Naar de inhoud

VAN KONGO NAAR AMERIKA

Dagboeknotities over 30 jaar buitenland
akke.beakke.be
publicatie op blog van het boek van Kongo naar Amerika (2006) door Jozef Van Mullem

Archief

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 11: BONN - de Bundesgartenschau 1979

De Bundesgartenschau (1979)

Belgische tuin met het ‘Zotte Geweld’ op de Bundesgartenschau 1979

 

            Een apart verhaal vormt het wedervaren met BuGa, de Bundesgartenschau, een soort floraliën die om de tien jaar in Europa werden georganiseerd.  In 1979 was Bonn aan de beurt.  Een park werd daarvoor op een groot stuk verwaarloosd terrein aangelegd  op de linker Rijnoever. Aan de landbouwafdeling van de Belgische ambassade werd gevraagd de mogelijkheid te onderzoeken om een für ihr Land typischen Garten anzulegen und ein Kunstwerk auf zu stellen.

            Niettegenstaande de inertie van de Bestuursdirectie Voorlichting en Culturele Betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam uiteindelijk toch zoiets als een optie op een Belgische tuin tot stand. Plots was daar ook het idee om het Zot Geweld van Rik Wouters  als centrale blikvanger op te stellen.  Twee maanden vóór de opening van de BuGa wist echter niemand welke kopie van dit meesterwerk naar Bonn zou kunnen worden gebracht.  Antoine Humblet, op dat ogenblik minister van Landbouw, vriend van burgemeester Demuyter van Elsene, gebruikte al zijn invloed om de kopie uit het museum van Elsene los te weken.  Eén maand voor de start kregen we de toezegging van het College van Burgemeester en Schepenen van Elsene.  Maar niemand die het naar Bonn wou brengen.  Niet Buitenlandse Zaken die waarschijnlijk andere katten te geselen had.  Ook niet het toenmalig ministerie van Cultuur.  Tenslotte  speelde het ministerie van Landbouw  de rol van deus ex machina.  Op 18 april 1979 kwam het bronzen Zot Geweld van Rik Wouters, 195 cm groot, 250 kg wegende, verzekerd voor een waarde van vier miljoen BEF, uit het Musée des Beaux-Arts d’Ixelles, te Bonn aan.

            En de Belgische tuin?  De aanleg had ook, letterlijk als figuurlijk, heel wat voeten in de aarde.  Er werden plannetjes en plannen gemaakt en gewijzigd, eerst in Gent, dan in Bonn.  Tijdens een allerlaatste bespreking op de kantoren van de BuGa werd definitief beslist, en dit met nog 40 kalenderdagen voor de boeg, om in het gedeelte bestemd voor de ‘buitenlandse’ tuinen, een Belgische Begonia-tuin van zowat 700 m² aan te leggen tussen de projecten van Nederland en Zwitserland.

            In Brussel was men gelukkig.  Alle aanlegkosten voor het plantklaar maken van de grond, het forceren van de begoniabollen, het gieten van een sokkel van 1 x 1 x 0,5 meter in glad beton waarop het Zot Geweld zou worden vastgemaakt, werden door de organisatoren gedragen.  De Kulturrat van onze Ambasade vond ‘Ungestüme Gewalt’ de passende vertaling van ‘Zot Geweld’.  In zijn verslag onder de titel Moderne Kunst muss nicht provozieren - Gelungene Verbindung von Gartenbaukunst und Kunstobjekten, schreef Helmut Hellberg op 24 mei  1979 in de General Anzeiger dat er vanwege de leiding van de BuGa moed toe nodig was om de “Vierge folle”(sic) in de Belgische tuin op te stellen.  Hij stipt aan dat volgens hem het opschrift “Ungestüme Gewalt” ietwat  de  bedoeling  van de kunstenaar wijzigt.  Het blijft voor hem desalniettemin een absolut verrücktes Frauenzimmer.  En verder: ...Kaum jemand geht mit bösem Blick vorüber - man lacht, spöttisch, voller Unverständnis, aber auch wirklich voller Freude an der Körperlichkeit.  Kinder fühlen sich animiert, die verrückte Stellung nachzuahmen.  Das 1912 entstandene Bronze-Objekt ist ein herrlicher Spass.  Man darf sich also auch freuen.

            Op 27 april 1979, een zonnige maar uiterst frisse dag,  werd de BuGa door Bundespresident Walter Scheel plechtig geopend.  Tot de allerlaatste minuut moest worden gewerkt om alles min of meer klaar te krijgen.  De weermaker had in de late winter en vroege lente helemaal niet meegespeeld.  Er liep een en ander mis met de aanplant van de bomen en er waren allerlei pannes. Die Welt schreef op 15 maart 1979: Noch sieht das Gelände der Bundesgartenschau aus wie ein Panzerstrasse aus einem  Truppenübungsplatz, und   die Erdberge unter der Südbrücke erriners  am eine Mondlandschaft.    Spötter meinen: Jetzt helfen nur noch Papierblumen aus Hongkong.  Ook ‘Die Zeit’ had reeds op 9 maart 1995 uitgepakt met  Bittere Bonner Blüten, Fehlplanung  und Millionen-Verluste. De Kölner Stadt-Anzeiger tenslotte zei het één week voor de opening heel Romaans: Landschaft mit der Kurven einer Frau.  Hamerde verder op de gekende themata, miljoenen verlies, kleurencircus, spektakel dat de romantiek verdringt.

            De Belgische tuin  met het Zotte Geweld werd een blikvanger.   Ook de Belgische driekleur die aan een hoge mast wapperde had een bijzonder succes want ze verdween prompt na iedere vervanging.  De begonia’s, die uiteraard slechts een paar maanden na de opening konden worden geplant deden het goed al moet worden gezegd dat het onrustige en wilde bloeiers zijn, niet gemakkelijk in de hand te houden en die veel onderhoud eisen.  Vooral na een forse regenbui ziet een exclusieve begonia-tuin er onnet en doorgezakt uit. Precies het ogenblik dat de Vlaamse Vereniging voor Openbaar Groen had uitgezocht om de BuGa  met een bezoek te vereren.  Een venijnige brief werd naar de minister beschreven met de aanmaning dat de Vereniging alles veel beter op poten had kunnen zetten.  Toen werd geantwoord dat alles door de Duitsers was bekostigd en er geen enkele toelage aan te pas was  gekomen verdween prompt de interesse. 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 11:55 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 12: BERLIJN

Die Kommende’ de vroegere Barokke residentie in Muffendorf-Bad Godesberg  van de Belgische Ambassadeur in de BRD. 

