guy goffette
op het ogenblik dat ik toe wou slaan
zag ik in de ogen van de mol
mijn eigen leven opspringen
zag ik dat mijn gedicht
onder het witte blad
als aan het einde van de onderaardse gangen
de lange weg van zijn adem vond.
guy goffetteop het ogenblik dat ik toe wou slaan
zag ik in de ogen van de mol
mijn eigen leven opspringen
zag ik dat mijn gedicht
onder het witte blad
als aan het einde van de onderaardse gangen
de lange weg van zijn adem vond.
paula ludwigtelkens als je terugkomt
lijkt het mij
alsof ik je voor de eerste keer zie:
zilverig stuift het uit mijn ziel
zoals uit wilgenkatjes
als de voorjaarswind
ze voor het eerst beroert.
roque daltonzoals jij,
hou ik van de liefde, van het leven, van de zoete
tover der dingen, van het hemelse
landschap der januaridagen.
ook mijn bloed stroomt
en ik lach met ogen
die het opwellen van tranen hebben gekend.
ik geloof dat de wereld mooi is,
dat poëzie als brood is, van iedereen.
en dat mijn aderen niet in mij eindigen
maar in het unanieme bloed
van hen die vechten voor het leven,
voor de liefde,
voor de dingen,
het landschap en het brood
de poëzie van iedereen.
broze verwachting - germain droogenbroodtik mis je
ik mis je hart- en been doordringend
maar ik ril om de kruik
die ik zacht van zinnen
uit mijn gemoed
heb gelicht
en die nu
langs klip en rif
naar je toe
moet
zeilen
van verwachting broos.
cho byung-hwaals de wind die door de bladeren waait
zo waar jij door mijn gedachten
als een vogel die tussen de bladeren slaapt
zo slaap jij in mijn gedachte.
germain droogenbroodt…toi qui m’as consolé
gérard de nerval
tussen de stilte van je lippen
heb ik mijn tenten opgezet
op je roerloos meer
mijn zeilen blind gelegd
aan je blanke borst
mijn oud verdriet gestild
tot regen en wind gezegd:
dit is mijn nieuwe huis
niet op een rots
maar op haar lichaam gebouwd
hier zullen haar streelvingers
gries en meel tot liefde kneden
voor mij, zigeuner, ´s nachts
tussen cactus en distel geboren
waar nevelgrijs nacht
en dageraad scheidt
hier, waar ik dorst en droefheid
maar ook de eeuwigheid proefde
zal mijn schip
zijn schaardig anker werpen
als het radeloos
mast en riemen breekt.
naar miel vanstreels

naar een berg moet je verlangen
je dromen moeten hem vertellen
dat je zijn geheimen wil koesteren
van ver al moet hij je herkennen,
ook al ziet hij je voor het eerst
meter na meter stelt hij je op de proef
hij voelt hoeveel pijn je verdragen wil,
hij laaft zich aan de adem van je ziel
wat hij vraagt is ritme,
harmonie tussen hart en spieren
zijn wegen leiden naar binnen,
naar vergezichten en seizoenen
op zijn top waait leegte
edith oeyende zomer ademt vederlicht
nu bloemen
namen van beminnen dragen
een zachte geur
doordringt mijn huid
morgendauw stijgt
vogels slaan hun vleugels
naar het licht
nu ik woorden pleeg te schrijven
kijk ik voorzichtig
naar de nacht waar
duisternis
je onleesbaar maakt.
anton kortewegdat ik van je hou, dat wil ik dan
ook wel eens schrijven, nu je dat
zo vraagt - want ik hou van je en
niet eens zo zelden, gezien de
vierduizend dagen en nachten
dat het lijkt of je nauwelijks
ouder geworden bent, dat
je soms nog ver weg kijkt als
was je verliefd, dat
je handen nog mooi zijn, verder
zou ik toch niet willen gaan
dat ik je wang soms zoek en niet
je mond.
sappho van lesbosik hou van dingen
die mij strelen
ik geloof dat
liefde
het zonlicht
weerspiegelt
liefde
veroorzaakt pijn
en
vertelt sprookjes
jan hanlozoals de koelte 's nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent
als melk
als leem
en 't bleke rood van vaal gesteent
of porselein
zoals wat ver is en gering
en lang vergeten
voor het oud is
zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent
hugues pernath
hugues pernath
miriam van heewe zullen zwijgen
of praten ik bedoel uit
de mogelijkheden kiezen
en leven met wat niet
oplosbaar is
zoals 's nachts het weer
omslaat en tegen de morgen
regen brengt zoals
treinen de berg in
rijden zo
weet ik niets
shakespeare
frank boeijenhet was een onbekende weg
die ik heb afgelegd
na het licht
op zoek naar het donker
vera huijgenniet altijd hoef ik
naar de kerk
soms is een bezoek
aan een ander mens
als een onderdompeling
in heiligheid
waaruit ik proestend
spiritueel sprankelend
kletsnat kom
bovendrijven
even wentel ik rond
op de stroom van
jouw getijden
mijn ziel geraakt
vloeit uit en mengt
zich met de jouwe
weer op de kant
van mijn bestaan
kijk ik om en
schud mijn druppels
van dank over
je uit
niet alleen mijn mond
maar mijn hele wezen
glimlacht als
ik ga
annette van den boschben ik nog zichtbaar
vraag ik aan het water
en neem een voorschot
op het antwoord.
ik zie een tuimelende val
en zuig de toekomst naar me toe
ze lijkt zo ongerept en roerloos
af te wachten tot ik kom.
voor elke lijn die nu verschijnt
bedenk ik curven zekerheid
als: toen en vroeger, weet je nog?
voorbij mijn twijfel is een
straks verborgen - ergens -
steeds en dichterbij.
amy lowellwhen i go away from you
the world beats dead
like a slackened drum.
i call out for you against the jutted stars
and shout into the ridges of the wind.
streets coming fast,
one after the other,
wedge you away from me,
and the lamps of the city prick my eyes
so that i can no longer see your face.
why should i leave you,
to wound myself upon the sharp edges of the night?
guido gezelle

gij badt op eenen berg alleen
en... jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om u alleen te vinden
de wereld wil mij achterna
al waar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla