Zaterdag 9 december 2006
Gedichtje over de bij.
Het knaapje en de bie.
Een bieken vloog al gonzend rond
om in de bloempjes die het vond,
zijn honing te vergaren.
Een knaapje luierde op den grond
en lag, met wijd gesperden mond,
het bieken na te staren.
het bieken neerstig en gezwind,
dat spotte met zoo'n vadsig kind
en bromde 't langs zijn oren.
Toen vluchtte 't knaapje, slecht gezind,
en kloeg bij broer en zus en vriend,
dat 't bieken hem kwam verstoren.
Het bieken steekt zoo boos en kwaad
en bromt en spot, uit nijd en haat,
zo klonk zijn bitter klagen.
Wie niet wil werken, kameraad,
verdient het juist dat vroeg of laat
zo'n bieken hem komt plagen.
Geschreven door jan casteleyn om 20:55
Reageer op dit bericht










