Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
* Het veulen geraakt niet recht op zijn poten.
Dit kan het gevolg zijn van zwakte, te zwaar, slechte standen of gebrek aan vitaliteit, levenskracht. Men moet er geduld mee hebben, het veulen helpen, ondersteunen, weer laten liggen en dikwijls herbegingen om het te leren. Men kan succes hebben door de merrie uit te melken en de melk met een zuigfles aan het veulen toe te dienen.
* Het veulen schijnt dood geboren.
Het ademt niet of men kan alleen wat reutels horen: men moet de kunstmatige ademhaling toepassen. Men wrijft de neus in met een strowis en, trekt herhaaldelijk de tong naar buiten, terwijl men tezelfdertijd de ribbenkast en hartstreek beklopt. Men neemt een voorpoot welke men over de ribbenkast, afwisselend naar voor en naar achter doet glijden. Men legt het veulen op de andere zijde of met zijn borst op de bedding, derwijze dat men de ribbenkast aan beide zijden tegelijk indrukt en dan weer lost om zo te trachten de luchtstroom als het ware op te zuigen. Terwijl men daarmee bezig is moet ook de navel in het oog gehouden worden, want bij een veulen dat niet ademt kan die hevig bloeden en dient de streng dichtgeknepen te worden.
Het kan echter ook gebeuren dat gedurende de geboorte ernstige inwendige letsels ontstonden: gebroken ribben, aanwezig vocht van besmettelijke oorsprong, enz. In die gevallen, indien de ademhaling toch op gang komt, blijft ze toch abnormaal.
Afwijkingen aan het veulen.
De merrie kan zowel voor, tijdens als na het veulenen allerlei afwijkingen vertonen. Ook met het veulen kunnen verschillende zaken aan de hand zijn.
* De merrie verliest haar veulen.
Men moet het dier op dieet zetten en de uier uitmelken zoals men tewerk gaat bij een merrie welke gespeend wordt. Doen er zich verwikkelingen voor in de uier, dan dient de dierenarts geraadpleegd.
* De merrie laat niet zuigen.
Hier staan we dus voor een andere toestand: hier is wel melk voorradig, maar de merrie wil de melk niet afgeven. Men moet in elk geval veel geduld beoefenen. Moeder en veulen worden alleen gelaten en men houdt ze in het oog zonder zelf gezien te worden, immers hoort men het veulen beter zuigen dan men het kan zien. Blijft de merrie haar veulen verstoten dan zet men haar tegen een muur, zet haar een neusklem op, heft een voorpoot op en dan brengt men het veulen bij de uier; men herhaalt dat meerdere keren. Deze methode heeft dikwijls succes en men vermindert geleidelijk de dwangmiddelen. Blijven alle middelen echter zonder het beoogde succes dan kan men best zulke moeder, om reden van haar weerspannigheid, uitschakelen voor de fokkerij.
Geboorte Ciska
Ik ben een merrieveulen en ze noemen mij Ciska.
* De merrie heeft geen melk.
* De merrie is verwaaid (bevangen).
Dit is de gewone verwikkeling van een besmetting der baarmoeder, en dit dikwijls als gevolg van het te lang opblijven der nageboorte. Men moet daarom al het mogelijke doen om die besmetting te voorkomen, door tijdig de nageboorte te laten afhalen en de grootste zindelijkheid gedurende de verlossing te betrachten. Gaat de merrie toch stijf staan, dan moet de dierenarts onverwijld ontboden, wil men blijvende letsels in de poten voorkomen.
* De merrie houdt de vruchtvliezen op.
Het opblijven mag in geen geval langer duren dan 8 uur en dan moet de dierenarts er bij gehaald worden, welke ze door geleidelijk losmaken zal verwijderen. Hierbij dient elke voorzorg genomen om geen besmetting in de baarmoeder te brengen. Elke nageboorte, hetzij ze van zelf werd afgeworpen, hetzij ze diende afgepeld te worden, moet grondig nagekeken worden. Die zak mag slechts één opening vertonen, namelijk die langs waar het veulen er uit kwam; is er een tweede of meerdere openingen dan wijst dit op afscheuren en dan blijft een stukje vruchtvliezen achter in de baarmoeder, dat gaat rotten en de baarmoeder besmetten met alle mogelijke gevolgen.