 

Hoofdstuk 12:Berlijn

 

Nicht der Tage erinnert man sich,

Sondern der Augenblicke.

Cesare Pavese

 

Grüne Woche

 

            Tussen 1975 en 1984 vlogen wij telkenjare,  op  het eind van de maand januari,  naar Berlijn, um die Grüne Woche mit zu machen.  Voor een decennium volgehouden diensten kreeg ik van de organisatoren, het A.M.K.,  de zeer op prijs gestelde golden Ehrennadel.

            Op dit tijdstip van het jaar, putje winter, naar Berlijn trekken was een kouwelijke must voor iedereen die in die jaren, van ver of van dicht, iets met de landbouw van de Duitse Bondsrepubliek had te maken.  In het bijzonder was het daar voor de Herren Attachés verzamelen geblazen.  Maar ook promotie-organismen zoals onze Belgische Nationale Dienst voor Afzet van Land- en Tuinbouwproducten, ‘den Afzet’, waren grootscheeps aanwezig met standruimte annex bloementuin en ontvangstsalons.  Er werd, zeker tijdens de 70-jaren, op geen geld gekeken en het resultaat mocht gezien worden.  Dat de Belgische promotiestand later wegdeemsterde tot een wat stofferig gedoe,  was het resultaat van een interne strijd tussen de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel, den B.D.B.H. en ‘den Afzet’. 

            Telkenjare waren we de stille getuige van het geredekavel over het nut van de Belgische deelname aan de Grüne Woche en over de inhoud en wijze van samenwerking. Na lang touwtrekken werd dan uiteindelijk, op de valreep, beslist om toch maar weer eens deel te nemen, werden alle hens aan dek geroepen om een  stand te versieren die met de jaren kleiner en primitiever werd.  Na de val van de muur van Berlijn was de fut er helemaal uit en leek het allemaal overbodig geworden.  Ik weet niet in hoeverre het groene spektakel zichzelf heeft overleefd.

            De eerste keren (1975-76-77) dat we de ganse trammelant rond de Groene Week mochten meemaken waren beklijvende belevenissen.  Er waren de luisterrijke Abendessens op het Schloss Belvedere met de Bondspresident. Zo kon je  met een kopje koffie in de hand een praatje slaan met president Walter Scheel en met andere genodigden zoals de Landbouwminister van Oostenrijk. Ook Josef Ertl,  gedurende  onze   ganse  ‘Bonnertijd’,  de   landbouwminister behandelde je steeds als een goede bekende.  Iedereen kende iedereen. 

            De uitbundige en weelderig overgoten rondgang in het grote Messe-paleis waar alle Länder hun best deden om je met alle vloeibaar en vast landbouw-lekkers te verwennen, eindigde steevast in de ontvangstruimte  van het CMA, het promotie-organisme van de Duitse landbouwproducten, met presidia van regionale en federale federaties, met de vele  landbouwprominenten die de Duitse Bondsrepubliek rijk was.  Een kloeke stand moest je hebben om dergelijk bachanaal in Beierse, Rijnlandse, Nedersaksische  en andere stijlen te doorstaan.

            We weten niet of het een voorrecht was belast te worden met de viering van 25 jaar Belgische aanwezigheid op de Grüne Woche (1979)  De nodige luister werd verzameld en ingezet.  Er kwam een heus restaurant met een kok uit Beloeil die Belgische gerechten presenteerde.  Minister Humblet sprak als vertegenwoordiger van de Europese Unie.  Hij gaf een persconferentie op de Belgische stand voor een grote schaar journalisten.  De ‘tolk’ die het A.M.K. had gestuurd bleek weinig of geen Frans te verstaan.  Begrijpe wie kan.  Maar ja, Frans is in Duitsland een taal die je zogezegd gemakkelijk op school kunt leren en waarmee je zonder veel inspanningen een stuk abitur kunt binnen rijven.  Of je met die vreemde taal overweg kunt is überhaupt niet belangrijk.

            Een paar jaar later was er een aanvaring met het kabinet van onze staatssekretaris voor landbouw. De Duitsers hadden tijdens de voorbereidende periode toegezegd dat de Belgische vertegenwoordiger, zoals zijn voorganger minister Humblet, het woord kon voeren op de openingsceremonie.  Doordat in laatste instantie de Amerikaanse secretary for agriculture naar Berlijn kwam, moest de Belgische staatssekretaris wijken en mocht de Amerikaan het spreekgestoelte beklimmen.  Een diepgaand onderzoek bleek nodig om na te trekken of ik wel duidelijk genoeg de Duitse autoriteiten ter kennis had gebracht dat de Belgsiche vertegenwoordiger absoluut het woord wilde voeren.

            Tijdens de Groene Week organiseerde het federale ministerie van landbouw ieder jaar, een uitstap in  en rond Berlijn. Dan gingen we,  met een grote groep collega’s, meestal naar ‘landbouwrandgebieden’.  Marginale verbindingen tussen de grootstad en het omliggende platteland.  Zo bezochten we Lubbarsch, de laatste boerderij van Berlijn, verloren aan de rand van de metropool, het natuurdecor voor enkele van de  toneelstukken van Gerhard Hauptmann: Biberpels of  Frau Wolf.  Niet ver weg van de Merkische Viertel , de hoogbouw met 50.000 mensen opeengepakt.

            Traditioneel nodigde de Belgische consul-generaal ter gelegenheid van de Groene Week,  alle in Berlijn vertoevende Belgen uit op een avondlijk samenzijn.  Meestal in le Pavillon Français, ook wel eens in Schlosshotel Gerhus en een enkele maal in de officiersmess van het Engelse bezettingsleger. In dit lokaal beleefden we een merkwaardige avond.  Het maal leek te bestaan uit (Engelse) noodrantsoenen inclusief rode kool, wel een heel bijzonder gerecht voor een avondmaal.  Daarenboven werd ons gevraagd geen lawaai te maken omdat  in een aanleunend lokaal Engelse officieren een avond gewijd aan Burns hielden.  We wisten op dat ogenblik weinig over  Burns, de Schotse dichter uit de 18e eeuw, alleen dat hij de tekstdichter was van Auld lang Syne, het meest gezongen lied op Angelsaksische oudejaarsavonden.  Maar op die avond werden, in een aandoenlijke  stilte, een ganse reeks gedichten voorgelezen, het duurde een eeuwigheid.  Uiteindelijk mochten we, sommigen met lachkrampen, anderen in een boze bui, maar iedereen hongerig,  het Engelse pand verlaten.

