verspild wordt, een zondige zowel als elke criminele schending is van de Islamitische wet (Shariah). Verzen 22:36 en 37 maken deze proviso uitvoerig duidelijk.

De Koranische injuncties (verboden) zijn zo veeleisend op het punt van het niet wegnemen van een leven van een dier zonder een rechtvaardigbare reden (Be-ghair-e-haqqin) dat het verspillen van vlees, zelfs door het offeren aan afgoden en godheden, een duivelse daad genoemd wordt.

Bron: samenvatting van "Animals in Islam" van Imam Masri , sectie: Offeren van dieren


Wanneer offeren?

Het tijdstip waarop begonnen mag worden met het slachten is na het offerfeestgebed en het is niet rechtsgeldig als dat eerder gebeurd. De Profeet heeft degenen bevolen alsnog een offer te brengen na het gebed. (Boechari)
Het uiterste tijdsdomein voor het slachten is het zonsondergang 3de dag na het offerfeestgebed
 

Wat offeren?

De Islam heeft aangegeven welke dieren als offer geschikt zijn: namelijk veedieren, d.w.z. kamelen/dromedarissen, runderen, schapen en geiten. En natuurlijk moet hij onder deze soorten de beste uitkiezen
Een geit of schaap moet minimaal 1 jaar oud zijn, een koe minimaal 2 jaar en een kameel minimaal 5 jaar. Ook moeten de dieren vrij zijn van lichamelijke gebreken.
 

Het slachtdier

Het vervoer van de slachtdieren mag geen pijn of letsel veroorzaken bij deze dieren, dan wel de gezondheid of het welzijn van deze dieren benadelen. Verder moet het immobiliseren op een voor de te slachten dieren humane en doeltreffende wijze plaatsvinden en elke opwinding, pijn, lijden of verwondingen of kneuzingen moet deze dieren bespaart blijven.
Het mes waarmee de halssnede wordt toegebracht moet voldoende lang en vlijmscherp zijn. Eveneens het neerleggen van deze dieren voor het slachten moet op een uitstekende en humane manier gebeuren zodat de dieren verwondingen, pijn en dergelijke niet toegebracht worden. Ook dient men het slachtmateriaal te verbergen en het mes niet in het bijzijn van het dier te scherpen.
Verder moet de slager in staat zijn met één meshandeling een halssnede aan te brengen bij de te slachten dieren. Het is niet toegestaan om het dier te zagen, de nek te breken, te onthoofden, ruggenmerg aan te prikken alvorens het dier dood is.

De profeet
saw.gif!OpenImageResource zei: ….en als je erbarmen tegenover de schaap toont, zal Allah erbarmen met je zijn. (Ahmed)



Hoe moet je het Ied-al-Adha gebed verrichten ?


In het algemeen, bij elk gebed (Salaah), volg je altijd de Imam. Maak je bewegingen nooit voordat hij dat doet en doe niets anders dan hij.

Ied-gebed bestaat uit twee raka'aat (onderdelen van het gebed, één raka'a en twee raka'aat). Het grootste verschil tussen dit gebed en andere gebeden die uit twee raka'aat bestaan, is het aantal Takbirs die uitgesproken worden. Takbirs is een Arabisch woord die refereert aan wanneer "Allahu Akbar" (Allah is groter) wordt gezegd en wanneer de handen worden opgeheven tot de oren.

Maak de intentie om twee raka'aat te gaan verrichten achter de Imam voor Ied gebed, tesamen met zes aanvullende Takbirs.


De eerste raka'a

Nadat de Imam "Allahu Akbar" heeft gezegd voor de eerste keer, moet je je handen opheffen en hem volgen. Dit is de eerste takbir van het gebed.

Er worden 3 takbirs verricht, voordat de imam de Koran gaat reciteren. Iedere keer als de imam "Allahu Akbar" zegt, moet je volgen, door je handen op te heffen en vervolgens weer langs je lichaam te strekken.
Na de derde takbir, zal de imam beginnen met het reciteren van de Koran. Op dat moment, leg je je handen op je navel  met de rechterhand over de linker.

