Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Bestraling 16 nog 7 te gaan
2 x brons.
1 x olieverf
1 x oud ijzer
Chemisch huilen
Chemisch huilen
Ik heb nog nooit zoveel gehuild als de afgelopen tijd, terwijl ik in het gewone leven al niet kijk op een
traan meer of minder. Ik kan snikken om een hond met drie poten, zingende kinderen, trompetmuziek
en Spoorloos, dus mijn kanker moest wel een zee van tranen opleveren.
Toch huil ik anders dan anders. Soms moet ik huilen van de liefde die ik krijg, als er een bos bloemen
wordt bezorgd of een mooi kaartje met een bemoedigende tekst. Soms moet ik huilen uit frustratie, als
mijn benen van vla me niet kunnen dragen of als ik een dot haar in m’n handen heb. Maar de meeste
huilbuien zijn chemisch. Ik zit op de bank en het voelt alsof er een loden deken over me heen is
gegooid. De chemo heeft bezit genomen van mijn hersenen. Ik kan niets leuks bedenken, niets
positiefs. Ik voel me machteloos, doodmoe en depressief en hup, daar rollen de tranen in een
eindeloze stroom.
Er is één huilbui waar ik de klok op gelijk kan zetten: als ik ’s avonds naar bed ga. Op het bed ligt het
geruite dekentje van Annemiek, dat precies past bij mijn geruite kussen. De lamp schijnt op het
wandkleed uit Istanbul en maakt dat het gouddraad en de pailletjes glanzen als sterren. Hans heeft
drie warme kruiken in bed gelegd, een voor m’n tintelende voeten, een voor m’n dooie handen, en
een voor m’n buik. Zodra m’n hoofd het kussen raakt, komen de tranen. Chemische tranen, ik loop
over. Hans zit naast het bed en houdt mijn hand vast. Elke avond neemt het verdriet de vorm aan van
de vraag: vind je me nog wel leuk? En elke avond antwoordt Hans: Ik vind je de liefste van de hele
wereld. En dan moet ik nog harder huilen.
Mariane de bruin 1956
knokkers
”Mensen met kanker zijn echte knokkers. Ze zijn enorm gemotiveerd om aan de slag te gaan, hun ziekte in beeld te brengen en een plek te geven. Vergeet niet dat er veel is gebeurd met deze mensen. Door de ziekte is hun hele leven op z’n kop gezet en bovendien zijn ze door een medische mallemolen gegaan. Beeldend werken kan hen helpen weer vat te krijgen op hun leven; kan hen laten kijken naar de plaats waar ze staan. Bovendien vinden velen het werken met de handen ontspannend en geeft het samenwerken met lotgenoten vaak veel steun”
Charlotte Fontein, creatief therapeut beeldend, St. Antonius Ziekenhuis (locatie Oudenrijn)
Bestraling 15 nog 8 te gaan
Za 25-6-11 Dini 63 jaar
Bestraling 14 nog 9 te gaan
AMC Hoofdingang.
Gang naar rechtervleugel Apotheek
Bestraling 13
Chemo 3 bestraling 12
Bestraling 11 nog 12 te gaan.
Achter lab in vitrine kast
Achter lab in zijgang
Vandaag begint de zomer.

Den Haag/Scheveningen Je zou het haast vergeten, maar vandaag begint de zomer en om dat te vieren is hier een van de mooiste schilderijen uit het Haags Gemeentemuseum: Kalveren aan een trog van Willem Maris, de koeienschilder die gezegd schijnt te hebben dat hij geen koeien schilderde, maar lichtvangers. De koeien zijn hier nog ontroerende onwennige steltlopers, en het licht dat ze vangen lijkt me zomerochtendlicht. De lucht is nog heiig, maar de aanstaande warme dag is er al doorheen aan het breken. Dikke lagen groenig witte verf in de sloot op de voorgrond lees je probleemloos als oplichtend dik kroos: dat is ook een soort handelsmerk van Willem Maris. Er zou eigenlijk eens ergens een monografische tentoonstelling gemaakt moeten worden van des lichtvangers beste schilderijen.