            Niet alleen politiek was Berlijn meeslepend, het culturele aanbod  was gevarieerd.  Je had het traditionele en het spetterende boulevard toneel, maar ook politiek cabaret die door die Stachelschweine werd gepresenteerd.  Het concert met von Karajan in de  Philharmonie was een jaarlijks terugkerend feest.

            Een ander jaarlijks terugkerend evenement was het bezoek aan de Belgische ambassade in Oost-Berlijn en de verkenning van de andere kant. De overgang bij Checkpoint Charlie, beklemmend en angstaanjagend. Donkere, stille boulevards en plots een slecht verlicht gebouw dat een knus theaterzaaltje herbergt waar Herr Puntilla und seine knecht Matti door het Brecht theater wordt opgevoerd, onbeschrijfelijk mooi.  De voorstad Köpenick, waar schoenmaker Wilhelm Vogt alias der Hauptmann von Köpenick,  in 1906, de toenmalige burgemeester aanhield, naar Berlijn stuurde en zelf met de stadskas verdween.  Zeventig jaar later bezochten we  in dit Brandenburgse stadje een museum annex verkoopsmagazijn dat alleen toegankelijk was voor buitenlandse diplomaten.  Men kon er (Oostduitse) antieke zaken en ander fraais kopen.  De herkomst van de voorwerpen werd niet bekendgemaakt.  

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 12:06 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 13:WENEN

Hoofdstuk 13:Wenen

  In Wien ist überall Musik

 

Grandeur

            Een Belgische  landbouwattaché is steeds in meerdere landen,  meestal twee, geaccrediteerd.  Wij waren het in Zweden én Noorwegen,  Duitsland én Oostenrijk,  het Verenigd Koninkrijk én Ierland, de Verenigde Staten van Amerika, Canada én Mexico.

            Tijdens de Bonner jaren moesten we veel naar Oostenrijk dat toen nog niet in de Europese Unie was opgenomen. Bilaterale landbouwhandelsproblemen doken met de regelmaat van de seizoenen telkens weer op.  Meestal ging het om phytosanitaire residuen gevonden op Belgische groenten.  Een paar keer moest het geschil op het gerecht worden beslecht en werd ik als getuige gedagvaard in een proces tussen de Oostenrijkse invoerder en het Staatsorganisme belast met de  kwaliteitscontrole van de ingevoerde  levensmiddelen.  De president van dit organisme was een bijzonder moeilijk man.  Een paar processen bleven daardoor aanslepen wat uiteraard voor de invoerder geen pretje was.  Maar voor mij was iedere dagvaarding een vrijgeleide om opnieuw in Wenen te vertoeven en te proeven van de vele zaligheden die in de 23 Bezirke Wiens aangeboden werden. In het hotelletje  König von Ungarn, gelegen in de Schulerstraße, in de schaduw van de Stephansdom, kwamen we het liefst. Het had een belommerde patio die paalde aan een huis waar Mozart nog had verbleven.  Pure vindabona. 

            De grandeur van Wenen konden  we tijdens het officiële bezoek van de Belgische minister aan zijn Oostenrijkse collega opsnuiven in het hotel Imperial (wo die Grossen dieser Welt zu gast waren!) en waar we met de Belgische delegatie waren ondergebracht.

            Eeuwen lang was Wenen een versterkte stad met bochtige smalle Gassen. Halverwege de 18e eeuw besloot de jonge keizer Franz Josef  de wallen en de bastions te ontmantelen.  In hun plaats moest een praalstraat komen die het centrum van Wenen als een Ring  omklemmen zou.  Onder de gebouwen die langs deze  Ring werden opgetrokken zou het Renaissance paleis van de hertog Philipp von Württemberg  het mooiste worden.  Toen het stadsbestuur echter een straat dwars door het aan het paleis aanliggende park trok wilde de hertog niet blijven wonen in een huis zonder groen.  Hij verkocht het paleis inclusief allem Interieur aan Franz Ritter von Landau, een zakenman, die er een vorstelijk hotel van maakte.  Hij werd daarbij gediend door de Keizer zelf wanneer  deze  besloot  om  in 1873 in  Wenen  een  wereldtentoonstelling  te organiseren.  Super aanzienlijke gasten zoals de Duitse keizer Wilhelm I en zijn rijkskanselier  Otto von Bismarck, de president van Frankrijk Mac Mahon werden gelogeerd in dit paleis dat als k.u.k.- kaiserlich und königlichen- hotel dienst deed.

            Dit mooiste hotel van Oostenrijk werd van 1945 tot 1955 het hoofdkwartier van de Sovjetrussische  bezettingstroepen.  Na afsluiten van het Oostenrijkse Staatsverdrag werd twee jaar gewerkt om het bijna 100 jaar oude gebouw te renoveren.  Vanaf 1957 kwam opnieuw al wie rang en stand had in hotel Imperial voorbij...zoals wij met onze  minister van landbouw!

 

Heurigen

            Er wordt beweerd dat de Oostenrijker veel drinkt omdat hij veel eet. In de 18e eeuw hadden de  gastheren van stand een eigen wijnkaart waaruit de gast kiezen kon. Er waren huizen waar men - wie doet beter ? - achttien tot twintig verschillende wijntjes voor de gasten klaar hield. 

            De  Heurigen  institutie in het leven geroepen door Joseph II is nog steeds één van de zuilen waarop het toerisme in Oostenrijk steunt.   Toen het laatste jaar van de school van Ciney  in 1982 door Oostenrijk toerde brachten ze een avond door in een Heurigenschenken in het half-landelijke  Grinzing, toeristisch oord bij uitstek.  Die gemoedelijke  afspanning uit de Biedermeier tijd waar wij ons bevonden stak groepen zoals de onze bestaande uit jonge onervaren maar overmoedige drinkers in speciaal daarvoor gemeubelde kamers waar niks kapot kon.  Normaliter is de  Heurigen wijn op zich al een verraderlijk goedje.  Als het daarenboven reichlich gekostet wordt op studentikoze salamander-aard, zijn de gevolgen niet te overzien.  Dankzij een paar goede zielen en een ervaren bus-chauffeur konden alle slachtoffers van het bachanaal festijn naar het hotel worden gesleept. 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 14:22 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 14:LONDEN - Oakley street

Hoofdstuk 14:Londen

 

When a man is tired of London, he is tired of life,

For there is in London all that life can afford

Samuel Johnson

           

Oakley Street

 

            In Chelsea, de mooiste Borough van de Londense metropool, verbleven we vier jaar en vier maanden. Earth has not anything to show more fair dichtte Wordsworth.  Dit beamen we volmondig.  Méér nog, geen enkele periode heeft een zo intense en duurzame invloed uitgeoefend op onze verdere levensloop.  Het verblijf in die unieke stad in het klassieke Londense  huis (vier verdiepingen, 69 treden) op nummer 34 van Oakleystreet,  de straat die Kings Road met de Albert Bridge verbindt.  We woonden  slechts enkele Tudor huizen verwijderd van de stek waar raeggie-star Bob Marley en voetbalster Georges Best  nog hadden verbleven.

