sappho van lesbos
ik hou van dingen
die mij strelen
ik geloof dat
liefde
het zonlicht
weerspiegelt
liefde
veroorzaakt pijn
en
vertelt sprookjes
sappho van lesbosik hou van dingen
die mij strelen
ik geloof dat
liefde
het zonlicht
weerspiegelt
liefde
veroorzaakt pijn
en
vertelt sprookjes
jan hanlozoals de koelte 's nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent
als melk
als leem
en 't bleke rood van vaal gesteent
of porselein
zoals wat ver is en gering
en lang vergeten
voor het oud is
zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent
hugues pernath
hugues pernath
miriam van heewe zullen zwijgen
of praten ik bedoel uit
de mogelijkheden kiezen
en leven met wat niet
oplosbaar is
zoals 's nachts het weer
omslaat en tegen de morgen
regen brengt zoals
treinen de berg in
rijden zo
weet ik niets
shakespeare
frank boeijenhet was een onbekende weg
die ik heb afgelegd
na het licht
op zoek naar het donker
vera huijgenniet altijd hoef ik
naar de kerk
soms is een bezoek
aan een ander mens
als een onderdompeling
in heiligheid
waaruit ik proestend
spiritueel sprankelend
kletsnat kom
bovendrijven
even wentel ik rond
op de stroom van
jouw getijden
mijn ziel geraakt
vloeit uit en mengt
zich met de jouwe
weer op de kant
van mijn bestaan
kijk ik om en
schud mijn druppels
van dank over
je uit
niet alleen mijn mond
maar mijn hele wezen
glimlacht als
ik ga
annette van den boschben ik nog zichtbaar
vraag ik aan het water
en neem een voorschot
op het antwoord.
ik zie een tuimelende val
en zuig de toekomst naar me toe
ze lijkt zo ongerept en roerloos
af te wachten tot ik kom.
voor elke lijn die nu verschijnt
bedenk ik curven zekerheid
als: toen en vroeger, weet je nog?
voorbij mijn twijfel is een
straks verborgen - ergens -
steeds en dichterbij.
amy lowellwhen i go away from you
the world beats dead
like a slackened drum.
i call out for you against the jutted stars
and shout into the ridges of the wind.
streets coming fast,
one after the other,
wedge you away from me,
and the lamps of the city prick my eyes
so that i can no longer see your face.
why should i leave you,
to wound myself upon the sharp edges of the night?
guido gezelle

gij badt op eenen berg alleen
en... jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om u alleen te vinden
de wereld wil mij achterna
al waar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla
voor een lodeizen fan

jacobus bos

dit lied dat zeelucht
wil zijn - geurig niets dat
hardvochtiger haar haren
streelt dan haar lief is
ik zou graag zeelucht willen
zijn of louter wind die
achter zich de golven liet en
het land niet kent dat wenkt
heel mooi gezongen dat het
zo moet zijn - heel erg boven
op zichzelf gaan staan - niet
iedereen vindt dit geluk.
hilde keteleerhoe het moeten in kruimels van de tafel valt
die we overmoedig dekten met het mogen
kijken naar de weerglans op elkaars gelaat
ruiken aan de vingers, een paringsdans
proeven van het zout en het brood
betasten en toetasten en toetoasten
op de jaren die nog resten na de eerste
hoe de hoogstandjes van neusvleugels
met kleine briljanten scherpe randen krijgen
en het zwijgen minder medeplichtig
en luisteren keuvelender wordt
het adembenemend landschap heuvelend
het noemenswaardige lichtbewapend
en wij elkaar gewoon maar aardig.
villon

je
meurs
de soif
auprès
de la
fontaine
hans lodeizenin een wereld van louter plezier
kwam ik haar tegen, glimlachend,
en ze zei: wat liefde is geweest
luister ernaar in de bomen
en ik knikte en we liepen nog lang
in de stille tuin
de wereld was van louter golven
en ik zonk in haar als een lijk
naar beneden het water sloot
boven mijn hoofd en even
voelde ik een vis langs mij strijken
in de stille zee
dag zei ik tegen haar dag kom
ik je nog eens tegen, glimlachend
maar de wind blies weg
haar gezicht in het water
en ik knikte en ik werd onzichtbaar
in het stille leven.
hilde dominvan herberg tot herberg
vergetelheid
de eigen naam
wordt iets vreemds
je moeder leeft nergens
is al lang je kind geworden
dat je niet baart
en dat iemand jou lief heeft
dat men je anders kan liefhebben
dan in het voorbijgaan
dat verwondert je.
hdc
paul-jean touletécoute les fruits que l'automne détache
avec des chocs sourds retentir, et
la source pleurer des larmes nouvelles, et
les pas de l'ami qui s'éloigne, et
déjà l'inquiet amour agiter ses ailes
hilde domineenieder gaat gehuld
in de droom van zichzelf
in sommige dromen is ruimte
voor een tweede
zoals in een tweepersoonsbed
bijna in alle.