Naar de inhoud

aquarelleren

het fenomeen waterverf
akke.beakke.be

Archief

Het donkere -bomen-bos.

Het donkere-bomen-bos

Morgen begin ik met de chemotherapie. Mijn ziekenhuistas met pyjama, sloffen en toiletspullen staat al klaar. Twee nachten slapen, achtenveertig uur aan het infuus, over twee weken weer, twaalf keer in totaal. Een half jaar lang kuren.

Chemo is een soort boksring, zeggen ze. Je stapt er in en je wordt knock-out geslagen. Je krabbelt op en je wordt weer knock-out geslagen. Je komt overeind, iets moeizamer dit keer en hup, weer een dreun. Enzovoort. Tot je niet meer op je benen kunt staan.

De gedachte is onverdraaglijk. Het voelt of ik aan de rand sta van het donkere-bomen-bos, met sparren, dennen en andere naargeestige groeisels. Ik moet er dwars doorheen om bij de groene weiden achter het bos te komen. Zit er achter elke stam een monster klaar om me te bespringen? Zullen er open plekken zijn waar de zon schijnt? Hoe ga ik op de kuur reageren? Welke bijwerkingen krijg ik? Gaat mijn haar uitvallen? Word ik misselijk? Kan ik straks niks meer uit de koelkast pakken omdat dat zeer doet aan mijn vingers? Doet het pijn?

Wat helpt is denken: ik doe de eerste kuur en dan zie ik wel hoe het gaat. Misschien doe ik er twee, of zes, of twaalf, maar ik stop als het te erg wordt.

Ellen gaf me de tip de chemotherapie te zien als een vriend die je helpt in de strijd tegen kanker. Dat beeld gaat mijn voorstellingsvermogen ver te boven. Een vriend, nee. Het voelt meer zo: je wordt gepest door een etterbak die twee koppen groter is dan jij en je huurt een andere etterbak in om ‘m in elkaar te meppen. Een ongeleid projectiel dat aan jouw kant staat zolang je de afgesproken betaling aan geld of snoepjes op tijd voldoet. Zo niet, dan slaat hij jou in elkaar.

Ik ben nog nooit zo bang geweest.
 Mariane de Bruin 1956

Geschreven door john om 21:46 Reageer op dit bericht

Appeltaart

Appeltaart

Hans en ik lopen verdwaasd naar de auto. Ik wil niet naar huis. We rijden naar een bos vlak buiten de stad en lopen doelloos in de regen tussen de bomen. Achteraf kan ik me niets meer herinneren van een gesprek. Het lijkt of we uren sprakeloos door het bos hebben gedwaald. Woorden heb ik pas weer als we in een uitspanning koffie bestellen. Ik wil appeltaart, zeg ik, behalve als-ie koud is.

Wat ben ik ineens assertief. Iets te vaak ijskoude appeltaart geserveerd gekregen. Maar ook: tenminste nog ergens iets over te zeggen hebben, nu de bodem uit mijn bestaan is gevallen.

Wat zeggen we tegen onze dochters van elf en dertien, die op dit moment gewoon op school zitten en nog niets vermoeden? Wachten we de officiële uitslag van het onderzoek af, over vier dagen? Moeten we het al aan andere mensen vertellen? En zo ja, wat zeggen we dan? Een operatie, goeie god, ik heb nog nooit in het ziekenhuis gelegen, op een dag amandelen knippen na toen ik vier was. Hoe lang moet ik naar het ziekenhuis? Hoe moet het met mijn werk? Wat staat ons allemaal te wachten?

Van de ene seconde op de andere voel ik me buitengesloten. De andere mensen in het restaurant praten en eten gewoon door en Hans en ik staan met ons tafeltje ineens in een parallel heelal waar het koud en donker is. Ik mag niet meer meedoen met de gewone wereld. Alles wordt anders.

Het is die gedachte waardoor ineens de tranen in mijn ogen springen. Hans houdt mijn hand vast. Ik hoef geen appeltaart meer.

(Mariane de Bruin) 1956

Geschreven door john om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Corneille

Corneille werd geboren in het Belgische Luik, als kind van Nederlandse ouders. Hoewel grotendeels autodidact, volgde hij toch kunstcursussen aan de Amsterdamse Academie, tussen 1940 en 1942. In 1946 hield hij in Groningen zijn eerste expositie.