            Was de overgang van Manouba in Tunesië naar Bromma in Zweden een sprong van het warme Afrika naar het koude Europa dan was de mutatie van Bonn in Duitsland naar Londen in het Verenigd Koninkrijk een overgang van een provincienest naar een grootstad.  Maar dan een  grootstad op mensenmaat. Oakleystreet was een brede straat met druk doorgaand verkeer tijdens de spitsuren, richting stad ‘s morgens, richting Battersea ‘s avonds.  De ramen van onze knusse woning waren nog van de 19de eeuw, zonder dubbel glas, zodat luisteren naar BBC 3 wanneer de auto’s voorbij raasden, bijzonder moeilijk  was.  Het huis had echter ook een achteruit (waar we twee auto’s konden stallen, een ongemene luxe in Londen) met poort die uitgaf op Margaretha’s Terrace, een idyllisch  straatje met eeuwenoude bomen.  De Country Side naast je deur.  De rustieke medaille had ook  haar keerzijde. Tijdens de fameuze oktoberstorm van 1987 waarbij één miljoen bomen in Engeland werden ontworteld, vielen  in onze Margaretha’s Terrace ook enkele bomen  om  waarbij  auto’s  werden  verpletterd.   

Len   Deighton beschrijft de storm in zijn boek Hope:

With characteristic gravity the news man made the high winds of October 1987 into a hurricane.  But it was a newsworthy event nevertheless.  Homes were wrecked and ships sank.....Hundreds and thousands of trees were ripped out of the English earth.  So widespread was the devastation that even the meteorological gurus were moved to admit that they had perhaps erred in their predictions for a calm night. 

            We behoorden tot de gelukkigen die The Royal Botanic Gardens Kew in hun oorspronkelijke staat bezocht hebben één week voor de grote storm.  Honderden eeuwenoude bomen en wetenschappelijk materiaal dat met minutieuze zorg was verzameld en onderhouden werd ontworteld, vernield of weggeblazen.

            Ook bij ons gebeurde iets merkwaardigs.  69 treden hoog kwam je op het  overloop(je) van de vierde verdieping  In het centrum van het plafond  was een doorzichtige koepel van zowat 80 cm doormeter aangebracht die men kon openen als men op het plat dak wilde komen.  De morgen na de stormnacht  lag de koepel, onbeschadigd,  in ons achtertuintje   De storm had ze  weg en naar beneden geblazen.  Het helse lawaai veroorzaakt door de wind die boven vrij spel had gekregen, heeft  Patricia, op bezoek, en slapend op de vierde verdieping, niet wakker gekregen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 14:30 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 14:LONDEN - Chelsea Flower Show en Glasgow Garden Festival

Chelsea Flower show

 

            Chelsea is door de tuinbouwkundige buitenwereld vooral bekend van de  Chelsea Flower Show.  Met  Ascot, Wimbledon en the Derby, vormt het een essentieel deel van de London Season. Sedert 1913 wordt deze planten tentoonstelling op the South grounds of the Royal Hospital georganiseerd wat betekent dat gedurende enkele weken de ganse show met alles erop en eraan uit de ‘grounds’ moet worden gestampt.  The Royal Horticultural Society zorgt daarvoor met een kleine staf en tientallen deskundige en enthoesiaste vrijwilligers.

De plaats van het gebeuren, The Royal Hospital,  werd door Koning Charles II in 1682 gesticht. Het Les Invalides van Louis XIV in Parijs zou als model hebben gediend.  De stijlvolle symmetrische vorm van het gebouw, midden de  brede terrasvormig aangelegde grasperken waarover reusachtige kanonnen waken, ademt de bekende traditionele Londense atmosfeer.  De meer dan 400 bewoners van het huis in hun fotogenieke knalrode uniformen zijn gepensioneerde soldaten, de meeste ouder dan 65, die moeten voldoen aan twee toelatingsvoorwaarden namelijk  ‘goed karakter’ en vrijheid van familiale verplichtingen.

            Ieder jaar waren de  Vlaamse tuinders op de Chelsea Flower Show present met een  indrukwekkende stand.  Meestal een barokke presentatie die scherp afstak tegen de eerder ingetogen Britse exhibits.  Je kon er niet naast kijken. 

 

Glasgow Garden Festival

 

            Door de jaren was de Belgische = Vlaamse tuinbouw  een goede bekende geworden in het Verenigd Koninkrijk.  Er werd deelgenomen aan allerhande shows en beurzen en de handel floreerde.  Het was dan ook evident dat men ook op het Internationale Garden Festival van Glasgow zou aanwezig zijn.  Wat in de hand werd gewerkt door mijn goede relaties met directeur David Koniatowski,  zoon van een Poolse piloot die de blitz-krieg had meegemaakt. 

Zoals op de BuGa te Bonn en de Floriade van München zouden we ons opnieuw wagen aan het opstellen van een sculptuur.  Maar vooraf nog dit, na Bonn met Rik Wouters’ bronzen  ‘Zot Geweld’, waren we een vijftal jaar later present  op de Floriade van München, dit keer  met een  obelisk in glas van Michel Martens, le bricoleur inspiré  zoals hij zichzelf noemde, dat in het middenpunt van een minuscuul Belgisch tuintje was neergezet.  We leerden toen dat dergelijke fragiele  objecten  niet geschikt zijn  voor  een tentoon stellen in openlucht waar de weerselementen moeten  worden getrotseerd  evenals tienduizenden, niet altijd even serene, bezoekers.  Met die kennis in het achterhoofd werd voor Glasgow uitgekeken naar een relatief klein (dat in de koffer van een auto kon worden vervoerd) beeld in solied materiaal.  Wat we na enig zoeken, eufemisme voor intense speurtocht, hebben gevonden.  Een bronskoperen sculptuur, Uroboros voorstellend, de slang die zijn eigen staart opeet. Het werk van een jonge Vlaamse beeldhouwer, ik ben spijtig genoeg zijn naam vergeten, hij is nadien naar Frankrijk, ergens in de Landes, uitgeweken. Ik  weet nog dat we elkaar hebben ontmoet in een gieterij waar sommige sculpturen van José Vermeersch in brons werden gegoten. 

