Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
* De merrie is verwaaid (bevangen).
Dit is de gewone verwikkeling van een besmetting der baarmoeder, en dit dikwijls als gevolg van het te lang opblijven der nageboorte. Men moet daarom al het mogelijke doen om die besmetting te voorkomen, door tijdig de nageboorte te laten afhalen en de grootste zindelijkheid gedurende de verlossing te betrachten. Gaat de merrie toch stijf staan, dan moet de dierenarts onverwijld ontboden, wil men blijvende letsels in de poten voorkomen.
* De merrie houdt de vruchtvliezen op.
Het opblijven mag in geen geval langer duren dan 8 uur en dan moet de dierenarts er bij gehaald worden, welke ze door geleidelijk losmaken zal verwijderen. Hierbij dient elke voorzorg genomen om geen besmetting in de baarmoeder te brengen. Elke nageboorte, hetzij ze van zelf werd afgeworpen, hetzij ze diende afgepeld te worden, moet grondig nagekeken worden. Die zak mag slechts één opening vertonen, namelijk die langs waar het veulen er uit kwam; is er een tweede of meerdere openingen dan wijst dit op afscheuren en dan blijft een stukje vruchtvliezen achter in de baarmoeder, dat gaat rotten en de baarmoeder besmetten met alle mogelijke gevolgen.
* De merrie is gescheurd. (3)
Een niet, of slecht verzorgde scheur van een zekere omvang is er dikwijls oorzaak van dat de merrie later moeilijk of niet meer drachtig te krijgen is omdat door littekensamentrekking de lippen van de schaamspleet deze niet meer voldoende afsluiten, zodat stofjes, vuil of uitwerpsels naar binnendringen en een slepende schedeontsteking veroorzaken, welke zich verder kan uitbreiden tot de cervix en zelfs de baarmoeder.
* De merrie is gescheurd. (2)
Is het veulen te dik, doorgang te eng en vooral wanneer de moeder te jong is, dan is scheuren bijna fataal. Men ziet inderdaad sommige jonge merries hun veulen, zonder enige hulp, uitstoten en zich zo de vulva scheuren omdat de weeën bijzonder hevig waren.
Is de scheur belangrijk en loopt ze door tot tegen de aars, dan moet ze dichtgenaaid worden. (dierenarts).
* De merrie is gescheurd. (1)
Dit komt veel voor bij jonge merries bij het eerste werpen; het scheuren gebeurt meestal naar boven, in de richting van de aars; soms is het elders of op meerdere plaatsen tegelijkertijd.
Om dit zoveel mogelijk te vermijden mag men de verlossing niet willen forceren of te snel doen verlopen, om de natuur de gelegenheid te geven de geboortewegen voldoende te ontsluiten. De trekkracht moet dus matig blijven.
* De merrie blijft persen.
De merrie perst normaal en lichtjes om de nageboorte uit te drijven; dit persen is natuurlijk heviger wanneer nog een levende, of verdroogde vrucht in de baarmoeder is achtergebleven, en die dus nog moet uitgestoten worden. Soms vindt men voor dat persen geen verklaring en dan gaat het om baarmoederpijn, verplaatste baarmoeder of een begin of gedeeltelijke omstulping. Het uitdrijven van een gemummificeerde vrucht gelijkt veel op een omstulping der baarmoeder, maar het onderscheid wordt snel vastgesteld omdat de verdroogde vrucht hard aanvoelt en gemakkelijk afgelijnd kan worden. Wordt er, niettegenstaande alles normaal schijnt, toch nog langer geperst, dan kan men best wat met de merrie wandelen, wat het terug op zijn plaats komen der baarmoeder bevordert.
* De merrie bloedt langs de vulva.
Soms doen zich kleine bloedstortingen voor, zonder erg en welke vanzelf ophouden. Totaal anders is de toestand wanneer de ganse baarmoederoppervlakte bloedt, want dat is spoedig dodelijk: de ademhaling versnelt, de polsslag is bijna niet meer te voelen, het oogvlies wordt steeds bleker. In de erge gevallen is er niets aan te doen. Dringend dierenarts.
* De merrie heeft buikkrampen. (2)
Soms zijn die kolieken niet hevig: de merrie gaat liggen en staat weer op, loopt rond in de box met doorgezakte en gebogen ledematen, samen getrokken onder het lichaam. Sommige merries wentelen zich en slaan hevig met de poten, zonder het minste acht te geven op het veulen, dat men dan ook veilig in een hoek moet houden. Een merrie welke spoedig de nageboorte afwerpt is bijna altijd onderhevig aan buikkrampen, van zodra de nageboorte is gevallen: gewoonlijk gaan die vanzelf voorbij, maar indien ze hevig zijn en langer duren kan men beter de dierenarts waarschuwen.
AFWIJKINGEN BIJ DE MERRIE NA HET VEULENEN
* De merrie heeft buikkrampen. (1)
Ze hebben natuurlijk hun oorsprong in de baarmoeder en ze zijn min of meer normaal en spruiten voort uit de baarmoedersamentrekkingen met het oog op het losmaken en uitdrijven der nageboorte.
* De merrie wil niet gaan liggen en de geboorte gebeurt rechtstaande. (2)
Achter blijven van de kop, rugligging, achterste ligging met geplooide poten, misvormde ledematen en monsters eisen altijd de medewerking van de dierenarts.
* De merrie wil niet gaan liggen en de geboorte gebeurt rechtstaande. (1)
* Van het veulen verschijnt alleen één poot. (2)
* Van het veulen verschijnt alleen één poot. (1)
* Tweelingdracht 2
* Tweelingdracht 1
Vervolg
* De zichtbare hoefjes hebben de zoolvlakte naar boven gericht.
* Het vruchtwater is weg.
AFWIJKINGEN GEDURENDE HET WERPEN
* De voorbereidingen kunnen uren duren voor er iets te voorschijn komt.
Men moet vooral geduld hebben, en indien er geen abnormale uitvloei is, zelfs 24 u. kunnen wachten.