Of dit schilderij momenteel op zaal hangt? Ik mag hopen van wel. In het Haags Gemeentemuseum moet het beste van de Haagse School permanent te zien zijn. Een bezoek aa n het Gemeentemuseum is nu trouwens extra leuk omdat er ook zeventig schilderijen uit het Mauritshuis hangen, dat de komende twee jaar verbouwd wordt. Vermeers gezicht op Delft, Potters stier en Rembrandts anatomische les zijn dus onder één dak te zien met de Haagse School en Mondriaan.
Combineer deze zomer het aangename met het aangename: een strandbezoek met een bezoek aan het Gemeentemuseum. Als het weer omslaat, is er in de Scheveningse duinen altijd nog Museum Beelden aan Zee. Momenteel zijn daar de filosofenbeelden van Eveline van Duyl te zien: zie mijn kunst-van-de-dag-stukje van 8 juni jongstleden.
Copyright 2011: Gijsbert van der Wal (achtergrond en archief).
Het donkere -bomen-bos.
Het donkere-bomen-bos
Morgen begin ik met de chemotherapie. Mijn ziekenhuistas met pyjama, sloffen en toiletspullen staat al klaar. Twee nachten slapen, achtenveertig uur aan het infuus, over twee weken weer, twaalf keer in totaal. Een half jaar lang kuren.
Chemo is een soort boksring, zeggen ze. Je stapt er in en je wordt knock-out geslagen. Je krabbelt op en je wordt weer knock-out geslagen. Je komt overeind, iets moeizamer dit keer en hup, weer een dreun. Enzovoort. Tot je niet meer op je benen kunt staan.
De gedachte is onverdraaglijk. Het voelt of ik aan de rand sta van het donkere-bomen-bos, met sparren, dennen en andere naargeestige groeisels. Ik moet er dwars doorheen om bij de groene weiden achter het bos te komen. Zit er achter elke stam een monster klaar om me te bespringen? Zullen er open plekken zijn waar de zon schijnt? Hoe ga ik op de kuur reageren? Welke bijwerkingen krijg ik? Gaat mijn haar uitvallen? Word ik misselijk? Kan ik straks niks meer uit de koelkast pakken omdat dat zeer doet aan mijn vingers? Doet het pijn?
Wat helpt is denken: ik doe de eerste kuur en dan zie ik wel hoe het gaat. Misschien doe ik er twee, of zes, of twaalf, maar ik stop als het te erg wordt.
Ellen gaf me de tip de chemotherapie te zien als een vriend die je helpt in de strijd tegen kanker. Dat beeld gaat mijn voorstellingsvermogen ver te boven. Een vriend, nee. Het voelt meer zo: je wordt gepest door een etterbak die twee koppen groter is dan jij en je huurt een andere etterbak in om ‘m in elkaar te meppen. Een ongeleid projectiel dat aan jouw kant staat zolang je de afgesproken betaling aan geld of snoepjes op tijd voldoet. Zo niet, dan slaat hij jou in elkaar.
Ik ben nog nooit zo bang geweest.
Mariane de Bruin 1956
Bestraling 10 nog 13 te gaan
2 x foto.
+ manifest
Appeltaart
Appeltaart
Hans en ik lopen verdwaasd naar de auto. Ik wil niet naar huis. We rijden naar een bos vlak buiten de stad en lopen doelloos in de regen tussen de bomen. Achteraf kan ik me niets meer herinneren van een gesprek. Het lijkt of we uren sprakeloos door het bos hebben gedwaald. Woorden heb ik pas weer als we in een uitspanning koffie bestellen. Ik wil appeltaart, zeg ik, behalve als-ie koud is.
Wat ben ik ineens assertief. Iets te vaak ijskoude appeltaart geserveerd gekregen. Maar ook: tenminste nog ergens iets over te zeggen hebben, nu de bodem uit mijn bestaan is gevallen.
Wat zeggen we tegen onze dochters van elf en dertien, die op dit moment gewoon op school zitten en nog niets vermoeden? Wachten we de officiële uitslag van het onderzoek af, over vier dagen? Moeten we het al aan andere mensen vertellen? En zo ja, wat zeggen we dan? Een operatie, goeie god, ik heb nog nooit in het ziekenhuis gelegen, op een dag amandelen knippen na toen ik vier was. Hoe lang moet ik naar het ziekenhuis? Hoe moet het met mijn werk? Wat staat ons allemaal te wachten?