Uroboros is een oud symbool van transformatie en vernieuwing wat ook de bedoeling was van de Belgische deelname aan  het festival van  Glasgow.  Maar zoals in Bonn bij Buga, was er opnieuw het probleem van de late uitplant van de Belgische begonia’s. In tegenstelling tot Bonn werd in Glasgow  een elegante mededeling geplaatst: 

The Belgian Garden:

Our garden starts modestly, before dramatic overnight planting early in June displays ten thousand briljant begonias.

The begonia was largely developed in Belgium, and it has now been adopted as          our national flower.  We offer this display as a gesture of goodwill to our many          friends   in Scotland.

            De plechtige opening van de Flower Show op 29 april 1988 vond plaats in aanwezigheid van de Charles en Diana.  Het was pittig Schots lenteweer met een brede hemel vol Vlaamse wolken.  Eind april was natuurlijk veel te  vroeg in het jaar om met een compleet assortiment bloemen voor de dag te kunnen komen en dan zeker in het aan de 56ste breedtegraad gelegen Glasgow. Voor de reizigers, zoals wij, die uit het Zuiden  met de auto richting noord reden was het evenwel een uitgelezen periode, want zoals ieder jaar rond deze tijd begon het breed golvende Schotse landschap zich te tooien met lentegroen en lange gele slingers van bloeiende brem. 

Uroboros

Schotse Landschap

 

 



409002-410ae1a1cb52df9199eff42b89f57493.JPG

409002-4e7b942f7880493afed780200b1a5ac5.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 14:56 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 14:LONDEN - Buckingham

Buckingham

 

Om in de sfeer van bloemen en planten en perfecte tuinarchitectuur te blijven maken we een sprong van de garden van Glasgow naar de garden van  Buckingham Palace, waar sedert 1868, ieder jaar, een drietal garden parties worden georganiseerd waarop zowat 8.000 mensen uit alle lagen van de bevolking aanwezig zijn.  Het gebeuren op het grasperk aan de achterkant van het paleis lijkt op een kruising tussen My Fair Lady en een middeleeuwse stoet. Bisschoppen in kardinaalspurper, beefeaters (lijfwachten van de koningin in 16de eeuws uniform en bekend van de gin-flessen), Afrikaanse en Aziatische  autoriteiten in national dress, sportmannen met hun typische blazers, officieren in exotische gala-uniformen, mannen in morning dress met grijze hoge hoed en dames met opzichtige hoeden. 

Lang voor het opengaan van de poorten vormt zich een lange file. Het duurt wel even voordat je op het terras geraakt en uiteindelijk in de koninklijke tuin die klassiek en stijlvol is opgebouwd met extreem kortgeschoren grasperken, een waterplas met flamingo’s  en  smaakvol samengestelde herbaceous borders.  Twee orkestjes spelen informele deuntjes zoals If I Were a Rich Man, Raindrops Keep Falling on My Head. 

            Onder een lange rij appelgroene tenten wachten de brood-en-boter driehoekjes, de geboterde scones, de slagroomgebakjes en de lievelingen van het publiek: de aardbeien taartjes.  De koningin  verschijnt even na vier uur.  Tijdens haar wandeling  wordt ze  voorafgegaan door de Lord Chamberlain, - de baas van  alle personeelsleden ‘above stairs’ (uitgezonderd de dokters, de kamerheren, de clerus van de koninklijke kapel en de apothekers)  die haar aan een aantal gasten voorstelt. 

            Tenslotte arriveert ze moe van het handjes drukken aan haar persoonlijke tent om er een kopje thee te nuttigen en belangrijke personages te ontvangen, begluurd door de gasten die tot aan de afrastering zijn doorgedrongen.  De diplomaten hebben hun eigen tent.  Voor de rank and file, de gewone lui is er de uitgebreide slentering en praatjes met soortgenoten.

            Op 28 november 1985 mochten we terug naar Buckingham Palace dit keer om een evening reception bij te wonen die om 9u30 begon en klokslag middernacht was afgelopen.  Nadat alle gasten in alfabetische landenvolgorde aan de koninklijke familie waren voorgesteld, gaf dit een goede gelegenheid aan Prince Philip om te vragen aan een jonge man uit Benin, het diplomatiek buurland van België die avond, waar zijn vrouw  was en op het negatieve antwoord van de jonge man, verder te insisteren: but you took a temporary one of course!   

            De orde van de avond werd verder gezet met het stijlvol nuttigen van kleinigheden, het drinken van een deftig glas, het dansen op de tonen van een geüniformeerde band, het rustig rondkijken in de brede gangen en zalen...

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 15:18 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 14:LONDEN - The Belgian Embassy en Darwin

The belgian Embassy

 

            In juli 1934 publiceerde Le Soir Illustré een reportage onder de titel Une Visite à l’Ambassade de Belgique à Londres.  Vijftig jaar later ben ik op diezelfde ambassade die in de tussentijd weinig veranderingen heeft ondergaan.  Het statige hoekgebouw, 103, Eaton Square, eigendom van de Duke of Windsor, waar de kanselarij is ondergebracht, is nog steeds volmaakt geïntegreerd in de chieke Regency stucco omgeving van Belgravia.  

            Op de Belgische Ambassade vertoefde in de tijd van de reportage de aartsvader van de Belgische landbouwattachés, M. Borremans, handelsraad van het ministerie van landbouw.  Vóór de tweede wereldoorlog niet alleen de enige Belgische landbouwattaché maar iemand die het ook tot   ambassadeur in Helsinki zou hebben geschopt.  Een carrière-ontwikkeling die thans compleet is uitgesloten.  In Londen hadden  in die tijd naast België ook Nederland, de Baltische en Skandinavische landen, Spanje, Argentinië en de Verenigde Staten van Amerika een landbouwvertegenwoordiger. Nu heeft België een tiental landbouwattachés en zijn er in Londen een 60 landbouwvertegenwoordigers. (Dit schreven we een aantal jaar geleden want ondertussen heeft België geen landbouwattachés meer en heeft de ambassade van België het prestigieuze gebouw (waar een groot stuk Belgische geschiedenis werd geschreven) aan de Eaton Square verlaten..