Aanvankelijk sterk beïnvloed door het werk van Picasso, maakte hij zich in 1948 hiervan los en trad toe tot de Cobra-beweging; hij is daarvan medeoprichter, samen met onder anderen Karel Appel, Jan Nieuwenhuys en diens broer Constant Nieuwenhuys.

In 1950 verhuisde hij van Amsterdam naar Parijs. Daarna reisde hij meermalen naar andere delen van de wereld: Noord-Afrika, Noord-Amerika, de Antillen en Zuid-Amerika. Deze reizen bepalen in hoge mate de aard van zijn werk. Lyrische transposities in een warm en genuanceerd coloriet drukken zijn spontane emoties uit. Vanaf 1960 viel hij terug op figuratieve kunst, waarbij vrouwen, vogels, bloemen en vaak personages tot zijn artistiek vocabularium behoren.

Corneille bleek medio 2005 nog even werklustig als vroeger, ook al werd er bericht dat hij "depressief" zou zijn [1].

Zelf beweert hij dat schilderen geen hobby of werk is, maar eerder een roeping. De laatste jaren had Corneille zijn atelier in Parijs. Bezoekers werden vrijwel niet gedoogd door de kunstenaar.

In 2006 is een recordbedrag betaald van € 215.000 voor een schilderij van Corneille.

Hij maakte de laatste jaren een moeilijke tijd door; hij verbleef kennelijk in een inrichting en werd (volgens een door zijn echtgenote echter tegengesproken bericht) onder curatele gesteld door zijn vrouw en zoon, omdat hij het geld verkwanseld zou hebben, veroorzaakt door een bipolaire stoornis. Corneille's vrienden en galeriehouders beweren echter dat zijn gezin hem heeft laten opsluiten omdat ze geld wilden. In juni 2007 leek hij er weer bovenop te zijn; hij was persoonlijk aanwezig bij de opening van een tentoonstelling in het CoBrA-museum in Amstelveen.

In 2008 werd een kwestie omtrent de auteursrechten op zijn werk onderwerp van een civiel geschil voor de rechtbank te Amsterdam. Daarin ging het met name om de vraag of Corneille leed aan een geestesziekte op het moment dat hij rechten op zijn werk overdroeg en of deze overdracht daardoor vernietigbaar is, en in hoeverre eventueel door zijn wederpartij een beroep op het vertrouwensbeginsel mogelijk is, doordat een achteraf gesteld wilsgebrek dan niet was opgemerkt. In dit geschil is op 10 september 2008 een eerste vonnis gewezen.

Corneille leefde teruggetrokken in het Maison du Cedres in het Franse departement Val-d'Oise. Hij overleed op 5 september 2010. Corneille werd begraven op de begraafplaats in Auvers-sur-Oise, waar in 1890 ook Vincent van Gogh werd begraven [2].

Geschreven door john om 20:27 Reageer op dit bericht

Tweede keer chemo 15-6-11

Tijdens de tweede keer chemo van Dini kwam ik er achter dat mijn verf nog thuis lag. Jn het AMC geen aquarel verf te krijgen dus van ellende maar viltstiften gekocht. Het is dus een gemengde techniek geworden. Viltstift met inkt op aquarel papier.


Na een mislukte aanval over de grond proberen de kankercellen het uit de lucht.

933487-be3893a397374d314056b8b68851f1d7.JPG

933487-9a4398bd5cb5e362ad2d511d94e3beae.JPG
Geschreven door john om 20:29 Reageer op dit bericht

Herman Brood

Hermanus (Herman) Brood (Zwolle, 5 november 1946 – Amsterdam, 11 juli 2001) was een Nederlands zanger, kunstschilder, pianist, acteur en dichter. Brood onderscheidde zich door zijn herkenbare zangstem en muzikale diversiteit. Hij was de Nederlandse belichaming van het hedonistische credo Sex, drugs & rock 'n' roll. Nadat de amfetamine aan werking begon te verliezen, hij klassieke ontwenningsverschijnselen als incontinentie, epilepsie en delirium tremens vertoonde en de alcohol zijn tol begon te eisen, pleegde Brood zelfmoord door van het dak van het Amsterdamse Hilton-hotel te springen.

Geschreven door john om 23:47 Reageer op dit bericht

Meer van aquarelleren

↑ Terug naar de berichten