Luister naar de recitatie van de Heilige Koran. De imam zal soera Al Fatiha (de eerste soera van de Koran) reciteren en daarna een andere soera.

Wanneer de imam "Allahu Akbar"zegt ga je in rukoe (naar voren buigen).

Rechtop gaan staan wanneer de Imam "Sami Allahu liman Hamidah (Allah hoort degene die hem prijzen)" zegt, en zeg "Rabbana lakal Hamd" (alle lofprijzingen zijn voor U mijn Heer) zachtjes voor jezelf.

Als de imam "Allahu Akbar" zegt ga je in sujud (neer knielend met je neus en voorhoofd op de grond). Twee keer sujud, zoals in het gewone gebed. Daarna ga je weer in de staande positie.


De tweede raka'a

De imam zal eerst weer uit de Heilige Koran reciteren (eerst soera Al Fatiha en daarna een andere soera).

Na de recitatie, voordat je in ruku gaat, worden weer 3 takbir uitgesproken. Volg de imam. Hef je handen op na iedere "Allahu Akbar". Na de derde takbir, ga je weer in ruku (buigende positie).

Rechtop staan wanneer de imam "Sami Allah huliman Hamimdah" zegt en zeg zachtjes voor je zelf "Rabbana lakal Hamd".

Wanneer de imam "Allahu Akbar" zegt ga je weer in sujud. Twee keer.

Na dit, zit je rechtop voor de complete Tashshahud ((AT-TAHI-YÁTU LIL-LÁHI WAS-SALAWÁTU WAT-TAY-YIBÁTU … enz.)

Nadat de imam het gebed beeindigd heeft, door zijn hoofd eerst naar rechts te draaien en "Assalamu alaikoum wa Rahmatullah" (vrede en zegeningen met u) zegt, en daarna naar links te draaien en nogmaals "Assalamu alaikoum wa Rahmatullah" (vrede en zegeningen met u) zegt, volg je hem hierin.


Niet direct gaan staan. De imam zal nu een korte khutbah (toespraak of lezing) gaan houden. Het is aanbevolen om te luisteren en niet te gaan praten.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Offerfeest

Offerfeest

Het offerfeest (of `Id ul-Adha, Arabisch: عيد الأضحى, Indonesisch Idul Adha, Turks Kurban Bayramı) is het tweede `Id-feest in de islam. Het wordt gevierd ter nagedachtenis aan de profeet Abraham (Ibrahim), die volgens de islam bereid was zijn zoon Ismaïl (Ismaël) te offeren voor Allah. De Koran noemt echter geen naam bij de beschrijving van dit verhaal in Soera De in de Rangen Behorenden.

Op deze dag worden door moslims dieren die halal geslacht zijn geofferd. Het vlees wordt door hen gegeten en verdeeld onder armen , buren en familieleden. In plaats van een schaap kunnen meerdere mensen samen ook een koe of kameel offeren.

Het feest valt op de 10de dag van de Hadj-maand (Dhul-Hadj), na de pelgrimstocht naar Mekka in Saoedi-Arabië. Dit is 70 dagen na het einde van de ramadan. Terwijl Id ul-Fitr een feest van één dag is, wordt Id ul-Adha vier dagen gevierd. Op de eerste dag is er, net als met Id ul-Fitr, een extra gezamenlijk gebed, gevolgd door een preek. Iedereen wordt verwacht zich netjes en zo mogelijk in nieuwe kleren te kleden.

Het centrum van de wereldwijde viering van het offerfeest is het dorpje Mina, dichtbij Mekka. Dit is de plek waar de drie zuilen staan die de duivel (Iblis of Sjaitan) voorstellen en die worden gestenigd door moslims tijdens de hadj. Het dorp huisvest in deze tijd ook een groot aantal slachters die de halal-slachting van grote aantallen offerdieren voor de pelgrims verzorgen. De recente explosieve groei van pelgrims heeft geleid tot grote hoeveelheden dieren die geslacht worden, iets dat wel als verspilling wordt gezien. De Hadjautoriteiten zorgen er tegenwoordig echter voor dat het vlees in ingevroren toestand bij behoeftigen over de hele wereld terecht komt.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islaam

↑ Terug naar de berichten