In België had zich vanaf 1930 een landbouwcrisis ontwikkeld die men ondermeer  met   protectionistische  maatregelen  wilde  tegen  gaan. Collega Borremans werd in Groot-Brittannië met een gelijkaardige  politiek geconfronteerd.  De Britten reserveerden op hun  markt de eerste plaats aan hun eigen  producenten, de tweede plaats aan die uit het Gemenebest en tenslotte de derde plaats aan de buitenlanders. Het verbeteren van de selectie en de  presentatie van de producten om ze aan te passen aan de smaak van de klant die door mijn eminente voorganger werden voorgesteld om aan dergelijke toestand te verhelpen zijn vijftig jaar later misschien wel nog zinvol maar praktisch onmogelijk te realiseren door de standaardisering en nivellering van de producten op Europees niveau.

 

Darwin

           

            Als je in Londen verblijft dan moet je tijdens de weekends naar de country side.  Van alle regio’s, dorpen, stadjes en  kastelen die we hebben bezocht en bekeken,  heeft het bezoek in de late namiddag van 30 oktober 1988 aan Down House - The Charles Darwin Memorial - de diepste indruk gemaakt.  Je  had het gevoel dat de sfeer van 100 jaar geleden nog steeds in de studeerkamer, waar de meeste van zijn werken werden geschreven, rondwaarde.  Natuurlijk werd je daarbij beïnvloed  door enige kennis van zijn levensloop.  Zo is het nuttig te weten  dat de radikale ideeën uit de Origin of Species die in dit huis na zijn reis naar de Zuidamerikaanse kusten  met de H.M.S.Beagle, reis die tegen de wil van zijn vader door een tikkeltje meeval toch tot stand was gekomen, hier gedurende twintig jaar werden uitgebroed (en verborgen gehouden) 

Op basis van zijn secret notebooks en talrijke ongepubliceerde brieven beweren Desmond & Moore in hun boek dat Charles zijn ideeën zo lang verborgen hield omdat ze in de door theologische dogma’s gedomineerde Anglikaanse maatschappij taboe waren.  Als  tenslotte in 1859 Origin of Species toch werd  gepubliceerd werd de weinige kritiek die loskwam ras in de kiem gesmoord want ondertussen was het Victoriaanse Engeland van 1859 gewoon geraakt aan progressieve ideeën.

De residentie van de Belgische Ambassadeur te Londen

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jozef Van Mullem om 16:06 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL DRIE: EUROPA -HOOFDSTUK 15:KOSARZEW (in Polen)

23 november 1990: inhuldiging (door staatssekretaris De Keersmaeker) van een aansluitingsstation voor watervoorziening in KOSARZEW

 

Hoofdstuk 15:Kosarzew(in Polen)

 

Ouderdom maakt je nog geen man

Pools spreekwoord

           

Phare

 

            Na de  fluwelen revoluties in het ‘Oostblok’ werd voor de meeste nieuwe Oost-Europese regeringen de hervorming van de landbouw een absolute prioriteit.  Niet omdat deze hervorming relatief gemakkelijk te verwezenlijken was, maar vooral omdat met de deviezen uit de (verbeterde) export van landbouwgrondstoffen men de invoer van productiemiddelen en technologische transfers wilde financieren. Alhoewel een nieuw tijdperk met vooruitzichten op werkelijke democratie was aangebroken bleek de  plotse overgang naar vrije markteconomie een pijnlijk proces.  Het programma P.H.A.R.E. (Polen Hungary Assistance for the Recovery of the Economy) waarmee na de Europese top van Parijs in juli 1989 werd gestart had tot doel hulp te bieden bij de herstructurering van de economie, alsook humanitaire hulp onder de vorm van voedselhulp voor Polen, Roemenië, Bulgarije en de voormalige Sovjet Unie

            Ik herinner mij nog een vergadering begin 1990, op hoog niveau zoals dat heet, waar voor ‘t eerst het magische woord ‘phare‘ viel.  Niemand van de aanwezigen kende de juiste betekenis ervan.  Op dat ogenblik  waren zowel de Universiteit te Leuven als  de stichting Oost-Europa van de BoerenBond al een tiental jaren in contact met de Katholieke Universiteit van Lublin (Polen)en met de plaatselijke afdeling van Solidarnosc.  Aan de  ministerraad was een programma voor steunverlening voorgelegd en rond diezelfde tijd had een Belgische onderneming belangstelling voor een samenwerking in de sector van de varkensveredeling in Hongarije. 

En zo werd ik opeens, in mei 1990, vanuit de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de EU naar Polen en Hongarije gestuurd, om een en ander van naderbij te bekijken.  Een opdracht zonder veel voorbereiding die alle kanten uit kon. Zo moeilijk was het echter niet.  26,1 miljoen harde Belgische Franken (van Phare 1) waren te verdelen.  We waren in Polen en Hongarije een zeer welkome gast.  Vijf maanden later, terwijl het voor de 10 projecten wachten was op adviezen en besluiten die de toelagen  moesten toekennen werd reeds gestart met Phare 2 want tijdens het begrotingsconclaaf van 1990 had men voor Phare 2 maar liefst 500 miljoen BEF uitgetrokken.  De andere ministeries schoten wakker en kwamen met de meest uiteenlopende voorstellen voor de dag om een stuk van de grote koek mee te grabbelen.  Na een uitputtende reeks vergaderingen en discussies besliste de ministerraad tenslotte om 62,2 miljoen BEF aan het departement van landbouw  toe te kennen voor een ganse rij nieuwe projecten.  Naast Polen en Hongarije, nu ook in  Tsjechië, Slowakije en Bulgarije.

Er werd veel heen en weer gereisd.  Onvergetelijk de eerste reis die,  de fluwelen revolutie nog geen jaartje oud, we maakten met de auto over Berlijn en Poznan naar Warschau.  Een stad die moeizaam wakker werd na veertig jaar eerder onrustige slaap.  We verbleven in de ‘Marriott’, een Amerikaans hotel,  een 40-tal verdiepingen hoog oprijzend in een  ellendige grauw-grijze buurt.  Toevallig(?) hadden  de bouwheren met de constructie van het hotel aangevangen,  vijf jaar vóór de politieke verandering,  zodat het precies  op tijd klaar stond,  om de vele hervormers en steunaanbieders uit alle hoeken van de wereld,  met stijl en glitter te ontvangen.  Niet ver van het hotel, zit,  in de warmte van de metro-ingang, een oud vrouwtje tussen een groep kleine aanbieders van fruit en groenten,  die  één bloem te koop aanbiedt.

            De opdeling van het Poolse grondgebied nam meer dan een eeuw in beslag: van 1795 tot 1919 en de agrarische gevolgen ervan waren vandaag nog merkbaar.   In het Westen, een gebied eertijds onder Pruisische heerschappij, waren de boerderijen groot en goed beheerd.  In het Zuidoosten, het vroegere Oostenrijkse Galicië, waren de boerderijen ‘postzegelgroot’ met gemiddeld een half varken per bedrijf.  In oostpolen tenslotte dat vroeger tot Rusland behoorde  was er  een verwaarloosde extensieve landbouw uit de vorige eeuw.