Van de ene seconde op de andere voel ik me buitengesloten. De andere mensen in het restaurant praten en eten gewoon door en Hans en ik staan met ons tafeltje ineens in een parallel heelal waar het koud en donker is. Ik mag niet meer meedoen met de gewone wereld. Alles wordt anders.
Het is die gedachte waardoor ineens de tranen in mijn ogen springen. Hans houdt mijn hand vast. Ik hoef geen appeltaart meer.
(Mariane de Bruin) 1956
Corneille
Corneille werd geboren in het Belgische Luik, als kind van Nederlandse ouders. Hoewel grotendeels autodidact, volgde hij toch kunstcursussen aan de Amsterdamse Academie, tussen 1940 en 1942. In 1946 hield hij in Groningen zijn eerste expositie.
Aanvankelijk sterk beïnvloed door het werk van Picasso, maakte hij zich in 1948 hiervan los en trad toe tot de Cobra-beweging; hij is daarvan medeoprichter, samen met onder anderen Karel Appel, Jan Nieuwenhuys en diens broer Constant Nieuwenhuys.
In 1950 verhuisde hij van Amsterdam naar Parijs. Daarna reisde hij meermalen naar andere delen van de wereld: Noord-Afrika, Noord-Amerika, de Antillen en Zuid-Amerika. Deze reizen bepalen in hoge mate de aard van zijn werk. Lyrische transposities in een warm en genuanceerd coloriet drukken zijn spontane emoties uit. Vanaf 1960 viel hij terug op figuratieve kunst, waarbij vrouwen, vogels, bloemen en vaak personages tot zijn artistiek vocabularium behoren.
Corneille bleek medio 2005 nog even werklustig als vroeger, ook al werd er bericht dat hij "depressief" zou zijn [1].
Zelf beweert hij dat schilderen geen hobby of werk is, maar eerder een roeping. De laatste jaren had Corneille zijn atelier in Parijs. Bezoekers werden vrijwel niet gedoogd door de kunstenaar.
In 2006 is een recordbedrag betaald van € 215.000 voor een schilderij van Corneille.
Hij maakte de laatste jaren een moeilijke tijd door; hij verbleef kennelijk in een inrichting en werd (volgens een door zijn echtgenote echter tegengesproken bericht) onder curatele gesteld door zijn vrouw en zoon, omdat hij het geld verkwanseld zou hebben, veroorzaakt door een bipolaire stoornis. Corneille's vrienden en galeriehouders beweren echter dat zijn gezin hem heeft laten opsluiten omdat ze geld wilden. In juni 2007 leek hij er weer bovenop te zijn; hij was persoonlijk aanwezig bij de opening van een tentoonstelling in het CoBrA-museum in Amstelveen.
In 2008 werd een kwestie omtrent de auteursrechten op zijn werk onderwerp van een civiel geschil voor de rechtbank te Amsterdam. Daarin ging het met name om de vraag of Corneille leed aan een geestesziekte op het moment dat hij rechten op zijn werk overdroeg en of deze overdracht daardoor vernietigbaar is, en in hoeverre eventueel door zijn wederpartij een beroep op het vertrouwensbeginsel mogelijk is, doordat een achteraf gesteld wilsgebrek dan niet was opgemerkt. In dit geschil is op 10 september 2008 een eerste vonnis gewezen.
Corneille leefde teruggetrokken in het Maison du Cedres in het Franse departement Val-d'Oise. Hij overleed op 5 september 2010. Corneille werd begraven op de begraafplaats in Auvers-sur-Oise, waar in 1890 ook Vincent van Gogh werd begraven [2].
Bestraling 9 nog 14 te gaan.
Bij het laboratorium Rudolf.
Bestraling 8 nog 15 te gaan.
Ezel met halsband.
Gescheurde snippers
Tweede keer chemo 15-6-11
Na een mislukte aanval over de grond proberen de kankercellen het uit de lucht.
14-6-11 bestraling 6 nog 17 te gaan
Muurschildering uit verschillende componenten opgebouwd.
Bestraling 5 nog 18 te gaan.
poes cq kater.(keramiek)
snelweg speelhoek bali 2


