In de huidige mens neemt het genot van al het geschapene de plaats in van God.
En toch in een klein hoekje van zijn hart BEN Ik, vaak zonder dat hij het zelf beseft. Maar in tegenspoed wordt hij zich plots bewust van mijn aanwezigheid in hem.
Hoe bedroevend toch! Is het dan echt nodig, dat mijn kinderen lijden opdat ze zich zouden vervaardigen te gedenken dat Ik besta?
Dan klampen ze zich aan Mij vast als aan een reddingsboei. Maar Ik ken hun wispelturig hart. Ik weet het, wanneer ze de afgesmeekte genade hebben ontvangen, keren ze naar hun ellendig leven terug met op de koop toe de grievende ondank: ze vergeten mijn goedheid.
En mijn tederheid voor hen is dan weer zo, dat Ik niet altijd kan weerstand bieden aan hun tranen.
Mijn arme kinderen!
Wat ga Ik met u doen?
Ik breng u liefde en vrede.
Gij geeft Mij uw onverschilligheid en uw bijtende spot.
En zie, het Licht komt tot u.
Gaat ge het onthalen zoals het hoort?
Hebt ge opgemerkt hoe kort de dagen zijn die voorbijgaan? Want alles gaat voorbij.
Begrijpt ge niet, dat ge met rasse schreden de eeuwigheid nadert?
Wat is een jaar, twee jaar? Nog enige jaren en aldra behoort ge tot het verleden.
Op deze aarde, die u tot bederf brengt, zal men niet meer aan u denken.
Maar daar waar ge naar toegaat, wordt niets vergeten. En ge zult oogsten wat ge gezaaid hebt. Ge zult geoordeeld worden voor het bedreven kwaad en beloond voor het verrichte goed.
Denkt na en betert u.
Het is nog tijd.
Werpt u in mijn armen.
Is het mogelijk dat Ik aan mijn kruis, als gevangene van mijn liefde, niets dan leegte in mijn armen omsluit?
Het priesterschap.

Jezus zegt op 19 januari 1974Het is tijd dat iedereen weer de plaats inneemt die hem past.
De priester is een man van God en niet van de wereld. De zielen moeten in hem de levende God herkennen en hem bij die heilige Tegenwoordigheid omringen met eerbied en met biddende genegenheid.
Zijn Schepper heeft het hem toevertrouwd voor het heil van de zielen te zorgen door hun zijn Woord kenbaar te maken, door hen bij te staan naar de opgang naar de hemel, door te verheerlijken wat goed is en te veroordelen wat kwaad is.
De vijand huilt van woede terwijl hij overal puin en ellende opeenstapelt.
De priester behoort zich bewust te zijn van de belangrijkheid van zijn zending op aarde en van de macht die Ik hem verleend heb. Hij moet zich afkeren van de wereldse verleidingen.
Men vindt Mij niet in het modern aktivisme. Ik ben in de nederige en biddende ziel die open staat voor mijn geboden, in het apostolaat der kinderen van mijn Allerheiligste Hart.
De wereld kan de priester beoordelen naar wat hij lijkt te zijn maar Ik zal hem oordelen naar de zielen die hij Mij bezorgd heeft of de zielen die hij verloren heeft door zijn ontrouw aan God.
Kind, eerbiedig de priester want zij zijn en blijven priester. Oordel niet over het gedrag van sommigen onder hen. Bemin uw God in hen en bemin hen voldoende om hen te redden. Heb met allen medelijden in hun miserie.
Wanneer de priester de ogen gericht houdt naar God en voor Hem getuigt door zijn daden, dan zal hij leven in Hem en met Hem. Wanneer hij echter geboeid is door het wereldse leven en hiervan de dwalingen overneemt, dan zal hij eraan ten onder gaan en met hem ook de zielen voor wie hij verantwoording verschuldigd is.
Leven in Mij, dat is de wereld redden.
Wie durft beweren dat hij bij machte is het aanschijn van de aarde te veranderen? Alleen de waanwijzen zijn zo vermetel.
Uw daden volgen u en de een of andere dag zult ge er rekenschap voor geven aan Hem die u vandaag liefdevol waarschuwt voor het gevaar dat u omringt en dat uw eeuwigheid in de hemel ernstig bedreigt.