            In 1990 was de Poolse landbouwstructuur ontstellend zwak door de dominantie van honderdduizenden weinig efficiënte bedrijfjes.  De productiemiddelen waren ongrijpbaar of werden,  in het beste geval,  ondoelmatig gebruikt.  De teeltrendementen waren dan ook zowat de laagste van alle omringende landen.

 

Watervoorziening

 

            In 1990 verkeerde de Poolse watervoorziening in een kritieke toestand. In iedere vijfde dorpsgemeenschap was men gedwongen om in primitieve recipiënten soms tot vijf kilometer ver water te halen.  Veeteelt was in dergelijke omstandigheden een praktisch onmogelijke karwei. Om daaraan te verhelpen had,  in 1987,  kardinaal Glemp de ‘Waterstichting’ opgericht.  Landelijke gemeenten, vertegenwoordigd door burgercomités, die zowel de watervoorziening als de afvloei van afvalwater wilden verwezenlijken, verkregen na onderzoek, financiële bijstand.  De realisatie werd door de dorpsgemeenschap verzekerd, de gekende Hilfe für Selbsthilfe.

De kwaliteit en de beschikbare  hoeveelheid water bepalen het aantal dorpen die kunnen worden aangesloten.  Het water moet worden gereinigd want het grondwater is zeer vervuild door geologische resten.  Dit reinigen is veel duurder dan de voorziening.  Wanneer de boerderijen ver van elkaar liggen kan dit reinigen niet centraal gebeuren, maar moet ieder bedrijf een clearingsinstallatie krijgen.  Een eerste selectie werd door de stichting uitgevoerd.  De dorpen met mogelijkheden én belangstelling voor veeteelt kregen prioriteit.  Dorpen die meer dormitories van grotere steden zijn of waar veel renteniers en parttime boeren wonen werden meestal uitgesloten. 

Ik maakte kennis met Mevrouw Maria Stolzman, senator en secretaris generaal van de Waterstichting.  Een opmerkelijke dame met wie ik zowel Duits, Frans als Engels kon praten.  Een overeenkomst werd met haar en de stichting  gesloten om in zes dorpen van de streek van Lublin de infrastructuur van de watervoorziening af te werken. Daardoor zouden 428 boerderijen aan de pompinstallaties kunnen worden aangesloten. 

Onder massale belangstelling van  de plaatselijke  bevolking en in aanwezigheid  van de kerkelijke en civiele autoriteiten, de Belgische pers en de Vlaamse en de Waalse TV, werd op 23 november 1990 te Kosárzew (160 km van Warschau) het watervoorzieningssysteem door staatssekretaris De Keersmaeker ingehuldigd.  Het ceremonieel groeide  uit tot een waar volksfeest met een stoet geopend door een dorpsfanfare uit de oeroude soldatentijd, met een vrouwelijk zangkoor in klederdracht, met de rituele overdracht van brood en zout en tenslotte met de onthulling van een gedenkplaat.

            De  afwerking van de watervoorziening zou, zo werd gedacht, een pre-take-off verwezenlijken die aanleiding zou worden voor enkele follow-up projecten zoals opleiding, voorlichting, verbeterd zaaigoed en ander uitgangsmateriaal, kleine mechanisatie, veeteelt.

De boeren drongen aan om iets te doen aan de opvang van de graanoogst.  De coöperatieven konden de  oogst niet slikken, een groot deel bleef op het veld, werd uitgeregend en daalde ongemeen sterk in kwaliteit en prijs.  Anderzijds had op dat ogenblik, de  nieuwe Poolse landbouwpolitiek grote  aandacht voor de zuivelsector.  Wanneer men de inzameling van de melk efficiënter kon doen verlopen in de dorpen met  watervoorziening dan zou dat een stap in de goede richting betekenen.  Na nader bekijken van  de levering van de melk in een aantal dorpen kwamen we echter tot de slotsom dat de uitvoering van dergelijk project, dat in wezen grotelijks steunde op mentaliteitsverandering,  voorlopig niet kon worden gerealiseerd. 

Collega  Tyvaert kwam van een studiereis in het gebied terug met het idee van mobiele graandrogers.  De voordelen van het drogen  zijn legio. Opslaan wordt mogelijk, de verliezen beperkt.  Van drogen van granen naar drogen van fruit en groenten is maar een kleine stap.  Mobiele graan- en fruitdrogers werden na eindeloze discussies met autoriteiten op alle niveaus, tenslotte door een Waalse firma geleverd en ter plekke gebracht.  We hebben ze nimmer in werking gezien en weten niet in hoeverre ze zijn gebruikt.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jozef Van Mullem om 14:23 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL VIER: AMERIKA - HOOFDSTUK 16; WASHINGTON - wonen

DEEL VIER:AMERIKA

 

 

HOOFDSTUK 16: WASHINGTON  D.C.

 

Wonen

 

            Washington is een prettige rechtlijnige stad die de Franse majoor en ingenieur, Pierre L’Enfant, langs de moerassige oostelijke oever - originally little more than a mosquito-infested hog - van de Potomac,  een goede tweehonderd jaar geleden, ontwierp in opdracht van het Congress, dat na de Revolutionary War meer dan zeven jaar nodig had om te beslissen waar de hoofdstad zou komen.  Alhoewel grote stukken van zijn plan nooit werden verwezenlijkt, ontstond, naar het voorbeeld van Parijs, een stad van monumenten en rustige imposante gebouwen langs brede propere lanen en cirkels. 

Het was goed wonen in Georgetown, dat lijkt op het Londense Chelsea met haar enge straten en kleinere stijlvolle huizen.  Tony Cartano (American Boulevard) beweert dat in termen van internationale metropool, Washington hem aan Brussel doet denken.  In tegenstelling tot Parijs dat beter met New York kan worden vergeleken. Enkele correcties kunnen worden aangebracht.  In Brussel vindt men geen zwarte getto’s, is het minder heet en vochtig en is de dagdagelijkse atmosfeer minder geladen.  Brusselse taaltegenstellingen  kunnen niet worden vergeleken met de dominerende Washingtoniaanse  zwart-witte tegenstellingen. Alhoewel President Kennedy eens, waarschijnlijk ten onrechte,  zei dat aan de oevers van de Potomac de Noordelijke efficiëntie de Zuidelijke charme heeft ontmoet is de hoofdstad van Amerika in wezen een min of meer ingedommelde ‘Zuiderse’ stad gebleven.