* De merrie is gescheurd. (3)
Een niet, of slecht verzorgde scheur van een zekere omvang is er dikwijls oorzaak van dat de merrie later moeilijk of niet meer drachtig te krijgen is omdat door littekensamentrekking de lippen van de schaamspleet deze niet meer voldoende afsluiten, zodat stofjes, vuil of uitwerpsels naar binnendringen en een slepende schedeontsteking veroorzaken, welke zich verder kan uitbreiden tot de cervix en zelfs de baarmoeder.
* De merrie is gescheurd. (2)
Is het veulen te dik, doorgang te eng en vooral wanneer de moeder te jong is, dan is scheuren bijna fataal. Men ziet inderdaad sommige jonge merries hun veulen, zonder enige hulp, uitstoten en zich zo de vulva scheuren omdat de weeën bijzonder hevig waren.
Is de scheur belangrijk en loopt ze door tot tegen de aars, dan moet ze dichtgenaaid worden. (dierenarts).
* De merrie is gescheurd. (1)
Dit komt veel voor bij jonge merries bij het eerste werpen; het scheuren gebeurt meestal naar boven, in de richting van de aars; soms is het elders of op meerdere plaatsen tegelijkertijd.
Om dit zoveel mogelijk te vermijden mag men de verlossing niet willen forceren of te snel doen verlopen, om de natuur de gelegenheid te geven de geboortewegen voldoende te ontsluiten. De trekkracht moet dus matig blijven.
* De merrie blijft persen.
De merrie perst normaal en lichtjes om de nageboorte uit te drijven; dit persen is natuurlijk heviger wanneer nog een levende, of verdroogde vrucht in de baarmoeder is achtergebleven, en die dus nog moet uitgestoten worden. Soms vindt men voor dat persen geen verklaring en dan gaat het om baarmoederpijn, verplaatste baarmoeder of een begin of gedeeltelijke omstulping. Het uitdrijven van een gemummificeerde vrucht gelijkt veel op een omstulping der baarmoeder, maar het onderscheid wordt snel vastgesteld omdat de verdroogde vrucht hard aanvoelt en gemakkelijk afgelijnd kan worden. Wordt er, niettegenstaande alles normaal schijnt, toch nog langer geperst, dan kan men best wat met de merrie wandelen, wat het terug op zijn plaats komen der baarmoeder bevordert.
* De merrie bloedt langs de vulva.
Soms doen zich kleine bloedstortingen voor, zonder erg en welke vanzelf ophouden. Totaal anders is de toestand wanneer de ganse baarmoederoppervlakte bloedt, want dat is spoedig dodelijk: de ademhaling versnelt, de polsslag is bijna niet meer te voelen, het oogvlies wordt steeds bleker. In de erge gevallen is er niets aan te doen. Dringend dierenarts.
* De merrie heeft buikkrampen. (2)
Soms zijn die kolieken niet hevig: de merrie gaat liggen en staat weer op, loopt rond in de box met doorgezakte en gebogen ledematen, samen getrokken onder het lichaam. Sommige merries wentelen zich en slaan hevig met de poten, zonder het minste acht te geven op het veulen, dat men dan ook veilig in een hoek moet houden. Een merrie welke spoedig de nageboorte afwerpt is bijna altijd onderhevig aan buikkrampen, van zodra de nageboorte is gevallen: gewoonlijk gaan die vanzelf voorbij, maar indien ze hevig zijn en langer duren kan men beter de dierenarts waarschuwen.
AFWIJKINGEN BIJ DE MERRIE NA HET VEULENEN
* De merrie heeft buikkrampen. (1)
Ze hebben natuurlijk hun oorsprong in de baarmoeder en ze zijn min of meer normaal en spruiten voort uit de baarmoedersamentrekkingen met het oog op het losmaken en uitdrijven der nageboorte.
* De merrie wil niet gaan liggen en de geboorte gebeurt rechtstaande. (2)
Achter blijven van de kop, rugligging, achterste ligging met geplooide poten, misvormde ledematen en monsters eisen altijd de medewerking van de dierenarts.