            Tijdens de enkele dagen in juni 1992 toen we mochten proeven van het leven  in Washington was het al drukkend warm.  We wisten toen nog niet dat de zomer er bloedheet kon zijn zoals een  Kongolees ‘droog seizoen’.  In tegenstelling met Centraal Afrika is er ook een koud seizoen.  Het klimaat tijdens de winter vertoont veel gelijkenis met het weer in Stockholm  vooral dan de bijna dagelijkse aanwezigheid van een  stralend blauwe hemel.  Daarenboven is het de properste stad van Amerika omdat er in de omgeving geen zware industrie haar tenten heeft opgeslagen.

We woonden in  3701 Winfield lane naast de beroemde Georgetown University in een ‘compound’ , een gesloten buurtgemeenschap waar veel groot volk woonde zoals Prins Filipe van Spanje, onze buurman, student aan de universiteit en de Secretary of Health and Human Services Donna Shalala  die acht jaar lang tot het kabinet van president Clinton behoorde.

Georgetown

           

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jozef Van Mullem om 15:01 Reageer op dit bericht

VAN KONGO NAAR AMERIKA - DEEL VIER: AMERIKA - HOOFDSTUK 16; WASHINGTON - Espy en Elisabeth Hainen

Espy

 

            Een zwart-witte tegenstelling domineerde het Amerikaanse ministerie van landbouw.  Een paar maanden na onze aankomst werd Mike Espy door president Clinton benoemd als minister van landbouw.  Voor het eerst in de geschiedenis van de Amerikaanse landbouw kwam een zwarte aan het hoofd van een oertypisch blank departement.  Voor een beter begrip van deze situatie dient de Secessie-oorlog van 1861-1865 opgerakeld evenals de daaropvolgende ‘reconstructie’-periode.  De slavernij in het Zuiden van Amerika lag aan de basis van de burgeroorlog met het Noorden van Amerika, omdat het Zuiden geen afstand wilde doen van deze ‘bijzondere instelling’.  Eén vierde van de bevolking was eigenaar van slaven, een kapitaal met hoog rendement, vooral in de katoenteelt. Voor de drie vierden van de bevolking zonder slaven was de slavernij een unieke methode om de zwarte bevolking - die men vreesde - in toom te houden.  Deze  onredelijke  angst  was  de  voedingsbodem  waarop het racisme, dat geen compromis gedoogde,  stoelde. Alhoewel het kleine aantal zwarten in hun Staten hen weinig of geen problemen berokkende, waren ook de Noorderlingen tot racisme geneigd, omdat ze de slavernij als een concurrentie distorsie beschouwden, als een gevaar voor de arbeidsvrijheid.  Een vrijheid welke, in hetzelfde land,  niet naast de slavernij kon gedijen.

            De strijd tussen voor - en tegenstanders van de slavernij bereikte een hoogtepunt met de verkiezing van de republikein  Abraham Lincoln tot president in 1860 en de vorming van de ‘Geconfedereerde Staten’ door Zuid-Carolina samen met tien andere Staten, voorstanders  van slavernij.   Lincoln aanvaarde de afscheuring niet.  Hij laat evenwel de Zuiderlingen eerst aanvallen die daardoor een eenparig Noorden tegenover zich kregen.  De vier jaar durende oorlog was gestart.  Na de zege van het Noorden werden, tijdens de zogenoemde ‘reconstructie periode’, door de zwarten in de Zuidelijke  Staten met de hulp van blanke radicalen, lokale regeringen opgericht.  De vroegere voorstanders van de slavernij terroriseerden echter verder de zwarte bevolking met de steun van een geheim genootschap, de Ku-Klux-Klan (afgeleid van het Griekse woord kyklos, dat kring betekent)  De vrijgevochten slaven die gehoopt hadden ‘40 acres en een muilezel’ te ontvangen, bleven op de plantages van hun vroegere meesters verder werken.  Vanaf 1870 toen de blanken uit het Zuiden weer de bovenhand kregen werd de landbouwhervorming afgeschaft en werden de zwarte boeren verplicht de landbouwgronden te pachten.

It may seem like a wry twist of History... schreef de New York Times (november 1992) dat de eerste burger uit Mississippi die in deze eeuw minister wordt, een 39-jarige zwarte man uit de Delta regio is.   Zijn onconventionele geloofsbrieven voor een post die steeds door blanken uit de Midwest  werd bezet waren in harmonie met zijn carrière die evenwel abrupt werd afgebroken. 

Gelukkig is niet alles in Washington macht en politiek.  De inwoners, autochtonen en inwijkelingen, genieten van een evenwicht tussen cultuur en de dingen van iedere dag, leut en finesse. 

 

Elisabeth Hainen

 

Voor landbouwattachés is  het semesterlange  voorzitterschap van de groep gevormd door de Europese collega’s een speciale periode. Wij waren  van juli tot december 1993 aan de beurt en moesten daarna de fakkel aan Griekenland doorgeven.  Dit gebeurt meestal met een bijzonder feest.  Het onze was wel heel bijzonder namelijk een harpconcert bij ons thuis.  Een paar maanden vroeger hadden we op de terugweg van een avond bij onze Zuid-Afrikaanse collega een aanvaring met een Lincoln stratocruiser. Uit die enorme wagen sprong een jonge dame die riep “my harp, my harp!”.  Achter in haar  auto lag inderdaad een groot instrument dat een waardevolle harp ( a Lyon and Healey 1990 gold-gilded concert grand harp) bleek te zijn.  Uiteindelijk was er alleen maar een beetje schade aan onze auto.  Na de uitwisseling van kaartjes heb ik de volgende dag met de jonge harpiste gebeld en haar als wiedergutmachung aangeboden een recital te geven bij ons thuis.  Dat greep plaats op  donderdag 16 december 1993, de dag dat in Marrakech, na maandenlange discussies, de GATT-akkoorden werden ondertekend De jonge harpiste heette Elisabeth Hainen en was toen eerste harp van het Kennedy Center Opera House.  Zes maanden na haar recital bij ons thuis werd ze eerste harpiste van het Philadelphia Orchestra, een van de belangrijkste orkesten van de wereld.  Na een (lang) woordje uitleg over haar harp gaf ze een prachtig recital en speelde ook Belgische muziek namelijk Solo voor Harp van César Franck  en La Danse des Sylphes van Felix Godefroid.  Het sukses was overweldigend.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jozef Van Mullem om 15:05 Reageer op dit bericht

Meer van VAN KONGO NAAR AMERIKA

↑ Terug naar de berichten